Omslag 5 minuten

Hoe vijf minuten mijn leven veranderden

Lees iedere week over de avonturen van Sophia, die na haar vijf minuten in de spotlight een leven van bekendheid tegemoet gaat.


Op Facebook verschijnen iedere dinsdag, donderdag en zaterdag nieuwe hoofdstukken. Deze webpagina werk ik wekelijks bij!

 

Als de verlegen Sophia zingend gefilmd wordt op een moment van diepe rouw, is het hele land meteen in de ban van haar emotionele kracht. Kort daarna wordt haar semi-anonieme Youtubekanaal ontdekt en haar nieuwe fans zijn duidelijk in wat ze willen: meer.

Voor Sophia gaat er een hele nieuwe wereld open van muziek, beroemdheid en feesten, maar al snel ontdekt ze dat haar succes enkele keerzijden heeft. Op haar pad vindt ze allerlei nieuwe mensen en ervaringen, maar ook verleidingen die ze niet altijd weet te weerstaan.

1

 

Het applaus gaat langs me heen. Terwijl de felle lichten die zojuist vijf minuten in mijn gezicht schenen gedimd worden, verschijnt het publiek. De mensen waren net onzichtbaar omdat ik in de spotlight stond, ze waren stil omdat ik ze iets te vertellen had. Nu schreeuwen zij in reactie daarop. Sommige mensen hebben tranen in hun ogen, anderen dragen een melancholische glimlach. Ze klappen hun handen rood en kijken me aan alsof ik in die paar minuten hun leven heb veranderd. 

Maar ik voel me verdoofd.

Als ik eenmaal het podium verlaat en backstage beland, staat mijn oom meteen voor me klaar. Met een stralende blik kijkt hij me aan. Mijn ogen dwalen af naar zijn donkerrode overhemd, dat netjes in zijn broek gestopt is. Zijn donkerbruine coupe heeft de afgelopen jaren plaatsgemaakt voor een kalende plek, waardoor haar alleen nog maar de zijkanten van zijn hoofd bedekt. Het is voor mannen zo makkelijk er goed uit te zien. Een nette broek en een overhemd zijn meestal al genoeg. Ik daarentegen zit zwaar onder de make-up en draag kleding die ik thuis nooit zou dragen.

‘Goed gedaan, meisje, ze vinden je geweldig.’

Als kind liep ik zingend door het huis. Als tiener begon ik mijn eigen geluid te creëren. Als jongvolwassene schreef ik liedjes over alle soorten emotie. Het begon met dramatische vertellingen van perikelen op de middelbare school en ging uiteindelijk over in diepgaande gedachten die opkwamen tijdens mijn studententijd. Al zo lang ik me kan herinneren is muziek de manier waarop ik dingen verwerk. Nog steeds is schrijven het enige wat ik wil doen als ik in een dip zit, maar ook als ik me blij voel. 

Het is hoe ik leef. 

Ongeveer twee jaar geleden begon ik mezelf op te nemen. Ik zette mijn zelfgeschreven muziek online en hoewel het openbaar was, durfde ik het niet te delen op mijn eigen social media. Liever hield ik het verborgen voor mijn vrienden en familie. Af en toe had ik eens een view van een onbekende die door een of ander algoritme uitkwam bij mijn video en in totaal had ik na het eerste jaar zo’n tien reacties verzameld op YouTube. Het verwarmde mijn hart als mensen mijn muziek mooi vonden, maar zelfs na het maken van zo’n twintig video’s, hield ik de hobby geheim. 

Het was niet dat ik mijn eigen muziek niet mooi vond. In alle eerlijkheid wist ik dat het goed was. Al mijn hele leven luister ik naar muziek en daardoor heb ik geleerd te horen wat werkt. Ik hoor de melodie en mijn eigen stem, de manier waarop de twee met elkaar speelden, voelde hoe de muziek bij me aankwam en was tevreden met het resultaat. 

Maar de liedjes die ik schreef en de video’s die ik opnam, waren ontzettend persoonlijk. En opeens hoort het hele land iedere melodieuze gedachte. 

Ik laat me meevoeren door de lange gangen van het theater. We passeren oneindige zwarte muren, een aantal mensen met headsets en plafondlampen die mijn ogen pijn doen als ik ernaar kijk. Marcus’ hand omvat mijn bovenarm om me te sturen en als we eenmaal buiten zijn, voel ik verfrissende druppels op mijn gezicht vallen.

Één verfrissende seconde. 

 

De roem begon ook met één seconde. Een seconde werd vijf minuten, want zo lang hoorde mijn moment in de spotlights te duren. Precies de lengte van het liedje dat ik voor de gelegenheid had geschreven. Het was dankzij de vele camera’s en de moderne technologie dat het een eeuwigheid werd. 

Dat ik überhaupt in die situatie terechtkwam, was de schuld van een groep mensen die boos was op de wereld en dacht dat geweld de oplossing was. Volgens hun statement, die naderhand verscheen, wilden ze de aandacht trekken voor hele serieuze problematiek – waarvan veel gebaseerd was op complottheorieën. 

Op vijftien augustus ging er een bom af in onze hoofdstad, midden op de Dam. Het was zo’n situatie die je niet gelooft als je het niet met eigen ogen ziet, maar op elk mediaplatform werden we ermee geconfronteerd. De daders waren meteen opgepakt, maar honderden mensen liepen die dag psychologisch trauma op, tientallen slachtoffers raakten gewond. Zestien mensen stierven, waarvan er een mij heel dierbaar was. Ze kwam nooit op de dam, maar had op vijftien augustus afgesproken met een vriendin uit Frankrijk die een weekend toerist kwam spelen in Nederland. Ook zij heeft het niet overleefd.

Zodra ik het nieuws hoorde, wilden de woorden naar buiten. Ik sloot me op in mijn slaapkamer en stortte me op mijn notitieboekjes alsof de teksten die ik daarin schreef haar terug zouden brengen. Ik bedacht niet één tekst over haar dood, maar tientallen, de een beter dan de ander. Ik schreef over hoe ik onze ochtenden zou missen, waarin ze ontbijt voor me klaarmaakte en we onze planning voor de dag bespraken. Één nummer was volledig gewijd aan mijn opvoeding, waarvoor ik zo dankbaar ben dat het meer een ode werd. Tot mijn eigen verbazing schreef ik ook een nummer op een snellere melodie, waarin ik terugging naar alle vele leuke herinneringen die we samen hadden. 

Er was slechts één liedje dat ik voor haar wilde zingen tijdens de herdenking die de gemeente organiseerde, een paar dagen na de tragische gebeurtenis – zoals het nieuws het steeds noemde. We verzamelden ons in de Nieuwe Kerk, zo dicht bij de plek waar alles gebeurd was. Van tevoren had ik me opgegeven om te spreken. Ik weet niet waar ik de moed vandaan haalde om dat te doen, maar ik wist dat ik iets wilde zeggen over het onrecht dat mij en alle mensen in die kerk aangedaan was. 

Voor het mijn beurt was, spraken mensen over hun verloren geliefden. Ze spraken over kracht en moed in zware tijden, over de steun die een omgeving kan bieden, over het belang van mensen die je door zo’n verlies heen slepen. 

Één meisje stond achter de katheder en kon alleen maar huilen. 

Toen het mijn beurt was om te spreken, kon ik niet opstaan. Er waren ontzettend veel mensen en ik was altijd iemand geweest die de voorkeur gaf aan de achtergrond. Dat ben ik eigenlijk nog steeds. Hoewel ik liever op mijn plek was blijven zitten, wilde ik mijn adoptiemoeder vertellen dat ze gemist zou worden. Dat ze haar stempel op de wereld had gedrukt. Op mijn wereld. 

Dus ik sloot mijn ogen, negeerde de rest van de wereld en stond op. Dit was voor Eliana. 

Daar stond ik, met mijn rechterhand op mijn onderbuik en mijn linkerhand zwevend in de lucht alsof ik haar kon aanraken, en ik zong voor haar. Het was het nummer dat ik twee dagen eerder had geschreven, op een avond dat ik me verscheurd voelde van verdriet. Het was intens om te zingen, maar ik moest het met haar delen. Met haar en met de andere slachtoffers. Met de families van de slachtoffers. Met iedereen die hetzelfde doormaakte als ik. 

De zaal was doodstil toen ik het laatste woord had gezongen en een traan rolde over mijn wang. Stilletjes ging ik zitten en de oorverdovende stilte die volgde bracht zoveel emotie met zich mee, dat niemand leek te weten hoe ze het moesten doorbreken. 

De zon prikte in mijn ogen toen ik na de dienst naar buiten liep en zonder om te kijken, vluchtte ik naar huis. Terwijl ik die middag vermoeid onder de dekens lag, ging mijn telefoon om de tien minuten af, en het interval werd steeds kleiner. Aan het begin van de avond had ik voor het eerst de energie om te kijken en naast een aantal gemiste oproepen, zag ik een schokkende hoeveelheid notificaties op mijn scherm. 

Drie tikken waren genoeg om bij het filmpje te komen dat opgenomen moest zijn door iemand die in de kerk vlak voor me had gezeten. Ik was volledig in beeld en hoorde direct de eerste klanken uit mijn eigen mond komen, maar had op dat moment de kracht niet om het filmpje af te kijken. Met een trillende hand maakte ik het scherm weer zwart en liet mijn telefoon op het tapijt vallen. Ik heb het filmpje nog steeds nooit helemaal gezien, in tegenstelling tot de rest van Nederland. 

 De broer van Eliana, Marcus, is iemand met wie we regelmatig contact hadden. Als klein meisje wist ik al dat Marcus een belangrijk beroep had, want ik zag hem nooit in iets anders dan een pak en hij was altijd aan het bellen. Eliana maakte vaak grapjes over wie hij aan de lijn had. 

‘Is het Marco Borsato? O, of misschien Jim en Jamai?’ Ze vond het zelf hilarisch en fluisterde me dan toe dat mijn oom de telefoonnummers van alle bekende Nederlanders in zijn telefoon had staan, omdat het zijn klanten waren. 

Het contact tussen Marcus en mij was vaak zakelijk. Hij vroeg me naar school, naar vrienden en naar mijn hobby’s, maar voordat we toekwamen aan diepere onderwerpen, was zijn telefoon al weer twee keer afgegaan. Sinds “de tragische gebeurtenis” is hij er constant voor me geweest. Zijn manier om met het verlies om te gaan bleek om zich volledig op zijn werk als talentmanager te storten – iets wat goed lukte nu hij een nieuwe cliënte had. Mij. 

Het was nog geen dag na de herdenkingsdienst dat iemand op het internet mijn andere video’s had ontdekt en toen ik twee dagen later weer keek, waren alle video’s honderdduizenden keren bekeken. Mijn geheim was gevonden en ik had geen idee hoe ik om moest gaan met de overvloed aan likes en reacties. De enige manier die ik kon bedenken was om er simpelweg niet meer naar te kijken.

Na de begrafenis kwam Marcus naar me toe.

‘Je bent mijn familie, Sophia,’ zei hij. ‘Ik zal er altijd voor je zijn.’

Dankbaar omhelsde ik hem. We streken neer op een bankje aan de rand van het kerkhof en deelden herinneringen over Eliana, voordat we naar de receptie gingen om met iedereen handen te schudden. Pas toen iedereen om ons heen verdwenen was, vroeg ik hem wat ik het beste kon doen met alle aandacht die ik online kreeg.

Met een zucht schudde hij zijn hoofd. ‘Sophia, dit gaat niet zomaar verdwijnen.’ Ik keek in zijn serieuze ogen en voelde mijn schouders een paar centimeter zakken. Dat het zou verdwijnen was juist precies wat ik op dat moment wilde.

Kan ík dan verdwijnen?

‘De video waarin je zingt in de kerk is bijna een miljoen keer bekeken en de mensen willen meer. Je verhaal… Het is een inspiratie voor zoveel mensen. En net voor de dienst…’ Hij doelde op het groepje tienermeisjes dat langsfietste en naar me omkeek toen ze me gepasseerd waren. ‘Mensen herkennen je nu zelfs op straat en dat zal niet van de een op andere dag veranderen. Maar ik kan je wel helpen er iets mee te doen.’ Onderzoekend keek hij me aan. ‘Als dat tenminste is wat je wilt.’

Opluchting. Ik hoefde het niet alleen te doen, Marcus ging me helpen. Op dat moment realiseerde ik me echter nog niet op wat voor manier een artiestenmanager dat precies zou kunnen doen.

 

De regendruppels krijgen slechts een paar seconden de tijd om op me te vallen. Marcus en ik stappen vlug in de auto die pal voor de achteringang geparkeerd staat. Ik schuif door zodat Marcus naast me kan komen zitten en kijk verlangend uit het raam, naar de regen. 

‘Met Marcus ten Dam.’ 

Ik hoorde zijn telefoon niet overgaan, maar hij heeft hem nu tegen zijn oor. Voor in de auto start iemand de motor en we beginnen te rijden. Straatlampen verlichten de vallende regendruppels.

‘Ja, het ging goed. Ze deed het fantastisch, zeker voor zo’n eerste optreden.’

Zijn woorden komen bij me aan en mijn hoofd weet me te vertellen dat ik blij moet zijn met dat compliment, maar mijn lichaam voelt het niet. 

 ‘Morgenochtend? Nee, dat is te vroeg. Middag zou moeten lukken… Prima. Ze is er helemaal klaar voor. Bedankt dat je dit wil doen, Saskia. Ik weet dat het kort dag is.’

Hij dempt zijn stem wanneer hij de volgende woorden uitspreekt, alsof ik ze dan niet zou kunnen horen. Alsof ik niet weet dat hij het over mij heeft.

‘Dit is het perfecte moment, dat album moet er zo snel mogelijk komen. Nu met alle pers… Ja, dat beseft ze zelf ook… Super, en heb je de band…? Goed gedaan. We zien elkaar morgen.’

Ik kijk niet op of om als hij ophangt, zie alleen de druppels neervallen op de keien in de straten van Amsterdam. 

De wereld huilt mijn tranen.

Met een vermoeide zucht sluit ik mijn ogen. 

‘Je doet het goed, meisje,’ stelt Marcus me gerust. Hij klopt bemoedigend op mijn knie. ‘Hier gaan zulke mooie dingen van komen. Heel Nederland staat op dit moment aan jouw kant en ik krijg zelfs aanbiedingen van buitenlandse pers… Maar morgenmiddag gaan we eerst de studio in met de band die we geregeld hebben om een paar van die YouTubenummers professioneel te laten opnemen.’

Met een flauwe glimlach draai ik me naar hem toe en knik. Ik wil hem zo graag dankbaar zijn voor alles wat hij voor me doet en voor de kansen die deze tragedie me heeft geboden. 

Maar ik voel me leeg. 

2

 

Lovelifeliving: Wat een stem heeft die meid. Staan deze nummers al op Spotify?

 

Het dekbed sla ik van me af, maar mijn ogen houd ik gesloten. Ik draai me nog een keer om. Iedere ochtend denk ik dat ik niet klaar ben voor een nieuwe dag en iedere ochtend sta ik op en bewijs ik mezelf het tegendeel. 

Slechts een maand geleden studeerde ik officieel af. De bijbaan die ik nog had vanuit mijn studentenperiode heb ik opgezegd en aangezien ik in de zomer- en herfstmaanden vooral aan het solliciteren was, speelde er verder vrij weinig in mijn leven. 

Het is pas twee weken geleden dat mijn leven drastisch veranderde. Sinds de begrafenis ben ik niet meer thuis geweest. Marcus regelt alles voor me. Toen ik aangaf dat het huis me te veel aan Eliana deed denken, bood hij aan mijn verblijf in een hotel te betalen. Tot ik er weer klaar voor was, of tot ik iets anders had gevonden. Toen ik zei dat ik steeds gebeld werd, stelde hij voor om mijn nummer door te schakelen naar zijn telefoon, zodat hij de pers te woord kon staan. Sindsdien is mijn telefoon weer rustig. Toen ik vertelde dat ik niet wist wat ik moest doen, kwam hij met een plan. 

‘De enige manier waarop deze aandacht verdwijnt, is als je eraan toegeeft. Je hebt aanbiedingen van elk groot radiostation, van elk tv-programma… Er liggen zoveel kansen.’

Hij keek me nadenkend aan en draaide zich naar me toe alsof er iets bij hem opkwam. ‘Je hebt die filmpjes gemaakt en op YouTube gezet, wat wilde je daarmee bereiken?’

Aarzelend keek ik hem aan en haalde mijn schouders op. ‘Ik wilde mijn muziek delen met de wereld. Ik hoopte dat iemand er misschien iets aan zou hebben, denk ik.’

Hij bleef me aankijken en vertelde me toen dat dit mijn kans was. ‘Dit is niet de meest ideale situatie, Sophia. Ik zou er alles aan doen om het terug te draaien als dat betekent dat Eliana nog zou leven.’

Even is hij stil en kijkt weg. Hij slikt, ademt diep in en zucht de lucht dan hoofdschuddend weer uit. ‘Maar het enige wat we kunnen doen is het beste maken van wat er nu gebeurt.’

En wat er nu gebeurde was dat ik met mijn muziek bijna moeiteloos het hele land zou kunnen bereiken. 

Ik dacht erover na en zei ja. Als ik mensen kon helpen met mijn verhaal, met mijn muziek en zelfs met mijn emoties, dan wilde ik dat doen. Het enige waar ik aan twijfelde was of ik het kon, maar Marcus stelde me gerust. 

‘Ik regel alles voor je. Het enige wat jij hoeft te doen, is je muziek maken.’

Met moeite open ik mijn ogen en staar naar het witte plafond. De hotelkamer is ruim. Niet alleen heeft het een groot bed en een badkamer mét bad, het heeft zelfs een soort woonkamer. Vanuit mijn positie in het bed kan ik de ingang zien. Zonlicht penetreert het raam en mijn bed is in de loop van de ochtend een warm, zweterig nest geworden, waar ik liever niet langer in lig. Ik rol op mijn zij en laat me eruit glijden. Dan beland ik op mijn knieën op het donkerrode tapijt en blijf zo zitten terwijl ik wen aan deze verticale houding. Op dat moment gaat mijn telefoon. Tegenwoordig kan ik nog maar door één persoon gebeld worden en dat is Marcus, dus ik neem op met een simpele groet. 

‘Je bent al wakker. Super. Over een uur is de eerste sessie met de band, maak je je klaar? Wil je iets eten?’

‘Ik kan roomservice bestellen.’

‘Perfect. Over vijftig minuten kom ik je ophalen, dan rijden we samen naar de studio.’

Zodra we ophangen sta ik op van de grond en loop naar de badkamer om wat water te drinken. Met duffe ogen kijk ik naar mezelf in de spiegel en realiseer me dat ik echt een uitgebreide douche zou moeten nemen om er weer toonbaar uit te zien, maar tegelijkertijd wil ik mijn notitieboek tevoorschijn halen en schrijven. Ik kies voor een middenweg. Na een snelle douche bestel ik een simpel broodje en terwijl ik dat nuttig werk ik aan een nieuw nummer. De tijd vliegt voorbij en voor ik het weet staat Marcus voor de deur. Ik werp een laatste blik in de spiegel voor ik de deur opendoe. Mijn lange, bruine haren zitten in een rommelige vlecht en met een iets te ruime trui en simpele spijkerbroek zie ik eruit alsof ik een dag ga Netflixen. Ik haal mijn schouders op en loop de deur uit. 

 

‘Kom erin,’ glimlacht de jonge vrouw die de deur opent. Marcus gaat me voor en ik loop achter hem aan naar binnen. Ik weet niet goed wat ik kan verwachten. Wat ik wel weet is dat er een band is die mijn muziek heeft ingestudeerd aan de hand van mijn video’s en dat we vandaag samen een paar nummers gaan opnemen voor het album. Het voelt vreemd om muziek te moeten maken met mensen die ik helemaal niet ken. Ik kan me niet voorstellen hoe het zal zijn om iemand anders gitaar te laten spelen en me alleen te richten op het zingen, maar Marcus zweert dat het de kwaliteit ten goede zal komen. De mosterdgele muur die ons vergezelt naar de ingang van de opnameruimte spreekt niet van luxe, maar zodra de vrouw stopt en gebaart naar de open deur waarvoor we staan, bedenk ik me dat in de gangen niet geïnvesteerd hoefde te worden. Het geld zit allemaal in de opnameruimte. 

‘Kan ik iets te drinken voor jullie halen?’

‘Twee flesjes water, alsjeblieft,’ reageert Marcus. 

De vrouw verdwijnt zodra we naar binnen stappen. Het enorme paneel met tientallen schuifjes en knopjes in de techniekruimte waarin we staan trekt mijn aandacht, maar dan richt ik me op de vrouw met kort donker haar dat gekruld om haar gezicht danst. Ze staat op van een bank die eruitziet alsof het ding hier al heel wat heeft meegemaakt. Het bruine leer doet versleten aan, maar toch lonkt het uitnodigend om erin te gaan zitten. 

De vrouw stelt zich voor als Saskia en ik schud haar hand. Meteen daarna trek ik hem terug in mijn mouw en hoewel ik luister naar de stroom complimenten die uit haar mond komt,  richt ik mijn blik op het grote raam. Erachter is de opnameruimte te zien. Bij het drumstel zit een vrouw met lang, zwart haar en een rode beanie. Terwijl ze praat met de jongen voor haar – waar ik alleen de rug van kan zien – tikt ze zachtjes met haar drumstick op een van de trommels. De jongen loopt met grote gebaren door de ruimte terwijl hij praat. Zijn blonde krullen springen bij elke stap op en neer en het ziet eruit alsof hij een goed idee aan het overbrengen is op zijn bandleden.

Op dat moment valt mijn oog op het derde lid van deze groep: een jongen aan de zijkant van de ruimte. Met een glimlach op zijn gezicht schudt hij zijn hoofd en neemt een slok water. Hoewel ik nog even zou willen observeren, klapt Saskia enthousiast in haar handen en ze gooit de deur naar de tweede ruimte open. 

Meteen valt de band stil en alle drie kijken ze me aan. Mijn ogen schieten alle kanten op, maar al snel neemt de jongen met de blonde krullen het voortouw. 

Hij schudt mijn hand. ‘Hé, Sophia is de naam? Mijn ouders hebben me Jordy genoemd, dit is Sam, de zwijgzame en soms ietwat agressieve drummer en hier hebben we Vince.’

‘Jordy,’ zucht Sam meteen. Ze staat op om mijn hand te schudden en schenkt me een geruststellende glimlach om Jordy’s omschrijving teniet te doen. Vince houdt mijn hand vast met net zo’n serieus gezicht als waar ik waarschijnlijk mee rondloop. Ik strijk met mijn hand over mijn vlecht en kijk weer naar Jordy, die duidelijk de leiding heeft over wat er hier gebeurt. 

Saskia kijkt glimlachend rond. ‘Willen jullie eerst nog even kennismaken, of…?’ 

Meteen spoelt een golf angst over me heen en ik schud mijn hoofd voordat iemand anders iets kan zeggen. 

‘Laten we de tijd goed benutten,’ zeg ik zacht. Op mijn beste dag vind ik het al lastig om mensen te leren kennen door te kletsen, laat staan nu ik me constant fragiel voel. Liever leer ik deze mensen kennen door samen muziek te maken. Mijn blik glijdt even naar Marcus, die knikt en samen met Saskia terugloopt. Zelf sta ik nog steeds verloren midden in de ruimte. Het is gevuld met allerlei instrumenten, er staan meerdere krukken en zelfs een stoffen bank die er minder comfortabel uitziet dan de leren bank achter het raam.

‘Wanneer jullie er klaar voor zijn, ben ik dat ook.’ Saskia’s stem komt uit de boxen die aan het plafond hangen en als ik naar het raam kijk, glimlacht ze bemoedigend. ‘Probeer gewoon even wat, we hebben de tijd. Het hoeft niet allemaal in één keer perfect te zijn en het zal even duren voordat jullie goed op elkaar ingespeeld zijn.’

Vince neemt plaats op een kruk en ik kijk toe hoe hij de gitaar vasthoudt als iemand die dat al doet sinds zijn eerste levensjaar. De gitaar maakt hem af, bedenk ik me. Het is vreemd dat hij de helft van het werk doet dat ik normaal gesproken in mijn eentje doe, maar als hij zonder aankondiging de intro van een van mijn liedjes begint te spelen, springt er kippenvel op mijn huid. Hij voegt er noten en akkoorden aan toe die er voorheen niet waren, maar het maakt het geluid zoveel voller. Mijn mond valt nog net niet open als ik besef hoe erg hij het nu al naar het volgende niveau tilt. 

Zijn gezicht staat serieus terwijl zijn vingers over de snaren bewegen en ik mis de noot waarop ik zou moeten beginnen met zingen. Verbaasd kijkt hij op. Zijn donkerblonde haar is niet langer dan nodig is en beweegt amper als hij zijn hoofd beweegt. In zijn ogen ligt een vraag die ik niet kan horen en niet weet te beantwoorden. Zonder nog iets te zeggen loop ik naar de microfoon toe, waarna hij opnieuw begint. 

Ik sluit mijn ogen. Terwijl ik probeer te denken aan niets dan de muziek, ben ik weer in mijn slaapkamer. Mijn vingers bewegen alsof ik de snaren zelf aansla en ik voel. Ik weet niet waarom we met dit nummer beginnen, maar het is een rustig nummer, fijn om mee te starten. Mijn stem is zacht, haast fluisterend, precies zoals past bij het gevoel dat ik wilde creëren met het lied. Het ontstond tijdens een avond waarop ik alleen thuis was. Ik had filosofische vragen over mezelf en het leven, waarna ik besloot het om te toveren tot een liedje. Elke keer dat ik het zing, zet het me aan het denken.

Tijdens het zingen ga ik op in de muziek en als ik klaar ben en mijn ogen open, zie ik Saskia tevreden knikken. 

‘Dat klonk goed, Sophia. Goed gedaan. Sam, wil jij die drums iets krachtiger doen tijdens het refrein, en Jordy, je ging net iets te snel op het eind. Meteen nog een keer?’

Het ziet ernaar uit dat Saskia overgenomen is door de creatieve flow die gepaard gaat met het maken van muziek en al snel heeft het ook mij te pakken. Anderhalf uur later hebben we het nummer een paar keer gedaan, en is het zelfs gelukt nog een ander nummer op te nemen. We zijn aan een stuk door aan het spelen en de intensiteit groeit met elke noot. Als de anderen bezig zijn met een muzikaal stuk waaraan mijn stem niet te pas komt, buk ik om mijn flesje op te pakken van de grond. Ik kijk naar de rest terwijl ik het water mijn stembanden laat verkoelen. 

Sam slaat op de drums alsof ze woedend is op de hele wereld en ik snap Jordy’s omschrijving nu. Het ziet er haast agressief uit, maar tegelijkertijd heel professioneel; nog nooit zag ik een drummer die zachtjes en beheerst op de vellen sloeg. Jordy leunt naast Sam tegen de muur en slaat de snaren van zijn basgitaar aan met een moeiteloze beheersing. Na de twee kort bekeken te hebben, worden mijn ogen naar Vince getrokken. Hij bespeelt de gitaar met een serieuze frons, alsof het van levensbelang is dat hij elke snaar aanslaat zoals het moet. Ik schrik me een ongeluk als hij me opeens aankijkt en draai me van hem af terwijl ik nog een slok water neem. 

In de techniekruimte schenkt Saskia me een glimlach, terwijl Marcus naast haar bezig is op zijn telefoon. Als de laatste noot van dat liedje gespeeld is, gaan we over op een volgend nummer. 

‘Jullie doen het echt fantastisch. Sophia, de emotie in je stem tijdens het laatste nummer was echt… Je doet het goed, meid. Nog één nummer en dan pauze?’

Ik neem weer plaats achter de microfoon. De eerste noten komen van Vince en in m’n achterhoofd voel ik een lichte pijn ontstaan. Ik herken het nummer meteen. Zijn gitaarspel is veel complexer dan het mijne ooit is geweest en het maakt de muziek tien keer beter. Maar het is aan mij om de tekst in te zingen en dit is een lied dat ik nadat ik het op YouTube plaatste nooit meer heb gezongen. 

Elk nummer dat ik heb opgenomen is er een dat dicht bij me staat. Het brengt me vaak terug naar momenten in m’n leven waarop ik in een dip zat en muziek gebruikte om mijn gevoelens op een rij te zetten. Soms weet ik pas hoe ik me over iets voel nadat ik de muziek heb geschreven. 

Dit lied gaat over mijn adoptie. Over hoe Eliana haar leven volledig heeft aangepast om mij er een te geven. De eerste woorden zing ik vol overgave, maar ik zie haar voor me. Ik zie haar gezicht en hoe haar lange, blonde haren met haar schouders probeerden te spelen als ze buiten in de wind stond. Het is het gevoel van haar armen om mijn lichaam dat zorgt voor de eerste tranen. 

Voordat ik bij haar terechtkwam wist ik niet wat liefde was. Het is het besef dat ik dat nooit meer zal ervaren dat me de microfoon uit de houder doet pakken en me op mijn knieën dwingt. Het is de muziek die ik geschreven heb die me de realiteit van haar dood doet voelen, die me de emoties brengt. Buiten de muziek om vind ik het moeilijk om überhaupt iets te voelen. 

Na de laatste noot wrijf ik de tranen onder mijn ogen weg, terwijl ik luister naar de stilte die de muziek de deur uit heeft geduwd. Achter me kucht Jordy en als ik opkijk zie ik dat Saskia met tranen in haar ogen naar me kijkt vanaf de andere kant van het glas. 

Moeizaam slik ik een brok weg en sluit kort mijn ogen, maar daarna maak ik aanstalten om op te staan. Hoewel ik zelf een poging doe, verschijnen er schoenen naast me en als ik opkijk zie ik Vince’ uitgestoken hand. Een seconde lang aarzel ik, maar dan pak ik zijn hand aan en terwijl ik iedereens blik deskundig ontwijk, loop ik de ruimte uit. 

3

 

Victor.mambo: Ik draai dit nummer echt plat. Ze kan mooi zingen, maar die teksten raken ook hard.

 

Ik was zes jaar oud toen Eliana me adopteerde. Van mijn leven voor de adoptie herinner ik me stukjes en beetjes en dat is hoe ik weet dat ik erop vooruitging toen ik in het grote gele huis van Eliana terecht kwam. Ze nam me op in haar leven alsof ik haar eigen dochter was en jarenlang hebben we daar met z’n tweeën gewoond. Op zaterdagen maakten we pannenkoeken – een traditie die we erin wisten te houden tot ik uiteindelijk uit huis ging om te studeren. Ze was nog jong toen ze me in huis nam en hoewel ik weet dat haar leven niet altijd makkelijk is geweest, was ze een baken van positiviteit. Ze zag alles van de zonnige kant en wist uit elke nare ervaring een les te halen. 

Ze was mijn superheld.

Ik wrijf met een stukje wc-papier onder mijn ogen en staar een paar seconden in stilte voor me uit. De hoofdpijn die eerder begon zet inmiddels door en ik vraag me af hoelang we hier nog bezig zijn. Als ik in de spiegel kijk zie ik dat mijn ogen wat rood zijn geworden. Ik plens water in mijn gezicht en droog het met een nieuw stuk wc-papier. Zodra ik de gang oploop kom ik Marcus tegen en ik wil hem vragen naar de planning, maar hij is aan het bellen en steekt zijn vinger op ten teken dat hij nog even bezig is, terwijl hij richting de uitgang loopt.

De techniekruimte is leeg en ik loop door naar het opnamegedeelte, waar de band op Vince na verdwenen is. Vanuit de deuropening kijk ik naar hem; hij heeft me nog niet gezien. Uit zijn gitaar komt een melodie en zijn hoofd beweegt mee op het ritme. Het is een van mijn nummers, maar ook voor deze heeft hij het instrumentale gedeelte rijker gemaakt. 

Wanneer hij opkijkt draai ik me eerst van hem af, maar loop dan toch naar binnen alsof ik dat al die tijd al van plan was. Zijn spel wordt wat langzamer en vanuit mijn ooghoeken zie ik dat hij naar me kijkt. M’n ogen waren er echter niet voor nodig, want ik voel het ook. Ik kijk niet terug, maar pak een nieuw flesje water uit de koeling en laat me langs een van de muren naar beneden glijden. Met gesloten ogen luister ik naar de melodie en een kriebel trekt door mijn lichaam als hij zelf de tekst begint te zingen. 

Zijn stem is diep, zuiver en heeft een rauw randje. Vol verwondering open ik mijn ogen, klaar om oogcontact te maken, maar nu heeft hij zijn ogen gesloten. Hij gaat op in de muziek – mijn muziek – en zingt het nummer helemaal uit. Ik heb nooit geweten hoe het voelt als mijn muziek door anderen gespeeld of gezongen wordt, maar het is… Het voelt goed. En zijn stem… Ik zou de hele dag naar zijn stem kunnen luisteren. 

Als hij klaar is kijk ik hem nog steeds aan en nu beantwoordt hij mijn blik. 

‘Dat was…’ begin ik fluisterend, maar ik schud mijn hoofd omdat er geen woorden bestaan die kunnen omschrijven wat ik tegen hem wil zeggen. In plaats daarvan leg ik mijn hand tegen mijn hart en ik ril van plezier. Zijn glimlach ontneemt me de adem. 

‘Sophia, je muziek…’ begint Vince, maar op dat moment komen Jordy en Sam terug van hun pauze. 

‘Ah, alle muziekmakers zijn herenigd in de studio,’ merkt Jordy opgetogen op. ‘Kennen jullie dat filmpje van Jimmy Fallon en die gast van The Hangover, waarbij ze letterlijk niet kunnen stoppen met lachen? Ongekend! Ik zou het elke dag wel kunnen kijken.’

Blijkbaar hadden Jordy en Sam hun eigen manier gevonden om uit de bedrukte sfeer van de muziek te komen, want ook zij gaat met een brede glimlach weer achter de drums zitten en voorziet ons direct van een ritmisch melodietje. 

‘Dus chica, je bent op weg naar wereldroem. Over een paar maanden ben je overal op de radio… als die video’s van je al een indicatie zijn. Ongelooflijk. Hoe snel kan het gaan? Wij spelen al jaren, maar nog altijd meer als bijbaan dan als een toekomstplan. Wie weet til jij ons ook wel naar een hoger niveau.’

‘Zeg, leg haar eens niet zulke verwachtingen op,’ reageert Vince, die zijn bandgenoot een speelse duw geeft. ‘Je mag zorgen voor je eigen succes, niet meeliften op dat van een ander.’

‘Altijd zo’n morele ridder, die Vince.’

‘Sophia, wil je een van onze eigen nummers horen?’ vraagt Sam, die haar ritmische getik onderbreekt en me vragend aankijkt. Na een knikje van mij beginnen ze te spelen, alsof ze het ingestudeerd hebben. Misschien hebben ze van tevoren afgesproken welk nummer ze mij wilden laten horen, of misschien is er iets in de beat die Sam inzette waardoor ze het na één noot al wisten. 

Ik laat een vermoeide zucht ontsnappen en leun met mijn volledige gewicht tegen de muur. Het klinkt goed. Het is een sneller nummer dan wat we vandaag tot nu toe hebben opgenomen en het verbaast me niet dat Vince de zang doet. Halverwege het nummer verschijnt Saskia weer achter het raam en met een glimlach kijkt ze toe hoe de jongens spelen. Ook Marcus is terug en zonder aarzeling loopt hij de opnamestudio in. Hij hurkt naast me en kijkt me met een korte glimlach aan, de muziek wordt gestaakt.

‘Het gaat super, Sophia. We hebben al heel veel bruikbaar materiaal, waarschijnlijk zijn de liedjes die jullie tot nu toe gedaan hebben goed. Zullen we er vandaag nog een paar doen en dan morgen verdergaan?’

Hij pakt mijn hand vast en helpt me omhoog, waarna hij me weer voor de microfoon zet. 

‘Zet ‘m op, meissie.’

Dan loopt hij terug en zodra de deur achter hem dicht is, kijk ik Saskia vragend aan. Ze schuift en tikt wat, maar dan knikt ze. Ik vouw mijn handen om de microfoon en haal diep adem. Zonder te overleggen begin ik een van de nummers. Het begin in a capella doen geeft een extra dimensie aan het nummer en de band valt me op de juiste momenten bij. Ik ben onder de indruk van hoe ze mijn muziek door en door lijken te kennen en het met hun vaardigheden naar een hoger niveau tillen. 

Terwijl ik zing hou ik mijn ogen gesloten. Als ik bedenk dat ik in een studio sta en niet in mijn eigen slaapkamer, voelt de ervaring buitenaards, maar als ik het niet zie kan ik mezelf nog net voor de gek houden. Hoe kan het leven zo snel veranderen?

 

Het is al bijna avond tegen de tijd dat we klaar zijn en terwijl iedereen de ruimte verlaat, houdt Saskia me nog even in de studio. Ze komt op een stoel tegenover me zitten en kijkt me met een glimlach aan. Ik glimlach flauw terug, want de vermoeidheid trekt aan me als een klein kind dat naar huis wil, wat mij verandert in precies dat kleine kind.

‘Meid, wat je hier vandaag neergezet hebt is ongeëvenaard. Ik kan me alleen maar voorstellen wat je op dit moment doormaakt, en dat je ervoor kiest om dat om te zetten in zoiets moois… Het is echt knap.’

‘Dankjewel,’ fluister ik. 

‘We gaan morgen lekker verder, ik denk dat we dat album misschien al wel deze week opgenomen kunnen hebben. Maar als het op enig moment te veel wordt, wil ik dat je het aangeeft. Je hoeft me maar aan te kijken en we nemen een pauze, oké?’

Ik knik. 

‘Je bent niets verplicht. Voel je vooral vrij om de tijd te nemen om deze verhalen te vertellen op jouw manier. Laat het weten als je het ergens niet mee eens bent. Dit is jouw muziek en dat blijft het ook.’

Ik knik nogmaals en kijk naar de handen in mijn schoot, die onrustig bewegen. 

‘En laat het weten als je een knuffel nodig hebt.’

Mijn ogen vinden de hare en ze glimlacht vriendelijk, maar de bezorgdheid is af te lezen van haar hele lichaam. Ik vermoed dat ze kinderen heeft, want ze straalt iets moederlijks uit. Met nog een klein knikje sta ik op en na een binnensmondse groet verlaat ik de ruimte.

Op de gang tegenover de deur van de studio staat Vince. Jordy, Sam en Marcus zijn nergens te bekennen. Vermoeid wrijf ik over het stukje huid tussen mijn wenkbrauwen.

‘Hij is de auto voor je aan het halen,’ zegt Vince, terwijl hij zich van de muur afzet en met me meeloopt richting de uitgang. Ik knik ten teken dat ik hem gehoord heb. De dag was ontzettend vermoeiend en hoewel Vince iemand is met wie ik op zich graag zou praten, merk ik dat ik op ben. Ik ben al weken op, en doe alleen wat hoognodig is. 

Buiten staan Jordy en Sam te praten, Sam met een sigaret tussen haar lippen en Jordy met een fiets tussen zijn benen. 

‘Hé, willen jullie nog ergens wat drinken?’ stelt Sam voor. Ik sla mijn armen over elkaar en tuur de straat in om te zien of Marcus er al aan komt. 

‘Zou tof zijn je wat beter te leren kennen, Sophia,’ zegt Jordy. Ik bijt op mijn lip en tuur nogmaals de straat in. 

‘Eh,’ stamel ik. Ik ben nog bezig een smoes te bedenken als Vince me redt.

‘Jongens, vandaag even niet, oké? Ik ben echt kapot. Laten we later deze week even een biertje doen ergens.’

Op dat moment rijdt een bekende auto de straat in en ik wacht onrustig tot ik in kan stappen. 

‘Dit alternatief accepteer ik,’ knikt Jordy plechtig. ‘Sophia, het was me een eer en een waar genoegen. Ik wens je een fijne avond en tot morgen.’

Met een ongemakkelijke zwaai naar de groep, loop ik naar de auto toe als Marcus voor ons tot stilstand komt. Pas als ik er bijna ben merk ik dat Vince me volgt en ik kijk verbaasd toe hoe hij de deur voor me opentrekt. 

‘Ik ben er voor je. Als je met iemand wilt praten.’ Hij praat zachtjes en drukt subtiel een briefje in mijn handen, terwijl hij de deur voor me openhoudt. ‘Je bent niet alleen.’

Ik ben volledig van m’n à propos en staar hem aan. Zijn bruine ogen kijken me oprecht aan en lijken niet te wachten op een reactie, maar alleen te willen bevestigen wat zijn woorden me net ook duidelijk probeerden te maken. 

Samen alleen.

Ik kijk van het briefje weer naar hem, waarna ik met luid kloppend hart in de auto stap. Hij sluit de deur en we rijden weg. Ik durf niet om te kijken. 

4

 

Sophia: Hoi.

Vince: Hé, Sophia. Tof dat je appt.

Sophia: Ja… Hoelang speel je al muziek?

Vince: Nou… Het begon met lessen klokkenspel op de basisschool. Boer er ligt een kip in ’t water was het eerste liedje dat ik ooit onder de knie had. Daarna ging ik over op de blokfluit en al snel nam ik gitaarles. Ik werd verliefd op de klanken die dat stuk hout maakt en heb daarna nooit meer een ander instrument opgepakt.

Sophia: Zelfs niet voor de sporadische klokkenspel jamsessie?

Vince: Haha! Zelfs daar niet voor. Hoewel ik weleens blokfluit heb gespeeld tijdens een nostalgisch kerstfeest… 

Sophia: Volledig acceptabel.

Vince: Dacht ik ook. Op de middelbare school zat ik voor het eerst in een band, samen met twee maten. Dat liep spaak toen bleek dat ze het alleen deden voor de meiden en we gingen ontzettend af tijdens ons eerste en enige optreden. Daarna heb ik een tijd solo muziek gemaakt. Op m’n zolderkamer, zonder toeschouwers. Maar zo heb ik echt goed gitaar leren spelen en een eigen stijl ontwikkeld. 

Sophia: Ik weet alles van solo spelen op een zolderkamer.

Vince: No way, had je ook een zolderkamer? Wat zijn we verdorie stereotype artiesten.

Sophia: Zo onorigineel.

Vince: Tijdens m’n studententijd begon ik te spelen met Jordy en Sam. Het zijn toffe muzikanten, maar konden niet meer van elkaar verschillen. We werken al een tijd samen met de studio en treden zelf af en toe op, maar zoals Jordy al zei doen we het meer voor de lol dan dat we verwachten er een carrière van te kunnen maken. 

Sophia: Je bent goed, Vince. Je zou er een carrière van kunnen maken. Je gitaarspel is goed en je stem… 

Vince: Mijn stem… Wat?

Sophia: Kippenvel.

Vince: Dank je. 

Vince: En jij? Had je ooit verwacht dat je zolderkameropnames een groot publiek zouden bereiken?

Sophia: Nooit. 

Vince: Maar hier zijn we dan.

Sophia: Ik heb ze altijd geheim gehouden, ook al stonden ze op openbaar. M’n vrienden wisten er niet eens van, maar ik voelde toch de neiging het op de een of andere manier te delen met de wereld. Alleen al het idee dat andere mensen, mensen die meemaakten wat ik meemaakte, er iets aan zouden kunnen hebben… Het voelde egoïstisch om het niet te delen.

Vince: Je muziek is ontzettend geïnspireerd. Elk nummer vertelt niet alleen een verhaal, maar raakt ook een emotie. Hoe heb je zo leren schrijven?

Sophia: Ik heb oprecht geen idee. Door het altijd al te doen? Ik ben constant bezig met liedjes schrijven, maar er zijn er veel die nooit een melodie krijgen. Ik weet niet hoe ik zou moeten stoppen met schrijven. 

Vince: Je bent een natuurtalent.

Sophia: Dank je.

Vince: Muziek heeft me altijd al geholpen, met… Ik weet niet, het leven? Klinkt dat te zwaar? 

Sophia: Klinkt precies goed.

Vince: Er is geen enkele situatie in mijn leven geweest waarin muziek niet heeft geholpen. In een lied de emoties horen die ik zelf ervoer, in één zin van een songtekst een diepgaand nieuw inzicht krijgen, me begrepen voelen door artiesten… En sommige nummers leren me iets nieuws over het leven.

Sophia: Schrijf je zelf?

Vince: Ja… Maar ik speel het nooit voor anderen… Daar is veel lef voor nodig.

Sophia: Ook nergens in de krochten van het internet onder een anonieme naam?

Vince: Zit je in m’n hoofd?

Sophia: Stuur me de link. 

Vince: Ik impliceerde dat ik het lef niet heb.

Sophia: Is het niet meer dan eerlijk dat ik ook een kijkje mag nemen in jouw ziel?

Vince: Klik hier voor “De dag dat we afscheid namen”.

Vince: Ik weet dat het liedje 3:49 duurt, waar blijf je?

Vince: Man, dit is zenuwslopend.

Sophia: Sorry! Ik keek hem twee keer. 

Vince: En?

Vince: Wacht, nee. Wil ik het weten?

Sophia: Het is goed, Vince. En ergens weet je dat zelf ook. Iemand die zo met muziek bezig is weet objectief gezien dat het goed in elkaar zit.

Vince: Of de emotie overkomt kun je nooit voorspellen.

Sophia: Dat komt ‘ie. Zeven minuten en achtendertig seconden lang voelde ik me gebroken. Ik voelde me verlaten door mijn beste vriendin en hoewel ik wist dat het voor ons beide het beste was, verscheurde het me. Ik voelde me alleen, verraden en verloren, maar tegelijkertijd voelde ik een sprankje hoop omdat ik wist dat ik er weer bovenop zou komen. 

Vince:

Sophia: Het is goed, Vince.

Vince: Klinkt alsof je het zelf hebt meegemaakt.

Sophie: Ik heb wel eens een vriendje gehad, ja. Maar ik heb me niet zo gevoeld toen het uitging, dat was puur jouw muziek.

Vince: Is het voor jou ook makkelijker om te schrijven over… pijn? Ik heb meer moeite met schrijven als ik blij en gelukkig ben dan wanneer ik in de put zit.

Sophia: Dat is de eeuwige hel waarin artiesten leven, denk ik. Inspiratie komt voort uit moeilijke tijden, maar die moeilijke tijden zorgen niet voor geluk.

Vince: Mijn theorie is dat artiesten dingen anders voelen dan de meeste mensen. Intenser, misschien? Hogere ups, lagere downs.

Sophia: Misschien. Maar misschien blijven we er juist in hangen omdat we die pijn vervolgens onder een microscoop leggen, om er iets van te kunnen maken. We zetten het om in productiviteit. 

Vince: Dat is waar. Ik vraag me soms af of het daardoor erger is. Wellicht is het beter om de pijn door te maken en er niet iets productiefs van te maken.

Sophia: Ik moet gaan.

Vince: Sorry, Sophia, ik bedoelde niet…

Sophia: Nee, snap ik. Ik moet echt gaan. 

Vince: Tot morgen.

5

 

Peter_starwars: Ik zou ‘r doen.

 

Met een slome beweging til ik mijn arm op en kijk toe hoe de waterdruppels van mijn vingers glijden. Het bad begint zijn warmte te verliezen of mijn lichaam begint eraan te wennen, want er trekt een rilling door mijn lijf. De nacht kwam ik goed door en ik voel me beter uitgerust dan gisteren. Een lang bad is de perfecte toevoeging aan deze ochtend. 

Over drie uur moet ik weer in de studio zijn, maar voor die tijd ga ik lunchen met twee vriendinnen. Afgelopen maand heb ik ze amper gesproken, maar gisteren stuurden ze me een berichtje in de groepsapp. Eigenlijk zie ik er wat tegenop, maar misschien is het wel heel leuk om mijn vriendinnen weer eens te zien. Vanmiddag word ik verwacht in de studio en vanavond staat er een optreden op de planning – een van de belangrijkste avondprogramma’s heeft me uitgenodigd er een nummer te komen spelen. Het voelt raar dat mijn dag opeens bestaat uit het nemen van muzikale beslissingen, zoals welk nummer ik zal zingen, maar het houdt me al de hele ochtend bezig. Ik weet dat mensen hopen op een herhaling van het nummer voor Eliana, maar ik weet niet of ik aan dat verzoek kan en wil voldoen. Het is haar nummer, ik heb het voor haar gezongen… Niet voor de rest van de wereld. 

 

Mijn hart klopt in mijn keel als ik het café binnenloop. Meteen zie ik Miranda zitten, achterin de ruimte. Altijd als we afspreken doen we dat hier, in een tearoom waar de muur vol met verschillende potjes thee de hoofdattractie is. Als ik naar Miranda toe loop zie ik dat ook Rowanne er al is, beiden met een kopje thee in hun handen. Bij de bar bestel ik vast een simpele groene thee en daarna begeef ik me naar achteren. 

We kennen elkaar al sinds de middelbare school en nu we alle drie net afgestudeerd zijn, liepen onze paden nog steeds gelijk. We waren hard aan het solliciteren en in de herfst gingen meerdere gesprekken over de dilemma’s die ons millennials dagelijks teisteren, zoals of we een fulltime baan wilden, of liever gingen rondreizen in Zuidoost-Azië.

‘Soof!’ kirt Miranda. Ze komt meteen omhoog en drukt twee zoenen op mijn wangen, waarna ze weer gaat zitten en haar handen om haar kop thee sluit. Rowanne staat ook op en glimlacht kort naar me, voordat ze me een lange knuffel geeft. Na een diepe ademhaling laat ik haar los en ga op de vrije stoel zitten. 

‘Het voelt alsof we je eeuwen niet gezien hebben,’ merkt Miranda op. ‘Ik heb je zoveel te vertellen.’

Miranda was altijd al de prater in ons kleine vriendengroepje en die rol neemt ze ook nu op zich. Ergens ben ik er blij mee, want het leidt de aandacht af van mij. Ze vertelt honderduit over haar banenjacht en de paar sollicitaties die ze tot nu toe al heeft gedaan, terwijl ik luister en knik en… af en toe afdwaal. Rowannes gezichtsuitdrukking vertelt me dat zij inmiddels behoefte heeft aan een ander gespreksonderwerp en als iemand die al jaren met Miranda omgaat weet ze haar als geen ander te onderbreken. 

‘Echt goed dat je zo op zoek bent, je vindt vast snel iets. En Soof, hoe gaat het met jou?’

Ik kijk haar aan over de rand van de mok die tijdens Miranda’s spraakwaterval gebracht werd en haal langzaam mijn schouders op. Ik hoop dat Miranda weer van wal steekt met een nieuw verhaal, maar ze neemt net een slok van haar thee. 

‘Het gaat.’

‘Je leven moet echt volledig op z’n kop staan,’ merkt Rowanne op. Miranda kijkt me nieuwsgierig aan, alsof ze mijn reactie dolgraag wil horen maar er niet zelf naar wilde vragen.

‘Ja, het eh… is even wat anders dan de banenjacht.’

‘Je hebt zo’n geluk… Van de een op de andere dag heb je een carrière. En wat voor één.’

Mijn onbegrip voor die opmerking is ook af te lezen van Rowannes gezicht en Miranda gooit onschuldig haar handen in de lucht. 

‘Zo bedoelde ik het natuurlijk niet…’

We zijn alle drie stil. In plaats van de kleine ronde tafel waaraan we zitten, voelt het alsof ik aan het uiteinde zit van een lange rechthoekige tafel, waarvan zij aan de andere kant zitten. Ik ben hier met mijn twee beste vriendinnen, maar voel me helemaal alleen. 

‘Ik eh… snap het eigenlijk niet zo goed,’ begint Rowanne voorzichtig. ‘Hoe… Hoe ben je hiermee begonnen? Al die video’s die opeens opdoken op het internet. Ik wist niet eens dat je zo muzikaal was.’

‘Het was gewoon een hobby,’ zeg ik vlug. ‘Ik wilde het niet delen met de wereld.’

Rowanne fronst. ‘Maar je zette het wel online.’

‘Ik wilde…’ Ik zucht, want ik weet niet of ik het ze uit kan leggen. Het is moeilijk te verwoorden dat ik dacht mensen te kunnen helpen met mijn teksten, met mijn melodie. Dit is de reden dat ik het nooit iemand in mijn wereld vertelde, ik dacht niet dat ze het zouden begrijpen. 

‘Zo vreemd vind ik het ook niet, wie droomt er nou niet van een popsterrenbestaan?’ merkt Miranda achteloos op. ‘Als ik zo kon zingen als jij, had ik allang een YouTubekanaal met duizenden volgers.’

Rowanne schudt geïrriteerd haar hoofd en wuift Miranda’s woorden weg. ‘Ik begrijp dat het een uitlaatklep was… Maar het voelde nogal vreemd dat ik door een collega gewezen werd op je video’s, terwijl ik dacht je beste vriendin te zijn,’ zegt Rowanne. 

Het is haar goed recht. Mijn geheimzinnigheid heeft haar gekwetst en dat snap ik. Maar ik kan het niet terugnemen. 

‘Sorry.’

Ook al kan ik haar uitleggen waarom ik het achter heb gehouden of waarom ik het überhaupt online plaatste, ik kan haar niet uitleggen wat dat betekent voor onze vriendschap. Voor haar is nu gebleken dat die minder diep gaat dan ze misschien dacht. Ik vraag me eigenlijk alleen maar af of ik in staat ben tot meer dan dat. 

 

Na een ongemakkelijk afscheid waarin we alle drie beloven contact te houden, loop ik rillend over straat. De frisse wind duwt mijn haren uit mijn gezicht en de capuchon op mijn hoofd verbergt me enigszins van de mensen om me heen. 

Ik weet niet of we contact zullen houden. Enerzijds wil ik het, anderzijds voel ik een afstand die te ver lijkt om te overbruggen. Dat kost alleen maar energie. Schaarse energie… Onderweg kijk ik op mijn telefoon en zie dat Marcus me een bericht heeft gestuurd. Over een kwartier begint de studiotijd en hoewel ik had gehoopt van tevoren nog even te rusten, kan ik nu niets anders dan in een keer doorgaan. 

Bij het gebouw zie ik Vince al vanaf een afstandje staan. Ik trek mijn jas recht en doe mijn capuchon af, waardoor mijn wilde bos donkere haren tevoorschijn komt. 

‘Hé,’ groet hij, waarna hij de deur voor me opent. Ons gesprek gisteravond was fijn, ook al heb ik het eerder afgekapt dan ik had gewild. Tijdens de minuten dat ik met hem aan het appen was, voelde ik me onderdeel van iets. Minder alleen. De rest van de avond heb ik geprobeerd dat gevoel in muziek te vatten, maar zonder succes. 

‘Iedereen is er al. Saskia heeft het erover dat we vandaag proberen nog drie nummers op te nemen, misschien vier. Maar Marcus zei dat je op tijd weer weg moet, dus we kijken hoe ver we komen. Wij zijn er in ieder geval helemaal klaar voor.’

Ik knik terwijl we door de gangen lopen, op weg naar de opnameruimte. Sam glimlacht naar me vanachter het drumstel en Jordy groet me joviaal. Nu we een aantal van mijn nummers achter elkaar opnemen, besef ik hoeveel ervan gaan over eenzaamheid. Als we eenmaal klaar zijn om te beginnen, is het liedje waarmee we beginnen ook een dat ik schreef op een moment dat ik me totaal onbegrepen voelde door iedereen in mijn omgeving. Na mijn eerdere gesprek met Miranda en Rowanne, kan ik me weer helemaal inleven in dat gevoel.

Ik ga achter de microfoon staan en het voelt vreemd om dit nummer te zingen in de studio, wetende dat het doel van dit hele project een album is dat gehoord moet worden door heel Nederland. Én België. Waarom ervoer ik dit gisteren niet zo? 

Dan herinner ik het me. Ik had mijn ogen dicht. Snel sluit ik ze en beeld me opnieuw in dat ik in mijn slaapkamer ben. Het zachte tikken op het drumstel, de zware tonen van de bas en het uitgebreide gitaarspel van Vince dringen via mijn oren naar binnen. Vervolgens verlaten de klanken mijn keel alsof ik niet anders kan. Zodra ik de muziek hoor ben ik terug in het moment waarop ik het schreef en het enige wat ik hoef te doen is die emotie laten doorklinken in mijn stem. 

Het opnemen van mijn muziek valt me mee. Omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn was ik bang dat ik steeds sociaal moest doen, maar tot nu toe werken we gewoon hard door en is er weinig tijd om tussendoor te kletsen. Dat bevalt me wel.

Van de eerste twee nummers doen we een paar opnames en als we uiteindelijk aan de derde willen beginnen vindt Saskia het tijd voor een pauze. Terwijl iedereen de ruimte verlaat om een frisse neus te halen, neem ik een slok water en zie hoe Marcus zo druk bezig is op zijn telefoon dat hij niet door lijkt te hebben dat de rest verdwenen is. 

Altijd heb ik moeten aanhoren hoe hard Marcus werkt, we zagen hem maar af en toe. Eliana had respect voor zijn werkethiek. Tijdens zijn studententijd heeft hij altijd een bijbaan gehad en na zijn studie heeft hij een traineeship gedaan bij een grote muziekstudio. Na een paar jaar actief geweest te zijn in dat veld, begon hij zijn eigen managementbureau – wat volgens mij het moment is dat hij ging van strak in het pak naar een nette broek met overhemd. Hij is een van de meest gewilde managers in het land en ik weet dat ik van geluk mag spreken dat hij mijn belangen behartigt. Zou hij zijn andere artiesten nu links laten liggen om iets van mij te maken? 

Vorige week ben ik dankzij hem op tv geweest. Het kan niet makkelijk zijn me zomaar in zo’n show te krijgen om een liedje te zingen, maar hij heeft het geregeld. Binnen twee weken stond ik hier in de studio en volgens mij heeft hij al allemaal plannen gemaakt voor het schieten van videoclips. Terwijl ik sta te kijken hoe hij verzonken is in zijn werk, weet ik dat hij me ver kan brengen.

‘Sophia,’ zegt hij opeens. Misschien had hij toch door dat er een pauze ingelast was. ‘Vanavond komt er een stylist langs met wat kledingopties voor de uitzending, ze is om zeven uur in je hotelkamer.’

Ik knik ten teken dat ik hem gehoord heb. De vorige keer maakte ze me zwaar op en kleedde ze me in het zwart. Smokey eyes zijn haar specialiteit – en inmiddels mogelijk mijn trademark. Ze speelt duidelijk in op mijn imago als rouwende dochter.

Uit mijn tas in de hoek van de ruimte vis ik mijn notitieboekje. Ik ga tegen de muur zitten met mijn knieën opgetrokken als steun voor het boekje en begin te schrijven. Inspiratie slaat altijd toe op de vreemdste momenten, maar als ik eenmaal zinnen in m’n hoofd krijg, moet ik ze meteen op papier zetten, anders blijven ze zich constant herhalen en kan ik nergens anders aan denken. 

Ik zit volledig in m’n eigen hoofd als ik opschrik van een hand op mijn knie. Ik zoek de ogen van degene die de hand bestuurt en vind twee blauwgrijze kijkers die me verontschuldigend aankijken.

‘Sorry,’ fluistert Vince. Vanaf hun plek in de ruimte kijken Jordy en Sam afwachtend toe en ik werp een blik op Saskia, die achter het raam naar me glimlacht. 

‘Ben je er weer klaar voor, Sophia?’

Ik sluit mijn boekje en leg het naast me op de grond. Vince’ hand voelt zwaar op mijn knie en als ik er klaar voor ben steekt hij hem uit om me omhoog te helpen. 

‘Sorry, ik was…’ begin ik hoofdschuddend. 

‘Ik weet het,’ onderbreekt hij me, waarna hij naar zijn gitaar toeloopt en deze oppakt. 

Hij weet het, hij snapt het, hij begrijpt het.

Op dat moment voel ik me even iets minder alleen. 

6

 

LisaLovesHorses: Hoe kan je deze video in hemelsnaam disliken? Dan heb je echt hulp nodig, dit is 100% puur.

 

Mijn haren zien eruit alsof er niets mee gedaan is; ze hangen nonchalant om mijn schouders. Toch wist mijn styliste er een half uur tijd aan te besteden en afgezien van wat extra volume ziet het eruit zoals altijd. Mijn ogen zijn opnieuw zwaar opgemaakt en ik merk op dat alle make-up die ze gebruikt waterproof is. Mijn lichaam is gehuld in een strakke spijkerbroek en een wijd zwart shirt, waarvan één kant continu van m’n schouder afzakt. Als ik hem meermaals omhoog schuif, verduidelijkt ze dat die look de bedoeling is en ik ervan af moet blijven. 

‘Je ziet er mooi uit,’ glimlacht Marcus, als we samen in de auto zitten. Vaak rijdt iemand anders ons, maar dit keer zit hij zelf achter het stuur en zit ook ik voorin.

‘Vanavond is het slechts jij en je gitaar. Één liedje en het zit er alweer op. Geen interviews, zoals je verzocht… Alleen muziek.’

Ik knik. Marcus heeft me in het begin geprobeerd over te halen om ook op de praatstoel te gaan zitten, maar ik zou niet weten hoe ik mijn gevoelens zou moeten overbrengen zonder gebruik te maken van een melodie. Ik wil niet met vreemden praten over wat er in me omgaat, dat lukt me met mijn naasten nog niet eens. 

Sterker nog, ik wéét helemaal niet wat er in me omgaat. 

‘Luister, Sophia. Er zijn een aantal nummers die het beste tot hun recht komen wanneer ze door jou gezongen en begeleid worden op de gitaar. Maar ik denk dat de band veel toe kan voegen aan de muziek, ook live. Denk er vast over na of je de groep wilt gebruiken die nu met je in de studio staat, of dat je straks verder wilt zoeken. Er zullen binnenkort een aantal concertdata plaatsvinden – alleen in kleine, intieme zalen, zoals je aangaf. Een band zal dan een aanwinst zijn.’

’Ja, nee, dat denk ik ook,’ zeg ik meteen. ‘Deze band is prima.’ Als er meer mensen op het podium staan, gaat misschien niet alle aandacht naar mij uit. Of voelt het tenminste alsof de aandacht gedeeld wordt. 

‘Je mag erover nadenken,’ verduidelijkt Marcus. ‘Maar als je het zeker weet, zal ik met ze overleggen zodra we klaar zijn met de opnames.’

 

Achter de schermen probeer ik mezelf rustig te houden met ademhalingsoefeningen. Ik weet van de vorige keer dat als ik eenmaal aan het zingen ben, het wel gaat. Tot die tijd ben ik net zo nerveus als ik was voor mijn musical in groep acht. Misselijkmakend nerveus.

Om me heen lopen de hele tijd mensen van hot naar her. De studio is ingericht als een moderne bar, met een lange tafel waaraan gasten met elkaar in discussie zijn over een onderwerp dat volledig langs me heen gaat. Eromheen zit publiek, maar het zijn niet meer dan vijftig mensen, vermoed ik. 

Iemand stoot me aan en wijst naar waar ik moet gaan staan. 

‘Dames en heren, onze volgende gast is de jongedame waarvan Nederland al twee weken in de ban is. Na de tragische gebeurtenis op 15 oktober was de hele Nieuwe Kerk stil toen ze het eerbetoon aan haar moeder zong en sinds die dag hebben haar video’s honderdduizenden hits op YouTube vergaard. Vandaag is ze hier om een van haar nummers te zingen: Sophia Vonk.’

Met een brok in m’n keel loop ik het kleine podium op, biddend dat die brok zo verdwijnt. De sfeerverlichting is subtiel en zorgt ervoor dat ik niet in fel licht sta als ik plaatsneem achter de microfoon. De gitaar die ik vastheb geeft me enige houvast en terwijl iedereen gespannen wacht op woorden die uit mijn mond moeten komen, haal ik diep adem. Ik sluit mijn ogen en sluit me af. Dan speel ik. 

Een paar minuten lang ben ik alleen met de muziek, met mijn emoties en met het verhaal dat ik wil vertellen. Het is een heerlijke eeuwigheid, tot het afgelopen is. Ik sla de laatste snaar aan en kijk voorzichtig op. Mijn blik vindt de ogen van de presentator, die het applaus inzet. 

‘Sophia Vonk, dames en heren! Geef haar een groot applaus – wat een talent.’

Terwijl hij zijn lofzang start en begint aan het promotiepraatje over mijn album en concertdata, loop ik achteruit het podium af, hopend dat de camera’s niet meer op mij gericht zijn. 

‘Je was fantastisch, meissie.’ Marcus slaat een arm om me heen en wrijft kort over mijn bovenarm. Door de boxen in de ruimte hoor ik hoe de presentator nog steeds over mij aan het praten is, maar ik hoef het niet te horen. Ik ken m’n eigen verhaal. 

Vragend kijk ik Marcus aan en hij knikt, waarna hij nog iets zegt tegen een van de mannen die bij ons staan. Ze schudden elkaar de hand en vervolgens leidt Marcus me de ruimte uit. Het is fijn dat mijn oom meestal geen woorden nodig heeft om te begrijpen wat ik bedoel.

 

Vince: Je optreden was prachtig.

Sophia: Ik ben van tevoren altijd zo nerveus. Als ik eenmaal zing, dan gaat het wel…

Vince: Dan kom je in de bubbel.

Sophia: Precies. Alles valt weg en dan ben ik gewoon… alleen.

Vince: Kijk je de laatste tijd nog wel eens op internet, of blijf je er ver vandaan?

Sophia: Ik probeer het te negeren…

Vince: Je hebt er duizenden fans bij. Ze vinden je fantastisch.

Sophia: O ja?

Sophia: Ik weet niet of ik er blij mee moet zijn of het eng moet vinden.

Vince: Een beetje van allebei, waarschijnlijk. Waarom maakt het je blij?

Sophia: Omdat ik mensen bereik met mijn muziek. Ik heb het gevoel dat het ze aan het nadenken zet, dat het er op de een of andere manier voor ze kan zijn.

Vince: Dat je er mensen mee helpt?

Sophia: Ja… 

Sophia: Misschien.

Vince: Dat doe je. En waarom vind je het beangstigend?

Sophia: Ik ben altijd iemand geweest die het prima vindt op de achtergrond en ik word nu gedwongen naar de voorgrond te treden. Ik weet niet of ik er klaar voor ben, ik weet niet of ik het kan, ik weet niet of ik het wil. Wat ik wel weet is dat ik de aandacht ongemakkelijk vind. 

Vince: Het is ook niet bepaald geleidelijk verlopen.

Sophia: Nee… 

Vince: Hoe kwam dat? Ik vermoed dat Marcus daar ten tonele verscheen?

Sophia: Toen bleek dat die eerste video viral ging, maakte ik me nog niet zo druk. Pas toen mijn andere video’s ook zoveel hits kregen, begon pers me constant te bellen en werd ik zelfs een keer herkend op straat. Toen ik Marcus een paar dagen later sprak, had hij het ook gezien. Hij managet al jaren artiesten en bood aan me te helpen. 

Vince: Maar er is een verschil in het managen van de pers en het opstarten van een carrière…

Sophia: Ja.

Vince: Is dit ook wat jij wilt?

 

Met een zucht leg ik de telefoon neer en verberg mijn gezicht achter mijn handen, wrijvend over mijn ogen. Met een plof laat ik mijn bovenlijf ook op het bed vallen en een tijd lang staar ik naar het plafond. Is dit wat ik wil? Eigenlijk weet ik het niet, maar het voelt op dit moment het enige wat me op de been houdt. Het vult mijn dagen en ja, ik vind het ook leuk. Muziek is altijd al een groot onderdeel van mijn leven geweest, het is fijn dat het groeit.

Via de telefoon met Vince praten is makkelijker dan in het echt. Ik was nooit zo van het appen, maar merk dat ik antwoord geef op alle vragen die ik in het echte leven misschien vermeden zou hebben. 

Is dit wat ik wil? Ik weet het antwoord, maar ik vind het moeilijk uit te leggen. Het betreft gevoel, niet ratio. Ik pak de telefoon weer op. 

 

Sophia: Ja. 

Vince: Laat het me weten als dat verandert.

7 

 

Kurtcobain_deservedbetter: Tja… Het is geen Smells like teen spirit, maar leuk deuntje voor op de achtergrond.

 

De rest van de week verloopt rustig. Ik spendeer nog twee dagen in de studio met de jongens en Saskia, ’s avonds ben ik in m’n hotelkamer en speel ik gitaar of schrijf ik nieuwe nummers. Ik heb zelfs nog een video opgenomen, maar durf hem niet te uploaden. Mijn veilige, onbekende hoekje van het internet is veranderd. Of eigenlijk verdwenen.

Op vrijdag gaan we weer de studio in. We moeten nog drie nummers opnemen en dan zit het erop. Misschien moeten we volgende week nog terugkomen voor een paar laatste opnames of toevoegingen, maar tot nu toe lijkt het goed te zijn. Nu ik iedereen wat vaker heb gezien en de meeste emotionele liedjes erop zitten, zie ik er niet meer tegenop. 

Wanneer ik vrijdagmiddag de ruimte inloop voelt het haast vertrouwd. Vince glimlacht naar me vanaf zijn kruk, Jordy begroet me met meer woorden dan nodig zijn en Sam schenkt me een van haar kenmerkende knikjes. 

Als Saskia er ook is legt ze uit dat we gaan beginnen met een wat sneller nummer. Het is een lied dat ik geschreven heb op een hele goede dag en zodra ik begin te zingen, verschijnt er voor het eerst in wat voelt als een hele lange periode een glimlach op mijn gezicht. Ik ben terug in mijn studententijd, waarin ik elke week wel een feestje had en ging stappen met een grote groep vrienden. De dagen erna lagen we vaak uren op de bank, bestelden we eten en keken we films tot we weer in slaap vielen en de volgende dag van onze kater af waren. Met een tevreden zucht sluit ik het nummer af, maar als ik mijn ogen open, blijft de glimlach nog even hangen. 

‘Mooi, Sophia. Echt mooi!’ complimenteert Saskia me. 

We doen het nummer nog twee keer en als we klaar zijn, haal ik opgelucht adem. Verlopen dit soort opnames altijd zo voorspoedig? Ik ben benieuwd hoe het eindresultaat gaat klinken en volgens Saskia zal ik het eind volgende week al kunnen horen. 

Op dat moment komt Marcus ons deel van de ruimte in en hij knikt naar Jordy en Sam. Zonder iets te zeggen staan ze op en lopen de ruimte uit. Vince blijft zitten en glimlacht naar me met iets dat lijkt op geruststelling. Ergens weet ik al wat er gaat komen, maar ik heb het verdrongen.

‘Sophia,’ begint Marcus, terwijl hij naar me toe komt lopen en vlak voor me gaat staan. ‘Ik weet dat de nummers die je de afgelopen week hebt opgenomen hits gaan worden. Het zijn stuk voor stuk pareltjes en dat is echt iets waar je trots op mag zijn.’

‘Dankjewel,’ fluister ik. Mijn hart klopt in mijn keel; er hangt iets in de lucht waardoor mijn vecht- of vluchtreactie geactiveerd wordt. 

‘En hoewel we weten dat het publiek die nummers ook fantastisch vindt, is er één lied waar ze echt op wachten, waarvoor ze het album zullen kopen.’

Ik knik, want hoewel hij de titel niet noemt, is het duidelijk om welk nummer het gaat. Het nummer dat ik zong in de kerk, het nummer waarmee dit allemaal begonnen is. 

‘Ik weet dat je hem sinds die dag niet meer hebt gezongen en als je er niet klaar voor bent om hem tijdens een optreden te spelen is dat prima. Maar hij moet op dit album als we willen dat het een succes wordt.’

Mijn keel voelt droog aan en mijn ogen flitsen van de bemoedigende glimlach van Saskia, via de bezorgde blik van Vince, naar de smekende ogen van Marcus. 

‘Denk je dat je het kunt?’

Het voelt verkeerd dit nummer te gebruiken voor commerciële doeleinden, maar het voelt ook verkeerd het de wereld te onthouden. Een studioversie zal zoveel mooier zijn dan de a capella versie die nu op YouTube staat en ik weet dat als ik zo’n filmpje had gezien van een artiest die ik bewonderde, ik het nummer ook blauw zou willen draaien. 

Zonder de keuze bewust te maken, knik ik langzaam. 

‘Oké. Het is alleen jij en Vince. Hij speelt op de gitaar, het enige wat jij hoeft te doen is de woorden te zingen. Vertel Eliana opnieuw hoeveel je van haar houdt, hoeveel je haar gaat missen. Ze verdient het om het nogmaals te horen, denk je niet? Denk je niet dat ze op ons neerkijkt en vol trots toekijkt naar wat je voor haar aan het doen bent?’

Ik zwijg, want ik heb geen idee of ze toekijkt. Ik weet niet eens of ik geloof in die theorie over het leven na de dood. 

‘Ik laat jullie alleen. Saskia blijft hier, puur om het geluid te regelen. Je kan dit, meisje. Je maakt me zo trots… Je maakt haar zo trots. Ik weet het zeker.’

Hij pakt mijn hand vast en knijpt er kort in, waarna hij een aantal keer verwoed knippert en vervolgens wegloopt. Ik blijf staan waar ik sta en als alle deuren gesloten zijn, voel ik de blik van Saskia en Vince op me. 

Saskia’s stem komt door de boxen. ‘Wanneer jij er klaar voor bent, Sophia, dan kunnen we beginnen. Neem je tijd. Neem alle tijd die je nodig hebt.’

Ik kijk op naar de microfoon die tussen mij en Vince in staat en het voelt opeens heel ver weg. Alsof hij weet wat er in me omgaat staat hij op, haalt de microfoon uit de standaard en overhandigt het aan me. Vervolgens gaat hij weer zitten en begint een prachtige intro te spelen. De muziek van dit nummer had ik zelf nog niet uitgedacht, maar hij heeft er zoiets moois van gemaakt. Ik sluit mijn ogen en pas als Vince de intro al tien minuten lang aan het herhalen is, zet ik in. 

Het is onmogelijk de emotie uit mijn stem te houden, maar ik weet ook dat dat bij een dertigste opname niet zou veranderen. Ik zing het nummer zuiver en oprecht. Ik ben opnieuw in de kerk, neem opnieuw afscheid van de vrouw die mijn hele leven als een moeder voor me is geweest. Ik uit hoe oneerlijk het is dat ze me is afgenomen, ik vertel haar dat ik juist haar nodig heb om dit verlies te verwerken en dat ik niet weet hoe ik het alleen moet doen. Ik geef haar mijn hart. 

Ik zuig mijn trillende lip naar binnen als ik de laatste woorden heb gezongen en sluit hoofdschuddend mijn ogen. De tranen probeer ik niet eens binnen te houden. De microfoon glijdt bijna uit mijn handen en ik verberg mijn huilende ogen achter mijn hand terwijl ik het ding op de grond leg en zelf op de houten vloer plaatsneem.

Elk moment verwacht ik een hand van Vince of een arm van Saskia, maar het blijft uit. In plaats daarvan zijn het klanken die me troost brengen. Een simpel maar elegant deuntje ontsnapt aan de gitaar van Vince en ik zit doodstil, met mijn handen tegen mijn ogen, terwijl ik luister. Wel vijf minuten lang houdt hij het instrumentaal, maar als ik zijn stem hoor, veeg ik mijn tranen weg en kijk ik op om hem te zien. Zijn ogen zijn op mij gericht en de tekst lijkt voor mij gemaakt. Het zijn troostende woorden, vol hoop en begrip. Ik weet niet hoe ik weg moet kijken. Op dat moment is zijn muziek, zijn verschijning en zijn optreden, het mooiste op de hele wereld. 

Ademloos bekijk ik hem en zelfs als hij klaar is, weet ik niet weg te kijken. Ik weet dat hij het nummer zelf heeft geschreven, want de stijl lijkt op de muziek uit de video die hij me eerder deze week stuurde. Dat hij zich over zijn angsten heen heeft gezet om het voor mij te spelen, betekent veel. 

Ik wil van alles tegen hem zeggen, maar weet niet hoe. Kalm staat hij op en zet zijn gitaar weg, waarna ook ik omhoog kom. Doorgaans heb ik mijn impulsen vrij goed onder controle, maar op dit moment kan ik de neiging om hem te omhelzen niet bedwingen. Als ik voor hem sta, sla ik mijn armen om zijn romp en ik ontspan als hij zijn armen stevig om me heen vouwt. 

‘Dat was zo mooi,’ fluister ik. ‘Dankjewel. Het was zo mooi.’

‘Het vergde veel lef van jou om dat te zingen,’ reageert hij, zo mogelijk nog zachter dan hoe ik net sprak. ‘Je maakte mij moedig.’

Ik houd hem nog steviger vast en duw mijn wang tegen zijn borst. Ik wil hem nooit meer loslaten. Hoe kan iemand in een week zo veel voor je gaan betekenen? Er is geen twijfel over mogelijk dat Vince aan mijn kant staat en de manier waarop hij dat telkens duidelijk weet te maken, is perfect. 

‘Ga je mee een drankje doen? Deze week afsluiten?’ vraagt Vince, als we langzaam van elkaar los komen. Als ik opzij kijk zie ik dat Saskia de andere ruimte heeft verlaten. We zijn hier alleen. Aarzelend kijk ik Vince weer aan zodra we uit elkaars aura zijn. 

‘Soms is het goed om alleen op je kamer te zitten en soms is het goed om op stap te gaan met drie knettergekke mensen.’

8 

 

Plantmom_84: Dit is zo mooi <3 Sophia, je bent een topper!

 

Zodra we de kroeg betreden, word ik overweldigd door de drukte die er heerst. Het eerste wat ik doe is de aanwezigen bestuderen. Het gezellige geroezemoes is net niet luider dan de muziek. Hier en daar staan wat mensen aan een statafel te drinken en achterin staan lagere tafels waar groepjes bij elkaar zitten. Vrijwel meteen wordt het duidelijk dat de band hier vaker komt. Sam groet de barman met een ingestudeerde handdruk en Jordy loopt meteen naar een tafel, waar hij begroet wordt door een groepje meiden. 

Ook Vince wordt gegroet, maar hij wijkt niet van mijn zijde en loopt met me mee naar de bar, waar Sam net voor iedereen drinken bestelt. 

‘Sophia, wat wil jij?’

‘Cola,’ zeg ik. 

Ze fronst. ‘Cola?’

‘Met wodka?’ vul ik aan.

Het is al even geleden dat ik gedronken heb, maar vermoed dat een beetje alcohol me zal helpen ontspannen. Als de drankjes op de bar staan, nemen Sam en Vince ze mee naar een tafeltje achterin, waarna ze Jordy bij de meiden wegslepen en plaatsnemen.

‘Proost dames en heer,’ zegt Jordy plechtig. ‘Op een zeer productieve week en een vruchtbare samenwerking.’

We laten onze glazen tegen elkaar klinken en zonder pardon geeft Jordy met zijn glas een flinke tik tegen die van Sam, die lachend met haar ogen rolt. Het bier van het ene glas springt over in het andere en ik trek snel mijn drankje weg, voordat ook dat naar bier smaakt. 

‘Wist je…’ begint Jordy. 

‘O nee,’ lacht Sam hoofdschuddend. Ook Vince glimlacht. Dit verhaal is duidelijk al eerder verteld. 

‘Proosten is oorspronkelijk een teken van wantrouwen.’

‘O ja?’ vraag ik, terwijl ik een klein slokje neem van mijn drankje. Vince glimlacht naar me en ik heb geen idee of ik het goed interpreteer, maar hij geeft me het gevoel dat hij blij is dat ik er ben. Ik word er warm van.

‘Ja. Vroeger liet men de glazen hard tegen elkaar aankomen zodat er van beide glazen wat inhoud in het andere glas terechtkwam. Op die manier wist je zeker dat het niet vergiftigd was – dan zou het drankje van de ander immers ook dodelijk worden.’

‘Dus je was bang dat Sam je zou vergiftigen?’

Keep your friends close, and your enemies closer. Je weet maar nooit, lieve Sophia.’

Jordy neemt een grote slok van zijn biertje en grijnst even plagend naar Sam, die haar schouders ophaalt en zich tot mij richt. Er licht iets op in haar ogen als ze begint te praten. ‘Marcus zei dat je ons als vaste band wilt? Voor optredens en zo?’

‘Ja,’ knik ik, terwijl ik ze alle drie een voor een aankijk. ‘Als jullie dat ook willen, tenminste.’

‘Hm, dat hangt er wel een beetje vanaf,’ mompelt Jordy, maar de twinkeling in zijn ogen verraadt dat hij op het punt staat een grapje te maken. 

‘Waar vanaf?’ vraagt Vince. 

‘Of Sam ook meekomt. Ik bedoel, zonder haar doe ik het, maar als zij ook in de band komt…’

‘Gast, we zitten al vier jaar samen in een band. Als je van me af wilt ben je daar nu te laat mee.’

Jordy rolt met zijn ogen. ‘O, is daar een limiet voor?’

‘De limiet was drie jaar en elf maanden, je bent nét te laat.’

‘Verdorie,’ zucht Jordy dramatisch, waarna ze allebei in lachen uitbarsten. ‘Grapje natuurlijk, Sophia. Als jij ons erbij wilt hebben op deze geweldige reis die je gaat maken, zijn we er graag bij. Toch mannen?’

Sam geeft Jordy een duw, maar richt kijkt dan naar mij en knikt. ‘Absoluut. We staan honderd procent achter je.’ Ze legt haar hand kort op de mijne en geeft er een bemoedigend kneepje in. 

Ik kijk van Jordy naar Sam en uiteindelijk naar een stille Vince. Hij kijkt me ook aan en knikt dan alsof zijn antwoord vanzelfsprekend is. Ik had inderdaad niet verwacht dat hij nee zou zeggen. 

‘Hé, jullie,’ klinkt het opeens achter me. Een jongen in een zwart shirt balanceert een overvol dienblad op zijn linkerhand als hij naast de tafel verschijnt en schudt met de rechter ieders hand, tot hij bij mij uitkomt. 

‘Aangenaam. Als deze mannen hier je tot last zijn, moet je het laten weten,’ zegt de jongen, waarna hij op pad gaat om de drankjes op het dienblad uit te delen. 

‘Jullie komen hier vaak,’ constateer ik. 

‘We hebben hier alle drie gewerkt,’ vertelt Jordy. ‘Dat is hoe we elkaar hebben leren kennen en hoewel we nu allemaal wat anders doen, komen we er nog heel regelmatig.’

‘De een wat vaker dan de ander,’ grapt Sam met een blik op Vince.

Ik kijk hem vragend aan en als hij zijn biertje weer neerzet na een slok genomen te hebben, wijst hij omhoog. ‘Ik woon hierboven.’

‘O… Toevallig,’ merk ik op. 

‘Daar is helemaal geen toeval aan,’ verbetert Jordy me. ‘Meneer hier was zo lui dat hij om werk te zoeken niet verder liep dan zijn eigen voordeur en toen zag hij dit café. Hij liep naar binnen, tapte een biertje en de rest is geschiedenis!’

 

Een uur later heb ik drie glazen op en aangezien ik bijna nooit meer drink, komen ze hard aan. We zitten nog steeds aan dezelfde tafel en de heren worden steeds luidruchtiger. Zelfs Sam is spraakzamer met wat drank op. Inmiddels zijn er vrienden van hen die zich bij ons hebben gevoegd en met een half oor volg ik de gesprekken. 

‘Hé,’ groet de jongen die naast me op een stoel zit. ‘Ik heb het gevoel dat ik jou ergens van ken, kom je hier vaker?’

Origineel. Ik haal mijn schouders op en schud mijn hoofd. Subtiel draai ik mijn bovenlichaam de andere kant op, maar de jongen is duidelijk aangeschoten en mist de hint. 

‘Ik zou echt zweren dat ik je ergens heb gezien,’ zegt hij, tikkend op mijn schouder om mijn aandacht weer te krijgen. 

Met een verontschuldigende blik sta ik op en nadat ik gewend ben aan mijn enigszins onscherpe zicht, begeef ik me richting de toiletten. Er staat een korte rij bij de dames en ik sluit aan. De muziek is hier wat luider en als ik omhoog kijk zie ik de box boven me hangen. Ritmisch beweegt mijn hoofd mee en terwijl ik luister naar de melodie, verzin ik er een variatie op. Hoewel er geen tekst in me opkomt, is de melodie voor het nummer snel bedacht en ik haal m’n telefoon tevoorschijn om wat noten in te typen. Ik hoop dat het op de wc stiller is zodat ik het kan neuriën, maar de muziek dreunt goed door.

Dat lukt. Zachtjes fluister ik de melodie van het nummer in mijn hoofd tegen mijn telefoon. Nadat ik mijn behoefte heb gedaan, was ik mijn handen en richt mijn blik op de spiegel boven de wastafel. Mijn haren hangen los om m’n gezicht en op miraculeuze wijze zit er nog wat slag in. Over het algemeen wordt m’n haar in de loop van de dag steeds steiler, alsof het gewicht te zwaar is om er ook maar enig volume in te laten zitten. Mijn wangen bevatten meer kleur dan op een gemiddelde dag en mijn ogen zijn glazig. Een deken van sloomheid overvalt me en ik knipper een paar keer, waarna ik de toiletten weer verlaat. 

Ik weet niet wat ik hier doe. 

Me door een groep mensen heen worstelend begeef ik me weer naar de tafel en als ik daar aankom ga ik zitten alsof ik nooit weg ben geweest, terwijl ik me afvraag of ik vanaf hier weet hoe ik bij het hotel moet komen.

‘Ga naar hem toe, hij heeft je nodig,’ hoor ik Vince zeggen. Ik draai me naar hem toe en zie Sams serieus knikkende blik. ‘En je weet net zo goed als ik dat als je hier blijft, je er de hele avond aan denkt. Je wilt hem helpen.’

Waar zouden ze het over hebben? Ik realiseer me op dat moment dat ik eigenlijk niets weet van deze mensen. Wat doen ze als ze niet spelen in de studio? Hebben ze een relatie? Van Vince weet ik nu waar hij woont, maar waar wonen Sam en Jordy?

Sam schudt haar hoofd en pulkt aan het label van haar bierflesje. ‘Je hebt gelijk, maar… Hij moet leren zichzelf niet steeds in die situaties te plaatsen. Ik ben er ook uitgestapt, waarom kan hij dat niet?’

Ze zwijgen allebei even en ik kijk nietsziend om me heen om de indruk te wekken dat ik niet meeluister. Het moment waarop Sam toegeeft is duidelijk, want met een luide zucht staat ze op.

‘Ik zie je morgen.’ 

Vince klopt even op haar rug en knikt. ‘Succes.’

Zonder verder iets tegen iemand te zeggen loopt Sam weg en Vince kijkt haar na. Zodra ze door de deur is verdwenen, draait Vince zich weer naar het pratende gezelschap en net als ik overweeg hem te vragen naar het gesprek, wordt er op mijn schouder getikt. 

‘Ben jij dit?’ De jongen die me zojuist niet kon plaatsen is terug en duwt zijn telefoon nog net niet in mijn gezicht. Het overbelichte scherm verblindt me haast. Mijn hart begint sneller te kloppen als ik mijn eigen stem hoor en zodra mijn ogen scherpstellen op de telefoon, zie ik mezelf, in de kerk. Ik wend mijn blik af en wil mijn identiteit ontkennen, maar weet dat het geen zin heeft. 

‘Ik heb je filmpje echt al tig keer voorbij zien komen op social media, je gaat viral chick! Echt mooi gezongen ook. Hé, An, kom eens!’

Een lang, blond meisje komt naar hem toelopen en ziet welk filmpje hij kijkt. Ze leunt op zijn schouder en glimlacht aangedaan. ‘O, is dat dat meisje in die kerk? Zo’n mooi filmpje vind ik dat.’

Ze wil de telefoon uit zijn handen pakken om er beter naar te kijken. Ondertussen probeer ik te bedenken hoe ik uit deze situatie kom zonder selfies te moeten maken met iedereen in het café. 

‘Dit is haar!’ kondigt de jongen aan, waarna hij met een groots gebaar naar mij wijst. Ik sluit kort mijn ogen en wil niet opkijken, maar doe het. Mijn blik kruist die van Vince, maar voordat iemand iets kan doen, begint het meisje achter me te gillen. Geschrokken kijk ik om. Ze kijkt van mij, naar de telefoon, en weer naar mij. Dan pas realiseer ik me dat haar gegil ook gekir genoemd kan worden en ze springt enthousiast op en neer. 

‘Ik kan het niet geloven, ik ben nog nooit een BN’er tegengekomen!’

Haar enthousiasme is nu al te veel voor me en ik maak aanstalten om op te staan, maar zodra ik omhoog kom, word ik opnieuw verblind, dit keer door een flits. 

‘Alsjeblieft,’ fluister ik hoofdschuddend als ik langs haar wil stappen om naar de uitgang te benen. Nog voordat ik de kans heb, verschijnen er nog twee enthousiaste meiden en zonder toestemming te vragen beginnen ze foto’s van zichzelf te maken met mij op de achtergrond. Wat zijn dit voor mensen?

‘Sophia.’

Een golf van opluchting overspoelt me als ik Marcus zie en met een hulpeloze blik kijk ik hem aan. Waar hij vandaan komt of hoe hij weet dat ik hier ben is me onduidelijk, maar ik laat me graag redden. Hij pakt mijn bovenarm en trekt me uit de kleine menigte, om vervolgens zonder om te kijken naar de uitgang te lopen. 

‘Kom, stap in.’ Hij duwt me zachtjes richting de auto die voor de ingang geparkeerd staat. Ik laat me in de passagiersstoel zakken en als hij de deur achter me sluit, haal ik diep adem. Mijn blik wordt naar de ingang getrokken, waar Vince en Jordy naar de auto staan te kijken. Ik hoor dat Marcus iets naar ze roept, maar kan niet horen wat er gezegd wordt. Vince’ blik blijft op de auto gericht, maar ik weet dat hij me niet kan zien. De ramen zijn getint. 

Jordy gooit zijn arm in de lucht en roept iets terug, maar op het moment dat Marcus de deur aan de bestuurderskant opent, heeft hij zich omgedraaid en loopt terug de kroeg in. Vince haalt zijn telefoon tevoorschijn. 

‘Sophia,’ zucht Marcus. Hij start de motor en rijdt de straat uit. ‘Is alles goed?’

Zwijgend kijk ik naar de passerende lantaarnpalen die weerspiegeld worden in de Amsterdamse grachten. In mijn broekzak trilt mijn telefoon.

‘Ik was aan het bellen toen jullie weggingen, laat het me volgende keer even weten. Ik weet niet of het nu verstandig is zo in het openbaar rond te lopen, meissie. Mensen kunnen in hun enthousiasme vreemde dingen doen.’

Langzaam maar zeker ebt de adrenaline weg uit mijn lichaam. Hoewel het een onschuldige situatie was, voelde ik me compleet in de hoek gedreven. Het enige wat ik wilde was vluchten. Waar ben ik mee bezig?

‘Ik breng je naar het hotel, goed? Dan kun je lekker op tijd naar bed. Ik belde daarstraks met Louis. Over een paar kleine weken kunnen we starten met je concertreeks. Dan kun je je muziek delen met honderden mensen.’

Ik weet niet wie Louis is. Marcus is goed in zijn werk en de trotse toon in zijn stem geeft aan dat hij er voldoening uit haalt. Ik ben blij dat hij dit heeft weten te regelen, dat hij iets te regelen heeft. En ik vind het allemaal prima. Ik kan zingen voor een groep mensen, dat weet ik inmiddels. Het zal anders zijn als ze allemaal voor mij komen, maar ik heb gezegd dat ik alleen kleine zalen wil. En met de band erbij is de aandacht wat gespreid, hoop ik. 

‘Ik sprak Saskia nog even voordat ik wegging uit de studio. Ze geeft aan dat de opnames mooi zijn geworden. Ze vond het heel leuk met je te werken.’

Ik sluit mijn ogen en wacht tot we aankomen bij het hotel. 

9

 

Vince: Laat je het weten als je thuis bent?

Sophia: Ja. Ben ik. 

Vince: Alles goed?

Sophia: Sorry, ik moest er vandoor. 

Vince: Ik zag wat er gebeurde. 

Sophia: Ik krijg zowat een paniekaanval als ik me bedenk dat dit slechts het begin is.

Vince: Je hoeft dit niet te doen.

Sophia: Dat weet ik.

Sophia: Denk je dat ik het niet kan?

Vince: Er is een verschil tussen iets niet kunnen en er niet klaar voor zijn. Ik denk absoluut dat je het kan. Ik denk dat je de kracht hebt om bergen te verzetten met je muziek. Ik betwijfel soms alleen of je beseft hoe dit je leven gaat veranderen.

Sophia: Ik heb er een idee van.

Vince: Het is oké als je op een dag besluit dat dit niet is wat je wilt. 

Sophia: Ik weet dat je mijn keuzes misschien niet helemaal begrijpt en ik waardeer dat je me uitwegen probeert te geven. Maar dit is wat ik ga doen. En als je in m’n band blijft en elke avond letterlijk achter me staat, moet je stoppen met dit soort opmerkingen. 

Vince: Oké. Je hebt gelijk, ik sta achter je. 

Sophia: Wat was er aan de hand met Sam? 

Vince: Eh, Sam heeft een broertje, Jo. Eigenlijk Jos, maar hij noemt zichzelf Jo. En hij maakt de laatste tijd wat slechte keuzes…

Sophia: Zoals wat?

Vince: Zoals… Hij gaat om met de verkeerde mensen. Mensen die niet aan zijn kant staan, maar hem gebruiken. En hij doet dingen die niet altijd legaal te noemen zijn. Sam zat vroeger ook in die wereld maar is er een paar jaar geleden uitgestapt.

Sophia: En vanavond?

Vince: Vanavond appte Jo Sam dat hij hulp nodig had. En dat is niet de eerste keer. Sam wil hem helpen, maar het is moeilijk om te zien dat hij zichzelf elke keer opnieuw in de problemen werkt. En het sleept haar telkens terug naar haar eigen verleden.

Sophia: Klinkt lastig. Ik hoop dat alles goed is. 

Vince: Ik stuur haar straks even een berichtje, zal het je dan laten weten.

Sophia: Dank je.

Sophia: Dus jullie gaan vaak naar die kroeg? Ik bedoel, ik kan het me voorstellen als je erboven hebt gewoond.

Vince: Ja, wel regelmatig. Minstens één keer per week, eigenlijk. Soms vaker. 

Sophia: Ik heb al lang niet meer gedronken. Heb ik al een spelfout gemaakt?

Vince: Niet één.

Sophia: Knap van me.

Vince: Wat ga je nu de rest van de avond doen?

Sophia: Eerst roomservice bestellen. En om half negen begint mijn guilty pleasure. 

Vince: Haha The Voice? Ik kijk het ook vaker dan ik zou willen toegeven. Maar half Nederland kijkt het, dus het hoeft geen guilty pleasure te zijn. 

Sophia: Ik vind vooral die audities van dit soort shows altijd zo leuk. Het is zo onbegrijpelijk dat sommige mensen zo slecht objectief naar zichzelf kunnen kijken en dus niet kunnen horen dat zingen niet voor ze is weggelegd. En soms verrassen mensen je enorm. Ik heb het regelmatig dat ik met een half oog kijk omdat ik verwacht dat degene op het podium middelmatig gaat zijn en vervolgens knallen ze er een paar rake noten uit. 

Vince: Zoals Susan Boyle.

Sophia: Precies zoals Susan Boyle.

Vince: Ik denk dat je zo’n show had kunnen winnen, als je eraan mee had gedaan.

Sophia: Pff. Dat zou betekenen dat ik dat podium op moest en zover had je me niet gekregen. 

Vince: Je doet het nu ook.

Sophia: Morgen moet ik weer optreden en ’s avonds kom ik op de radio. En overmorgen beginnen we met het maken van een videoclip… 

Vince: Spannend. 

Sophia: Ja. Nog nooit zoiets gedaan. Maar op zich is alles nieuw. 

Vince: Het wordt vast geweldig. 

Vince: Ik moet iets bekennen…

Sophia: Doe maar niet.

Vince: Ik heb vroeger meegedaan aan Idols. In een van de eerste seizoenen. 

Vince: Wacht, wat dacht je dat ik ging zeggen?

Sophia: Echt?! Ik ga het meteen opzoeken. 

Vince: Don’t judge. Ik was jong.

Sophia: Je bent echt schattig. Maar ik snap wel dat ze je niet doorlieten, je bent daar inderdaad nog vrij onervaren. 

Vince: Klopt. Ik begreep het ook. Uiteraard was ik teleurgesteld, maar het heeft me de motivatie gegeven om nog harder te werken.

Sophia: En nu ben je een gitaargod. 

Vince: Hahaha! Nou, zo zou ik mezelf niet willen noemen, maar nu kan ik wat meer, inderdaad. 

Sophia: Oké, ik moet gaan, het begint. Heb m’n volledige aandacht nodig.

Vince: Veel plezier. 

 

Vince: Ik krijg net reactie van Sam. Alles is in orde. Slaap lekker.

10

 

Poekie445: Wat een engel. Deze stem is ons geschonken door Hem! 

 

‘Marcus, wat wordt er online over me gezegd?’ 

Ik vraag het hem terwijl we onderweg zijn naar de studio van de talkshow waar ik niet zal praten, maar zingen. Toen ik gisteren geconfronteerd werd met de werkelijkheid dat echte mensen op hun telefoons en laptops naar me kijken, begon ik me af te vragen wat hun oordeel is. Vanaf dag één besloot ik zelf niet te kijken en Marcus raadt het me ook sterk af, maar ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. 

‘Mensen vinden je een engel.’

Ik rol met m’n ogen. 

‘Nee, echt. Het clipje van jou in die kerk is ontzettend vaak bekeken en er zijn weinig negatieve opmerkingen. Mensen vinden je sterk, omdat je je daar zo kwetsbaar opstelt. Ze voelen een band met je omdat zij ook iemand verloren zijn, of het nu die dag was of eerder in hun leven. Ik lees veel dat ze benieuwd naar je zijn en meer over je willen weten, maar er is op het internet weinig te vinden, behalve je video’s. En… ze zouden je graag eens horen praten. Je staat inmiddels een beetje bekend als het meisje dat zingt, maar niet spreekt.’

Ik weet dat Marcus wil dat ik interviews ga geven, want het zou de publiciteit niet alleen makkelijker maken, maar ook meer resultaat boeken dan alleen zingen. Maar het voelt alsof de persoon die ik ben als ik zing beter bestand is tegen de aandacht dan de persoon die ik ben als ik praat. Vooralsnog vind ik die scheiding fijn. 

‘Alles is helemaal klaar voor morgen, trouwens.’

Morgen… 

O ja, we gaan een videoclip opnemen.

‘We gaan naar een locatie net buiten de stad, een oud verlaten pand. De setting past perfect bij het nummer dat we opnemen, het straalt de eenzaamheid en het verdriet uit dat het liedje ook overbrengt. O, en misschien hebben jullie het er gisteren over gehad, maar de band is akkoord. Als de concerten beginnen, over een paar kleine weken, zijn ze erbij. En nog even over gisteren… Laat het me weten, oké? Als je wel op pad wilt. Ik denk dat het binnenkort niet meer verantwoord is om dat alleen te doen, maar we kunnen mensen inhuren.’

Alles gaat zo snel. 

 

Met oordopjes in zit ik op een stoel achter de schermen bij de televisieshow. Opnieuw draag ik zwarte kleding en zwarte make-up. Om me heen heerst een rumoerigheid waaraan ik wilde ontsnappen en met de muziek in mijn oren, distantieer ik mezelf van de hectiek. Marcus verschijnt voor me en gebaart me op te staan, waarna iemand een microfoontje bevestigt aan mijn shirt. Kort daarna krijg ik een gitaar in mijn handen geduwd en vlak voordat ik op moet, trek ik de oordopjes uit en vervang ze door het oorstukje dat ze aan me bevestigd hebben. 

Marcus geeft me een flesje water en snel neem ik een paar slokjes, maar dan is mijn voorbereidingstijd voorbij.

‘Het talent waar iedereen het over heeft, dames en heren, Sophia Vonk. Geef haar een hartelijk applaus.’

Het studiopubliek klapt harder dan het beleefdheidsapplaus dat van ze verwacht wordt als ik het kleine podium oploop en plaatsneem op de hoge kruk die daar voor me klaarstaat. Meerdere spotlights verlichten me en ik richt mijn blik naar beneden. Iedereen valt stil als ik de gitaar op mijn bovenbeen balanceer en na een diepe inademing laat ik mijn vingertoppen over de snaren dansen. Ik speel het liedje waarvoor we morgen een video gaan opnemen. Het gaat over pijn. Hoewel ik met Eliana een goed leven heb gehad, herinner ik me dingen van daarvoor. Dingen die minder goed waren, maar die ik zo ver weg hebt gestopt dat ze alleen soms tijdens het zingen naar boven komen. De eenzaamheid van mijn vroege jeugd, de onzekerheid en zelfs de onveiligheid zijn allemaal dingen die ik me herinner als ik er mijn best voor zou doen.

Mijn adem hapert als ik de laatste noot heb gezongen en over mijn linkerwang rolt een traan. Langzaam open ik mijn ogen en kijk recht in een camera. Iedereen in de studio begint te klappen. 

‘Wauw!’ begint de presentator, terwijl ik subtiel de traan probeer weg te vegen. Klaar om weer te vertrekken sta ik op van de kruk. In het publiek zijn mensen gepassioneerd aan het klappen. Sommigen staan zelfs op en ik slik de brok in m’n keel weg, voordat er nog meer tranen weten te ontsnappen. 

‘Sophia Vonk, dames en heren. Wát een stem, wát een emotie. Toen het eerste filmpje twee weken geleden door heel Nederland bekeken werd, werden er ook andere video’s van Sophia ontdekt. Lang hoeven we niet meer te wachten op muziek van deze getalenteerde jongedame, want vanaf één december is haar album beschikbaar. Geef haar nogmaals een hartelijk applaus. En voor de kijkers thuis, we zijn na dit reclameblok weer bij u terug.’

Ik kijk een laatste keer rond en laat de spotlights dan achter me. Marcus wacht op me en neemt de gitaar van me aan, waarna hij hem meteen uit handen geeft aan iemand anders. 

‘Mooi, Sophia. Je deed het hartstikke goed.’

Terwijl we ons omdraaien om te vertrekken, voel ik een hand om mijn arm. 

‘Sophia.’

Het is de presentator, Aaron van Baren. Een man ergens achterin de dertig die al jaren op de Nederlandse televisie verschijnt en nu sinds twee jaar dit programma leidt. Als ik me om heb gedraaid, ligt zijn hand nog steeds op mijn arm en hij kijkt me met zijn donkere ogen doordringend aan. 

‘Meid, je hebt zoveel talent. Ik was echt onder de indruk van je optreden.’

Zijn ogen staan serieus en ik kijk kort achter hem, waar twee mannen met headsets hard aan het overleggen zijn en druk gebaren naar Aaron. 

‘Je verhaal is echt… Ik kan me niet voorstellen wat je nu moet doormaken, zo snel de business inrollen na zo’n tragische gebeurtenis. Als je ooit tips wilt, of ervaringen wilt uitwisselen, laat het me weten. Ik zing dan wel niet, maar van de showbusiness weet ik alles.’

Hij laat mijn arm los en overhandigt me zijn kaartje. Hoewel ik me overrompeld voel door hem, knik ik. Ergens vraag ik me af of hij dit doet om me in zijn show te krijgen om mijn verhaal te vertellen, maar mijn intuïtie zegt me dat hij oprecht is. 

‘Bedankt Aaron,’ zegt Marcus, als ik niet op hem weet te reageren. 

‘Aaron,’ roepen de twee mannen achter hem. Hij draait zich kort om en gebaart ze weg te gaan, waarna hij zich weer terugdraait. 

‘Ik wil je graag helpen, op wat voor manier dan ook. Laat het me weten als ik iets kan doen, oké? Wat dan ook.’

Met een dankbare blik kijk ik toe hoe hij terugloopt naar de studio, waar hij meteen onderschept wordt door de twee medewerkers. Zodra de reclame afgelopen is, loopt de show door, als een goed geoliede machine. 

 

Het is nog vroeg in de avond als we klaar zijn bij het radiostation. Ook daar werd ik opnieuw ingeleid door de tragische gebeurtenis te noemen en nadat ik een liedje zong, gingen Marcus en ik er direct weer vandoor. Ik ben blij dat er nooit tijd lijkt te zijn om met iedereen te praten en te netwerken. In de auto vertelde Marcus dat veel mensen reageren zoals Aaron deed en ik tot nu toe één van de makkelijkste mensen ben om mediaoptredens voor te regelen. Niet alleen wil iedereen me blijkbaar in het echt zien, maar door mijn verhaal heb ik ook een grote gunfactor gekregen. 

Niet mijn woorden.

Als hij me afzet bij het hotel vertelt hij me dat we morgen om elf uur vertrekken naar de locatie voor de videoclip. Wanneer ik er langer over nadenk, weet ik dat ik nerveus zou moeten zijn voor de volgende dag. Als ik denk aan wat ik moet doen morgen, heb ik geen idee, maar sinds een paar weken leef ik volledig in het nu. Waar veel mensen naar streven, is mij op slag gelukt. Het lukt me simpelweg niet om verder te denken dan het moment waarin ik ben; daar heb ik Marcus nu voor.

Ik sta hem na te kijken als hij wegrijdt en twijfel een paar seconden. Mijn blik glijdt over de voorgevel van het hotel en dan over de straatklinkers waarop ik sta. Ik steek mijn oordopjes in mijn oren, zet mijn capuchon op en loop de straat uit. 

Eliana en ik woonden niet in het centrum, dus ik loop bijna een uur voordat ik aankom op mijn bestemming. Een vertrouwd gevoel overvalt me. Zeventien jaar lang heb ik in deze straat gewoond en nu voelt het leeg. Als een spookstad. Er rijdt een auto in de verte, naast me gaat een vrouw haar huis binnen en een fietser passeert me, maar het is alsof het allemaal geestverschijningen zijn. De straat voelt leeg. 

Met lood in mijn schoenen loop ik naar het gele huis en eenmaal daar sta ik wel vijf minuten naar de voordeur te kijken, voordat ik de moed heb verzameld om de sleutel uit mijn tas te vissen. 

Dit was door en door haar huis en ze was er zo ongelooflijk trots op. Vlak voordat ze me adopteerde, kocht ze dit huis. Ze had veel verschillende tijdelijke baantjes gehad toen ze uiteindelijk belandde op het hoofdkantoor van een bank. Zodra ze daar een vast contract had gekregen, kocht ze een huis. Destijds was de markt in Amsterdam nog niet zo ontploft als nu. Ze vertelde me altijd dat huisje, boompje, beestje haar droom was, maar ze vond ook dat dieren het recht hadden op hun vrijheid, dus viel het beestje af. Haar kleine gele huis met ruime achtertuin was alles wat ze zich kon wensen en veel sneller dan nodig had ze de hypotheek volledig afbetaald. Dus ja, het huis was van haar.

En nu is het van mij.

Zodra ik de voordeur open komt de zoete geur van haar parfum me tegemoet; ze spoot het altijd op vlak voor ze de deur uitging. Op het ladekastje in de hal liggen wat rommeltjes – bonnen, sleutels, het pasje voor de ondergrondse container en een flesje parfum – en ik loop er naartoe. Ik kan het niet laten. Ik spuit wat parfum op mijn pols en zwiep mijn arm kort heen en weer om het te laten verdampen. Dan breng ik mijn neus naar mijn pols en adem diep in. 

Het hele huis bevat verborgen herinneringen. De keer dat ik van de trap viel en weigerde op te staan. We hebben in de hal op de grond ons avondeten gegeten tot ik de pijn vergat en zomaar opstond om naar de wc te gaan. Voor mijn dertiende verjaardag hadden we zelf een catwalk gebouwd voor  in de achtertuin om een modeshow te houden. Wekelijks hadden Eliana en ik dates, waarop we simpelweg op de bank hingen en een serie keken – eerst op tv, later op Netflix. We brachten uren door in de keuken om steeds weer nieuwe recepten uit te proberen. 

Elke muur, elke vloer, elk meubelstuk en elk hoekje van dit huis bevat herinneringen. Het zijn die herinneringen die me omarmen als een warme deken, maar tegelijkertijd voelen als een koude douche, omdat ik weet dat het allemaal in het verleden ligt en we nooit meer nieuwe herinneringen zullen maken. 

Ik laat me tegen de muur naar beneden zakken en haal mijn notitieblokje uit mijn tas.

Nooit meer nieuwe herinneringen.

11

 

Vince: Weet je wat ik zie als ik je zie zingen?

Sophia: Een wrak?

Vince: Nee, absoluut niet. Ik zie iemand die zich kwetsbaar op durft te stellen en haar talent durft te delen met wie het maar wil zien en horen. Die met het zingen van élk nummer opnieuw haar ziel blootlegt en in aanraking komt met de emoties die gepaard gingen met het schrijven ervan. Iemand die andere mensen in beweging brengt en emoties raakt die ze wellicht ver weg hadden gestopt. 

Sophia:

Vince: Hoe was het om te doen vandaag?

Sophia: Spannend. Het is altijd spannend. Ik moet zeggen dat die optredens op tv iets makkelijker zijn dan in het echt, zelfs als het live is. Het lijkt op wat ik thuis deed voor de webcam, afgezien van het feit dat er nu veel meer mensen kijken. 

Vince: Je video’s worden inmiddels ook door een vrij groot publiek gezien.

Sophia: Dat is waar, alleen had ik dat op het moment van opnemen nog niet door. 

Sophia: Ik ben thuis. 

Vince: Je bedoelt…?

Sophia: Ja, thuis thuis. Ik zit hier al anderhalf uur op de grond te schrijven en te zingen en te neuriën. Soms denk ik dat ze me zouden moeten opsluiten – is dit normaal?

Vince: Natuurlijk is het normaal. Iedereen rouwt op een andere manier. 

Sophia: Heb jij weleens iemand verloren?

Vince: Mijn beste vriend heeft zelfmoord gepleegd toen we vijftien waren. 

Sophia: Wow.

Sophia: Waarom? Weet je dat?

Vince: Depressie. Zijn vader had nogal losse handjes en hij had niet de beste jeugd. Als je pubert zijn dat soort dingen nog veel moeilijker en hij kon het niet meer aan. Hij heeft me een hele uitgebreide brief geschreven, ik lees hem nog steeds regelmatig.

Sophia: Jeetje. Wat erg, Vince. 

Vince: Ik denk graag dat hij nog steeds bij me is. Soms vraag ik hem om advies en daarna voel ik me altijd een stukje beter. 

Sophia: Misschien zal het voor mij ook ooit zo voelen… Maar ik ben bang van niet. 

Sophia: Is er iets waar jij bang voor bent?

Vince: Toen ik nog heel jong was overleed mijn vader, dus het is altijd mijn moeder en ik geweest. Tijdens mijn jeugd werkte ze zichzelf uit de naad om mij van alles te voorzien wat ik nodig had en toen ik bijna klaar was met de middelbare school, resulteerde dat in een burn-out. Daar is ze eigenlijk nooit meer bovenop gekomen. Ze zit al jaren thuis, is vaak ziek, heeft weinig sociale contacten meer. Ik ga regelmatig langs, maar heb ook steeds minder tijd.

Sophia: Wat moeilijk. Ze heeft zo lang voor je gezorgd en is daar zelf aan onderdoor gegaan. Ik kan me voorstellen dat je die zorg nu terug wilt geven, maar tegelijkertijd moet je je eigen leven gaan leiden.

Vince: Ja. Om terug te komen op je vraag, ik ben bang voor het moment dat ze doodgaat. En ik heb altijd zo’n gevoel dat het niet lang meer zal duren, wat ik verschrikkelijk vind. Hoewel ik inmiddels een volwassen vent ben die z’n eigen leven heeft en een nieuwe familie heeft gevonden in vriendschappen, kan ik me nog moeilijk voorstellen hoe mijn leven eruit zal zien zonder m’n mama.

Vince: En het spijt me dat dit mijn angst is.

Sophia: Daar hoef je geen sorry voor te zeggen.

Vince: Gezien je situatie…

Sophia: Mijn moeder is overleden toen ik vijf was. 

Vince: O. Ik dacht dat…

Sophia: Eliana adopteerde me een jaar later. Ze was als een moeder voor me, maar biologisch gezien… Ik heb haar ook nooit mama genoemd, hoewel ik me mijn moeder amper kan herinneren. Dus in alle opzichten was ze mijn moeder. En ja. Het leven is anders zonder.

Vince: Wat mis je het meeste aan haar?

Sophia: Ik ben nooit extravert geweest. Al op de basisschool was ik liever zelf aan het tekenen of knutselen dan dat ik met andere kinderen speelde. Ik vind het niet heel makkelijk om sociaal te zijn. Eliana was de enige op de hele wereld die me echt kende. Door en door. Mijn karakter, mijn ervaringen, mijn gekke tics, mijn angsten en talenten. En dat mis ik.

Vince: Wat? Dat ze je kent?

Sophia: Dat iemand me kent. Dat er iemand is die alles weet. Nu dat weg is gevallen voel ik me als een schaduw van mezelf. Alsof ik elk moment zou kunnen verdwijnen, omdat niemand zou weten wat ze missen. 

Vince: Dat klinkt eenzaam.

Sophia: En ik ben niet makkelijk te leren kennen, dat weet ik. De enige manier waarop ik open kan zijn is via m’n muziek. 

Vince: Je keuzes zijn opeens een stuk logischer.

Vince: Maar je wordt gezien, Sophia. Met je muziek leg je je ziel bloot en dat ontgaat niemand. Op die manier open zijn is al heel wat en dat punt is iets wat lang niet elke artiest bereikt. Het helpt je met verwerken, toch?

Sophia: Ik denk het. Ik hoop het.

Vince: Het is nog ontzettend vers, wees niet te streng voor jezelf. Alles op z’n tijd. 

Sophia: Misschien blijf ik hier vannacht slapen. 

Vince: Het is nog steeds je huis. Waarom slaap je eigenlijk in een hotel?

Sophia: Het leek me makkelijker. Ik had niet verwacht dat ik hier terug zou willen komen, dat het fijn zou zijn. Maar het is… als een knus nestje. Het is thuis. 

Vince: Klinkt alsof je je notitieboek erbij moet pakken.

Sophia: Ik heb soms het gevoel dat je m’n gedachten leest. 

Vince: Zo voorspelbaar ben je helaas niet. Maar ik laat je met rust, ga maar schrijven.

Sophia: Tot… snel.

12

 

Technolover93: Deze tekst omschrijft mijn leven echt perfect.

 

De hele maand november is gevuld met activiteiten. Ik heb veel samengewerkt met een vocalist, om te leren hoe ik m’n stem het beste kan gebruiken. Verder heb ik in totaal drie videoclips opgenomen, zeven fotoshoots gedaan, vijf radiostations bezocht, nog vier talkshows aangedaan en ondertussen heb ik oefensessies gehad met de band, om straks tijdens de concertreeks de best mogelijke shows neer te zetten. Overmorgen is ons eerste optreden samen. De setlist is klaar, we hebben overgangen bedacht en zijn inmiddels goed op elkaar afgestemd. Weten dat zij letterlijk achter me staan op dat podium helpt iets tegen de zenuwen.

Drie dagen geleden kwam het album uit en de verkoopcijfers zijn hoger dan ik ooit had durven dromen. Het lijkt erop dat heel Nederland echt op mijn muziek zit te wachten. 

Hoewel ik me absoluut niet hoefde te vervelen de afgelopen maand, begin ik me inmiddels af te vragen hoe mijn leven eruit gaat zien. Alles is nu zo anders dan toen ik studeerde en ik ben aan het zoeken naar een nieuwe normaal. Tot nu toe ben ik elke dag bezig met muziek, maar daarnaast heb ik niets. Mijn vrienden heb ik al weken niet gezien en hoewel ik vroeger met enige regelmaat uitging, voel ik me nu nog lang niet klaar voor zulke sociale activiteiten. Hoewel ik mezelf blootgeef in m’n muziek, is het anders wanneer ik face-to-face met iemand ben. Ik klap dicht. Het enige contact dat ik dagelijks heb is met Marcus, maar dat gaat bijna altijd over werk. En dan is er nog Vince…

 

Vince: Dat kán niet je favoriete nummer aller tijden zijn. 

Sophia: Ik meen het. Linda, Jessica en Roos zijn mijn grote inspiratie. 

Vince: Sophia.

Sophia: Mond op mond, we doen het gauw. 

Vince: Hahahaha

Sophia: Ademnood, geef je nu maar bloot. Delen we de passie weer, of wordt dit de laatste keer – voor jou? 

Sophia: Kom op, dit is pure magie. Degene die dat geschreven heeft is toch moedig? 

Vince: Degene die het durft te zingen, vooral.

Sophia: Dat is waar, haha. 

Sophia: Wat is jouw favoriete nummer aller tijden dan?

Vince: How to Save a Life – The Fray. 

Sophia: O wauw. Die kwam vast hard aan toen je hem voor het eerst hoorde. 

Vince: Nogal. Maar dat was ook het moment dat ik verliefd werd op muziek. Dat iemand anders mijn gevoel op die manier kon vertalen naar muziek…

Sophia: Ja. Ik heb niet één favoriet, maar altijd als ik Overcome van Live hoor, voel ik me geraakt. De emotie die hij in zijn stem legt is zo krachtig. 

Vince: Oef, ja. 

Sophia: Heb je ook een Nederlandstalige favoriet?

Vince: De bestemming, van Marco Borsato. 

Vince: De opbouw in dat nummer vind ik echt fantastisch en de tekst weet me elke keer weer in een filosofische spiraal te krijgen. 

Vince: Ben je hem aan het luisteren?

Sophia: Haha ja. Maar je hebt gelijk. Ik heb er nooit zo naar geluisterd, maar het zet je inderdaad aan het denken. Heb je al een antwoord?

Vince: Ik denk dat niemand ooit een antwoord zal hebben. 

Sophia: In de jaren negentig konden ze nog wegkomen met zo’n slobbertrui in een videoclip. Ik moest iets sexier gekleed de afgelopen keren.

Vince: Het leven is zó oneerlijk. Wat is jouw Nederlandstalige favoriet?

Sophia: Ik denk Harder dan ik hebben kan, van BLØF. Hoewel ik Mens van hen ook erg mooi vind. 

Vince: O, Mens, dat is die met die Oosterse fluiten?

Sophia: Ja, die.

Vince: Ik vind het van hen zo knap dat ze simpele dingen grootse boodschappen kunnen geven. CD van jou, CD van mij, het regent harder dan ik hebben kan, er is echt niets dat niet gebeuren kan vandaag…

Sophia: Hun teksten zijn heel goed doordacht. 

Vince: Ben je nerveus voor zaterdag?

Sophia: Ja. Ik vind het heel spannend. Ik heb nog nooit zo’n concert gegeven… En hoe natuurlijk muziek ook voor me is, voor zo’n grote groep mensen staan is dat niet. 

Vince: Ik hoorde dat alle kaarten binnen tien minuten uitverkocht waren. 

Sophia: O god. 

Vince: Sorry, ik vergat dat je niets las. 

Sophia: Kunnen we wat afspreken? 

Vince: Wat?

Sophia: Dat jij ook een van je nummers doet? Misschien halverwege de set. 

Vince: Hé, dit is niet mijn concerttour, het is de jouwe. En mensen komen niet om mijn muziek te horen. Ik doe de gitaarriedels wel. 

Sophia: Maar weet je, Vince?

Vince: Wat? 

Sophia: De kans is groot dat ik krijg wat ik wil van jou. 

Vince: Hahahaha!

Sophia: Mond op mond, we doen het gauw. 

Vince: Dit nam een wending…

Sophia: O mijn god. 

Vince: Mooi moment om te gaan slapen. Ik zie je zaterdag. 

Sophia: Slaap lekker. 

13

 

Wazzle_27: Ik snap niet wat mensen hier zo goed aan vinden?

 

Het enige wat ik de hele zaterdag doe is op mijn enorme bed in het hotel liggen en naar het plafond staren. Het witte plafond doet me altijd denken aan een zee van katoen, waar ik ’s avonds als ik niet kan slapen in probeer te duiken. Ik heb mijn muziekbibliotheek op shuffle staan en er is al een grote variatie aan nummers voorbijgekomen als het tegen het einde van de middag loopt. Uiteindelijk sta ik op om te douchen en om vier uur word ik opgehaald door Marcus. 

‘Hoe voel je je? Ben je nerveus?’ Marcus werpt een korte blik op mijn handen, die in een ritmisch gedreun het dashboard raken en hij glimlacht hoofdschuddend. ‘Je gaat ze versteld doen staan. De visagiste wacht op je in de theaterzaal. Het wordt net als dat onverwachte eerste optreden,’ vertelt Marcus. Met soepele bewegingen stuurt hij de auto door een bocht.

Het allereerste optreden dat ik gaf was slechts anderhalve week nadat ik opstond in de kerk. Het was een verrassingsoptreden. In de ochtend ging er een tweet uit met de tijd en de locatie; de eerste honderd mochten naar binnen. Achteraf hoorde ik dat er honderden mensen op kwamen dagen, wat meer dan genoeg reden was om zo snel mogelijk deze concertreeks te plannen.

‘Dat viel best mee, toch? Dit is net zo, alleen wat meer nummers en met de band. Ik heb er alle vertrouwen in, Sophia.’

Hopelijk is dat niet misplaatst.

 

Het duurt een uur voordat ik klaar ben in de kleedkamer. Er hing een zwart jurkje voor me klaar, met lange kanten mouwen en een rokje dat tot halverwege mijn bovenbenen komt. Mijn haar is half opgestoken en mijn ogen zijn zwaar opgemaakt. Ik zie er net zo uit als tijdens een paar van de fotoshoots. Een blik in de spiegel doet me fronsen, want elke keer dat ik er zo uit zie, voel ik me iemand anders. 

Misschien maakt dat het makkelijker.

Ik ga op zoek naar de ruimte waar de rest van de band zich aan het klaarmaken is en hoor op de gang al een rustgevende gitaarmelodie. Om de hoek sta ik een momentlang stil en haal diep adem, maar dan loop ik de ruimte binnen. De eerste die me opmerkt is Sam en ze fluit, waarna ze breed glimlacht. Zelf draagt ze een witte blouse die in een zwarte leren broek gestopt is. Haar kenmerkende rode beanie hangt als een luiaard op haar hoofd. 

Jordy stapt op me af en gebaart goedkeurend naar me.

‘Sophia Vonk, je ziet eruit alsof je uit een populair vrouwentijdschrift bent gestapt. Chapeau!’

Hij pakt mijn hand vast en draait een rondje met me, waarna hij me weer laat eindigen op dezelfde plek als waar we begonnen. De enige die niets zegt is Vince, maar zijn ogen zijn op mij gericht en de gitaar ligt vergeten op zijn schoot. 

‘Ben je nerveus?’ vraagt Sam me en ik loop een stukje haar kant op. Ik knik. 

Jordy slaat amicaal tegen mijn schouder. ‘We staan achter je. Letterlijk én figuurlijk. Als je het even niet meer weet, gooi ik er een rifje in, of Sam gaat even los op de drums. En Vince hier kan iedereen afleiden met een leuk stukje gitaar, toch Vince?’

Jordy’s woorden geven me de gelegenheid hem weer aan te kijken, maar vervolgens blijkt het moeilijk mijn blik weer af te wenden. Vince knikt simpel en schenkt me een bemoedigende glimlach.

‘Dames en heren, de zaal is inmiddels open en ze stromen langzaam binnen. Over een kwartier beginnen we.’

Ik knik naar de jongen met felblond haar die ons dat komt vertellen, maar hij is alweer verdwenen. Onrustig begin ik te ijsberen. Het duurt slechts vijf minuten voordat ik de rest ook onrustig heb gemaakt. Vince is nog steeds aan het tokkelen, maar zowel Sam als Jordy schuiven heen en weer op de grote leren bank die midden in de ruimte staat.

‘Oké, ik ga nog snel een sigaret roken,’ kondigt Sam aan, waarna ze opstaat. Ik loop op hoog tempo heen en weer om energie kwijt te raken en merk pas op dat ook Jordy zich uit de voeten maakt als Vince met zijn hoofd schudt ten teken dat hij niet meekomt. 

‘Sophia,’ klinkt Vince’ zware stem als Sam en Jordy al even weg zijn. 

‘Hm?’ vraag ik, terwijl ik pardoes stilsta en naar hem kijk. 

‘Ga zitten.’

Ik blijf nog een momentlang staan waar ik sta, maar zet dan de twee stappen naar de bank en laat me erop zakken. Afwachtend kijk ik Vince aan, wiens melodie iets is veranderd. 

‘Doe je ogen dicht, en haal adem.’

Zonder te protesteren doe ik wat hij zegt en met een zucht laat ik mijn oogleden dichtvallen. Ik haal diep adem en luister naar de klanken die uit de gitaar komen. Ik zie mezelf op het podium staan, zo swingend als Beyoncé, zo krachtig als P!nk en zo kalm als… iemand die veel ballads zingt. Maar dan zie ik mezelf zoals ik ben. Ik zing mijn liedjes en weet het publiek mee te krijgen. Hier en daar zingen een paar mensen mee, sommigen met gesloten ogen, anderen vol passie en ontroering. 

Ik merk pas dat de muziek gestopt is als ik twee handen op mijn knieën voel en wanneer ik mijn ogen open, kijk ik recht in die van Vince. Zonder erover na te denken leun ik naar voren en laat mijn voorhoofd tegen het zijne rusten. 

Als hij al verbaasd is, laat hij dat niet merken. Hij legt zijn hand zachtjes in mijn nek en het kost slechts enkele seconden voor onze ademhaling om gesynchroniseerd te raken. In. Uit. In. Uit. De warmte van zijn hand in mijn nek stelt me verder gerust en net als ik zo ontspannen ben dat ik in slaap zou kunnen vallen, doorbreekt Vince de stilte.

‘We moeten op.’ 

Ik laat mijn hand kort langs zijn wang glijden en als mijn lichaam niet opnieuw overgenomen werd door adrenaline, had ik me geschaamd voor mijn ongegeneerde uiting van affectie. Maar het enige wat ik nu doe is opstaan en richting het podium lopen. 

14

 

Mies_tijsema: YES! Ik heb kaarten voor haar concert. Kan echt niet wachten om dit live te horen.

 

Als de lampen in de zaal uitgaan, begint iedereen opeens te joelen. In het donker loop ik het podium op. Ik slik de brok in mijn keel weg en neem plaats bij de microfoon, die ik vastpak om mezelf een houding te geven. Achter me hoor ik hoe de heren hun instrumenten oppakken en het publiek gaat uit hun dak als Vince de eerste gitaarmelodie inzet. We beginnen met een rustig nummer om iedereen in de juiste stemming te krijgen en terwijl de muziek aanzwelt, worden de lampen steeds feller, tot we allemaal te zien zijn. Wij wel, maar als ik mijn ogen op het publiek richt zie ik tot mijn opluchting helemaal niemand. Het is één groot zwart gat, met hier en daar een silhouet. 

Mijn zang begint zachtjes. Ik vertel deze mensen het verhaal dat ik in gedachten had bij het schrijven en tot mijn eigen verrassing heb ik er op deze manier totaal geen moeite mee de zaal in te kijken. Door de spotlights kan ik het publiek amper zien en ik doe net alsof ik in de webcam van mijn laptop kijk. Hier en daar zie ik een lichaam rustig heen en weer wiegen op de melodie en ik merk dat mijn bovenlichaam hetzelfde doet. Bij de krachtigere stukken sluit ik mijn ogen en richt me tot mijn binnenste om de noten te halen. Ik eindig het eerste nummer met een lange uithaal en als de lampen allemaal uitgaan, begint iedereen luid te applaudisseren. Mijn ogen vallen dicht en ik laat het over me heenkomen. Marcus heeft me gezegd dat ik het publiek mijn rug niet mag toekeren, maar ik merk een onweerstaanbaar verlangen om naar Vince te kijken en dus werp ik een blik over mijn schouder. Hij wisselt net van gitaar en als hij me ziet, glimlacht hij breed. 

Nu ik me weer omdraai heb ik iets beter zicht op de zaal. Misschien zijn mijn ogen gewend aan het licht, of zijn de instellingen aangepast nu de spanning van het eerste nummer voorbij is. Hoewel ik weet dat het ongeveer tweehonderd mensen zijn die voor me staan, voelt het als meer. Het applaus sterft langzaam weg, de lampen worden gedimd en ik zet het volgende nummer in. 

Het eerste deel van de set gaat me goed af. Ik zing de nummers, neem het applaus in ontvangst en bedank ze soms met een kleine buiging, waarna we weer verdergaan. Het is pas bij een emotioneel nummer aan het einde van het optreden, dat ik een brok in mijn keel krijg die niet meer weggaat. Opeens voel ik me alsof ik buiten mezelf treed en van bovenaf op mezelf neerkijk. Een jonge vrouw die in haar gedachten nog een meisje is staat voor een groep mensen en deelt haar ziel met ze. Ze straalt zowel een kracht als een kwetsbaarheid uit en verenigt een publiek op een manier die ze nooit eerder heeft ervaren. Ze had het niet eens voor mogelijk gehouden.

Op dat moment voel ik Eliana naast me. Misschien – waarschijnlijk – verzin ik het, maar ik voel dat ze trots op me is. Dat ze me hoort en me aanmoedigt vanuit het hiernamaals. Ik grijp de microfoon vast voor houvast en leg mijn hand op mijn hart, terwijl er een traan over mijn wang rolt. Ik mis haar zo.

Ondanks de tranen weet ik het nummer af te maken. Ik haal diep adem en zodra de lichten even uitgaan, loop ik naar de coulissen om snel uit het zicht wat water te drinken en mijn tranen weg te vegen. Het applaus klinkt ver weg en een kort gitaarspel start om de mensen te vermaken en het laatste nummer in te leiden. Als ik weer terugloop en plaatsneem op de kruk gaan de lichten aan en op precies het juiste moment val ik in en zing een nummer dat enkel en alleen over eenzaamheid gaat. 

Ik ben bij het tweede couplet als de brok in mijn keel terugkomt. De lichten in de zaal worden iets feller om een intiemere sfeer te creëren, waarin het publiek mij niet alleen kan zien, maar ik hen ook. Omdat ik zo in mijn eigen wereld ben, schrik ik er niet eens van. Ik zie ze allemaal staan. Ze wiegen heen en weer en tot mijn grote verbazing zie ik hun lippen bewegen. 

Ze zingen mee! Ze kennen de teksten? Ik ben gefocust op een meisje vooraan dat met tranen in haar ogen meezingt en mis daardoor de noot voor het refrein. Mijn mond valt haast open als de zaal uit volle borst aan het zingen is. Ik draai de microfoon symbolisch naar ze toe en ze zingen nog luider, waardoor ik opsta en een stukje naar ze toeloop. 

Het is het mooiste wat ik ooit heb gehoord. Tweehonderd mensen die mijn liedje zingen, voor mij. Kon ik dit maar opnemen.

Ik herpak mezelf al snel, wetend dat ze betalen om mij te horen zingen, niet om zelf aan de bak te moeten, en met z’n allen zingen we het nummer af, waarna de lichten uitvallen. 

‘Dank jullie wel,’ fluister ik in de microfoon die ik nog vastheb. 

Het licht gaat weer aan. Overdonderd staar ik naar de vele ogen die me aankijken en als even later het gordijn sluit, doe ik een stap naar achteren om te kunnen verdwijnen. Onmiddellijk stijgt er in de zaal een rumoer op en hier en daar pik ik stukken op van gesprekken die gevoerd worden. 

‘… was echt fantastisch. Ze kan zo mooi…’

‘… die hoge noten? Ik moest echt huilen op het einde.’

‘Die teksten van haar! Zo pakkend.’

‘Zag je die bassist? Hot.’

‘… meteen kijken wanneer haar volgende optreden is.’

Een hand op mijn schouder ontwaakt me uit mijn trance en dan pas merk ik dat de spanning zich opnieuw uit in tranen. Ik wrijf onder mijn ogen en draai me om naar Vince. Hij wenkt me om mee te lopen. Onderweg geef ik de microfoon af aan de technicus die zijn hand naar me uitsteekt. 

‘O mijn god in de hemel boven ons. Sophia, je was geweldig!’ begint Jordy, zodra we de artiestenruimte betreden. ‘Het was zo mooi dat ze meezongen. En ook daarvoor, die ontroerde gezichten in het publiek…’

‘Gaat het?’ vraagt Sam, die haar handen op mijn schouders legt en me met een brede lach aankijkt. Ik knik, maar sta strak van de spanning. De adrenaline giert door mijn lichaam en ik sla mijn hand voor mijn mond als er een hysterische lach aan ontsnapt. 

‘Kom, we gaan wat drinken,’ zegt Jordy, die zijn shirt uittrekt en vervangt door een andere. ‘Ik accepteer geen nee.’

De afgelopen maand heb ik gewerkt en me schuilgehouden in mijn huis, maar nu Jordy voorstelt om de stad in te gaan, voelt het alsof er geen andere mogelijkheid is. Met deze energie kan ik nergens anders heen. Ik loop naar Jordy toe en schud glimlachend mijn hoofd. 

‘Nee,’ zeg ik. Hij doet zijn mond al open om te protesteren, maar ik leg mijn hand erop. ‘We gaan dansen.’

15

 

Elvisisnotdead: Zou ze het doen met een van haar bandleden? Als ik die basgitarist was, wist ik het wel.

 

We vertrekken via de achteruitgang van het theater en staan meteen midden in het uitgaanscentrum. In dezelfde kleren als waarin ik op het podium stond, loop ik over straat, barstend van de energie. Met een half sprongetje kom ik naast Sam lopen, die glimlachend opzij kijkt en een trekje neemt van haar sigaret. 

‘Ja, vond je het wat, dat optreden?’

‘Ik heb het gevoel alsof ik een marathon kan rennen,’ fluister ik opgewonden.

‘Dát verdwijnt straks helaas weer, maar maak er tot die tijd vooral gebruik van,’ grijnst ze. 

Zodra we een club in willen, gooit Sam haar sigaret op de grond en zet de punt van haar Dr. Martens erin. Mijn blik valt op de uitsmijter die de identiteitskaarten van twee meiden controleert. Ik heb niets bij me, behalve een pinpas en een telefoon, maar het enige wat ik blijkbaar nodig heb om binnen te komen is een glimlach en niet lang daarna staan we bij de bar. 

‘Shotjes!’ bestelt Sam. 

‘Shotjes wat?’ vraagt het meisje met een vriendelijke glimlach. 

‘Tequila,’ vult Jordy aan, die naast me komt staan en me met een brede grijns aankijkt. 

‘En wodka!’ 

Jordy herhaalt mijn bestelling en als we allemaal een klein glaasje in onze handen hebben, heffen we ze hoog in de lucht. 

‘Op Sophia en de drie musketiers.’

Sam schiet in de lach. ‘Op Jordy en zijn bizarre brein.’

‘Op Sam en haar rake toost,’ proost Vince.

Alle drie lachen ze en ik maak van het moment gebruik om mijn shotje alvast te nemen. Hoewel de adrenaline nog steeds door mijn lichaam stroomt, blijf ik mijn ingetogen zelf. Vroeger was alcohol dé methode om me wat losser te maken en ik hoop dat het nog steeds werkt. Als ik iets wil, is het loslaten. 

Een heleboel minuten en shotjes later trekt Jordy me mee naar de dansvloer, waar hij pasjes uitvoert die me doen duizelen. Sam voegt zich bij ons en ook Vince loopt mee. Al snel zit ik gevangen tussen de lichamen en armen van Jordy en Sam, die me afschermen van de rest van de menigte. Mijn dankbaarheid uit ik door ze een voor een te omhelzen, waarna ik een tijdlang niets anders doe dan op en neer springen terwijl ik meezing met de muziek. De eerste zweetdruppels parelen op mijn voorhoofd en ik veeg ze weg. 

Druppels zout die me aan jou doen denken.

Zweet en tranen lijken op elkaar.

‘Sophia, je kunt dansen, chick!’

Jordy grijpt mijn beide handen en heft ze in de lucht, terwijl we heen en weer bewegen op de muziek. 

‘Alleen als ik dronken ben!’ roep ik terug. 

‘Ben je dronken?’ vraagt Sam verbaasd. 

‘Bijna!’

Op dat moment komt Vince langs met een dienblad vol shotjes. Hoe meer we op hebben, hoe wilder onze dansbewegingen, tot ze eigenlijk niet meer gepast zijn in de drukke club. We besluiten de frisse buitenlucht op te zoeken en als de koude avondlucht me in m’n gezicht slaat, voel ik pas hoeveel ik gedronken heb. Met een brede glimlach en armen die niet meer naar beneden willen loop ik dansend op straat. Hoewel ik het gevoel heb snelle bewegingen te maken, weet ik dat het in feite waarschijnlijk langzamer is dan ik denk. Alle drukte om me heen verdwijnt en in mijn hoofd hoor ik zoveel melodieën door elkaar dat ik soms niet weet op welke ik aan het dansen ben. 

‘Deze kant op, Sophia,’ stuurt Sam me een straat in. 

We stoppen bij een avondwinkel en belanden uiteindelijk met een fles drank in een park dat zo goed als verlaten is. 

‘Er is echt niets dat niet gebeuren kan vandaag!’ roep ik uit, waarna ik rondjes begin te draaien met mijn armen in de lucht. Ik ben een eeuwigheid aan het draaien voordat de wereld sneller draait dan ik en zonder enige zelfbescherming laat ik me achterover in het gras vallen.

‘Wauw, dat waren wel dertig rondjes,’ glimlach ik, terwijl ik tevreden naar de bladeren aan de bomen kijk.

‘Gedeeld door tien,’ lacht Jordy. De anderen komen naast me zitten en geven de fles een paar keer door, terwijl ik languit blijf liggen. De draaiende lucht geeft me inspiratie, maar ik weet nog niet waarvoor.

‘Wauw, het is lang geleden dat ik dronken was,’ merk ik op. ‘Ik denk nog voor… Ja, dat moet ervoor zijn geweest, sowieso. Wat was het mooi hè, vanavond? Dat optreden. Ik kan niet geloven dat ik voor zoveel mensen zing. Dat zoveel mensen mijn teksten kennen, mij kennen. Hoe kán dat?’

‘Nou,’ begint Jordy, zelf ook duidelijk niet nuchter meer. Zijn hele lichaam zwaait heen en weer. ‘Je hebt een liedje gezongen in een kerk en dat ging viral, en toen vonden ze je geheime opnames op internet en werd je in één klap beroemd.’

‘No shit,’ lacht Vince, die de fles, waarvan ik nu zie dat het Sambuca is, doorgeeft aan Sam. Langzaam kom ik omhoog en ik worstel met mijn benen tot ik ze in kleermakerszit heb en mijn jurk zo drapeer dat niemand dingen ziet die ze niet horen te zien.

‘Jullie zijn echt een stel getalenteerde mensen, jongens en meisje. Wat een eer om met jullie te mogen samenwerken. Het is zo bijzonder, vinden jullie niet? Muziek? Hoe kan het dat ik een gedachte heb en daar woorden bij verzin en die als vanzelf op een bepaalde melodie gezegd moeten worden en dat je het dan een lied kan noemen.’

‘Magie,’ knikt Sam nadenkend. Opnieuw gaat de fles rond en ik kijk naar Vince, die hem doorgeeft zonder er een slok uit te nemen. Ik laat mijn hoofd achterover vallen en kijk weer naar de draaiende lucht boven ons. 

‘Er zouden meer sterren in de hemel moeten zijn,’ vind ik. 

‘Het is hier te licht om het goed te kunnen zien,’ weet Vince. ‘Daarvoor moet je op een plek zijn waar het donkerder dan donker is.’

‘Wat weet jij veel.’

‘Ik heb haar nog nooit zoveel horen praten,’ lacht Jordy terwijl hij Vince een speelse duw geeft. 

‘Sterren in de nacht. Ze twinkelen te zacht. De hemel heeft iets weggenomen, maar tevens iets gebracht,’ neurie ik. 

Mijn gezelschap valt stil en ik denk na over een vervolg op dat begin van een liedje, maar er komt niets. Zelfs de melodie kan ik niet verder afmaken en teleurgesteld zucht ik.

‘Jezus,’ fluistert Sam. Alle drie kijken ze me aan en met een frons kijk ik terug, maar de enige ogen die ik zie zijn die van Vince. 

‘Mag ik de Sambuca?’ vraag ik hem. Hij zit roerloos met de fles in zijn hand en schudt langzaam zijn hoofd. 

Dat is het laatste dat ik me herinner. 

 

Vince: Hoe erg is de kater?

Sophia: Te.

Vince: Oorzaak –> gevolg.

Sophia: Hoe ben ik thuisgekomen???

Vince: Eh, dat was een team effort, haha. We hebben je in de taxi naar huis gebracht en toen hebben Jordy en Sam je in bed gelegd. Je sliep als een roos.

Sophia: Naar Eliana’s huis.

Vince: Dat is wat je wilde…

Vince: Wat staat er vandaag op het programma?

Sophia: Helemaal niets. Maar dit is wel een dag waarop ik roomservice mis zeg. En ik ben te lui om naar het hotel te lopen.

Vince: Gelukkig bestaat Thuisbezorgd.

Sophia: Ja! Goed idee.

Vince: Rust maar uit. Morgen weer repeteren. O, en vergeet niet je geluidsopnames terug te luisteren, daar moest ik je van je dronken zelf aan herinneren.

Sophia: O god. 

 

Tot mijn verbazing zijn de opnames die ik die nacht heb gemaakt niet zo slecht als ik verwacht had. Er zit wat bruikbaar materiaal bij en nadat ik het heb geordend in de juiste mappen op mijn laptop, besluit ik een douche te nemen. 

Het blijft vreemd voelen in dit huis. Eliana’s persoonlijkheid zit in elk detail en dat zorgt voor een pijnlijk gemis, maar tegelijkertijd voel ik me hier thuis als nergens anders. Marcus heeft de hotelkamer blijvend gereserveerd voor de komende maand, zodat ik een keuze heb in waar ik wil slapen. Meestal kies ik het hotel, maar soms kies ik thuis.

De middag spendeer ik met het bekijken van YouTubefilmpjes en het is pas tegen de avond dat ik iets van trek voel, maar nog niet genoeg om eten te bestellen. Met een flesje water en een rijstwafel plof ik op de bank, klaar voor The Voice. Inmiddels zijn ze bij de liveshows en ik heb reeds een paar favoriete zangers. 

Vijf minuten voordat het begint gaat de bel en geschrokken kijk ik op. Er komt hier nooit iemand onverwachts langs en ik ben niet bepaald gekleed op bezoek. In een joggingbroek en hemdje en met een rommelige staart in mijn haren voel ik me niet toonbaar en besluit dan ook niet open te doen. Het voelt onbeleefd omdat van buitenaf te zien is dat de lichten aan zijn, maar ik besluit dat ik het recht heb bezoekers te weigeren. 

Op dat moment trilt mijn telefoon. 

 

Vince: Ik ben het. 

Vince: En ik heb pizza meegenomen.

 

‘Hé,’ groet hij, als ik de deur open. ‘Sorry, is het oké dat ik zomaar langskom?’

‘Eh,’ stamel ik, maar ik knik en laat hem naar binnen stappen. De geur van de pizza brengt de honger iets meer naar de voorgrond en op mijn blote voeten schuifel ik achter hem aan naar de woonkamer. 

Het is niet de eerste keer dat hij hier is. Ik heb regelmatig korte vergaderingen met Marcus en de band en soms zijn die hier. Ook hebben we een keer met z’n allen gegeten. Maar het is de eerste keer dat Vince hier alleen is en dat zou niet uit moeten maken, maar dat doet het wel.

‘Heb je trek?’

‘Ik dacht van niet, maar het ruikt eigenlijk heel lekker.’

Ik neem de doos van hem over en zet hem op de tafel, terwijl Vince zijn jas en schoenen uittrekt. Zonder iets te vragen, ploft hij op de bank, opent de doos en pakt een punt. Het geeft me een warm gevoel dat hij zo makkelijk doet alsof hij thuis is. De intro van The Voice of Holland vult de kamer en nadat ik nog even aarzelend midden in de kamer heb gestaan, ga ik naast hem op de bank zitten. 

‘Altijd leuk om het via de app te bespreken, maar het leek me weleens gezellig om in het echt samen te kijken,’ zegt hij, terwijl ik het geluid iets harder zet. 

Ik knik en leun achterover, terwijl de presentatoren ons vertellen wat we kunnen verwachten van de aflevering, alsof we voor het eerst kijken. 

Vince weet dingen goed te voorspellen; het is gezellig. We bekritiseren de minder goede kandidaten en gedragen ons als fans bij de kandidaten die we goed vinden. Aan het eind van het programma liggen we allebei languit op de bank en als het afgelopen is, neemt geen van ons de moeite om te wisselen van zender of de tv uit te zetten. 

 

Het eerstvolgende dat ik hoor is een gitaarriedeltje dat me raakt. Langzaam knipper ik met mijn ogen. De tv is inmiddels uit en de conclusie dat ik in slaap ben gevallen is snel getrokken. Starend naar het plafond luister ik naar de gitaar, terwijl ik vanuit mijn ooghoeken Vince in de gaten houd. Hij zit op de grond met mijn gitaar en een notitieblok. Het duurt slechts een minuut voordat ik niet meer kan blijven liggen omdat ik de woorden en zinnen in mijn hoofd op móet schrijven. Zwijgend sta ik op, trek een kast open en neem plaats op de grond met een pen en een nieuw notitieboekje. Vince zit zo in zijn muziek dat hij niet op of omkijkt en ik merk dat ik dat juist fijn vind. Hij begrijpt wat muziek kan doen met een mens.

Soms vergelijk ik het schrijven van liedjes met overgeven: het komt plots opzetten, ik kan het niet tegenhouden en het is een paar minuten later afgelopen. Als de tekst in mijn hoofd op papier staat, kijk ik pas naar Vince. Hij gaat op in de muziek en heeft zijn ogen gesloten. Ik staar naar het blad en als hij zijn melodie opnieuw start, begin ik zachtjes te zingen. 

‘Elk moment dat je bij me bent,

Wil ik meer, wil ik meer.

Elke keer dat je naar me kijkt,

Wil ik meer, wil ik meer.

We ademen dezelfde lucht,

Keer op keer, keer op keer.

Mijn adem stokt en mijn hart zucht,

Keer op keer, keer op keer.’

Vince begint de snaren wat harder te behandelen als de muziek naar het refrein klimt en ik schraap mijn keel voordat ik verder zing.

‘Je ziet mij,

Vanbuiten en vanbinnen.

Je hoort mij,

Mijn woorden en mijn zinnen.

En ik wil van jou zijn,

Ik wil het proberen.

Ik wil wel een sprong wagen,

Maar waar moet ik beginnen?’

Het is zo’n situatie waarin ik pas weet wat ik voel als ik het gezongen heb en na de laatste woorden kijk ik fronsend op, om een soortgelijke blik op Vince’ gezicht te zien. 

Klamme palmen en een bonzend hart. 

Hij blijft spelen en ik ben bang dat hij het moment wil doorbreken met gesproken woorden, maar dan begint hij de tekst die ik zojuist zong te herhalen. Hij zingt het. Ik zing het. 

We zingen het samen. 

We breiden de tekst uit om er een heel nummer van te maken en nadat we het beiden hebben vastgelegd in onze boekjes, zingen we het nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. 

Het is een beetje van mij en een beetje van hem, maar het is volledig van ons allebei. Het is lang geleden dat ik zo enthousiast was over een nummer en minstens zo lang geleden dat het nummer niet alleen maar ging over pijn, dood of eenzaamheid. Het gaat over liefde. Over het verlangen om gekend te worden door iemand anders op zo’n manier dat het door niemand te ontkennen valt.

Zonder erbij na te denken of te vragen om toestemming, of mijn haren of make-up te doen, plaats ik mijn laptop op een stoel voor ons en start de camera, waarna ik naast Vince plaatsneem voor de muur en zonder het af te spreken, zetten we het nummer in. Meteen daarna zet ik deze creatieve uitspatting op YouTube.

 

Sophia: Heb je nog kunnen slapen?

Vince: Nee. Toen ik thuis was, was de zon al op. Het leek me beter wakker te blijven en vanavond vroeg naar bed te gaan. 

Sophia: Misschien wel.

Vince: En jij?

Sophia: Ik heb het geprobeerd, maar ik kon niet slapen. Vannacht was…

Vince: Intens.

Sophia: Magisch.

Vince: Bijzonder.

Sophia: Inspirerend.

Sophia: Ik ben non-stop aan het schrijven en verrassend genoeg is het soms… niet deprimerend. 

Vince: Dat klinkt goed. 

Sophia: Dat weet ik niet. 

Vince: Of het goed is?

Sophia: Ja.

Vince: Vast wel. De wereld is in ieder geval onder de indruk van onze nachtelijke sessie. We hebben al duizenden likes, honderden comments… Ik wist dat het zo werkte, maar ik heb het gewoon nog nooit meegemaakt. 

Sophia: Het internet is zo… machtig. 

Vince: Zeker als er veel mensen kijken. 

Sophia: Bedankt voor gisteravond… vannacht. 

Vince: Jij bedankt. 

16

 

Booklover_12: Hij is zo cute! Zijn ze een stel?

 

Met een zucht trek ik de voordeur achter me dicht. Marcus neemt de koffer van me over en loopt voor me uit naar de auto. 

‘Ben je er klaar voor, meid?’

‘Nee.’ 

Marcus tilt de koffer glimlachend achterin de auto en ik plaats de weekendtas ernaast. ‘Twintig shows in één maand. Het is niets niks, maar ik heb zoveel vertrouwen in je. Je shows hier in Amsterdam gingen fantastisch, maar de rest van het land wil je ook horen. En ik heb een paar afspraken voor je gepland de komende maand, met andere artiesten. Alleen doe je het goed, maar met wat samenwerkingen kunnen we je bereik nog meer vergroten. En over een paar maanden nemen we dat Engelstalige album op en veroveren we de rest van de wereld.’

Zijn enthousiasme tovert een glimlach op mijn gezicht die zo groot is dat ik de druk in mijn borst weet te negeren. Ik ben blij dat ik ook mijn eigen oom kan helpen met afleiding van het gemis van zijn zus. 

Als ik in de auto stap, geeft hij me een envelop. ‘Pinpas van je nieuwe rekening, pincode zit erbij. Je hoeft niet… zuinig te zijn.’

Ik glimlach. ‘Oké.’

Hoewel Nederland een klein land is, bestaat de tour toch voornamelijk uit hotelovernachtingen. We beginnen in het hoge noorden en spelen vanavond in Groningen. Marcus reist net als de band mee. Verder is er een visagiste die ook veel ervaring heeft met haar stylen. Ze vergezelt ons om mij knap te houden. Er is iemand mee die het geluid regelt, iemand die foto’s maakt, iemand die video-opnames maakt. Volgens mij heb ik inmiddels ook een PR-manager, maar ik laat Marcus alles regelen. Het enige wat ik wil is muziek maken. Ik heb genoeg materiaal om vijf albums mee te vullen, maar niet alles is klaar of geschikt voor het grote publiek.  

Op dat moment worden we ingehaald door een van de andere auto’s en luid toeterend rijdt de band voorbij. Jordy zwaait enthousiast vanaf de bestuurdersplek en schiet dan voor ons, een spel dat hij en Marcus al anderhalf uur aan het spelen zijn. 

Vince: Het zijn net kinderen.

Sophia: Mannen en auto’s…

Vince: Heb je er zin in? Een hele maand van huis is niet niks, zeker niet nu. 

Sophia: Ik kan altijd terug, in dit land is alles dichtbij. 

Vince: Dat is waar. Laat me weten als je die behoefte voelt, oké?

Sophia: Oké. Sorry, ik moet gaan.

Vince: Ik ben benieuwd wat er dit keer uit je vingers komt.

Meteen gooi ik de telefoon in mijn tas en vis mijn notitieboekje eruit, waarin ik de woorden krabbel die in me opkomen. Ik ben me half bewust van het feit dat de auto al een kwartier stilstaat, als ik de laatste woorden op papier zet en de melodie in mijn hoofd voor mijn telefoon neurie. Dan stap ik uit. 

‘Klaar, meid? Je zat zo in de flow dat ik je niet wilde storen.’

We staan in een smalle straat geparkeerd op de stoep, voor een mooi uitziend hotel. Mijn notitieboekje stop ik terug in mijn tas en ik gooi de autodeur achter me dicht, om Marcus naar binnen te volgen. Hij leidt me een trap op en een lange gang door. Vluchtig wijst hij me wie in welke kamer zit, om vervolgens mijn deur te openen. Een grote suite verschijnt, met een bed waar minstens vier mensen in passen. 

‘Wauw.’

‘We hebben een ruime onkostenvergoeding voor deze reis,’ grijnst Marcus, die in de deuropening blijft staan. ‘Je hebt ongeveer twee uur, dan komt Kirsten je mooi maken en gaan we richting de Oosterpoort.’

Als hij verdwenen is, maak ik het mezelf gemakkelijk. In kleermakerszit kruip ik op het bed. 

Dit is mijn leven. Hotels, muziek, visagisten, muziek, optredens, muziek. Ik wil vooral de muziek maar weet dat de rest er nu eenmaal bij hoort.

 

‘Zet hem op.’ 

Jordy’s hand voelt zwaar op mijn schouder en ik glimlach vluchtig naar hem. De lichten in de zaal gaan uit en stilletjes lopen we naar onze plek. Sam neemt plaats achter het drumstel, Jordy rechts voor haar, Vince links. Het blijft wennen dat ik midden op het podium plaats moet nemen. Er staat een hoge kruk voor me klaar, en een microfoon in de houder. 

Het leuke aan deze tour vind ik dat we het niet een vaste set hebben gemaakt. De jongens kennen al mijn nummers en dus wisselen we elke avond af. Een groot deel staat niet eens op het album dat net uit is en is alleen te vinden op YouTube. 

Vanavond begin ik a capella, in het donker. Zodra de gordijnen openschuiven begint iedereen te juichen, en ik zwijg. Ik blijf wachten tot het zo stil is in de zaal dat je een speld zou kunnen horen vallen en dan pas zet ik in. 

Na het eerste nummer klappen ze, na het vijfde nummer joelen ze en na het tiende nummer schreeuwen ze de longen uit hun lijf. Ze klappen zo hard en maken zo veel geluid na elk nummer dat het in scherp contrast staat met de trieste, zachte toon van sommige liedjes, maar ik geniet ervan. 

Het is vreemd, want hoewel ik nooit bewust de keuze gemaakt zou hebben om van zingen mijn carrière te maken, zie ik mezelf niets anders meer doen. De waardering voor woorden die ik geschreven heb en noten die ik gearrangeerd heb betekent meer voor me dan welk compliment dan ook. In het begin was het niet makkelijk het applaus in ontvangst te nemen, maar nu weet ik te glimlachen en de zaal af en toe rond te kijken. 

Nog steeds vind ik praten moeilijker dan zingen en nog steeds vertik ik het interviews te geven, op tv of welk ander medium dan ook. Ik wil dat de muziek het verhaal vertelt, niet ik. 

 

Als de anderhalf uur die we hebben om het publiek te vermaken voorbij zijn en de gordijnen dichtglijden, blijf ik staan met de microfoon in mijn handen. Ik kan al meteen niet wachten op de volgende avond, als we in een zaal hier niet ver vandaan optreden. 

‘Sophia, chica, kom! Kom vieren hoe goed je het hebt gedaan!’

Jordy pakt mijn hand en trekt me mee de coulissen in. We lopen naar de kleedkamer, waar de rest al zit met een biertje in hun handen. Vince pakt een flesje uit de minikoelkast en geeft deze aan me, terwijl Sam met haar vrije hand op haar bovenbeen tikt alsof ze nog niet kan stoppen met drummen. Jordy opent zelf een biertje en ploft op de bank. 

‘Dit geeft zo’n kick. Ik denk niet dat ik ooit uitgekeken raak op hoe dit voelt.’

‘En dit is slechts het begin,’ vult Sam Jordy aan. ‘Nederland, Europa, de wereld… Over een jaar zitten we in een hotel in New York na te praten over een optreden in een uitverkocht stadium, wacht maar!’

Jordy en Sam proosten lachend, maar mijn blik vangt die van Vince. 

‘We zullen zien,’ zegt hij. ‘Een optreden per keer, meiden.’ Jordy geeft Vince een duw. ‘Laten we eerst eens zien waar we staan aan het eind van deze maand en het maken van plannen overlaten aan Marcus.’

Ik neem een grote slok van het bier terwijl ik luister naar hun geklets en gelach. Een uitverkocht stadium? Ik kan het niet eens voor me zien. Mijn hand grijpt naar de handdoek die naast de bank ligt en ik veeg het dunne laagje zweet van mijn voorhoofd en hals. 

 

Een uur later zitten we met z’n vieren in mijn hotelkamer met meer drank dan we op kunnen, muziek die harder staat dan beschaafd is en een pak kaarten waar we onmogelijk een kaartenhuis meer mee kunnen bouwen. 

‘Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman? Zeg ken jij de mosselman, hij komt uit Scheveningen,’ zingt Vince luid. 

‘Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman? Zeg ken jij de mosselman, hij kan helemaal niet afdingen,’ gaat Jordy verder. We slaan met z’n allen op de tafel en zingen dwars door de muziek heen, tot ik geen nieuwe rijm kan bedenken en een grote teug neem van mijn drankje. Cola met wodka? O nee, er zit geen cola meer in. De alcohol glijdt door mijn slokdarm en mijn ogen vinden die van Vince, waarna ik vals glimlach. Met twee vingers wijs ik van mijn ogen naar die van hem en hij neemt een slok. Op dit moment heb ik de kaart die mij sneaky eyes geeft. 

‘Jezus Vince, negeer haar gewoon. Elke keer dat je haar aankijkt moet je drinken,’ lacht Sam hoofdschuddend.

‘Ze is niet zo makkelijk te negeren.’

Opnieuw kijkt hij me aan en neemt een slok zonder dat ik of iemand anders hem hoef te wijzen op de regels. Sam en Jordy spelen het spel verder, maar als ik niet meedoe met de volgende ronde en ook Vince het oogcontact nog steeds niet verbroken heeft, staat Jordy op. 

‘Sam, volgens mij is het tijd dat wij gaan.’

Sam gooit de kaart die ze zojuist uit de stapel viste terug. ‘Wat? O, oké. Maar dan heb ik gewonnen.’

‘Als je wint, moet je dat ranzige drankje opdrinken,’ licht Jordy haar in. 

‘O ja, dan heb ik niet gewonnen. Kom.’

Vince neemt nog een slok van zijn drankje en blijft me aankijken. Hoewel het zeker niet de eerste keer is vanavond, is zijn blik inmiddels haast tastbaar geworden. Kippenvel schiet over mijn lichaam als ik de twinkeling in zijn ogen zie nu ons gezelschap opstaat. Zowel Jordy als Sam maken aanstalten om de deur uit te lopen en zonder erbij na te denken sta ik ook op. 

‘Ik denk dat het tijd is dat jullie allemaal gaan.’

Vince neemt een laatste slok, terwijl hij me aankijkt vanuit de luie stoel waarin hij zit, maar staat dan op. Hij zet echter geen stap richting de deur en hoewel er een deel van me is dat ook niet wil dat hij weggaat, is er een ander deel dat zelf keihard de deur uit wil rennen als hij me zo aankijkt. 

Jordy verdwijnt net door de deur, als ik hem terugroep. 

‘Neem Vince mee,’ beveel ik hem. Met een grijns komt Jordy teruglopen en hij trekt zijn vriend aan zijn kraag mee naar de gang. Er is een deur voor nodig om Vince’ blik af te doen wenden, en de manier waarop hij tanden in zijn lip zet voordat ik de deur sluit, blijft door mijn gedachten spoken als ik even later in bed kruip. 

 

Vince: Sophia…

Sophia: Vince.

Vince: Sophia…

Sophia: Je bent dronken. 

Vince: Sophia…

Sophia: Ga slapen, Vince. 

Vince: 54

Sophia: Je hoeft me niet te vertellen wat je kamernummer is. 

Vince: Slaap is ver te zoeken. Waar is het?

Vince: Sophia?

Vince: Er komt een dag… 

Vince: Toch?

17

 

Connie1974: Ik was erbij, die dag in de kerk. Zal het nooit meer vergeten, haar lied was echt een cadeau.

 

Vince: Sorry, voor gisteren. Vergeet het.

Sophia: Al vergeten. 

Vince: Kom je beneden ontbijten?

Sophia: Heb roomservice. Ik zie jullie vanmiddag. 

 

Twee weken lang is optreden ons leven. We hebben bijna dagelijks shows, sluiten af met een drankje – af en toe meer dan één – en doen het de volgende dag weer opnieuw. De feestdagen in december komen en gaan, en dan is het opeens een nieuw jaar. In de korte periode waarin ik met deze drie mensen omga heb ik ze al zo goed leren kennen… Ze voelen als familie. 

Sam, stil en serieus, maar altijd aanwezig. Haar uitstraling vertelt me dat ze de wereld heeft gezien en ervan heeft geleerd. Haar acties hebben me ervan verzekerd dat ik haar kan vertrouwen. 

Jordy, vrolijk, altijd in voor een feestje, de gangmaker. We staan in scherp contrast tot elkaar, maar dat is wat werkt. Waar hij luid is, ben ik stil. Waar hij vrolijk is, neig ik naar somber. En waar hij naar eigen zeggen nog nooit iets ergs heeft meegemaakt, heb ik genoeg pijn voor een heel leven. 

En dan is er nog Vince, die me begrijpt zonder woorden nodig te hebben, die me muzikaal aanvult als niemand anders en die mijn aandacht heeft op alle mogelijke manieren.  

Ik heb nog nooit een langdurige relatie gehad. Twee scharrels, één one night stand… Ik weet dat er een reden voor is en denk dat het op niets kan uitlopen behalve drama – en drama is het laatste dat ik wil met Vince. Zeker als ik bedenk hoe hard ik zijn vriendschap nu al nodig heb.

 

Vandaag is het tijd voor iets heel anders. Twee dagen lang zit ik opgesloten in een prachtige villa om een videoclip op te nemen voor een van de emotionelere nummers. Hoewel het gaat over de liefde die ik heb voor Eliana en over het gevoel van familie dat ze me bood, heeft Marcus een regisseuse ingehuurd die er iets romantisch van heeft gemaakt. Ik ben benieuwd. De enige reden om het in dit weekend te doen is dat de ster van de clip, Liam Houten, enkel en alleen dit weekend beschikbaar was. Zijn agenda schijnt vrij vol te zijn, gevuld met zijn werk in de bekendste soapserie van het land. Dit is één van de samenwerkingen waar Marcus het over had. Een paar social media posts van Liam waarin hij zegt dat hij met mij aan het werk is en ik heb er ook weer duizenden volgers bij. 

Ik wist niet eens dat ik socialmedia-accounts had…

Marcus was in de wolken dat Liam de tijd kon maken en het project aannam; ik maak me alleen maar druk over wat de regisseuse in gedachten heeft en wat hij wil dat ik doe met deze man. De eerdere clips waren vooral op mij gericht. Het was al moeilijk genoeg om de juiste emoties aan te wenden wanneer dat nodig was voor de camera, maar om dat te doen met een wildvreemde? Ik zie ertegenop.

De haarstylist haalt net de laatste krulspeld uit mijn haar als Marcus de ruimte in komt lopen met Liam naast zich. Ik herken hem van het clipje dat Marcus me vorige week liet zien. Het was een scène uit de soap, waarin hij een eerste date had met een nieuw personage. Hij was… charmant.

‘We zijn zo blij dat je tijd kon maken, Liam. Ah, en hier hebben we…’

‘Sophia,’ maakt Liam zijn zin af. Ik sta op van de stoel waar ik net drie kwartier in moest zitten om me klaar te maken voor de camera en draai me naar hem om. Het eerste wat me opvalt is de rij rechte, witte tanden, die ontbloot worden door zijn glimlach. Zijn blonde haren zijn perfect in model gebracht en op zijn kin zit het begin van een baard. Conclusie: in het echt is hij net zo aantrekkelijk als op het scherm.

‘Het is een eer je te ontmoeten,’ begint hij, terwijl hij mijn hand schudt. ‘Ik ben een groot fan.’

Ik wil hetzelfde zeggen, maar heb nog nooit iets van hem gezien, dus houd ik mijn mond. Hij ziet eruit alsof hij klaar is voor de camera. Gekleed in een nonchalante spijkerbroek en een strak zwart shirt is zijn verschijning haast normaal, maar zelfs ik zie in dat zijn normaal al goed genoeg is voor het grote scherm. Alleen zijn gezicht lijkt een laagje make-up te bevatten, waarvan ik inmiddels heb geleerd dat het glimhoofden tegen moet gaan. Cruciaal.

‘We gaan over vijf minuten beginnen,’ merkt Marcus op, na een blik op zijn horloge. ‘Leer elkaar even kennen, ik zie jullie zo buiten.’

Met een veelbetekenende blik op mij laat hij ons alleen en nu pas valt me op dat iedereen de kleedkamer heeft verlaten. Wat betekende die blik?

‘Ik meen het, Sophia,’ glimlacht Liam. ‘Toen mijn manager vertelde dat Marcus contact had gezocht, was ik door het dolle. Je muziek is prachtig, je hoort gewoon dat die nummers uit je ziel komen. Ik ben nu al trots om te kunnen zeggen dat ik deel heb mogen uitmaken van het proces.’

Zijn glimlach veroorzaakt kuiltjes in zijn wangen en opeens is het iets moeilijker om rechtop te blijven staan. Ik kan niet anders dan ook glimlachen, maar dan wend ik mijn blik verlegen af. God, wat is hij knap.

‘Ik ga keihard m’n best voor je doen, vandaag en morgen. Zullen we de set gaan bekijken?’

Hij steekt zijn hand uitnodigend naar me uit en als de sociaal ongemakkelijke artiest die ik ben, laat ik zijn hand wat het is en loop voor hem uit naar buiten. 

De regisseuse, Lydia, heb ik al een paar keer ontmoet en ze is telkens erg vriendelijk. Haar prioriteit is altijd om te zorgen dat ik me op m’n gemak voel en dat lukt haar goed. Ze spreekt Liam en mij toe en vertelt haar visie voor de clip. Het liedje gaat over de ups en downs van liefde en dat is ook wat ze in deze clip naar voren wil laten komen. Het is de eerste keer dat ik echt moet acteren en het eten in mijn maag wordt onrustig verwerkt. 

‘We beginnen hier. Het enige wat jullie hoeven te doen is hier te zitten,’ zegt ze, gebarend naar een knus zithoekje op de veranda, ‘en elkaar aan te kijken. Glimlachend, verlangend, fronsend, neutraal… Het mag allemaal. Niets is fout. Ik zal af en toe wat aanwijzingen geven zodat we een grote variatie aan beeldmateriaal krijgen om mee te werken.’

Het huis staat in een bosachtig gebied en heeft een enorme tuin. Vanaf de veranda heb ik er goed zicht op, maar ik weet ook dat het shot de sfeer goed zal laten zien. Met bonzend hart neem ik plaats op het bankje en Liam komt naast me zitten. Zijn arm legt hij over de leuning; hij is het toonbeeld van op je gemak zijn. Hoewel het subtiel is voel ik hoe zijn vingers mijn haar raken en ik trek het los als ik me half naar hem toe draai. Het is koud buiten, maar de warmte van zijn lichaam klauwt zich door de kille lucht een weg naar me toe.

‘Oké, en actie.’

Onwennig kijk ik om me heen. Iedereen is muisstil en er gebeurt niets, helemaal niets. In de verte staat Marcus dingen in te typen op zijn telefoon en de mensen van de cameracrew kijken geconcentreerd op hun apparaten.

‘Sophia.’

Met een ruk kijk ik naar Liam. O ja, ik moest hém aankijken. Daar draait dit om. We zijn verliefd… Liam glimlacht naar me en nadat ik mijn klamme handen aan mijn jurkje heb afgeveegd, glimlach ik terug. Ik probeer mijn glimlach steeds breder te maken. Het is ontzettend moeilijk mijn neiging om mijn blik af te wenden te onderdrukken en het lukt me niet altijd. 

Liam heeft helderblauwe ogen, zie ik nu. Hij doet me een beetje denken aan Jim Bakkum.

‘Heel goed, Sophia. Het lachen zit erop, probeer wat andere gezichtsuitdrukkingen.’

Meteen schakelt Liam over op een meer neutrale blik en ik volg zijn voorbeeld. Ik probeer de mensen om ons heen weg te denken en me te richten op Liam. Liam en zijn blauwe ogen. Liam en zijn serieuze blik, die me het gevoel geeft dat ik de enige ben op deze hele wereld. Wat heeft hij veel wimpers. Liam en zijn volle bos haar, zijn lichte baard, de spieren die schuil gaan onder zijn shirt. 

O ja, oogcontact. Mijn god, die grijns. Ik kan een betrapte glimlach niet onderdrukken en een rilling trekt door mijn lichaam als zijn hand opeens langs mijn wang strijkt. Mijn hart begint te bonzen, mijn ademhaling versnelt. Hij gaat me kussen, ik weet het zeker, maar ik weet ook dat ik er niet klaar voor ben. 

Ben je ooit klaar voor een kus van iemand zoals Liam?

‘Cut! Fantastisch, goed gedaan. Neem vijf minuten pauze terwijl we de volgende scène klaarzetten.’

Ik slik mijn verlangen weg en trek mijn hoofd terug zodat hij zijn hand moet laten zakken. 

‘Je doet het heel goed.’ Liam glimlacht geruststellend naar me, maar ik wil alleen maar een liedje schrijven over alle gevoelens die door mijn lichaam razen. Mijn blik flitst naar Marcus, die me feilloos aan lijkt te voelen, want hij schudt langzaam zijn hoofd en komt naar ons toe lopen.

‘Geen tijd, meissie,’ zegt hij, waarna ik naar de keuken geleid wordt om de volgende scène op te nemen. 

Het duurt ruim twee uur voordat ik gewend ben aan de aanwezigheid van Liam en de dingen die hij met me doet. Heeft hij dit effect op iedereen? Het heftigste wat we hebben moeten doen is hand in hand lopen, maar mijn god… 

Het enige wat ik op dit moment hoef te doen is over een bospad lopen en de tekst van mijn eigen liedje zingen. De winterse lucht koelt mijn lichaam steeds behoorlijk af, dus in de pauzes tussen de opnames spring ik af en toe op en neer om mezelf warm te houden. Ik heb geen idee of hij hier hoort te zijn of niet, maar Liam staat aan het eind van het pad en kijkt toe, wat het niet makkelijker maakt. Mijn muziek klinkt ver weg in de buitenlucht, dus zing ik hardop mee zodat ik het ritme kan voelen. Ik voel me precies zoals vroeger toen ik de popsterren uit videoclips nadeed terwijl ik op de fiets naar school zat en muziek luisterde. 

Als ook deze take erop zit, is het tijd voor de volgende. De dag duurt lang en de taken zijn vermoeiend omdat ze allemaal nog steeds nieuw voelen. Ik ben blij dat ik dit weekend niets anders te doen heb dan het opnemen van deze videobeelden, want hierna optreden was me niet gelukt. 

‘Sophia.’

Lydia roept me bij zich terwijl ze wat beelden terugkijkt en als ik naast haar sta, kijken haar ervaren ogen me onderzoekend aan. 

‘We hebben al veel materiaal, het gaat hartstikke goed. Maar we moeten nog een paar heftigere scènes schieten. Ik weet dat dit nieuw voor je is, dus neem je tijd. Liam sleept je er wel doorheen, maar ik wil je als tip vast meegeven dat het belangrijk is echt in het gevoel te zitten. In de volgende scène heeft je geliefde je verteld dat hij ontrouw is geweest. Je bent boos. Woedend. We hebben een stuk of vijftig dinerborden die je een voor een stuk mag slaan,’ glimlacht ze, alsof dat iets heel leuks is. ‘Laten we gewoon meteen beginnen en dan kijken we hoe het gaat. Als je iets nodig hebt of even moet stoppen, geef het aan.’

Boos. Oké. Ik knik. Lydia staat op uit de zwarte regisseursstoel die een of andere assistent steeds voor haar van set naar set sleept. Dit keer springt het meisje weer meteen op en ze rent met de stoel in haar handen voor ons uit naar de keuken. 

Liam zit aan het kookeiland op een barkruk en glimlacht naar me als ik binnenkom. Lydia leidt mij naar hem toe en legt me uit wat ze wil dat ik doe. Het komt erop neer dat ik naar Liam moet kijken alsof hij me verraden heeft en dan een bord kapot moet gooien. Ik ben boos. 

‘Actie.’

Met mijn meest geloofwaardige boosheid kijk ik Liam aan, waarna ik het bord op het aanrecht oppak en op de grond gooi. Een aparte camera filmt de scherven en ik kijk afwachtend naar Lydia. 

‘Ga maar gewoon door, Sophia. We hoeven niet steeds te stoppen.’

O. Tot mijn verbazing staat er alweer een nieuw bord en ik kijk afgeleid door de man die twee meter verderop staat, klaar om nog een bord voor me neer te zetten. Ik doe nogmaals hetzelfde. Liams gezicht staat constant schuldig en ik heb me al vier keer afgevraagd waarom, voordat ik me realiseer dat hij acteert. Af en toe geeft Lydia wat instructies en doe ik dingen net anders, maar het gaat me verrassend makkelijk af. Tenminste, tot ze naar me toe komt en vertelt dat er geen emotie te lezen is op mijn gezicht. 

Met een frons wend ik mijn blik af. ‘Maar… ik doe het boos.’

‘Wil je iets voor me doen? Denk eens aan iets dat je echt boos maakt. Iets uit jouw dagelijks leven, niet iets wat ik mogelijk verwacht van deze scène.’

Meteen flitst de terroristische aanval die Eliana van het leven beroofde door mijn hoofd, maar ik probeer eerst iets anders te bedenken. 

Lydia heeft me echter direct door. ‘Neem het eerste wat in je opkomt, want dat is wat het meeste pijn doet.’

Mijn ogen flitsen even naar Liam, die onderzoekend terugkijkt. 

‘Kun je me vertellen wat het is, Sophia? Ik wil proberen die emotie bij je naar boven te krijgen.’

Ik trek even aan mijn hemdje dat ondanks hoe los het zit opeens benauwend aanvoelt. ‘De aanslag…’

Lydia’s gezicht klaart op. ‘Oké, de aanslag. Maakt het je boos, dat zulk zinloos geweld het hele land op z’n kop heeft gezet?’

Ik voel hoe mijn gezicht langzaam rood kleurt en knik, terwijl ik hoop dat die roodheid niet te zien is door de laag make-up heen.

‘Dat het tientallen mensen hun leven heeft ontnomen, dat er mensen zijn die zo opgegroeid zijn dat ze daar toe in staat zijn? Dat ze een bom hebben geplaatst op de meest drukbezochte plek in Amsterdam? Dat iemand die jou heel dierbaar was van je is afgepakt? Dat dát de dood was die ze kreeg, in plaats van iets vredigs?’

Met een ademhaling die onregelmatig is, doe ik een stap achteruit en schud mijn hoofd. Wat heb ik me ontzettend vergist in Lydia. Ik dacht dat ze aardig was en het beste met me voor had, maar het gif dat nu uit haar mond komt zorgt ervoor dat mijn hele lichaam begint te trillen. 

‘Gooi een bord kapot, Sophia,’ fluistert Lydia, die terugloopt naar haar plek, uit beeld. 

‘Ik…’ Meer dan dat komt er niet uit. Ik denk aan al die dingen die ze zei en voel de pijn omhoog komen, maar wil het niet aan al die mensen laten zien. Het enige wat ik wil is me verstoppen, dus zonder nog iets te zeggen, been ik de ruimte uit. 

Het verbaast me niet dat er iemand achter me aan komt, maar het verbaast me wel dat ik Liam ‘laat mij maar’ hoor zeggen en ik even later met hem in de studeerkamer sta. We zijn omringd door boeken en door het raam is de prachtige tuin te zien, maar ik negeer mijn omgeving. Liam leunt tegen de deur, ik ijsbeer door de ruimte. 

‘Gebruik het, Sophia,’ instrueert hij. ‘Acteren is niet doen alsof, het is de emoties aanwenden op het moment dat ze nodig zijn en ze gebruiken. Gebruik de woede die je nu voelt om die borden kapot te smijten. Het kan een fijne uitlaatklep zijn, als je dat toelaat.’

‘Hou op met praten,’ sis ik. Hij heft zijn handen, maar blijft me volgen met zijn blik. Ik kijk naar een stapel papier op het bureau en wil alles wat ik denk opschrijven. Het voelt onnatuurlijk om me niet af te zonderen met deze heftige emoties, maar ik snap wat hij zegt. Mijn pragmatische zelf besluit de leiding over te nemen en dit zo snel mogelijk af te handelen en als ik naar hem toe been opent hij zonder nog iets te zeggen de deur, zodat ik direct door kan lopen naar de set, waar ik een bord kapot gooi. Een uitlaatklep, zegt hij. Nou, laat het helen beginnen!

Als vanzelf zet een assistent weer een bord neer en ik doe het nogmaals. En nogmaals. Ik blijf de borden kapot gooien, terwijl ik Liam woedend aankijk, alsof hij de oorzaak is van al mijn ellende. De borden vliegen op de grond, tegen de muur, tegen de kasten. Ik stop pas als ik misgrijp en verwoed kijk ik rond. 

‘Goed gedaan,’ fluistert Liam. Hij reikt naar mijn hand en pakt hem vast.

De grond is bezaaid met scherven en de assistent vertelt me schaapachtig dat de borden op zijn.

‘Fantastisch,’ complimenteert Lydia me. ‘Het zit erop voor vandaag.’

Voordat ik nog iets kan zeggen trekt Liam me weer mee naar de studeerkamer, waar hij de deur sluit zodra we binnen zijn. Ik voel me als een opgejaagd dier. Mijn huid zit te strak om mijn lichaam en hoewel ik net energie kwijt kon in het gooien met borden, kan het nu nergens heen. 

Liam houdt mijn hand vast, terwijl hij me aankijkt en diep inademt, om vervolgens diep uit te ademen. Het duurt even voor ik doorheb wat hij van me wil, maar dan begin ik met hem mee te doen. 

‘Heel goed,’ knikt hij na even, waarna hij me loslaat en iets anders begint te doen. ‘Buig nu bij elke uitademing helemaal voorover en rek je bij de inademing helemaal uit. Je hebt de boosheid gebruikt, maar mag het nu weer laten gaan.’

Samen laten we ons ineenzakken op de uitademing en ik rek me helemaal uit op een inademing, tot ik niet meer kan en me op een uitademing op de grond laat zakken. Lachend komt Liam naast me zitten en hij slaat een arm om me heen. 

‘Dat was geweldig,’ zegt hij. Ik leun tegen hem aan. Liam ruikt naar water: fris en alsof ik hem nodig heb om mijn dorst te lessen. Een kalmte glijdt over me heen en ik glimlach als ik me bedenk dat Liam me er doorheen heeft geloodst als een pro.

‘Dus…’ begin ik. ‘Dus dat is acteren?’

‘Dat is acteren.’

‘Ik heb opeens enorm veel respect voor je gekregen.’

Mijn ogen worden naar zijn glimlachende lippen toegetrokken en er is maar één antwoord mogelijk op zijn volgende vraag. 

‘Mag ik voor je koken, Sophia?’

18

 

X.dafne.X: Sophia, je hebt echt geen idee wat voor invloed jouw muziek op me heeft. Stop alsjeblieft nooit met zingen!!!

 

In zijn Audi rijden we naar het centrum van Utrecht en onderweg bespreken we hoe we de dag vonden. Liam vertelt me dat hij het altijd leuk vindt om met niet-ervaren acteurs te werken. 

‘Ik hoop dat ik je iets heb kunnen leren,’ lacht hij hoofdschuddend. ‘Vroeger wilde ik leraar worden, dus misschien zit dat nog een beetje in me.’

Hij vraagt me hoe de dag voor mij was en ik antwoord verrassend eerlijk door hem te vertellen hoe ongemakkelijk ik die dingen vind. 

‘Dat is juist waarom het zo mooi op beeld komt,’ merkt hij op. ‘Juist omdat je zo puur bent en simpelweg handelt vanuit je hart.’

‘Hm,’ doe ik.

Met een grijns draait Liam de radio wat harder als “Happy” van Pharrell Williams door de boxen komt dansen. Al rijdend beweegt Liam zijn lichaam en hij zingt mee met de muziek, ook al is het muzikale talent in onze auto vrij onevenredig verdeeld. Met een lach op mijn gezicht zing ik ook mee en na even ben ik net zo hard zittend aan het dansen als Liam.

Wanneer we aankomen op onze eindbestemming gaat de deur van de parkeergarage onder zijn gebouw vanzelf open en hij rijdt de auto soepel naar binnen. Ik heb ooit mijn rijbewijs gehaald, maar Eliana had geen auto omdat we in Amsterdam woonden en ons hele leven ook in Amsterdam was. Veel oefening heb ik sinds mijn achttiende niet gehad, dus ik ben onder de indruk van hoe Liam zijn auto weet te bedienen alsof het een fiets is. 

Hij gebaart dat ik moet wachten als hij uitstapt en een paar seconden later trekt hij mijn deur open. Meteen wordt mijn hele lichaam warm en met een lachje haak ik mijn arm door zijn uitgestoken elleboog. 

Met een lift komen we uit bij zijn flat. Niet op zijn verdieping, maar rechtstreeks in zijn flat. Het is modern ingericht. Strakke witte muren, weinig meubels of decoratie… Twee grote, leren banken staan voor de televisie, in de hoek van de woonkamer staat een pooltafel en aan de andere kant van de hal is de keuken. Veel muren bestaan volledig uit glas en omdat we hoog in het gebouw zitten biedt het fantastisch uitzicht. 

‘Welkom, in mijn nederige stulpje.’

‘Heel nederig.’

Grijnzend neemt hij mijn jas aan en hangt hem op de kapstok, waarna hij in de keuken een stoel voor me schuift. Als ik plaats heb genomen pakt hij twee wijnglazen uit de kast en vult deze met een lichte wijn. Ik laat mijn blik opnieuw door de ruimte glijden. Het is zo opgeruimd, niets lijkt misplaatst. 

‘Ik ben ontzettend benieuwd naar je, maar zal mijn best doen om je niet te bestoken met vragen,’ lacht Liam, als hij een grote slok wijn neemt nadat hij mij een glas overhandigt. ‘Ik weet hoe het is, al die mensen die je opeens willen leren kennen als je bekender wordt. Hoe bevalt dat nieuwe leven je?’

‘Het is even wennen,’ beken ik. ‘Niets is meer zoals het was. Echt niets. Behalve de muziek, dat is wat me nog een beetje normaal houdt.’

‘Wat deed je hiervoor?’

‘Ik was net afgestudeerd, op zoek naar werk.’

‘Gevonden,’ glimlacht Liam, terwijl hij naar het aanrecht loopt en een snijplank tevoorschijn tovert uit een kastje. 

‘Ja, blijkbaar,’ lach ik hoofdschuddend. ‘Kan ik je ergens mee helpen?’

‘O, nee hoor. Ik maak een simpele groenterisotto, daar moet je het mee doen.’

‘Het is denk ik meer dan een maand geleden dat ik een zelfgemaakte maaltijd heb gegeten, dus ik ben je hoe dan ook heel dankbaar.’

Voor het snijden van de groente heeft hij zijn ogen nodig, wat mij de kans geeft hem uitgebreid te bekijken zonder betrapt te worden. ‘Dus je speelt in een soap, nu?’

‘Duidelijk een fan,’ knipoogt hij. 

Eerlijk haal ik mijn schouders op. 

‘Ja, ik ben ooit begonnen met deze soap, maar de laatste jaren doe ik voornamelijk films. Nu is mijn personage tijdelijk terug. Het is erg leuk om te doen en om te zien hoe alles veranderd is op de set… of vooral hetzelfde is gebleven. Uiteindelijk was ik die plek ontgroeid, maar ik heb er zo veel geleerd.’

‘Hoe ben je begonnen met acteren?’

Terwijl hij de eerste groenten in de pan gooit, vertelt hij me zijn verhaal. Nog voordat we beginnen met eten leer ik dat hij op de middelbare school een vriendinnetje had dat actrice wilde worden. Hij ging mee naar audities en workshops, maar pas toen ze uit elkaar waren wilde hij zelf die kant op. Na een opleiding aan de filmacademie begon hij met kleine rollen als figurant in films en reclames. 

‘Ik heb zelfs nog een blauwe maandag wat modellenwerk gedaan. Af en toe doe ik nog wel eens een opdrachtje. Zou je ook eens moeten proberen, trouwens. Jouw look is heel gewild.’

‘Wat is mijn look?’

Met een voorzichtige glimlach zet hij een bord risotto voor me neer en ik neem een slokje van de wijn die hij net bijgevulde. 

‘Mooi, maar verdrietig.’

Ik volg hem met mijn blik als hij zijn bord van het aanrecht pakt en de fles wijn tussen ons neerzet voordat hij zelf ook gaat zitten. 

‘Eet smakelijk.’

‘Het ruikt goed.’

Met een grijns heft hij zijn glas om te proosten. ‘Wacht maar tot je het proeft.’

Hij heeft gelijk. Het smaakt zoals het ruikt – heerlijk. Terwijl we onze energie aanvullen met wat koolhydraten, voel ik hoe de vermoeidheid aan me begint te trekken, maar ik ben ook gefascineerd door Liam en sta niet op het punt om nu al een einde te breien aan de avond. 

Na het eten nemen we plaats op de bank met de wijn en zijn iPad, waarop hij me op mijn verzoek filmpjes laat zien van zijn jongere jaren. Het is grappig om te zien hoe hij toen acteerde, het lijkt een wereld van verschil met de acteur die vandaag tegenover mij zat. Vooral omdat hij van een jongen is getransformeerd tot een man. Ik moet steeds moeite doen om hem niet aan te raken.

Zwijgend kijken we naar het scherm en als hij mijn naam in de zoekbalk intypt voel ik mijn wangen rood worden. Hij zit vlak naast me en ziet me zo mijn hart en ziel blootleggen op dat scherm, waar ik bij zit. Het is intiem. 

Vlug drink ik de rest van de wijn op en met een leeg glas in mijn hand kijk ik toe hoe hij een van de meest populaire video’s op mijn kanaal aantikt. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht als ik zie dat hij de video al eens eerder leuk gevonden heeft en samen luisteren we hoe mijn klanken de kamer vullen. 

‘Je zingt zo…’ begint hij zijn zoektocht naar de juiste woorden. ‘Het is zo… Het raakt, Sophia. Het komt aan.’

‘Dankjewel,’ fluister ik, lichtelijk in verlegenheid gebracht. Hij kijkt van het scherm naar mij en als hij ziet dat ik een leeg glas vasthoud, pakt hij het van me aan om het op tafel te zetten. Langzaam komt het gitaarspel tot een einde en zodra de stilte ons omhelst, verandert de sfeer. Mijn hart begint nog harder te bonzen dan het net al deed en het rood op mijn wangen is nog niet verdwenen, maar heeft wel een andere oorzaak gekregen. 

Het enige wat ik op dat moment wil is me laten leiden door mijn gevoelens, dus zonder redenen te bedenken om het niet te doen, leun ik naar hem toe. Hij overbrugt dat laatste beetje afstand en dan kussen zijn zachte lippen me. Het is iets wat ik al de hele dag heb willen doen en nu het zover is, heb ik moeite me in te houden. Het liefst kroop ik meteen bij hem op schoot en liet me overal kussen, maar daarin houdt iets me toch tegen. Liam is letterlijk een BN’er en de vraag wat hij met mij doet flitst door mijn hoofd als hij de kus verdiept.

‘Ik ben blij dat ik je leer kennen,’ zegt hij zachtjes, waarna hij nog een kusje op mijn lippen drukt. Ik laat mijn hand uit zijn haren glijden en neem wat afstand om hem goed aan te kunnen kijken. 

‘Wat… Wat is dit? Is dit allemaal zodat we morgen op camera goede chemie hebben?’

‘Zo’n goede acteur ben ik niet, Sophia,’ lacht hij. ‘En die chemie hadden we vandaag ook al. Ik wéét dat ik niet de enige ben die dat voelde.’

‘Nee,’ verzucht ik, waarna ik opnieuw een kus met hem wil delen. Hij legt zijn hand tegen mijn wang en ik geniet van de leegte in mijn brein nu ik me gerustgesteld voel over zijn intenties. Het is opwindend, maar anders dan de afgelopen weken opwindend waren. Als zijn hand afdwaalt naar de rand van mijn shirt voel ik dat ik nog niet klaar ben voor meer. Mijn vingers verstrengel ik met de zijne en meteen wijkt hij van zijn koers af. 

De rest van de avond wisselen we weinig woorden, maar meer dan zoenen doen we niet. Het is perfect. 

 

Vince: Hoe was je opname vandaag?

Sophia: Nieuw. Vermoeiend, maar leuk. Ik ben net thuis. 

Vince: Zo laat geworden?

Sophia: Nog ergens wezen eten. Hoe bevalt je vrije weekend?

Vince: Héérlijk. Ik heb de hele dag niets gedaan. 

Sophia: Ga je morgen naar je moeder?

Vince: Ja, even een dagje samen op de bank hangen. 

Sophia: Leuk. Veel plezier. Ik spreek je maandag.

Vince: Slaap lekker.

19

 

Carla_musiclover1: Deze muziek heeft mijn leven gered. Dankzij Sophia weet ik dat ik niet alleen ben. De avond dat ik voor het eerst haar liedje hoorde, heb ik de pillen door de wc gespoeld.

 

‘Ik wil het binnenkort met je hebben over je toekomst, Sophia. Ik begrijp dat je het tot nu toe kleinschalig hebt willen houden, maar in alle eerlijkheid… We kunnen niet aan de vraag voldoen. Het mysterie van Sophia Vonk is even leuk, maar het is niet houdbaar.’

Terwijl de bomen onze auto op hoge snelheid passeren, schuif ik mijn zonnebril omhoog om Marcus aan te kunnen kijken. De chauffeur brengt ons naar de villa voor een tweede dag filmen, nadat ze me hebben opgehaald bij mijn hotel.

‘Denk alsjeblieft na over interviews… En grotere zalen. Misschien zelfs schrijven voor andere artiesten? Als we het te lang klein houden, riskeer je vergeten te worden. En je wilt dit, toch? Een carrière in de muziek?’

Ja, ik wil dit. Het is op dit moment het enige wat ik zeker weet en het enige wat ik heb, dus bevestig ik zijn woorden om de haast wanhopige blik van zijn gezicht te toveren. 

‘Ik wil dit, Marcus. Ik zal nadenken over interviews…’ Ik krijg al een knoop in mijn maag bij het uitspreken van deze woorden, maar nadenken kan ik altijd. ‘Na deze tour mag je kijken naar grotere locaties. Maar mijn liedjes… die zijn van mij. Als ik te veel schrijf voor wat we bij kunnen houden, stel ik voor dat we gewoon meer albums maken, meer opnemen. Maar ze zijn niet voor andere artiesten.’ 

Met een sprankeling in zijn ogen kijkt hij me aan. ‘Vertrouw je me?’

‘Ik heb me tot nu toe nergens mee bemoeid, wat denk je zelf?’ fluister ik hoofdschuddend. Hij knijpt kort in mijn hand en ik haal diep adem. Tot nu toe is alles goed verlopen en heeft hij alleen dingen gedaan die in mijn belang zijn. Ik ben niet een keer in een situatie terechtgekomen die ik niet aankan. Dus ik geef hem carte blanche. 

‘Ik vertrouw je, Marcus. Zeg me waar ik moet zijn en wat ik moet doen en ik doe het. Ik wil de band waarmee ik nu werk houden en ik wil dat de prioriteit bij de muziek ligt. Het maken, het verspreiden en het zingen.’

‘Done, done en done. Dit gaat zo groots worden, meisje. Ik ben zo enthousiast over je toekomst. We hebben goud in handen.’

 

Ruim een uur later staan we weer op de set. Ik ben gehuld in niets meer dan een mannenoverhemd en mijn haar ziet er nog slordiger uit dan toen ik vanochtend zelf uit bed stapte. Uit het plan van die dag kan ik opmaken dat vandaag meer is voor de sexy scènes, een huilscène en nog een paar shots waarin ik zing. Als ik mijn nummer een paar keer zing in de spiegel van de badkamer terwijl ik naar mezelf kijk alsof ik verscheurd word door het plezier en de pijn van de liefde, zie ik vanuit mijn ooghoeken dat Liam verschijnt. 

Zodra de opname erop zit, komt hij naar me toe. Zijn aftershave is een welkome geur als hij een kusje op mijn wang drukt en met mijn vingers strijk ik langs de korte haartjes op zijn kin. 

Hij leunt even met zijn kin op mijn hoofd en kijkt me dan aan. ‘Lekker geslapen?’ 

‘Ik weet dat het eruitziet alsof ik net uit bed ben gestapt, maar ik ben eigenlijk al vrij lang wakker.’

Lachend trekt Liam me naar zich toe en hij drukt een kus op m’n voorhoofd. Met kriebels in mijn buik kijk ik naar hem op, maar dan flitst mijn blik naar Marcus, die opkijkt van zijn telefoon. Even denk ik dat zijn ogen bezorgd staan, maar als dit verandert in een brede grijns, haal ik opgelucht adem en laat me door Liam meenemen naar de slaapkamer, waar we aan het werk moeten. 

Op bed liggen en kussen. Het klinkt zo simpel, zeker met iemand als Liam, maar het schaamrood kleurt mijn wangen als hij zijn kleding uittrekt en in zijn boxershort voor me staat. 

‘Gewoon net als gisteravond,’ fluistert hij. Het is duidelijk dat ik mijn ongemak niet weet te verbergen en hoewel ik Lydia al actie heb horen roepen, ben ik met m’n hoofd nog heel ergens anders. 

‘Vergeet de camera’s, vergeet de mensen. Ik ben hier en jij bent hier. Onthoud: acteren is niet doen alsof. Het is oproepen wat je al in je hebt.’

Langzaam knik ik, terwijl ik me probeer af te sluiten voor onze omgeving. Liam loopt vooruit, naar me toe, terwijl ik naar hem opkijk en stappen achteruit zet. Als ik het bed tegen mijn kuiten voel, laat ik me erop zakken. Meteen kruipt Liam bovenop me. Hij pakt mijn gezicht vast en kust me, lang. Zo lang dat ik een achtbaan aan emoties doormaak in de tijd dat zijn lippen de mijne raken. Eerst voel ik me gegeneerd, ben me nog te bewust van de camera’s. Even voel ik me verraden, omdat mijn brein niet anders kan dan denken dat dit is waarom hij me gisteravond kuste. 

Maar dan opent hij zijn ogen en kijkt me aan. Hij glimlacht. Haast onzichtbaar rolt hij met z’n ogen – laat me iets van hemzelf zien. En ik geloof hem. Ik ben hier met hem. En dit keer ben ik het die hem kust. Mijn armen sla ik om zijn nek en mijn lichaam duw ik tegen dat van hem, want de laatste emotie die ik bewust ervaar is opwinding. Zijn handen gaan over mijn lichaam en ik hou hem vast aan zijn haren, en aan zijn lippen. 

Ik hoor het niet eens als ze roepen dat we mogen stoppen, maar als ik weer omhoog kom om adem te halen, is de slaapkamer verlaten. Een ongemakkelijke giechel ontsnapt aan me en Liam trekt me grijnzend van het bed af. Zijn vingers spelen met mijn haren en het doet me denken aan hoe ik zelf altijd met mijn haren speel als ik me verveel, of me ongemakkelijk voel.

‘Makkelijkste geld dat ik ooit heb verdiend,’ grapt hij, waarna hij de slaapkamerdeur opentrekt. ‘We zijn er weer klaar voor!’

 

Aan het eind van de dag besluit ik in het huis te douchen en met een fris hoofd ga ik op zoek naar Marcus, die al op me staat te wachten bij de auto. Hij is druk in gesprek met Liam. 

‘Oké, dus donderdagavond is ze vrij? Ah, Sophia! Ik vroeg Marcus net hoe je agenda er de komende week uitziet. Ik ga donderdagavond naar de première van een vriend van me. Wil je met me mee?’

Liam pakt mijn hand vast en mijn blik gaat snel naar Marcus, die schouderophalend knikt en de keuze bij mij legt. Het voelt zowel vreemd als logisch dat Liam het eerst aan Marcus vroeg, want ik weet mijn agenda niet uit mijn hoofd en Liam snapt hoe dit leven werkt. 

‘Samen naar de film, maar dan anders,’ zeg ik nadenkend. Liam knikt glimlachend en ik stem in.

‘Morgen treedt ze op in Utrecht,’ zegt Marcus, die de autodeur voor me openhoudt. ‘Kom langs, als je kunt. Ik zet je op de lijst.’

‘Is goed, leuk. Dan zie ik je morgen, Sophia. Ik kan niet wachten om je magie live te zien.’

Hij legt zijn handen op mijn heupen en drukt een kus op mijn lippen. Liam haalt dingen in me naar boven die ik niet vaak voel, want meteen wil ik liever in zijn auto stappen dan in de auto waarvan Marcus nu wil dat ik erin stap. Toch doe ik het. Als Marcus naar de bestuurderskant loopt, wisselt hij nog een paar woorden met Liam die ik door het openstaande raam kan horen. 

‘Mail je me die naam, Liam? Heel graag.’

‘Zal ik doen. Hij is altijd op zoek naar nieuwe modellen, misschien kan ze er een paar leuke klussen uitslepen.’

‘Bedankt. Tot gauw.’

Liam steekt zijn hand op en als hij achteruit wegloopt werpt hij me nog een gekscherend kushandje toe, waarna hij in zijn auto stapt en Marcus in die van ons. 

‘Aardige gast,’ vindt hij. ‘Kent ook veel mensen in de industrie.’

‘Praktisch,’ zeg ik droog. Marcus schiet in de lach en rijdt de auto de straat op. 

‘Zo bedoel ik het niet, maar kwaad kan het ook niet. Leuk dat jullie samen naar die première gaan. Het is echt goed voor je als je vaker op pad bent, gefotografeerd wordt… en een beetje netwerken kan zeker geen kwaad.’

20 

 

Emokid_29: I don’t know what she is singing, but it’s so beautiful!

 

‘Sophia!’ 

Jordy omhelst me stevig als ik die maandag de repetitieruimte in kom lopen en houdt me daarna op afstand om me van top tot teen te bekijken. ‘Hoe was je weekend? Hard gewerkt aan de video? Het voelt alsof ik je al weken niet heb gezien in plaats van een weekend. Wat is zo’n tour toch een bonding experience.’

Hij slaat zijn arm amicaal om me heen en loodst me mee naar de rest. Sam zet haar drumstel klaar en zwaait kort, terwijl Vince net zijn gitaar uit de koffer haalt en nieuwsgierig opkijkt. 

‘Ja, het filmen zit erop. Het eindresultaat zal deze week wel af zijn.’

‘Ik ben groot fan van videoclips,’ merkt Sam op, waarna ze een ritme drumt. ‘Het vertelt het verhaal achter de muziek. Soms zijn het haast kleine films. Net als trailers. Ik vind je andere video’s ook echt mooi gedaan.’

‘Ja, zoals die ene waarin het gewoon alleen jij is die zingt… Wat was die andere ook alweer? Die ene die ik zo mooi vond…’ vraagt Jordy. 

Vince loopt met zijn gitaar naar ons toe en slaat een akkoord aan. ‘Het kleine meisje en haar moeder.’

‘Niet te vergeten, de beelden uit de kerk onder de studioversie van dat nummer,’ voegt Sam toe. ‘Dat is ook zo mooi gemonteerd.’

Jordy kijkt me trots aan. ‘Je bouwt een heel repertoire op. Het is een eer daar onderdeel van uit te mogen maken. Wat wil je vandaag oefenen?’

‘Ik heb een setlist gemaakt voor vanavond,’ zeg ik, terwijl ik het papiertje uit mijn notitieboek scheur en omhoog houd. ‘Ik wil vooral even de overgangen doornemen en een paar nummers oefenen.’

‘Helemaal goed.’

Jordy loopt weg om zijn basgitaar aan te sluiten en Sam is al bezig met muziek maken op de drums. Ik loop naar Vince toe, die zijn gitaar stemt. 

‘Hoe was het bij je moeder?’

‘Goed, prima,’ zegt hij, terwijl hij een snaar aanslaat en dan aan het uitende van zijn gitaar draait voor meer spanning op de snaar. ‘Zoals altijd.’

Fronsend leg ik mijn hand op zijn arm, zodat hij me aankijkt. ‘Dus helemaal niet zo prima?’

In zijn ogen vind ik het antwoord. Het gaat helemaal niet goed met zijn moeder en ik weet hoe erg dat hem beangstigt, hoe bang hij is voor een leven zonder haar. 

‘Niet erger, in ieder geval,’ glimlacht hij troosteloos. Op dat moment probeer ik hem geruststellend aan te kijken maar ik weet hoe nep het is. Als het leven je iemand wil ontnemen, doet het dat. Er is niets dat iemand kan doen om het tegen te houden. 

Vince gaat mee in het ritme dat Sam gestart is en als ook de bas en microfoon aangesloten zijn, beginnen we te repeteren. Een van de eerste nummers die we oefenen gaat over hoe dankbaar ik Eliana ben voor het leven dat ze me heeft gegeven en in mijn hart draag ik het op aan Vince en zijn moeder. Als ik hem tijdens het nummer aankijk, denk ik dat hij het weet. 

Vince weet alles. 

 

Elk optreden is anders, maar elk optreden heeft ook iets soortgelijks. Iedere keer weer word ik verscheurd door alle emoties die de nummers me laten voelen. Ik kan het niet tegenhouden. Als ik een liedje zing ben ik weer waar ik was toen ik het schreef, voel ik diezelfde dingen. Zelfs als ik me ervoor zou kúnnen afsluiten, weet ik niet of ik het zou doen. Het zou de kwaliteit van mijn zingen en van het optreden zwaar verminderen. En dat is een doodzonde. 

Dus elke avond ben ik een emotioneel wrak op het podium en deel ik dat met de honderden mensen die er geld voor hebben betaald. Het is waarom Liam zei dat mijn muziek raakt, omdat ik het mezelf laat raken. En elke avond heb ik een paar minuten nodig om mezelf weer bij elkaar te rapen. 

Terwijl ik achter het gordijn blijf staan en daarmee bezig ben, hoor ik de zaal langzaam leeglopen. Achter me worden de instrumenten opgeruimd. Op het moment dat er een traan uit mijn ooghoek glipt, verschijnen Marcus en Liam opeens voor me. 

‘O, meisje,’ verzucht Liam als hij het ziet. Meteen slaat hij zijn armen om me heen en trekt me tegen zich aan. ‘Je zong prachtig, maar het is duidelijk dat die liedjes je telkens weer verwoesten. Kom, je hebt iets leuks nodig.’

Ik verberg even mijn hoofd tegen Liams borst en knik. Marcus glimlacht me bemoedigend toe terwijl Liam me meevoert naar de kleedkamers en als we alleen zijn in die van mij, trekt hij me bij zich op schoot. Met zijn duim veegt hij een verdwaalde traan weg en ik staar naar zijn hals. 

‘Wil je vanavond naar een feestje? Dansen?’

‘Ja hoor.’

‘Dan gaan we dansen. Ah, kom hier.’

In zijn omhelzing duw ik mijn hoofd in de holte van zijn nek en we zitten in stilte terwijl ik mezelf bij elkaar raap. Vijf minuten later stoppen de tranen en slaat de vermoeidheid toe, dus sta ik op en spring een paar keer op en neer om mezelf wakker te maken. Lachend gaat Liam languit op de bank liggen met zijn armen achter zijn hoofd. 

‘Ik moet me omkleden.’ Nadenkend draai ik me om. Heb ik hier andere kleding? Maar dan springt Liam hoofdschuddend op, pakt mijn hand en zet me voor de spiegel neer. Verrassend genoeg is mijn make-up amper uitgelopen, maar ik wrijf wat vlekjes weg en kijk hem vragend aan.

‘Nee joh. Je ziet er perfect uit. Laten we gaan. Het is niet ver van hier.’

Ik stop mijn telefoon en pinpas in mijn bh en loop met hem de kleedkamer uit, onderweg mijn jas aantrekkend. Op de gang komen we Jordy en Vince tegen, die elkaar vol plezier duwen voordat ze ons tegenkomen.

‘Sophia, daar ben je. We waren je net aan het zoeken. Gaan we naar je hotelkamer?’ glimlacht Vince. Zijn blik glijdt even naar Liam alsof hij niet zeker weet of dit een willekeurige voorbijganger is of hij bij het gesprek hoort.  

Liam maakt het meteen duidelijk. ‘Ah, de bandleden. Aangenaam mannen, Liam Houten.’

Ik houd me afzijdig terwijl Liam hun handen schudt en Jordy en Vince zich ook voorstellen. 

‘Het spijt me, jullie hebben natuurlijk jullie vaste dingen na een optreden, maar ik wilde Sophia eigenlijk meenemen naar een feestje.’

‘Op maandagavond?’ fronst Jordy. 

Liam trekt lachend zijn jas aan en knikt. ‘O man, je hebt geen idee. Er is elke avond wat te doen. Leuk jullie te ontmoeten.’

Met mijn hand in de zijne leidt Liam me richting de uitgang en ik werp nog een blik over mijn schouder om naar de jongens te zwaaien. Jordy steekt twee enthousiaste duimen omhoog en mimet een “o mijn god” terwijl hij naar Liam wijst. Vince kijkt roerloos toe hoe we de hoek om verdwijnen.

Eenmaal buiten vestig ik mijn aandacht weer op Liam. ‘Dus, elke avond feestjes?’

Hij kijkt me samenzweerderig aan. ‘Ik ga je alles leren over de verknipte wereld van de showbusiness.’ 

 

Het feest is in iemands huis in Utrecht. Nadat de taxi ons daar na een kort ritje afzet, neem ik de omgeving in me op. We zijn nog in de stad, maar het is een vrijstaand huis omringd door een hek en ligt een stuk van de weg af. Er is privacy. 

Met mijn hand in die van Liam loop ik het pad naar de voordeur op. Hoe dichter we bij het huis komen, hoe luider het geluid. Het is duidelijk dat er mensen buiten zijn. Muziek galmt door tot de oprit en ik hoor geplons en gespetter, alsof er een zwembad is. 

‘Wie woont hier?’

De voorkant van het huis doemt voor me op en mijn mond valt nog net niet open. Het is een enorm huis, maar vooral de luxe uitstraling doet me denken dat het minstens een miljoen waard zou zijn op de huizenmarkt. Aan bijna alle kanten is het omringd door bomen en door het grote raam aan de voorzijde zie ik een aantal mensen dansen. 

‘Marina, Zoey en Lucy, drie modellen die slechts één hobby hebben.’

‘Feesten?’

Liam knikt lachend. Zonder aan te bellen gooit hij de voordeur open; de muziek wordt meteen luider.

We hebben nog geen stap binnen gezet of er hangt een meisje om Liams nek. Haar lange haren zijn felrood en haar gezicht is bedekt met sproetjes. Ze doet me denken aan de kleine zeemeermin. 

‘Liam, daar ben je eindelijk. We hebben je nodig, vriend.’

‘Geef me een paar minuten, ik zoek je zo op,’ lacht Liam, terwijl hij het meisje ondersteunt. Ze is duidelijk ver heen en na zijn woorden beklimt ze de lange houten trap die de hal verbindt met de eerste verdieping.

‘Dat was Lucy,’ vertelt Liam. Hij helpt me uit mijn jas en hangt deze op de kapstok, maar zelf houdt hij zijn leren jas aan.

Binnen een paar stappen zijn we de hal door en staan we in een grote ruimte. In een uithoek ervan is een open keuken waar mijn oog meteen op de verscheidenheid aan alcohol valt. Er staan kratten bier opgestapeld tot aan de hoge koelkast, op het aanrecht staan flessen in allerlei soorten maten en vormen, en door de glazen in de keukenkastjes zie ik meer glazen dan een gemiddeld café bezit. 

In de keuken staat een grote eettafel die de ruimte verbind met een enorm woongedeelte, waar de zithoek gevuld wordt met drie hoekbanken. In een andere hoek staat een pooltafel en een grote stereo-installatie. De muziek uit de boxen is bijna net zo luid als in een discotheek. Zo te zien is er niet één deel van de vloer toegewezen als dansruimte, maar wordt dat overal geaccepteerd.

‘Wauw,’ stamel ik. 

‘Kom, kom verder,’ spoort Liam aan. ‘Wat wil je drinken?’

Mijn oog valt nu op de glazen schuifdeuren die toegang bieden tot een overdekt terras. De hele ruimte heeft iets huiselijks, maar bovenal doet het me denken aan een combinatie tussen een club en een café. Ik zou er niet kunnen wonen, het is veel te… groot. Buiten zijn mensen in het zwembad aan het keten, er staat een jacuzzi waar een drietal vrouwen aan het lachen is alsof ze naar een komedie kijken – nee, alsof ze erin zitten – en verderop in de tuin staat een tafeltennistafel waar twee mannen competitief bezig zijn. 

‘Sophia? Drinken?’

‘Eh, ja.’

Liam lacht. ‘Oké, dan verzin ik iets voor je.’

Hij trekt me mee naar de keuken en schenkt iets voor me in, terwijl ik nog steeds mijn best doe alles in me op te nemen. Op de hoek van een van de banken zit een man die net als ik alles in zich op lijkt te nemen. Hij valt me op omdat hij als enige stilzit terwijl de rest zich gedraagt als stuiterballen. 

Zijn blik glijdt over me heen en gaat verder, maar is een seconde later weer bij me terug. Er verschijnt herkenning op zijn gezicht, maar ik heb geen idee wie hij is.

21

 

Rinke42: Je kunt er niet echt op dansen…

 

‘Hier.’ 

Met een doorzichtige plastic beker in mijn hand loop ik met Liam mee naar de zithoek, waar hij luid begroet wordt. Even kijk ik om naar alle glazen in de keukenkastjes, maar het voelt logisch dat ze die niet gebruiken als er zoveel bezoek is. De vraag blijft dan alleen waarom ze het hebben.

Opeens dringen de stemmen van de mensen om ons heen tot me door. 

‘Liam, daar ben je. Lucy was op zoek naar je.’

‘Wie is dit, wie heb je meegenomen?’

‘Hé, jij bent dat meisje van die kerk!’

Mijn blik wordt getrokken naar degene die dat riep en ze kijkt me met grote ogen aan, knikkend, alsof ze zeker weet dat ze gelijk heeft. 

‘Man, wat kan jij zingen,’ voegt ze eraan toe. ‘Ik ben Marina, welkom, welkom.’

Liam maant iedereen tot stilte en gebaart dan naar mij. ‘Iedereen, dit is Sophia. Inderdaad een getalenteerde zangeres en songwriter.’

Ongemakkelijk hef ik mijn hand in een halve zwaai. Een dronken Marina haakt haar arm om mijn nek en trekt me naast zich op de bank, waardoor ik tussen haar en de man die eerder naar me keek in kom te zitten. 

‘Je bent echt mooi,’ glimlacht Marina bewonderend. ‘Doe je ook modellenwerk?’ Het kost me moeite niet achteruit te deinzen als haar hand opeens mijn wang aait, maar dan trekt Liam haar hoofdschuddend omhoog van de bank en neemt haar plaats in. Zonder nog iets te zeggen loopt ze weg. 

Alles hier is nieuw en ik ben blij dat Liam me niet alleen laat. Dankbaar pak ik zijn hand vast en vervolgens neem ik een slokje van het drankje. 

‘Lekker?’ vraagt hij zachtjes. Ik knik. 

In de minuten die volgen laat ik alles op me inwerken. Ik wacht tot mijn brein genoeg aan de prikkels is gewend om te weten welke genegeerd mogen worden om hier te functioneren. Liam kletst met de mensen in de zithoek en ik kijk naar buiten, waar een stuk of tien mensen zich vermaken in het zwembad en nog meer mensen ernaast staan te joelen in bikini’s en zwembroeken. 

Nee, wacht. In hun ondergoed. Ze staan in hun ondergoed. Ik neem nog een grote slok en draai me dan opzij om in de ogen van de man naast me te kijken. 

‘Hoi Sophia. Ik ben Duncan, aangenaam.’

Hij steekt zijn hand uit om die van mij te schudden en met tegenzin laat ik Liams hand los om het te doen. Zijn hand voelt koud als hij me stevig vastpakt en we schudden een paar keer voordat hij me loslaat. Zijn pikzwarte haar is kort en perfect in model gebracht. Ik schat hem zo rond de veertig. 

‘Je staat aan de start van een erg indrukwekkende carrière, en wat een manier om hem te starten,’ knikt hij onder de indruk. Mijn hand zoekt die van Liam weer, maar hij is inmiddels verwikkeld in een verhit gesprek over de toekomstige verhaallijnen van zijn soap. 

‘Ik zag dat je alleen kleinschalige optredens geeft, waarom is dat?’

Dit keer richt ik mijn volledige aandacht op Duncan. Hij draagt een nette zwarte broek en een overhemd waarvan hij de bovenste knoopjes open heeft gedaan, alsof hij na een lange werkdag klaar was met strak in het pak zitten. 

‘Eh,’ stamel ik. ‘Ja, dit was niet hoe ik gekozen had om mijn muziek de wereld in te brengen.’

‘Liever een anoniem YouTubekanaal?’

Hij kijkt me onderzoekend aan, alsof hij oprecht benieuwd is naar mijn keuzes. Fronsend neem ik nog een slok. Waarom stelt hij zoveel vragen?

‘En je wordt vertegenwoordigd door Marcus? Interessante keuze.’

‘Hij is mijn oom.’

Hij mimet een “aha” gebaar en drinkt uit zijn glas. Glas, geen beker. Er zit slechts een dun laagje drank in, bruin. 

‘Je hebt talent, Sophia. Als je hier langdurig je carrière van wilt maken, moet je het groots aanpakken. Interviews met iedereen die het maar wil… Wind de pers om je vingers met je zielige verhaal. Dit is iets wat enorm kan groeien en dan heb ik het niet alleen over de grenzen van ons kleine kikkerlandje.’

Hij is duidelijk gepassioneerd over zijn plan voor mijn carrière, maar ik krijg er niet meer uit dan een simpele ‘hm.’ Als hij me zijn kaartje geeft wordt er een heleboel duidelijk. 

Duncan Peters, artiestenmanager.

‘Ik vertegenwoordig een aantal van de grootste namen, maar voor iemand zoals jij is er altijd plek.’

Wacht, wat? Hij probeert me te kapen? Ik schiet bijna in de lach door zijn vrijpostigheid. ‘Sorry, ik ben niet op zoek. Ik heb een manager.’

Hij kantelt zijn hoofd en trekt één wenkbrauw op. ‘Je oom.’

‘Ja.’

Dit gesprek geeft me een ongemakkelijk gevoel en mijn blik is op zoek naar afleiding, maar Duncan is nog niet klaar met me. 

‘Werk met familie mengen is een slecht idee, Sophia. Daarnaast kan ik je veel beroemder maken dan Marcus. Denk erover na.’

Ik knik nadenkend, maar sta dan op. ‘Hm hm. Ik eh, ga even naar het toilet.’

‘In de hal, tweede deur rechts.’

Fronsend kijk ik hem aan, maar hij glimlacht galant. 

‘Dank je.’

Met tegenzin loop ik weg bij Liam. Hoewel het sowieso een goed excuus was om me te verwijderen uit het gesprek met Duncan, moet ik ook echt naar de wc. Om het zekere voor het onzekere te nemen, neem ik mijn beker mee naar binnen en doe snel mijn behoefte. 

Het toilet is ruim en één muur is volledig bedekt met spiegels, zodat je geen andere keus hebt dan je uiterlijk beoordelen terwijl je hier bent. Ik strijk snel een paar plukken recht en was mijn handen met de heerlijk geurende zeep uit het pompje. Het ruikt naar iets zachts, maar het is ook fris… Even snuffel ik aan mijn handen, maar zodra ik opkijk en mezelf in de spiegel zie, rol ik lachend met mijn ogen. 

Als ik een minuut later de deur van de wc weer open, komen er net twee meiden de trap aflopen. Marina heb ik al leren kennen en als ze me ziet omhelst ze me alsof we al jaren vriendinnen zijn. Ik verlang naar de zorgeloosheid die zij laat zien en neem nog een slok van mijn drankje terwijl ze me voorstelt aan de vrouw naast haar.

‘Rosa, dit is Sophia. Sophia, Rosa. Aangenaam, aangenaam. Ik ga zwemmen!’

Zonder ons nog een blik waardig te gunnen trekt Marina haar jurkje uit, gooit hem op de grond en rent door de woonkamer naar het terras. 

Grinnikend kijkt Rosa haar na en richt zich dan tot mij. ‘Nou, aangenaam.’ 

Haar witte tanden staan in scherp contrast met haar huidskleur en ik kijk bewonderend naar haar grote bos zwarte krullen. Haar lichaam is gehuld in een jurkje met een combinatie van gele, oranje en rode vakjes, wat me doet denken aan de zon.

‘Hoi,’ lach ik. ‘Ja, eh… Sophia dus.’

Rosa richt haar volledige aandacht op mij en lijkt niet te denken dat ze haar tijd beter kan besteden in het gezelschap van al die mensen in de ruimte hiernaast. ‘Ben je hier voor het eerst?’

‘Ja. Liam heeft me meegenomen.’

Ze haalt meteen haar wenkbrauwen op. ‘O, Liam. Toe maar weer. Wees realistisch met je verwachtingen van die man,’ waarschuwt ze.

Ik knik, want hoewel ik hem leuk vind heb ik eigenlijk geen enkele verwachting van hem. 

Rosa kantelt haar hoofd als mijn gedachten weer afdwalen en haalt me terug in het gesprek. ‘En wat doe je?’

‘Op dit moment?’

Rosa lacht. ‘In het dagelijks leven.’ Ze haakt haar arm door de mijne en neemt me mee naar de eettafel, waar we naast elkaar plaatsnemen. Met haar elleboog op tafel en haar hoofd op haar hand kijkt ze me aan. 

‘Ik eh, schrijf muziek. En ik zing.’ Het is de eerste keer dat ik het zelf moet zeggen en iemand me niet meteen vertelt wie ik ben. Het is verfrissend, maar ook confronterend. 

‘Ik ben zangeres,’ zeg ik hardop. Ik voel me moedig. 

Achter haar roepen twee dansende mensen Rosa’s naam, maar ze wuift ze weg zonder om te kijken. ‘Waarom?’

‘Wat?’

‘Waarom maak je muziek?’

Nadenkend staar ik naar de gouden ringen in haar oren, terwijl ik nog een grote slok neem van het drankje dat Liam me heeft gegeven. Het wordt met elke slok lekkerder. 

‘Het is meer noodzaak dan optie,’ vertel ik haar eerlijk. ‘Als er een melodie of tekst in mijn hoofd zit, moet ik hem opschrijven, moet ik het op die manier verwerken. Anders ontplof ik.’

‘Dat is waarom je muziek schrijft,’ concludeert ze. ‘Waarom wil je het zingen, waarom moeten andere mensen jouw muziek horen?’

Niemand is ooit zo direct tegen me geweest, maar ik vind het fijn. Het dwingt me na te denken over het antwoord op de vragen die ze stelt en dat voelt belangrijk. Even kijk ik haar aan en ze wacht met engelengeduld tot ik een antwoord heb geformuleerd. 

‘Omdat ik mijn gevoelens alleen kan overbrengen in de vorm van muziek en die gevoelens zijn universeel. Toen ik jong was heeft muziek mij zo erg geholpen om mezelf en de wereld om me heen te begrijpen. Dat wil ik voor anderen doen,’ vertel ik. Opeens ben ik op gang gekomen en dus praat ik verder zonder te wachten tot Rosa me nog een vraag stelt. ‘Ik wil het moment met ze delen waarop ze beseffen dat ze niet alleen zijn, dat iedereen zich zo voelt. Het moment dat ze loslaten en gewoon meebewegen op de melodie. Het moment dat ze om zich heen kijken en een eenheid voelen die je alleen kunt voelen als je allemaal hetzelfde doet op hetzelfde moment.’

Ik adem diep in en kijk naar Rosa’s brede glimlach. 

‘Wauw, Sophia. Dat is krachtig. Wat een ballen heb jij, dat je je zo kwetsbaar op durft te stellen.’

Haar ogen lijken even glazig te worden, maar met een glimlach knippert ze de emotie net zo snel weer weg. Ook ik glimlach, want haar woorden raken me op een manier die ik niet uit kan spreken. Wel komt er een melodie in me op die ik nu al typerend voor haar vind.

‘Dank je,’ zeg ik daarom. Bij sommige mensen moet ik moeite doen om mijn sociale vaardigheden in te zetten, maar Rosa heeft me binnen twee minuten opengebroken en dat maakt me ook nieuwsgierig naar haar. 

‘En eh… Wat doe jij?’

‘Ik ben fotografe.’

‘Waarom?’ 

Ze glimlacht geamuseerd. ‘Omdat ik het als magie beschouw om een milliseconde voor een eeuwigheid vast te kunnen leggen. Ik fotografeer vooral mensen en juist die micro-expressies, die korte momenten waarop je iemands gedachten kunt zien op hun gezicht, dat vind ik de ultieme uitdaging.’

‘Mooi,’ glimlach ik. 

‘Daar ben je.’ Liam verschijnt naast me, net op het moment dat ik mijn drankje op heb. ‘Ik zie dat je Rosa ontmoet hebt.’

Rosa geeft hem een zachte duw. ‘Liam, Liam, Liam, waar heb je deze leuke dame nu weer opgeduikeld?’

‘Ik mocht dit weekend verschijnen in haar videoclip.’ De trotse blik op zijn gezicht is niet te veinzen en ik voel me vereerd dat hij zich zo voelt over wat we samen hebben gedaan. ‘En nu kan ik geen afscheid nemen.’

Zijn hand belandt op mijn schouder en ik glimlach naar Rosa, die me onderzoekend aankijkt, alsof ze wil weten of het wederzijds is. Alsof ze wil checken dat alles oké is. Iets in mijn blik stelt haar gerust, want ze knikt en staat op. 

‘Dan stel ik voor dat jullie nu samen met mij een nieuwe dansvloer starten, want ik wil dansen en iedereen hier is op dit moment alleen maar aan het zwemmen en zitten.’

Even kijk ik om me heen, want ze heeft gelijk. Waar er bij binnenkomst wat mensen aan het dansen waren, is er nu weinig beweging meer. Op één van de hoekbanken zitten twee stelletjes te vozen en op een andere doen ze een of ander dobbelspel. 

Ik ben hier absoluut nog niet dronken genoeg voor, maar laat me toch meeslepen en ben meteen het middelpunt van de aandacht als we naast de pooltafel beginnen te dansen. Rosa trekt Liam tussen ons in en Liam legt zijn handen op mijn middel, waarna we onze lichamen laten bewegen op de muziek. Het duurt niet lang voordat een handvol mensen zich bij ons voegt en niet veel later weet ik een beetje los te komen van de omgeving en de muziek te voelen. Ik heb altijd gehouden van dans, want het is een andere manier om de muziek te ervaren. Maar ik heb nooit veel gedanst buiten de privacy van mijn eigen slaapkamer of dronken avonden in een club.

‘Je bent zo sexy als je jezelf laat zien,’ fluistert Liam, terwijl hij me dichter tegen zich aantrekt en zijn lippen in mijn hals drukt. Ik besluit me niet druk te maken om de menigte mensen die ik niet ken en ik gooi mijn hoofd achterover, zodat hij er beter bij kan. Hij zuigt en kust me, tot hij glimlachend over de plek in mijn hals wrijft die inmiddels wel zichtbaar geworden moet zijn.

‘Ik ga je zoveel laten zien.’ 

Ik glimlach om de enthousiaste twinkeling in zijn ogen en geef met een knikje mijn toestemming. Hij is goed met mensen, zo open. Ik weet zeker dat ik veel van hem kan leren. Het enige wat ik niet zeker weet is of hij dat ook bedoelt, maar ik besluit dat ik niet alles meteen hoef te weten. 

Een beetje mysterie maakt het leven leuk. 

22 

 

Fiengaatdatzien: Die meid praat nooit, zingt alleen maar. Waarom???

 

Ik word alleen wakker. Nadat Liam me bij het hotel heeft afgezet met de taxi, heb ik hem naar huis laten gaan. De enige reden dat ik hem niet naar binnen vroeg is dat ik niet wil dat hij denkt dat ik makkelijk ben, dat ik die kant van mezelf met iedereen deel. Want dat doe ik niet. Maar mijn lichaam is duidelijk klaar om met hem verder te gaan. 

Met een zucht draai ik me nogmaals om. Achter de verduisterende gordijnen schuilt een middagzon die ik nog niet wil zien. Uiteindelijk sleep ik mezelf in het donker naar de badkamer, waar ik alvast in de badkuip ga zitten terwijl deze volloopt met warm water. 

Druppel voor druppel, stralend warm water. 

Het feest was echt… interessant. Hoe later het werd, hoe losser de mensen werden, tot er midden in de nacht overal vrijende stelletjes zaten – ik heb zelfs een trio gezien. Enkele mensen dreven laveloos in het zwembad, nog net bij bewustzijn, terwijl anderen als katten in de nacht door de kamer renden. 

Ik heb het niet zien gebeuren, maar er is geen twijfel over mogelijk dat een overgroot deel van die mensen drugs gebruikt. En hoewel ik er ergens een afkeer van heb, is er ook een nieuwsgierigheid die ik probeer te onderdrukken. 

Dansen met Liam was zo intens. De aantrekkingskracht tussen ons geeft me nu, tien uur later, nog steeds kippenvel. Ik laat mijn hand afdwalen naar beneden, over mijn borsten, mijn buik en verder… 

Pas als het water zo koud is dat ik begin te rillen kom ik uit het bad en met een glimlach kijk ik in de spiegel naar de herinnering die Liam in mijn hals heeft achtergelaten. Het zit aan de zijkant, waardoor mijn losse haren het verbergen. 

Het is al halverwege de middag als ik met een schaaltje cornflakes op bed zit, mijn lichaam gehuld in een comfortabel shirt met lange mouwen en een joggingbroek. Eindelijk heb ik de gordijnen geopend, maar inmiddels zijn er wolken voor de zon gedreven. 

Ik weet dat het Marcus is die voor mijn deur staat door de manier waarop hij klopt. Als ik roep dat hij binnen mag komen, komt hij grijnzend de kamer in met een laptop onder zijn arm en de band op zijn hielen.

‘Goedemiddag schone slaapster,’ grapt Jordy, die naast me komt zitten en door mijn nog drogende haren woelt. Marcus gaat ook op de rand van het bed zitten, terwijl Vince en Sam plaatsnemen op de bank die ernaast staat. 

‘Wat is dit?’ Marcus’ glimlach is verdwenen als hij het zwarte kaartje dat ik gisteren van Duncan heb gekregen omhoog houdt en ik stel hem snel gerust. 

‘Een manager die me bij je weg probeert te kapen, maar maak je geen zorgen.’ 

Ik verscheur het kaartje ter plekke en gooi de snippers op de grond. ‘Ik ben niet op zoek.’

Opgelucht haalt Marcus adem en zijn glimlach komt weer terug. ‘De eerste versie van de videoclip is klaar, ik wilde hem je gelijk laten zien.’

‘En dat wilden wij niet missen,’ glimlacht Jordy enthousiast. Mijn blik flitst even naar Vince, maar dan richt ik me op het tv-scherm aan de muur, waar Marcus inmiddels een kabel heeft ingeplugd. Hij drukt op play en na een aantal seconden stilte waarin een shot te zien is van mij alleen en een shot van Liam alleen, begint de muziek en de video. 

Met grote ogen staar ik naar het scherm. Het is prachtig. De beelden vertellen een verhaal en lopen feilloos in elkaar over. De scènes tussen Liam en mij worden onderbroken door beelden waarin ik in de camera zing. Het is vreemd om mezelf zo terug te zien. Het voelt alsof ik het niet ben, maar tegelijkertijd herken ik mezelf in de vrouw in de video.

Jordy port lachend in mijn zij. ‘Wauw, onze ster kan acteren!’ 

‘Dit is niet geacteerd,’ corrigeert Vince. 

Ik kijk van hem naar het scherm, waar Liam en ik op bed liggen en… in elkaar opgaan. Mijn wangen kleuren meteen rood en ik wend mijn blik af. Sam fluit uitdagend en Jordy begint te joelen als Liams handen afdwalen en ik verlangend naar hem opkijk. Mijn hart bonst luider en luider. Ik ben niet zo gevoelig dat ik het erg vind dat de wereld me op deze manier ziet. Het is oké als dit op tv verschijnt, als Nederland deze kant van me te zien krijgt. 

Maar het zwijgen van één persoon klinkt als geschreeuw in mijn oren. 

‘Dus? Wat vinden jullie?’ vraagt Marcus als het afgelopen is. 

‘Fantastisch,’ knikt Sam. ‘Dit is precies wat ik bedoelde laatst. Het heeft een verhaal en het is zo mooi gemonteerd…’

Jordy knikt. ‘Echt goed gedaan, Sophia. Man, ik wil hem nog een keer kijken.’

Marcus wil enthousiast alweer op play drukken, maar ik pak de afstandsbediening van hem af en zet de tv uit. ‘Één keer is genoeg. Ik vind hem goed, ik heb geen opmerkingen. Tot vanavond.’

Er heerst een verbaasde stilte als ik ze met voor mijn doen veel woorden de deur uitzet, maar dan kruipt Jordy van het bed af. Samen met Sam is hij als eerste weg, gevolgd door Marcus. Ik houd mijn blik gericht op het nu weer zwarte tv-scherm en weiger opzij te kijken naar Vince. 

Dit hoort niet te voelen als vreemdgaan. De clip is hartstikke mooi en ergens ben ik zelfs trots op de manier waarop ik ook mijn seksualiteit heb durven laten zien. 

‘Tot vanavond, Vince.’

Hij staat op en loopt naar de deur, maar de energie die hij afgeeft raakt me nog in overvloede, lang nadat hij de deur achter zich dicht heeft getrokken. 

 

Als ik die avond de kleedkamer van de band inloop, is alleen Sam er. 

‘Hé,’ groet ze. 

‘Hé.’ Bevreemd kijk ik rond. Eigenlijk is het vreemd dat ik een eigen kleedkamer heb en Sam met de jongens moet delen. Ik plof nadenkend op de bank.

‘Je mag ook best mijn kleedkamer gebruiken hoor.’

Lachend schudt ze haar hoofd. ‘Nee joh, dat is niet nodig. Ik ken die gasten al jaren en aangezien ik nooit op ze zal vallen is het delen van een ruimte geen probleem.’

Ik knik en kijk toe hoe ze haar beanie met twee schuifspeldjes vastzet in haar haren.

Ze kijkt me aan via de spiegel. ‘Hoe is het met je, meid?’

‘Oké,’ knik ik. ‘Het begint allemaal een beetje te wennen, maar dit is nog maar het begin en dat weet ik ook.’

‘Je oom heeft grootse plannen met je,’ knikt Sam. ‘En wij zijn er, elke stap van de weg. We staan honderd procent achter je, Sophia. Ik wil dat je dat weet.’

Haar woorden raken me recht in mijn hart, want dat is wat ik op dit moment het meeste nodig heb. Mensen die achter me staan. 

‘Dankjewel.’

Geëmotioneerd kijk ik haar aan en ze pakt mijn hand vast, terwijl ze naast me op de bank komt zitten. ‘En als je ooit gewoon even wilt praten, of zwijgen, of huilen, of schelden… zelfs slaan… dan kom je maar naar me toe.’

Haar woorden brengen emoties naar de oppervlakte waarvan ik niet wist dat ze er direct onder zaten en als ik een traan wegveeg, trekt ze me in een sterke omhelzing. 

‘Ik heb een hoop shit gezien in mijn leven en ik weet dat jouw jeugd ook niet alleen regenbogen en zonnetjes is geweest. Maar je bent er nog, Sophia. Je bent zo sterk, en ik denk soms dat je dat zelf niet eens beseft.’

Ik schud mijn hoofd achter haar hoofd, maar weet dat ze het kan voelen. Een snik ontsnapt en met een hand veeg ik een traan weg. We zitten een paar minuten zwijgend tegen elkaar aan en ik veeg net de laatste tranen weg als Jordy en Vince zich bij ons voegen. 

‘Hé.’ Jordy kijkt ons onderzoekend aan en werpt dan een blik op zijn horloge. ‘We moeten zo op. Shotje voor moed?’

Mijn hoofd knikt langer dan noodzakelijk en Jordy vist een fles wodka uit de minibar, waarna hij vier shotglaasjes vult. Uit angst dat ik weer in huilen uitbarst als ik Vince aankijk, negeer ik hem vakkundig en als we alle drie ons shotje hebben genomen, gebaar ik naar Jordy om mijn glas nogmaals te vullen. Uit solidariteit schenkt hij er voor iedereen nog een in. 

‘Op weer een succesvolle muzikale avond.’

23

 

Surfmeid06: Die videoclips van haar zijn echt goed. En omg, Liam Houten, Sophia boft maar!

 

‘Ben je er klaar voor?’

Nerveus staar ik naar de rode loper die voor ons opdoemt en het simpele antwoord op Liams vraag is nee. Ik ben niet klaar voor een lading fotografen en journalisten die om onze aandacht gaan schreeuwen gedurende de korte wandeling naar de ingang van het filmhuis. Tot nu toe heeft Marcus me weggehouden bij dit soort toestanden – op mijn verzoek. Maar de andere kant van het verhaal is dat ik er wel klaar voor ben. Klaar om het te leren, om mijn vermogen om met deze situaties om te gaan te vergroten. 

Dus ik knik en stap uit de auto. 

‘Liam, Liam!’ 

‘Sophia, Sophia Vonk!’

Liam slaat een arm om mijn middel en leunt naar me toe. ‘Er zijn hier meer mensen die jou willen spreken dan de sterren van deze film, geloof me.’

‘Sophia, Sophia! Hoe heb je Liam ontmoet? Zijn jullie een stel? Liam!’

Mijn god.

Gedecideerd loopt Liam naar de journalist toe en ik knijp zachtjes in zijn zij. 

‘Ik mocht spelen in Sophia’s nieuwe videoclip, die volgende week uitkomt. Zo hebben we elkaar leren kennen en het klikte meteen. We zijn vrienden.’

Ik had een samenzweerderige blik van hem verwacht nadat hij die woorden uitspreekt, maar hij houdt zijn professionele poker face op z’n plaats en leunt naar de journalist toe als hij nog iets wil vragen.

‘Wie dragen jullie?’ 

‘Mijn pak is van Armani, Sophia’s jurkje is Gucci.’

Fronsend kijk ik naar hem op. Hoe weet hij dat? Met een knipoog zegt hij Marcus’ naam. Hij is zo goed voorbereid en weet altijd wat hij moet zeggen. Ik laat me door hem over de rode loper leiden en probeer constant een beetje te glimlachen, zoals hij me geïnstrueerd heeft. Hij laat me de hele tijd niet los en dat helpt meer dan ik zou willen toegeven. 

‘Sophia, Sophia, hoe is je leven veranderd sinds je de inspiratie bent van heel Nederland?’

‘Je kunt beter vragen wat er niet veranderd is,’ merkt Liam op. 

‘Ik…’ begin ik een eerste poging om zelf antwoord te geven. Liam knikt me bemoedigend toe en ik richt me op de jonge verslaggeefster die de microfoon hoopvol op me richt. 

‘Ik heb in korte tijd zoveel lieve, leuke en interessante mensen leren kennen. Er gaat een wereld voor me open en ik… Het is een eer dat iedereen van me wil horen.’

Voordat ze nog een vraag kan stellen zet Liam de laatste paar stappen richting de ingang en als we eenmaal binnen zijn wordt ons meteen een glas champagne aangeboden. We komen in een ruime hal waar tientallen mensen elkaar proberen te overstemmen om te kunnen converseren. 

‘Nou, je hebt het overleefd! Straks hoef je alleen maar twee uur voor je uit te staren. Als we vanavond weer weggaan zullen er nog wel wat fotografen klaarstaan, maar geen journalisten meer.’

Terwijl we wat champagne drinken in de lobby wordt Liam door de ene na de andere persoon gegroet. Op mij worden vele nieuwsgierige blikken geworpen en Liam stelt me netjes aan iedereen voor, maar de namen gaan mijn ene oor in en het andere oor uit. Niemand staat langer bij ons dan een paar minuten, dan fladderen ze rond naar de volgende bekendheid om gedag tegen te zeggen. Is dit nou netwerken?

‘O mijn god, jij bent Sophia Vonk.’

Met een lichte zucht kijk ik op naar Liam, die met zijn ogen rolt en zich omdraait naar de vrouw – het meisje – dat me herkende. 

‘Mandy,’ gromt hij.

‘Hoi,’ zeg ik. 

‘Je bent het echt. Wauw.’ Ze draait zich half om en heft haar telefoon om een selfie te maken. 

‘Mandy,’ gromt Liam. ‘We hebben het hier eerder over gehad: toestemming. Waar zijn je manieren?’

Met een zucht draait Mandy zich weer naar me toe. 

‘Mandy Houten, nichtje van,’ stelt ze zichzelf voor. ‘Mag ik met je op de foto?’

‘Eh, ja hoor,’ zeg ik, waarna ik naast haar ga staan en mijn beste glimlach opzet voor haar camera. Liam heeft gelijk, het is een stuk minder overweldigend als iemand het gewoon vraagt.

‘Dank je.’ Ze keurt de foto’s meteen en knikt tevreden. ‘Ik kom volgende week naar je concert, zou het echt tof vinden als je me backstage wilt laten om wat plaatjes te schieten voor m’n stories.’

Met een frons kijk ik van haar naar Liam. ‘Eh…’

‘Ze heeft een Instagramaccount met een paar honderdduizend volgers,’ licht Liam toe. ‘Mandy, bel haar manager maar.’

Mandy kijkt geïrriteerd naar haar neef. ‘Kom op, Liam, ze is hier nu toch? Het is goede exposure voor ons allebei.’

Ik stem in met haar plan, maar raad haar aan Marcus te bellen omdat ik geen idee heb hoe zoiets geregeld moet worden. Tevreden huppelt ze even later verder naar de volgende BN’er. 

‘God, ze is zo irritant,’ lacht Liam. ‘Toen ze veertien was begon ze te vloggen en ik weet niet wat, maar ze doet iets goed. Alle tienermeiden van Nederland volgen haar, en waarschijnlijk een paar oude geile kerels…’

Zijn gezicht vertrekt bij het idee.

‘Hoe oud is ze nu?’

‘Bijna achttien. Ik heb haar ooit in een dronken bui beloofd dat ik haar eens zou meenemen naar een feestje als ze volgens de wet volwassen is. Ik houd m’n hart nu al vast.’

Op dat moment komt er weer iemand gedag zeggen tegen Liam. In elke interactie bestudeer ik hem; zijn gedrag, zijn woorden, zijn houding. Ik heb nog nooit iemand ontmoet met zoveel charisma als hij en met elke minuut ga ik hem leuker vinden.

De film is niet echt mijn smaak, maar Liam weet me vakkundig af te leiden. Zijn hand belandt al snel op mijn bovenbeen en tergend langzaam kruipt hij verder opzij en naar boven tot hij eindigt tussen mijn benen. Ik leun met mijn hoofd tegen zijn schouder terwijl hij de huid aan de binnenkant van mijn bovenbenen beroert. Mijn ademhaling wordt rustiger maar mijn hartslag begint het tempo op te voeren terwijl er allerlei nieuwe prikkels door mijn lichaam heen razen. Liam probeert zijn hand nog verder richting mijn string te bewegen, maar ik houd hem met een haast onhoorbare grom tegen – vooral omdat ik hem niet wil tegenhouden. 

Hij lacht zachtjes en pakt mijn hand vast, waarna hij de rest van de film met mijn vingers speelt. En als dat enige indicatie is voor wat hij kan doen met de rest van mijn lichaam… 

Als we aan het eind van de avond voor mijn hotel belanden, parkeert de chauffeur van die avond de auto aan de straat en Liam loopt om de auto heen om de deur voor me open te doen. Met een glimlach stap ik uit en maak aanstalten om naar het hotel te lopen. Als hij mijn deur heeft gesloten trekt hij me aan mijn pols terug en zet me tegen de auto met een blik in zijn ogen die me mijn adem ontneemt.  Hij kust me en het is meteen duidelijk dat hij vist naar een uitnodiging. 

‘Ik wil niet dat je slechte dingen over me denkt,’ fluister ik, terwijl ik zijn lippen hun gang laat gaan in mijn hals. Hij lijkt er intens veel plezier uit te halen af en toe een zuigzoen te zetten, want als ‘ie er eenmaal zit, haakt hij mijn haren steeds achter mijn oren om ernaar te kunnen kijken.

‘Geloof me, ik denk niets dan goede dingen over je.’ Zijn handen glijden af naar beneden en omvatten mijn billen, terwijl hij met een zachte zucht zijn heupen tegen de mijne duwt.

‘Ik wil niet dat je wegloopt, nadat…’

‘Dan moet je wel heel slecht zijn, Soof.’

‘O!’ Lachend duw ik hem van me af, maar hij trekt me plagend weer naar zich toe. 

‘Pardon, was dat een lach? Een echte, oprechte lach?’

Verbaasd kijk ik hem aan, want dat was het. Liam maakt me aan het lachen. Nadenkend bijt ik op mijn lip en Liam kijkt me aan met zoveel verlangen in zijn ogen dat ik hem simpelweg niet kan weerstaan. Door het raam gebaar ik dat de chauffeur kan gaan en dan trek ik Liam aan zijn hand mee naar binnen. In de lift kan hij al niet van me afblijven en eerlijk gezegd heb ik ook moeite mijn handen thuis te houden. Ik verlangde al naar hem vanaf het eerste moment dat ik hem zag. Zodra de liftdeuren openschuiven trekt hij me haast rennend de gang op en als hij mijn kamer voorbij wil rennen trek ik hem met een lach terug en houd mijn keycard voor het slot. 

‘Ik hoop niet dat je gerekend had op slaap vannacht, meisje.’

Een rilling trekt door mijn lijf als hij me naar binnen duwt en de deur met een klap achter zich dichtgooit. 

Hij heeft gelijk, we slapen niet. We kussen, strelen, likken, omhelzen, vrijen… maar we slapen niet. Liam geeft me zo’n goed gevoel. Bij hem voel ik me zelfverzekerd en sexy en vrij. Vooral vrij. Zo vrij dat ik die nacht niet al mijn kreten binnen weet te houden en er ook niet om geef. 

 

Ik weet niet hoe lang mijn ogen al gesloten zijn, maar ik heb in ieder geval even geslapen als Liams lichaam onder me beweegt. 

‘Hm,’ doe ik. Hij kruipt onder me vandaan en drukt een kusje op mijn schouderblad. Ik omhels mijn kussen en ga diagonaal op het bed liggen zodat ik hem kan volgen met mijn ogen. Hij trekt de boxershort aan die naast het bed ligt. 

‘Wat doe je?’

Hij gebaart naar de andere ruimte. ‘Er klopte iemand op de deur.’

‘Marcus?’ 

‘Ik weet niet, schat, ik moet nog open doen,’ lacht hij, waarna hij in het donker naar de deur loopt en hem opent. Vanaf mijn positie in bed kan ik de ingang zien. Ik weet niet hoe het kan dat hij niet kijkt naar degene die de deur opent, maar zodra de deur op een kier is, valt het licht van de gang op mijn gezicht en kijkt Vince me recht aan. 

Even lijkt de wereld te stoppen met draaien. De tijd staat stil, terwijl Vince naar mij kijkt en Liam afwachtend naar hem kijkt. Ik doorbreek de spanning door me om te draaien en het dekbed over me heen te trekken, maar Vince moet gezien hebben dat ik naakt ben. Met gesloten ogen luister ik naar het gesprek. 

‘Kan ik je helpen?’

‘Sorry, ik wilde alleen… Ik kom voor Sophia.’

Er valt een korte stilte waarin ik me voorstel dat Liam zich omdraait om te kijken of ik eraan kom of niet. 

‘Dat spreekt voor zich, dit is haar kamer. Maar zoals je kunt zien slapen we nog. Het kan vast wachten?’

Weer een stilte. Mijn hand balt zich tot een vuist, terwijl ik bid dat de ongemakkelijkheid zo voorbij is. 

‘Marcus wilde overleggen over de programma’s voor de drie shows in de Ziggo dome.’

‘Zoals ik al zei, het kan vast wachten. Vanmiddag is ze weer helemaal van jullie.’

Mijn god, ik kan de stiltes niet meer aan. Wat gebeurt er? Kijken de twee elkaar aan? Kijken ze naar mij? 

Liams stem blijft vriendelijk, maar de oprechtheid is er duidelijk af. ‘Anders nog iets?’

Ik zie voor me dat Vince zijn hoofd schudt, want het eerstvolgende dat ik hoor is dat de deur weer gesloten wordt. Ik spiek naar Liam van onder het dekbed. Zijn boxershort belandt op de grond en met een tevreden zucht kruipt hij weer naast me in bed en begint me met hernieuwde energie te knuffelen. 

‘Wat onhandig,’ merkt hij op. 

Ik ben even stil terwijl ik me probeer te bedenken wat hij onhandig vindt, maar uiteindelijk moet ik om verduidelijking vragen. 

‘Dat je gitarist verliefd op je is.’

 

24

 

Coffee.Lover.7: Tranen. Zo mooi!

 

Liam in mijn bed maakt me blij. Als we uiteindelijk daadwerkelijk een paar uur hebben geslapen en ik hem heb gewekt met een goede ronde vier aan het eind van de ochtend, bestellen we roomservice en ontbijten we in bed, zoals geliefden. Vince spookte meermaals door mijn gedachten, maar ik duwde hem steeds weg om te kunnen genieten van mijn tijd met Liam. 

‘Ik was gisteren zo van je onder de indruk,’ beken ik. ‘Hoe je die mensen te woord stond en in elk antwoord iets van promotie wist te verwerken voor je eigen projecten of die van mij. Je bent zo goed met ze.’

Hij haalt zijn schouders op terwijl hij een appelpartje in zijn mond stopt. ‘Daar zijn ze voor, om ons te promoten.’

‘Zo heb ik er niet eerder over nagedacht.’ Peinzend kijk ik hem aan. ‘Ik vind het moeilijk. Dingen zeggen met een songtekst en een melodie is… Dat voelt natuurlijk. Maar woorden en zinnen gebruiken om dingen te zeggen, dat vind ik lastig.’

‘Zorg dat Marcus je een mediatraining laat volgen, het is echt te leren. Je kunt vragen beantwoorden met antwoorden waar ze niet om vroegen of soms zelfs vragen helemaal negeren. Als jij iets interessants hebt gezegd, is iedereen de vraag die ze gesteld hebben alweer vergeten.’

‘Hm.’ Nadenkend neem ik een hap van de toast met avocado en terwijl ik mijn arm hef, glijdt het laken van me af, waardoor Liams ogen meteen naar mijn ontblote borsten getrokken worden.

‘Wil je iets voor me doen?’ vraagt hij, duidelijk meteen weer opgewonden. 

Ik zet mijn beste sexy glimlach op. ‘Waarschijnlijk wel.’

Hij staat op en loopt ongegeneerd met een stijve door de kamer, waarna hij terugkomt met mijn gitaar. 

‘Zing een liedje voor me. Precies zo, waar je nu zit.’

Met een glimlach pak ik de gitaar aan, maar als hij zijn telefoon tevoorschijn pakt, trek ik het laken omhoog. 

‘Je mag kiezen, Liam. Naakt en zonder telefoon, of op film met een laken.’

‘Fuck,’ gromt hij, terwijl hij weer op het bed komt zitten en eruitziet alsof hij hard over dit dilemma moet nadenken. ‘Ik wil me dit voor altijd herinneren. Mag ik allebei?’

Met een verleidelijke glimlach drapeer ik het laken om me heen zodat ik het niet vast hoef te houden en Liam heft zijn telefoon om me te filmen. 

‘Alleen voor jouw ogen, begrepen?’

Hij knikt snel en kijkt me afwachtend aan, waarna ik de eerste akkoorden van Good for you van Selena Gomez aansla. Ik wil hem iets geven waar hij elke avond masturberend naar kan kijken, zonder dat ik zou sterven van schaamte als het ooit op wat voor manier dan ook door andere ogen gezien zou worden. 

Op gepaste momenten kijk ik door mijn vallende haren naar de camera, bijt ik op mijn lip, of glijd met mijn hand over de gitaar alsof het geen muzikaal instrument is. Als het liedje klaar is komt Liam met telefoon en al dichterbij en hij filmt ons terwijl hij me kust. Ik schuif de gitaar glimlachend aan de kant en gooi zijn telefoon op de grond, waarna ik bovenop hem ga zitten en het laken van me af laat glijden. Meteen grijpt hij mijn borsten. 

‘Je bent onverzadigbaar,’ fluister ik bestraffend, terwijl ik het zoveelste condoom van het nachtkastje vis. 

‘Vind je het gek?’

Zodra we beschermd zijn stoot hij bij me naar binnen en verlies ik mezelf opnieuw in hem. 

 

Als Liam die middag moet filmen en me heeft verlaten, kom ik van een enorme high af en val ik. Ik voelde me zo goed toen hij bij me was, maar nu ben ik alleen en trekt er een sombere wolk over mijn leven. Even weet ik niet wat ik met mezelf aan moet en als Marcus kort daarna aanklopt op het typerende ritme dat hij altijd gebruikt, roep ik dat hij binnen mag komen; ik weet dat hij een keycard heeft. 

‘Mag ik nog een half uur? Ik moet echt even douchen,’ vraag ik hem. Ik zit met opgetrokken knieën op de bank in een joggingbroek en hemdje, maar na de workout van vannacht voel ik me niet fris. 

Als de band opeens binnenkomt, vliegt mijn hoop om te douchen de deur uit, maar groeit ook de behoefte. Alsof ik de geur van Liam van me af moet spoelen nu Vince in de ruimte is. Sam en Jordy zitten op de stoelen, waardoor er alleen plek is naast mij op de bank of op het bed. Vince kiest voor de vloer. 

‘Sorry, ik heb je echt even nodig,’ glimlacht Marcus verontschuldigend, ‘want je hebt straks die fotoshoot voor een spread in de Cosmopolitan. Als we dit kort houden is er nog wel tijd voor een douche zo.’

Ik wil door de grond zakken. Hoewel Marcus niet op de hoogte lijkt te zijn, zijn de anderen dat duidelijk wel, want stilte overheerst. Wat gaat er door ze heen? Vinden ze me een slet? Fronsend kijk ik naar de nagels van mijn vingers. Vind ik mezelf een slet? 

Marcus kucht en sluit zijn laptop weer aan op het scherm aan de muur, waar hij een enorme planning laat zien in een powerpoint waar hij te snel doorheen gaat voor mij om iets te kunnen onthouden. Over een aantal maanden doe ik drie shows achter elkaar in de Ziggo Dome, waar ik de hoofdact deel met iemand anders en waar we twee voorprogramma’s voor nodig hebben. Het wordt zo te zien een hele happening. 

‘Ik heb een aanbod voor de artiest van de headline: Tommy Bosman. Was voorheen dj, heeft net één solo-album uitgebracht met eigen nummers. Hij heeft interesse getoond in een samenwerking en we denken dat dit een goede combinatie kan zijn omdat jullie sound enigszins overeenkomt. Je kunt hem dit weekend ontmoeten. Zondagmiddag?’

‘Prima,’ knik ik schouderophalend. Geen idee wie het is, maar ik vertrouw Marcus en wil iedereen zo snel mogelijk uit mijn kamer hebben. Sam staart nietsziend naar het scherm en Jordy wipt op de stoel heen en weer. Naar Vince durf ik niet te kijken.

‘Oké, dan regel ik dat. Ik stel voor dat we die afspraak afwachten voordat we alternatieven gaan onderzoeken en voorprogramma’s uitnodigen. Als we daaraan toe zijn zal het in samenwerking moeten met zijn management, maar de setlist kunnen jullie wel alvast gaan samenstellingen. Bedenk deze week vast ideeën, dan gaan we begin volgende week een keer zitten om iets definitief te maken.’

‘Wat voor iemand is die Tommy?’ informeer ik, nu het ernaar uitziet dat Marcus letterlijk één minuut van mijn tijd nodig had. Waarom de rest hier is weet ik ook niet, zijn dit beslissingen die we met z’n allen moeten maken? 

‘Hij eh… Je ontmoet hem zondag wel. Vorm je eigen indruk,’ glimlacht Marcus. Een onheilspellend gevoel overvalt me en ik kijk mijn oom met samengeknepen ogen aan. Vlug trekt hij de stekker van zijn laptop uit de tv en loopt richting de deur. 

‘Oké, ik laat je douchen. Straal vanmiddag bij de fotoshoot. Als het goed is maken ze je daarna op voor je optreden vanavond, dus je kunt in een keer door.’

‘Oké.’

Opnieuw heerst er een stilte in de ruimte. Jordy, die altijd barst van de energie, vermijdt mijn blik en Sam staart slechts voor zich uit alsof ze niet hier is met haar gedachten. Vince is de eerste die opstaat en de deur uitloopt, gevolgd door Marcus en Jordy.

‘Sam,’ sis ik.

Ze draait zich naar me om en blijft als enige achter. 

‘Je zei dat je aan mijn kant stond.’

‘Heb je me nodig?’ vraagt ze bezorgd, maar nog steeds is er iets aan haar gezicht dat me doet vermoeden dat ze niet helemaal hier is. 

‘Ik wil zeker weten dat je geen partij kiest als het neerkomt op Vince en mij.’

Fronsend kijkt ze me aan. ‘Wat?’

‘Kom op, hij heeft jullie verteld wat er is gebeurd. Geen van jullie heeft net een woord gezegd.’

‘Sophia,’ zucht Sam. Dit keer kijk ik beter naar haar en ik zie de binnengehouden pijn op haar gezicht. Ik herken het als geen ander. 

‘Wat is er?’

‘Sorry als ik stil was, ik ben er niet helemaal bij. M’n broertje wordt vermist, ik… Ik maak me zorgen om hem.’

Ik herinner me meteen dat Vince me destijds vertelde dat haar broertje een illegaal leven had gekozen, een leven waar Sam ooit uitgestapt was. Wellicht wil ik niet eens weten wat dat precies betekent. 

‘O, shit. Het spijt me,’ meteen loop ik naar haar toe om haar te omhelzen. ‘Heb je enig idee waar hij kan zijn?’

‘Ja. Maar dat is niet goed. En ik eh… Ik wil hem gaan zoeken, maar dat is gevaarlijk en ik heb nu zowaar dingen te verliezen.’

‘Ik zet je niet uit de band als je een paar optredens moet missen,’ zeg ik meteen, terwijl ik mijn hand op haar schouder leg in een poging wat zorgen weg te nemen. 

‘Nee, eh… Het zou dan meer gaan om een langere tijd. Omdat ik de bak in kan draaien.’

‘Jezus.’ Ik weet niets anders te doen dan haar nogmaals omhelzen, dus dat doe ik. ‘Wat wil je doen?’

‘Ik wil hem helpen, maar ik weet dat het beter is van niet. Hij heeft hiervoor gekozen, hij kende de risico’s. Ik heb hem al zo vaak uit de brand geholpen, maar hoe vaak kan ik dat nog doen? Ik ben gestopt, verdomme.’

‘Ik weet zeker dat je de juiste keuze maakt.’

Ze knikt en drukt en kus op de zijkant van mijn hoofd. ‘Dankjewel.’

‘Laat je het me weten als je… weg moet? Neem alle tijd die je nodig hebt, maar we hebben wel even nodig om de show akoestisch te maken als dat nodig is.’

‘Natuurlijk.’

Ze zucht diep en laat me dan langzaam los. Net als ze de deur wil openen, draait ze zich naar me terug met een verwarde frons. ‘Wat is er met jou en Vince?’

‘Niets, niets. Sorry, het is niet belangrijk.’

‘Zo werkt het niet, Sophia,’ glimlacht Sam. ‘Jouw dingen doen er ook toe. Weet in ieder geval dat zowel Vince als Jordy hiervan op de hoogte zijn, dus als ze zich anders gedragen dan normaal…’

‘O mijn god, ik moet echt leren dat de wereld niet om mij draait.’

‘Lastig als iedereen zich voor je voeten werpt,’ knipoogt Sam. ‘Succes met je fotoshoot. Ik zie je vanavond, beloofd.’

25

 

FlirtyDirty: Er zijn maar weinig mensen die echt mooi zijn zoals ze zijn. Wat een prachtpersoon. Om verliefd op te worden <3

 

Die avond voel ik me verblind door de lichten. De grond voelt minder recht dan normaal, het publiek voelt verder weg. Ik moet meer moeite doen om ze te bereiken, wat in mijn geval betekent nog meer pijn toelaten in mijn lichaam, in mijn stem. Als ik zing over het gemis van Eliana, over de dood van mijn moeder, over de angst in het jaar dat ik geen moeder had, maar wel een vader die niet voor me zorgde… Bij al die onderwerpen rakel ik de emoties op die ermee gepaard gaan, maar zelfs als de tranen over mijn wangen stromen, stop ik niet. Ik hurk op de grond en maak me kleiner, maar zing door. 

Plots voel ik de onverklaarbare behoefte om naar Vince te kijken. Het is pas op dat moment dat ik besef hoe vaak ik het doe tijdens een optreden, hoe hij me verankert in het hier en nu. Maar als ik vanavond naar hem omkijk, kijkt hij niet terug. Hij kijkt naar zijn gitaar, of naar het publiek, maar niet naar mij. Fysiek staat hij achter me, maar zijn steun is weg. 

En ik heb zijn steun nodig. 

 

Sophia: We moeten praten, Vince. 

Vince: Oké, kom maar langs. Jordy en Sam zijn de hort op. 

 

Verdomme. Hij weet hoe moeilijk ik het vind mijn gevoelens te verwoorden. Met hem appen is een veilig manier om eerlijk te zijn over wat er in me omgaat. Maar hij heeft ook gelijk, hij verdient een face-to-face gesprek. Ik adem een paar keer diep in en uit, terwijl ik het dekbed van me afsla. Deze hotelkamer in het zuiden van het land is kleiner dan mijn hotelkamer in Amsterdam, dus in twee stappen ben ik bij de deur. Na het optreden ben ik meteen teruggegaan, trok ik me terug, maar dit zijn dingen die ik niet weg kan stoppen. 

Als ik op de gang loop zie ik hem al in zijn deuropening staan en mijn hart slaat een slag over als ik langs hem naar binnen loop. Hun kamer is net zo groot als de mijne, maar zij delen hem met z’n drieën. Vince staat met zijn armen over elkaar naast de deur, terwijl ik verloren naar het midden van de ruimte loop.  

Vanaf mijn positie daar kijk ik hem aan en het enige wat ik wil is huilen. Want ik voel dingen voor Vince, heel veel dingen. En zonder dat we het er ooit over gehad hebben, weet ik bijna zeker dat hij die dingen ook voor mij voelt. 

‘Je wilde praten?’

‘Push me niet,’ zeg ik. ‘Je weet hoe moeilijk dit voor me is.’

Hij kijkt me verontschuldigend aan en iets in zijn houding verandert. Hij gebaart naar de bank, maar als hij er zelf plaatsneemt kies ik voor een plekje op de grond voor de bank. Er is afstand nodig tussen ons.

‘Ik vind Liam leuk,’ begin ik voorzichtig. 

Vince schudt meteen zijn hoofd. ‘Je moet voor hem oppassen.’

‘Waarom?’ Met een zucht kijk ik hem aan.

‘Ik vertrouw hem niet, Sophia.’

‘Hij heeft je geen enkele reden gegeven om hem niet te vertrouwen.’

Liam kijkt me meteen aan, klaar om een tegenargument te geven. Hij opent zijn mond, maar sluit hem dan weer, want ik heb gelijk. Ik zie het niet als overwinning. 

‘Ik vind hem leuk en wil tijd met hem doorbrengen. Hij leert me van alles over deze wereld die volledig nieuw voor me is. Hij pakt me bij de hand en trekt me gewoon mee. Hij leidt me door deze jungle. Hij is… licht. Ik heb licht nodig nu. Licht en makkelijk.’

Ik zie op zijn gezicht dat hij wil vragen of hij zwaar en moeilijk is, dus ben ik hem voor en gooi ik al mijn gevoelens op tafel. 

‘Maar ik heb jou ook nodig. Nog meer zelfs. Ik besefte vanavond pas hoeveel kracht ik put uit jou en de band. Ik heb het nodig dat jullie achter me staan, dat ik op jullie kan bouwen, dat jullie er voor me zijn. We zijn vrienden, Vince. Toch? We waren zulke goede vrienden. En ik heb je nodig in mijn leven als mijn vriend, want ik ben niet klaar voor meer.’

Hij zucht zachtjes en kijkt me met een diepe frons aan, terwijl hij deze waarheid op zich in laat werken. Maar jaloezie laat zich niet zo makkelijk overwinnen. 

‘En Liam dan?’

‘Dat is niet hetzelfde, Vince. Het komt niet eens in de buurt. Dat weet je best.’

Ik bevries als hij na een korte stilte het besluit neemt om naast me op de grond te komen zitten en ik kijk voor me, maar voel zijn ogen op mijn huid branden. Zijn hand komt omhoog en hij glijdt met zijn vingers door mijn haren, over mijn hoofdhuid. Met die ene aanraking ben ik volledig klaar voor meer. Met een diepe zucht sluit ik mijn ogen en leun in zijn hand. Mijn gezicht draait automatisch naar hem toe, terwijl hij mijn hoofd zachtjes masseert. 

Ik houd mijn ogen dicht, maar wil toch dichterbij hem zijn. Steeds dichterbij. Als ik zijn ademhaling tegen mijn lippen voel, houden zijn vingers op met bewegen. Hij oefent lichte druk uit op mijn hoofdhuid, alsof hij me naar zich toe wil trekken. Langzaam open ik mijn ogen en ik kijk hem aan van zo dichtbij. Er is slechts een zuchtje wind nodig om ons tegen elkaar aan te duwen en ik wil niets liever. 

‘We willen het allebei,’ fluistert Vince. ‘Waarom kan het niet? Waarom kan het niet casual zijn? We kunnen hieraan toegeven.’

Mijn gejaagde ademhaling is haast synchroon met de zijne en met evenveel tegenzin als zelfdiscipline, neem ik een paar centimeter afstand. Het antwoord op zijn vraag doet me zoveel pijn, stelt me zo teleur, maar ik moet het uitspreken. 

‘Als we iets beginnen, Vince, ga ik je zoveel pijn doen. En jou pijn doen is het laatste wat ik wil.’

‘Dit doet pijn. Je met die gast zien, doet pijn. Elke nacht aan je denken, doet pijn.’

‘Vince,’ fluister ik hoofdschuddend. Deze geheimen mag hij niet met me delen. 

‘Sophia.’

Opeens belanden zijn lippen op de mijne en ik heb nul weerstand over om er iets tegen te doen. Onmiddellijk vliegt mijn lichaam tegen dat van hem. Mijn armen om zijn nek, zijn armen om mijn middel, mijn bekken tegen zijn harde kern. Zijn hand in mijn haren, mijn hand op zijn wang. Hij smaakt naar… naar Vince. Zo puur, zo liefdevol. Hoewel we kleding dragen, hoewel we elkaar alleen maar aanraken aan de buitenkant, zijn we op dat moment één. Er staat geen enkele muur tussen ons. Met geen mogelijkheid kan ik mezelf eraan herinneren waarom dit een slecht idee is, waarom het moet stoppen. Ik wil alleen maar meer.

‘Je moet me loslaten,’ hijg ik, maar mijn lippen vinden hem meteen weer. 

‘Nee, jij moet toegeven.’

Zijn woorden zijn genoeg om me afstand te doen nemen en hoewel zijn hoofd me meteen weer opzoekt, ben ik ver genoeg weg dat hij zijn ogen moet openen om te zien waar ik ben. Met ogen vol tranen kijk ik hem aan, want ik wil echt niets liever op de hele wereld dan toegeven. Waar ik de kracht vandaan haal weet ik niet, maar wat ik met hem heb is zo iets goeds, zo iets moois en ik voel… Ik voel dat mijn breekpunt nog moet komen. Ik weet dat ik niet klaar ben met verwerken, dat ik niet klaar ben om zo’n liefde nu te beleven. Ik sta er simpelweg niet voor open en moet door zoveel pijn voordat ik mezelf open kan stellen, dat ik het bijna liever voor altijd uitstel.

‘Ik wil je niet in de wacht zetten, Vince. Ik wil je niet aan het lijntje houden. Dus in plaats van nog niet, moet ik nee zeggen. Nee. Nee. Nee.’

Vince heft zijn handen in de lucht, want hij is de laatste persoon op aarde die iets tegen mijn wil zou doen. In zijn ogen fonkelt zijn verdriet en ik wil hem zo graag troosten. Ik wil zo graag drie keer ja zeggen, maar alles in mijn verstand zegt me dat ik dit niet moet verpesten. 

‘Als dit betekent dat je me niet elke dag kan zien, dat je niet achter me kan staan, dan begrijp ik dat,’ snik ik. 

‘Nee,’ zegt Vince fel. ‘Nee, ik laat je niet in de steek. Ik blijf. Ik ben je vriend.’

We staan beiden op en ik zet een paar stappen achteruit om afstand te creëren, maar zijn ogen zien nog steeds alles dus het maakt helemaal niet uit. 

‘Ik ben je vriend,’ knikt hij gedecideerd. ‘Ik ben en ik blijf je vriend. Niet meer.’

‘En je wacht niet op me.’

‘Ik ben je vriend,’ is het enige waarin hij kan toegeven. We hijgen allebei nog na en in de spanning van de kamer voel ik opnieuw verlangen naar ons samenzijn. Zijn borstkas beweegt net als de mijne in rap tempo op en neer. Ik zet de eerste stap. Dit had niet moeten gebeuren. Hoe kunnen we ooit terug nu we zo dicht bij elkaar waren?

‘Fuck!’ roep ik als ik langs hem loop. Hij wil mijn arm pakken, maar ik duw hem weg, ruwer dan ik wil. Zonder om te kijken trek ik zijn deur open. Het tempo waarin ik terugloop naar mijn eigen hotelkamer is nog net geen rennen te noemen.

Zelfs als ik in mijn eigen ruimte ben, krijg ik nog geen adem, dus ik gooi het raam open en leun naar buiten om de frisse lucht in te ademen. 

Vrienden? 

Hoe dan?

Na een paar grote happen lucht loop ik weer terug en vis mijn notitieboekje uit mijn tas, maar besef me dan dat het liedje al af is in mijn hoofd. In plaats van het notitieboekje pak ik mijn gitaar en mijn camera en als ik alles heb klaargezet, ga ik naast m’n bed zitten met de gitaar op m’n been en een natte troep in mijn onderbroek. 

‘Vanaf het eerste moment,

Wist ik het al zeker.

Ik wil je liefde kennen,

Je talenten, je gebreken.

Je lippen zo zacht, 

Je handen zo teder.

Ik wil je liefde kennen,

Maar het leven is wreder.’

Er rolt een ongecontroleerde traan uit mijn ooghoek als ik begin aan het korte maar krachtige refrein. 

‘We zijn één. 

Geen muur.

Drie keer ja.

Zo puur.’

De rest van het nummer bevat meer woorden over wat ik voel voor Vince, en eindigt met veel herhalingen van het refrein. Het nummer stopt in doodse stilte en terwijl ik de camera een blik gun in mijn ziel, schuif ik de gitaar aan de kant en ik reik naar het toestel om het uit te zetten. 

Zonder te kijken of het wel goed is, zonder iets te bewerken of aan te passen en bovenal, zonder na te denken, plaats ik dit nieuwe nummer op YouTube. Want ik kan het hem niet laten zien, maar ik wil wel dat hij het ziet. 

Als ik iets zeker weet, is het dat ik verknipt ben. 

 

Vince: Verdomme, Sophia. Verdomme.

26

 

SecretWriter_98: Fan vanaf dag 1!

 

Slapen is er die nacht niet bij. Huilen wel. En schrijven, en zingen, en gitaar spelen, maar in slaap vallen, ho maar. Ik ben kapot als Marcus de volgende ochtend aanklopt met mijn PR-manager om strategieën te bespreken, om me voor te bereiden op de interviews die gaan komen. Marcus stelt een aantal samenwerkingen voor en hij heeft zelfs een paar klussen als model voor me geregeld. Het is zo moeilijk alles uit elkaar te houden als hij het heeft over alle plannen voor de komende tijd, dat ik blij ben dat hij het voor me regelt. Ik begrijp niets van die organisatorische kant. De dingen die ik wel begrijp zijn de drie concertdata en het tweede album dat hij op korte termijn alvast wil opnemen zodat we het kunnen uitbrengen op een later te bepalen onverwacht moment, als verrassing voor de fans.

‘Maar na deze tour, die volgende week eindigt, richten we ons eerst op de interviews. Begin volgende week heb ik twee sessies geregeld met een mediatrainer, die gaat je vertellen wat je kan verwachten en hoe je kunt reageren op bepaalde vragen of situaties. Ik ben zo blij dat je besloten hebt deze stap te zetten, om je verhaal te delen. Ik ga je helpen dit zo goed mogelijk te doen.’

Als ze weg zijn is het al halverwege de middag en met lood in mijn schoenen loop ik naar de kamer van de band. Jordy doet open als ik zachtjes klop, maar in plaats van me binnen te laten komt hij naar buiten en loopt mee naar mijn kamer. Het maakt me nerveus. 

‘Ik wilde een nieuw liedje oefenen,’ begin ik. ‘Maar het hoeft niet per se nu. Is alles goed?’

‘Sam en Vince hebben vandaag wat tijd nodig. Gisteren zijn we flink wezen stappen en gek genoeg was ik de verantwoordelijke van ons drie. Sam heeft wat familieproblemen en Vince… Hij wilde niet zeggen wat hem dwarszat, maar ik denk dat we allemaal wel kunnen raden,’ glimlacht hij. Het is een meelevende glimlach, maar ik lees ook duidelijk onbegrip op zijn gezicht. ‘Zeker toen hij de nacht eindigde in een hoekje met zijn telefoon en je nieuwste creatie op repeat.’

‘Ben je boos op me?’

Hij haalt diep adem en wrijft met zijn hand over zijn ogen. ‘Nee, sorry. Ik ben moe en maak me zorgen om ze. Vooral om Sam, ze heeft het echt moeilijk…’

‘Ze heeft me verteld over haar broertje.’

‘O, gelukkig, dan hoef ik er niet omheen te draaien.’

Bezorgd ga ik op de bank zitten. ‘Is er iets dat we kunnen doen? Kunnen we hem niet gaan zoeken?’

‘Zo simpel is het helaas niet. Hoe dan ook, geef ze vanmiddag, dan staan ze vanavond weer sprankelend op het podium. Nou ja, niet sprankelend waarschijnlijk, maar ze zullen er staan.’

 

Die avond rijden we naar het optreden, dit keer in Den Haag. Het is het eerste optreden dat Marcus moet missen, dus zijn we onderweg in één auto, met z’n vieren. Jordy rijdt en Sam zit samen met mij op de achterbank. Niemand heeft veel zin om te praten, dus zodra we onderweg zijn zet Vince muziek aan en zwijgen we. 

Ik wil het niet, maar ik kan er niets aan doen. Ik ben me bewust van elke beweging die Vince maakt, alles wat hij uitstraalt, alles wat hij niet zegt. Ik zit schuin achter hem en als hij zijn telefoon uit zijn broekzak haalt en onze chat opent, haal ik opgelucht adem. Hij gaat tegen me praten. 

Ik werp een vlugge blik naast me en zie dat Sam aan het slapen is. 

Vince: Alles is oké tussen ons, maar ik heb de ergste kater die iemand ooit heeft gehad. Sorry voor mijn stilte.

Sophia: Geeft niets. Lekker rustig wel.

Vince: O, ik had gedacht dat het te vroeg was voor grapjes, maar blijkbaar niet. 

Sophia: Ik geloof niet dat we hier doorheen komen zonder humor.

Vince: Dan moet ik je vertellen wat Sam vannacht deed.

Sophia: Ja…?

Vince: Toen we in het hotel waren, wilde ze naar het dak en toen naar buiten en toen naar de kamer. Ze kon geen keuze maken dus we bleven maar op en neer gaan in die stomme lift. 

Vince: Denken gaat niet zo snel, Sophia, dus typen ook niet. Heb medelijden met me.

Sophia: Arme Sam.

Vince: Ik doe nog even een dutje. Wil je laten weten dat ik het kut vind maar begrijp. 

Sophia: Dankjewel. Slaap lekker.

Vince stopt zijn telefoon in zijn broekzak en zakt onderuit. Sam slaapt nog steeds en Jordy is geconcentreerd aan het rijden. Voorzichtig reik ik tussen de stoelen door en ik woel zachtjes door Vince’ haren. Hij reageert niet, maar ik weet dat hij nog wakker is. Dan leun ik achterover en sluit ook mijn ogen.

 

De show verloopt soepel. Al is iedereen ergens anders met hun gedachten, als we eenmaal met z’n vieren op dat podium stappen, zijn we een geoliede machine. Ik zing de longen uit mijn lijf, beweeg mijn lichaam op de muziek en praat zelfs af en toe tegen het publiek. Als uiteindelijk de gordijnen sluiten, staar ik ernaar en luister zoals altijd hoe de zaal langzaam leegloopt. Maar dit keer, als ik me omdraai, staat Vince er nog. Ik veeg mijn tranen weg en kijk hem dankbaar aan. Met zijn gitaar in zijn handen gaat hij me voor naar de kleedkamer waar de anderen hun spullen inpakken. 

‘Ik rij als een razende terug naar Amsterdam en dan ga ik pitten,’ kondigt Jordy aan. ‘We vertrekken over vijf minuten, geen plaspauzes. Ik ga roken.’

Zodra hij de deur uit is raap ik mijn spullen bij elkaar in mijn kleedkamer en ik voeg me precies vierenhalve minuut later bij Jordy. Hij is niet alleen. 

‘Liam?’ Verbaasd loop ik naar hem toe. 

Hij pakt me vast en drukt een kus op mijn wang. ‘Hé, schat. Ik kom je ophalen. Feestje.’

‘Kom je daarvoor helemaal naar Den Haag?’

Ondertussen zijn ook Vince en Sam buiten, maar die lopen regelrecht naar de auto van Jordy die klaarstaat. 

Liam schudt zijn hoofd. ‘Ik zou ja willen zeggen, maar ik was toevallig in de buurt. Rijd je met me mee terug?’

Ik werp een blik op Jordy, die zijn schouders ophaalt. De adrenaline van het optreden houdt me alert en op dit moment moet ik niet denken aan slapen, dus ik stem in. Waarom ook niet?

‘Vergeet niet dat je morgen om vier uur die afspraak hebt,’ herinnert Jordy me aan mijn verantwoordelijkheden in de afwezigheid van Marcus. Ik twijfel er niet aan dat Marcus hem geïnstrueerd heeft. Ik knik en omhels Jordy vluchtig, waarna ik zwaai naar Vince en Sam en in de Range Rover van Liam klim. 

Onderweg praten we over het optreden, de plannen voor de komende periode – wat ik ervan heb onthouden in ieder geval – en over zijn werk op de set van Nederlands’ bekendste soap. Hij zit niet in elke aflevering en heeft een variabel filmschema, maar hij werkt daarbuiten ook aan een paar andere projecten. Ondertussen dwalen mijn gedachten af en toe af naar de lippen die gisteravond de mijne hebben geraakt.

Nadat we langs de McDrive zijn gereden, parkeert Liam zijn auto op de grote oprit van de drie modellen, waar we eerst ons eten nuttigen, voordat we uitstappen en naar binnen gaan. 

Het huis is stampvol. Waar er vorige keer een handjevol mensen was, is het nu een drukte van jewelste. Overal staan mensen te dansen, de pooltafel wordt daadwerkelijk gebruikt om te poolen en in de tuin is het zwembad amper te zien door de hoeveelheid mensen op het terras.

‘Weekenden zijn wat drukker dan een maandag,’ zegt Liam. ‘Welkom in Casa Modela.’

‘Echt, noemen ze dit huis zo?’ frons ik. 

‘Nee, dat heb ik net bedacht,’ lacht hij. ‘Kom!’

Hij trekt me mee naar de keuken waar we eerst allebei een drankje regelen en nadat Liam me drie keer beloofd heeft dat hij het houdt bij één drankje, laat ik hem zijn lippen aan de beker zetten. 

‘Anders stap ik echt niet bij je in de auto.’

Liam knikt serieus. ‘Verstandig.’

Hij neemt me mee naar het terras, waar de frisse lucht een welkome afwisseling is van de warmte binnen. Om me heen zie ik mensen alles doen wat god verboden heeft. Ze drinken, ze dansen, ze zoenen… Hier en daar zie ik mensen en plein public drugs opsnuiven of pillen uitwisselen en het zwembad zit vol met mensen. 

‘Wil je in de jacuzzi?’ grijnst Liam. 

Met weinig enthousiasme kijk ik van het bad naar Liam. ‘Andere avond, misschien.’

‘Oké. Ik moet even een rondje doen, vermaak je je even zelf?’

‘Eh, ja,’ knik ik, zekerder dan ik me voel. Liam loopt weer naar binnen en ik neem plaats op één van de ligstoelen naast het zwembad, terwijl ik toekijk hoe ze een of ander spel spelen waarvan ik de regels niet kan raden. Twee vrouwen zitten in de nek van twee mannen en gooien een bal over, terwijl ze mannen met elkaar worstelen in een poging de andere vrouw eraf te duwen. Geen idee hoe je punten haalt bij dit spel.

‘Sophia, je bent er weer!’ 

Zwaaiend komt Rosa op me aflopen, met aan haar arm: Duncan. Hij is opnieuw gekleed in een pak, maar heeft dit keer het jasje nog aan, alsof hij er net is. Rosa draagt een prachtige lichtgele zomerjurk ook al is het inmiddels toch echt hartje winter. 

‘Welkom, welkom. Ik zie dat je al wat te drinken hebt. Heb je Duncan ontmoet? Mijn wederhelft.’

Rosa en Duncan? Ik kan geen twee mensen bedenken met een groter verschil in persoonlijkheid. ‘Ik eh… Ja, we hebben elkaar ontmoet.’

Duncan heft zijn glas en ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘Ik wacht nog steeds op je belletje.’

‘Helaas heb ik je kaartje verscheurd,’ beken ik. ‘Ik ben echt niet op zoek naar een manager.’

‘Duncan, je bent onverbiddelijk.’ Rosa geeft hem een speelse duw en gaat dan op het ligbedje naast me zitten. ‘Ga, maak vrienden. Of vijanden. Doe je ding.’

Ik kan de blik die Duncan zijn vriendin schenkt niet helemaal plaatsen, maar Rosa negeert hem en richt zich op mij terwijl Duncan zich inderdaad omdraait en weer naar binnen loopt.

‘Meid, door wie ben je zo verscheurd? Ik zag vanochtend je nieuwste video.’

Dit is nieuw. Mensen vragen me meestal niet zo direct naar m’n muziek, hoewel het voor de hele wereld vrij duidelijk moet zijn dat ik alleen autobiografisch schrijf. 

Ik doe er langer over dan sociaal gepast is om een antwoord te bedenken, waardoor Rosa haar woorden terugneemt. ‘Sorry, dat is natuurlijk gewoon privé. Ik wilde niet vissen naar roddels. Wel wilde ik je vragen of het klopt dat je binnenkort een shoot doet voor Dior, want ik zag je naam op de lijst staan en ik ben daar de fotografe voor!’

‘O, dat eh, zou kunnen. Ik weet het eigenlijk niet, maar ik geloof wel dat er wat modellenwerk op de agenda staat.’

Rosa wiebelt haar lichaam enthousiast heen en weer. ‘Wat leuk!’

Een grote groep mensen klimt tegelijk uit het zwembad, waarvan er één iemand op ons af komt lopen. Het is één van de meiden die net de bal uit het water visten als hij niet gevangen werd.

Rosa stoot me aan en knikt in haar richting. ‘Oh o. Zet je pokerface op. Dit is Anouk Visser, jong en arrogant. Op meer manieren dan één. Cliënt van Duncan.’

‘Rosa!’ Het lange, blonde meisje loopt op Rosa af en gaat naast haar op het ligbedje zitten. Ze kan niet ouder zijn dan ik en met een vriendelijke glimlach richt ze zich tot mij. Er schijnt echter iets doorheen wat ervoor zorgt dat ik op mijn hoede ben.

‘En wie hebben we hier? Sophia Vonk. Stiekeme video’s opnemen en dan binnen een paar weken heel Nederland om je vingers winden. Was ik maar zo vernuftig om een dramatisch nummer te zingen op een herdenking.’

Haar woorden steken enorm en direct heb ik een afkeer ontwikkeld tegen Anouk, maar ze probeert het luchtig te maken door te giechelen. 

‘Donkergroen staat je prachtig,’ gaat ze onverstoord verder. ‘We zouden een keer samen een nummer moeten schrijven. Ik ben Anouk, trouwens. Anouk Visser? Je hebt me misschien wel gezien bij Holland’s got Talent?’

Even kijk ik naar Rosa om te zien of deze meid geen grapjes maakt, en ze haalt knikkend haar schouders op. 

‘Nee sorry. Ik ben een trouwe volger van The Voice, maar kijk eigenlijk geen andere programma’s. Wie ben je precies?’

Meteen verdwijnt de toch al neppe glimlach van haar gezicht – het maakt haar een stuk lelijker dus ik begrijp waarom ze het doet.

‘Iemand die allergisch is voor mensen die voordringen.’

‘Voordringen?’ fronst Rosa, die achter Anouks rug om naar me gebaart dat ik me niets van haar moet aantrekken. 

‘Ik zit al sinds m’n twaalfde op theaterscholen. Ik volg danslessen en zanglessen. Ik heb in toneelstukken gespeeld, muziek gemaakt met bands, singles opgenomen… En nu, eindelijk, weet Nederland wie ik ben. En jij komt na één miezerig hitje meteen in de top tien?’

Rosa duwt Anouk aan de kant met haar scheenbeen en rolt met haar ogen. ‘Jaloezie staat je niet, schat. Als je problemen hebt met je bekendheid kun je Duncan vragen om harder z’n best te doen.’

‘Als hij nou niet hele dagen voor zijn labiele vriendinnetje moest zorgen…’ bitst Anouk Rosa toe. Meteen staat het gezicht van mijn nieuwste vriendin op onweer en ik wil iets doen of zeggen om de situatie te de-escaleren, want deze twee mogen elkaar duidelijk niet. 

‘Wie weet kunnen we een keer samenwerken,’ knik ik diplomatiek. Meteen heb ik Anouks aandacht terug. ‘Laat Duncan m’n manager bellen, dan kunnen ze kijken of ze wat kunnen regelen.’

Als ze opstaat kijkt ze met een vreemde glimlach op me neer.  ‘Marcus mag Duncan bellen als je met mij wilt samenwerken. En als je slim bent, wil je dat.’

Met grote passen beent Anouk weg en ik richt me met een ingehouden lach tot Rosa. 

‘Dan ben ik maar dom.’

27

 

Wellwellwell: Heeft iemand haar eigenlijk al eens horen praten???

 

Hoewel ik er af en toe voor kies om weer in het mooie gele huis van Eliana te slapen, word ik vaker wakker in vreemde bedden dan in mijn eigen. Maar vandaag lig ik niet in een bed in een hotelkamer, maar in het bed van Liam. Lui klim ik bovenop zijn naakte lichaam en ik kijk van onder mijn wimpers naar zijn slaperige glimlach. Zijn armen wikkelt hij met gesloten ogen om me heen en ik leg mijn hoofd tegen zijn borst. 

‘Goedemorgen.’

‘Hm,’ kreun ik. ‘Waarom ben je niet brak?’

Hij opent zijn ogen en grijnst breed. ‘Omdat we met de auto waren en ik je moest beloven dat ik het hield bij één drankje.’

‘O ja.’

Liam draait ons op onze zij en streelt over mijn wang zodat ik hem weer aankijk. 

‘Weet je wel hoe leuk je bent als je dronken bent?’ glimlacht hij. ‘Lekker los en zorgeloos.’

‘Ik dacht dat je me leuk vond omdat ik mooi en verdrietig ben.’

Zijn borst beweegt onder mijn hand op en neer door zijn ingehouden lach en hij drukt een kusje op mijn lippen. 

‘Ik vind je leuk om zoveel meer dan dat. Los en zorgeloos staat je ook erg goed. Koffie?’

‘Alsjeblieft.’

Hij glipt uit mijn armen en uit het bed, waarna hij de slaapkamer verlaat. Als hij terugkomt zet hij de koffie op het nachtkastje en hij overhandigt me zijn telefoon. 

‘Ik wil dat je dit bekijkt.’

Nieuwsgierig druk ik op afspelen. Ik verschijn, gehuld in een laken, met een gitaar voor me en ik glimlach naar de camera. 

‘Kijk hoe sexy je bent.’

Hij drukt kusjes op mijn buik en met mijn hand strijk ik door zijn haren, terwijl ik de opname bekijk. 

‘Waarom duurt het drie kwartier?’ vraag ik fronsend, als het einde van het liedje nadert. 

‘Omdat je de telefoon als een godin uit mijn handen trekt en hem weggooit, waarna je je door mij laten nemen en geluiden maakt waar ik gisterochtend meermaals door ben klaargekomen.’

‘Jezus,’ lach ik verhit. Ik sla mijn hand voor mijn gezicht en leg de telefoon aan de kant. Liams mond is meteen klaar om het vocht dat door zijn woorden verschijnt op te likken en terwijl we luisteren naar de geluidsopname van een paar dagen terug doen we wat die twee personen deden. 

 

Tommy Bosman woont erg afgelegen; zijn huis staat midden in een zee van weilanden. 

‘Geen bos te bekennen,’ grapt Marcus onderweg. Ik glimlach uit beleefdheid, maar zit met mijn gedachten elders. Ik heb de muziek van Tommy geluisterd en hoewel Marcus gelijk heeft dat onze sound op elkaar lijkt, is zijn werk nog zwaarder, nog duisterder dan mijn nummers. Hij zingt alsof elke klank uit zijn diepste kern komt met uithalen die af en toe meer klinken als een wolf die pijn heeft dan man. Het album staat in zo’n scherp contrast tot zijn werk als dj dat ik benieuwd ben naar het verhaal erachter. 

‘DJ Boss Man,’ mompelt Marcus, als hij de oprit oprijdt. Van buiten ziet het huis er verlaten uit, als een vergeten boerderij. ‘De naam doet het goed in de Verenigde Staten.’

‘Verrassend.’ 

Lachend zet Marcus de auto op de handrem, waarna hij zich naar me toe draait. 

‘Dit is gewoon een eerste ontmoeting, om te kijken of er een klik is. Praat wat, zing wat, doe je ding. Bel me als je opgehaald wilt worden of iets nodig hebt, oké?’

‘Ja, oké?’ knik ik onzeker. Het kleine meisje in mij wil dat Marcus mee naar binnen gaat, maar voordat ik erom kan vragen besef ik dat ik volwassen ben. Op een diepe inademing stap ik uit de auto en zwaai kort naar Marcus als hij wegrijdt. 

Nadat ik binnen ben gelaten door Jessie, de zus van Tommy, wijst ze me naar de woonkamer aan de achterkant van het huis. Het pand lijkt op een opgeknapte boerderij, want waar de buitenkant er oud en zelfs wat treurig uitziet, is de binnenkant een combinatie van modern en klassiek. Strakke witte muren zorgen ervoor dat de aandacht uitgaat naar de oude betegelde vloer. We lopen door een keuken waar de meubels er haast antiek uitzien, maar keuken zelf bestaat uit marmeren aanrechtbladen en hypermoderne apparaten. 

Jessie gaat me voor naar een gang en opent daar een deur voor me. Het eerste wat ik zie is een muur die volledig bestaat uit ramen en uitzicht biedt op een enorme lap weiland. Een koe kijkt ongeïnteresseerd op, maar kauwt dan verder op zijn heerlijke grassprieten. Mijn oog valt op de rij boekenkasten aan de andere muur en de verzameling instrumenten die ervoor staat. De ruimte alleen al prikkelt mijn creativiteit meteen. 

Op de bank bij het raam zit hij, Tommy. Ik loop naar binnen en verwacht half dat hij opstaat om naar me toe te komen voor een begroeting. Met een glas sterkedrank in zijn ene hand en een afstandsbediening in de andere kijkt hij op, precies op het moment dat Jessie de deur achter me sluit. De nonchalance waarmee hij opstaat wordt volledig teniet gedaan door de intensiteit waarmee hij naar me kijkt, alsof hij zich afvraagt of ik ben wie hij verwacht had, of dat hij iemand anders had uitgenodigd. Zijn inktzwarte haar staat alle kanten op, maar het is duidelijk dat het bij hem niet in model is gebracht. Met een simpel donkergroen shirt en een spijkerbroek ziet hij er daadwerkelijk uit alsof hij net uit bed is gestapt. Zonder iets te zeggen gebaart hij naar de bank en ik loop erheen, terwijl hij mijn plek bij de deur inneemt. 

Hij heft de afstandsbediening en vlak voordat ik wil gaan zitten valt mijn oog op het scherm aan de muur naast de ingang, waar nu het filmpje verschijnt dat is opgenomen op de dag dat dit alles begon. De herdenking van “de tragische gebeurtenis”. Ik denk terug aan het meisje dat voor de zaal ging staan en alleen maar kon huilen – de reden dat ik besloot mijn plek in de zaal niet te verlaten. Op het scherm begin ik te zingen.

Het gemis van Eliana is weer net zo sterk als in die eerste dagen en hoewel ik mezelf ook toesta om de mooie herinneringen op te halen, is het verlies altijd sterker. Rauwer. Het is lang geleden dat ik het filmpje zelf heb gekeken en volgens mij heb ik het nooit helemaal af gezien, maar terwijl ik naar het scherm staar en de tranen voel opkomen, kijkt Tommy niet naar het scherm, maar naar mij. Pas als het liedje is afgelopen en ik ben gaan zitten, wordt het scherm zwart. Ik kijk van het scherm naar Tommy, naar de grond, terwijl ik mijn tranen subtiel weg probeer te vegen. 

‘Waarom deed je dit?’ doorbreekt Tommy de stilte die volgt. Op een diepe inademing kijk ik hem weer aan. Ik weet niet welk spel hij speelt, maar ik geef antwoord op zijn vraag alsof deze interactie niet vreemd is. 

‘Ze is dood. Ik kon niet meer met haar praten, maar had haar nog zo veel te vertellen. Eigenlijk zou ik naar voren om te spreken, maar dat kon ik niet. Niets doen was ook geen optie, want ik voelde het verdriet in die kerk zo sterk dat ik het niet kon binnenhouden. Dus zong ik het liedje dat ik kort daarvoor had geschreven, in de hoop dat mijn woorden en de energie in die kerk ervoor zouden zorgen dat m’n boodschap haar bereikte, op wat voor manier dan ook.’

In een paar stappen staat hij weer voor me en steekt zijn hand uit. 

‘Tommy,’ stelt hij zichzelf eindelijk voor. 

Ik leg mijn hand in de zijne en hij pakt me ook met zijn linkerhand vast. ‘Sophia.’

‘Sophia,’ begint hij, terwijl hij de tv uitzet en de afstandsbediening op de tafel laat vallen. ‘In deze industrie lopen een heleboel mensen rond die aandachtsgeil zijn en als enig doel hebben om op tv te verschijnen, maar ik werk niet samen met de Anouk Vissers van deze wereld. Dus sorry voor mijn brute test, maar ik wilde onze tijd niet verspillen.’

Hij slaat de inhoud van zijn glas achterover en loopt naar een kastje waar wat flessen drank op staan. Met twee gevulde glazen komt hij naast me zitten.

‘Maar je bent oprecht, dat zie ik meteen. Dus welkom. Ik hoor dat je op zoek bent naar iemand om een korte concertreeks mee te doen.’

‘Dat klopt,’ knik ik, waarna ik een grote slok van het bruine goedje neem en mijn pokerface intact houd terwijl ik het doorslik. ‘Maar ik heb ook vragen voor jou.’

Mijn keel staat in brand, maar ik laat niets zien.

‘Ik ben een open boek.’

‘Dat is zo’n grote leugen,’ lach ik, want het is me na de eerste vijf minuten al duidelijk dat dit iemand is die spelletjes speelt en halve waarheden vertelt. 

Met een simpele grijns haalt hij zijn schouders op en gebaart dat ik hem een vraag moet stellen. 

‘Vijf jaar lang dj. Elke avond feesten met de meest uiteenlopende groepen, muziek met harde beats, weinig tekst. En opeens…’ Ik knip met mijn vingers om mijn punt kracht bij te zetten. ‘Ligt er een album van je met teksten die… verwoesten. Hoe? Waarom?’

Tommy knikt nadenkend en kijkt naar de groene velden achter ons, terwijl hij een slok neemt. 

‘Ik heb dit spel gespeeld, Sophia.’

‘Welk spel, Tommy?’

‘Het leven. Het grote spel dat het leven heet. En ik heb het bijna uitgespeeld,’ knikt hij. ‘Maar er moest iets veranderen. De waarheid moest gezegd worden.’

‘En wat is de waarheid?’

Zijn donkere ogen zoeken de mijne weer op en ik zie het. Ik zie de man die al die nummers heeft geschreven. De nummers over pijn, over duisternis, over de menselijke kant die beestachtiger is dan we allemaal willen geloven. 

‘Dat we op aarde zijn om te sterven.’

Zoals ik al zei, halve waarheden. Maar het is oké, want mijn intuïtie vertelt me dat hij te vertrouwen is en tot nu toe heeft mijn intuïtie me nog niet in de steek gelaten. Ik laat zijn woorden op me inwerken, maar hij is nog niet klaar. 

‘Niets wat we hier doen, doet ertoe. We worden geboren, we leven tot we erbij neervallen, en we sterven. Begin. Einde. Als je geluk hebt bestaat het midden uit liefde en hoop en blijdschap. Maar als je pech hebt… Als je pech hebt is het één grote emmer pijn, waaruit je dagelijks verplicht moet drinken om in leven te blijven.’

Wat hij zegt raakt me hard en hoofdschuddend kijk ik hem aan, want hoewel ik zijn woorden wil ontkennen beschrijft hij precies hoe ik me voel. Precies. 

Terwijl ik de tranen wegknipper staat Tommy op en met een simpele handeling zet hij de versterker aan en slaat wat noten aan op zijn elektrische gitaar. Dan begint hij te spelen. Ik schop mijn schoenen uit en trek mijn benen op de bank, terwijl ik met mijn kin op mijn knieën naar hem kijk. Zodra hij begint te zingen zoekt hij oogcontact en nu pas herken ik het nummer. Hurt, van Nine Inch Nails. 

Zijn stem is diep en vibreert door de kamer met een kracht die raakt. Zijn kundige handen bespelen de gitaar en terwijl hij zingt flitsen mijn ogen naar zijn armen, waar duidelijke littekens te zien zijn in de holte van zijn elleboog. Hier en daar val ik bij en zing ik met hem mee, maar voornamelijk laat ik hem zingen en luister ik. Het nummer eindigt met een laatste noot en ik veeg mijn wangen af aan mijn spijkerbroek. Het is even stil, maar dan zet Tommy een nummer in dat geen groter contrast kon zijn met wat hij zojuist speelde: Shiny happy people van R.E.M. 

En hij lacht een oprechte lach terwijl hij op en neer begint te springen en meebeweegt op de melodie. Ik kan niet blijven zitten en spring omhoog. Ik dans en draai cirkels om hem heen, terwijl hij ons begeleidt op de gitaar. Mijn hele lichaam gebruik ik om de muziek te voelen en ik beweeg me door de gehele ruimte. Ik dans op de grond, op de bank, op de tafel. Luidkeels zing ik mee. 

Zodra het nummer stopt, laat ik me ter plekke op de grond zakken. Tommy zet zijn elektrische gitaar weer in de standaard en doet hetzelfde. 

Twee serieuze ogen kijken me aan. ‘Ik zie dat je pijn hebt en dat herken ik in je. Wat ik met jou wil onderzoeken is geluk. Want dat is voor mij het mysterie. Ik wil met je graven in onze herinneringen naar geluk. Ik wil niet per se een peppy liedje schrijven, of überhaupt een vrolijk liedje, maar wel een nummer dat draait om geluk – niet om pijn.’

Hij reikt omhoog en pakt zijn glas van de tafel, waarna hij het in een keer leegdrinkt en me vragend aankijkt. 

‘Geluk is… frisse lucht als je je benauwd voelt,’ begin ik. Hij knikt instemmend. ‘Geluk is iets bereiken waar je trots op bent. Geluk is stilte als de hele wereld luid is.’

‘Geluk is contrast,’ vat Tommy samen. ‘Tegenstellingen. Licht en donker, goed en kwaad, pijn en… geluk.’

‘Geluk is seks,’ glimlach ik, terugdenkend aan mijn nacht met Liam. Tommy’s tong schiet naar buiten om zijn onderlip te bevochtigen, terwijl zijn ogen over mijn lichaam glijden. 

‘Ja,’ zegt hij, duidelijk opgewonden. Ik ruk mijn blik weg van zijn kruis en brainstorm verder.

‘Geluk is eten als je honger hebt, plassen als je nodig moet, krabben als je jeuk hebt… Voorzien in je behoeftes.’

‘Geluk is jezelf ontwikkelen, dingen doen die moeilijk zijn en je angsten overwinnen,’ zegt Tommy snel, terwijl hij dichter naar me toe kruipt. 

‘Geluk is ontdekken wie je bent en jezelf zijn. Het is… Het is gezien worden voor wie je echt bent.’

‘Dat!’ zegt Tommy met een definitieve toon. ‘Dát is de kern van ons nummer.’

In een seconde is hij bij me en hij drukt een vlugge kus op mijn lippen, waarna hij opspringt en een lade opentrekt om pen en papier tevoorschijn te halen. Dan pakt hij een akoestische gitaar uit de hoek en overhandigt deze, allemaal in de paar seconden waarin ik mijn best doe om mijn fantasieën over een uitgebreidere, langere kus te verdrijven. Met één been opgetrokken en een been uitgestrekt op de vloer wacht ik tot Tommy alles heeft verzameld en weer bij me komt zitten. Met bonzend hart neem ik de fles drank van hem aan en na een grote slok sla ik de akkoorden aan die ik voel, terwijl Tommy woorden roept die vanuit zijn diepste kern aangedragen worden als songtekst.  

 

Het is allang geen licht meer als de honger eindelijk begint te komen. Op nuchtere maag heb ik meer gedronken dan ik zou doen als de fles alcohol niet binnen handbereik had gestaan en ons nummer is zo goed als af. Het is een ander soort nummer dan ik normaal schrijf, maar het is op z’n eigen manier perfect. Met zijn rug op de grond staart Tommy naar het plafond en net als ik mijn notitieboekje dichtsla en op wil staan om op zoek te gaan naar eten, pakt hij mijn enkel vast en kijkt naar me op. 

‘Dit was… beter dan seks. Verdomme Vonk, je bent een wandelende inspiratiebom.’

‘Beter dan seks?’ lach ik hoofdschuddend, want het is eerder de honderdste dan de eerste keer dat ik denk aan seks met Tommy sinds hij die eerste akkoorden aansloeg op de gitaar. 

‘Nou… vergelijkbaar, maar anders.’

Ik buig me voorover en met een beetje moeite komen mijn lippen net bij de zijne. We kussen. Het is de perfecte afsluiting van de uren die voorbij vlogen. Het voelt alsof we in vijf minuten een nummer hebben geschreven, zo erg gingen we op in de creativiteit. Het was haast een spirituele ervaring. Met zijn hand in mijn nek houdt hij me op mijn plek en als ik weer omhoog kom, draait de ruimte een beetje. 

‘Ik moet echt eten, man.’

‘Eten als je honger hebt,’ grijnst Tommy, terwijl hij ook opstaat. Hij loopt naar de tafel waar zijn alcoholverzameling staat en ik kijk toe hoe hij een zakje uit de lade van de kast vist en er een pil uithaalt. Alsof het paracetamol is stopt hij het in zijn mond, om het vervolgens weg te spoelen met alcohol. 

‘Jij hebt honger,’ zegt hij. ‘Dan moet je eten. Kom.’

Met mijn hand in de zijne trekt hij me mee de keuken in. Zijn zus is nergens te bekennen, maar hij trekt een aantal kastjes open, op zoek naar iets. Ik hou me vast aan het kookeiland om niet te wankelen. 

‘We hebben niets, helemaal niets. Jessie!’

Terwijl hij de kastjes allemaal weer sluit, komt hij naar me toe. ‘Pak je spullen, we gaan. Jessie!’

Een paar seconden later komt ze de trap aflopen en terwijl Tommy zijn voeten hult in sokken en schoenen, trek ik mijn jas aan. Met de sleutels in haar hand gaat Jessie ons voor naar de auto op de oprit, en Tommy trekt mij mee op de achterbank. Het voelt vreemd om bij haar in de auto te zitten alsof ze een taxi is, maar zowel Jessie als Tommy lijken dit heel normaal te vinden.

‘Bedankt, Jessie,’ glimlach ik naar haar in de achteruitkijkspiegel. 

Ze draait zich kort om terwijl ze de auto de weg op rijdt en knikt vriendelijk. ‘Geen probleem, waar willen jullie heen?’

‘Als er maar eten is,’ verzucht ik, terwijl mijn maag luid protesteert. Tegelijkertijd noemt Tommy een adres en al snel rijden we de stad in. Tommy zit met zijn telefoon in zijn hand en is verdiept in iets, terwijl Jessie zich op de weg richt. Haar korte blonde haar zwiept opzij als ze haar hoofd draait om naar rechts te kijken en door de manier waarop ik gehypnotiseerd word door de beweging van haar haren weet ik dat ik een beetje aangeschoten ben.

‘Nodig je band uit,’ zegt Tommy. ‘Als we gaan samenwerken wil ik hen ook leren kennen.’

Ik pak mijn telefoon, klaar om te appen. ‘Waar gaan we heen?’

‘Appartement van een kennis, en hij woont toevallig tegenover het lekkerste Mexicaanse restaurant in de stad.’ 

28

 

Sjane_010: Like als je dit luistert terwijl je eigenlijk zou moeten studeren. 

 

Sophia: Er is een feestje vanavond. Tommy wil jullie graag leren kennen.

Vince: Dan heb ik wel een uur nodig om een outfit uit te kiezen.

Sophia: Ha ha. Ik stuur je zo de locatie. 

Vince: Wij gaan nog even wat eten, maar zijn er over een uurtje sowieso.

Vince: Ik sleep Jordy en Sam mee. Tot straks. 

 

Als ik de enorme burrito op heb, leg ik mijn armen over elkaar op tafel en rust mijn hoofd erop. Een Mexicaans deuntje vult de ruimte en in mijn hoofd dansen oude mannetjes met sombrero’s op de melodie.

‘Wat is er?’ lacht Tommy, die achterover leunt en kort over mijn rug wrijft. 

After dinner dip. Ik heb weinig geslapen de afgelopen twee nachten en het haalt me in.’ 

Tommy vist wat uit zijn broekzak en haalt zijn schouders op. ‘Dat is zo opgelost.’ Hij draait zijn lege bord om en gooit een hoopje wit poeder achterop, waar hij er vier lijntjes van maakt. Vervolgens wenkt hij tot mijn grote schrik een ober, maar zonder dat er woorden gewisseld worden brengt die ober vijf seconden later een afgeknipt rietje en stopt Tommy hem een briefje van twintig toe. 

Hij gaat me voor en snuift twee van de vier lijntjes op, waarna hij zijn neus ophaalt en me het rietje voorhoudt. Als precies op dat moment een gaap aan mijn mond ontsnapt schiet ik in de lach. Ik buig me voorover en zuig lucht met poeder naar binnen door mijn neus. Het ruikt niet fijn en als het achterin m’n keel schiet, raak ik het gevoel kwijt in m’n luchtwegen. Ik herhaal de handeling met het andere lijntje en het andere neusgat en kijk dan op naar Tommy. 

‘Kom, we moeten naar het feestje!’ 

Met een grijns laat hij zich door me meetrekken en nadat hij zijn creditcard door een apparaatje heeft gehaald bij de kassa, begeven we ons naar de overkant. 

Ik aarzelde geen seconde. De manier waarop Tommy met de drugs omging en het me aanbood deed het zo normaal overkomen als het nemen van een snoepje. En nu… Nu voel ik me…

‘Dit is fantastisch,’ merk ik op, terwijl Tommy aanbelt. De buitendeur gaat meteen open met een luide zoemer en hij loopt naar binnen. 

‘Ik ben helemaal niet moe meer. Ik wil alleen maar dansen. Met jou, Tommy. En ik vind ook dat we seks moeten hebben. Misschien niet nu meteen, en misschien niet vanavond, maar het gaat gebeuren,’ weet ik zeker. In de lift slaat hij van achteren zijn armen om mijn middel en hij drukt een kusje op mijn wang. 

‘Wat je maar wilt, Vonk.’

Het eerste wat ik hoor als de liftdeuren openschuiven is muziek. Luide muziek. De ruimte is groot. Ook dit is een gewoon huis, maar het is ingericht en misschien zelfs wel gebouwd om te feesten, net als Casa Modela. Ik grinnik hardop en Tommy haakt zijn arm om mijn nek als we naar binnen lopen.

 Het is later dan ik doorhad, zie ik op de klok, en het is goed druk. Ik zie alleen maar vreemden, maar hier en daar herken ik iemand. Van tv, of van een poster op straat. 

‘Ik wist nooit dat dit echt een ding was, dat er elke avond feestjes waren voor selecte groepjes. Ik vind het wel leuk.’

‘Om onderdeel te zijn van een select groepje?’

Ik sla hem tegen zijn borst. ‘Hé, je hebt al vastgesteld dat ik hier niet ben voor mijn kwartiertje roem. De feestjes. Ik vind de feestjes leuk.’

Mijn lichaam begint te bewegen op de muziek en ik trek Tommy mee naar de tafel met drank om iets voor ons in te schenken. Ik kies dezelfde fles als waar we bij hem van gedronken hebben en als we voorzien zijn, trek ik hem mee naar de kleine dansvloer. 

‘Dit is geluk!’ grijns ik. 

Hoofdschuddend legt hij zijn arm om mijn middel. ‘Nee, dit is een high. Twee verschillende dingen.’

‘Niet als je erin zit,’ grijns ik, terwijl ik zijn arm omhoog til en er een rondje onder draai. 

‘Dat is waar.’

We dansen zoals we bij hem thuis dansten en drinken tot onze bekers leeg zijn en de grond een prima plek lijkt om ze te laten. Ik heb geen idee of Tommy hier mensen kent, maar in tegenstelling tot Liam negeert hij iedereen en richt zich volledig op mij. 

Ik heb geen idee hoelang we er al zijn als ik langzaam wat moeheid terug voel komen.

‘Heb je nog meer, Tommy?’

Hij kijkt me knikkend aan en vist een klein zakje uit zijn achterbroekzak. ‘Ga lekker los, maar niet vaker nemen dan elk uur. En rustig aan met de alcohol.’

‘Maar hoe… ik heb geen rietje,’ pruil ik, terwijl ik verloren naar het zakje kijk. Hij trekt me weer mee naar de dranktafel en vist een rietje uit een zakje, waarna hij deze met een schaar uit de keukenlade kleiner maakt. Het feit dat hij precies wist waar hij de schaar kon vinden doet me denken dat hij hier absoluut vaker komt.

‘Hier.’

Hij maakt wat ruimte vrij op het aanrecht en laat me zien hoeveel poeder ik ongeveer moet gebruiken om twee lijntjes te maken, waarna hij me afwachtend aankijkt. Een paar maanden geleden had ik me ontzettend gegeneerd door dit publieke gebruik van drugs, maar na een paar avonden doorgebracht te hebben met Liam op de feestjes bij de modellen, voelt het haast normaal.

Zodra het poeder in mijn neus is verdwenen, begint het weer te werken. Ik sla mijn armen om Tommy heen. Hij klopt twee keer op mijn heupen en neemt afstand.

‘Ik moet me even met de muziek bemoeien want deze playlist is om te huilen,’ zegt hij serieus. Op dat moment knikt hij groetend naar iemand achter me. Dus hij kent tóch mensen. Nieuwsgierig draai ik me om. Hé!

‘O mijn god, Liam. Jij bent ook overal!’ Ik druk een spontane kus op zijn lippen en hij knikt geamuseerd terwijl hij een arm om mijn middel legt. 

‘De avonden waarop ik niet op een feestje ben zijn inderdaad schaars. Wat doe jij nou hier?’

Ik gebaar naar Tommy die op dat moment naar de plaatsing van Liams arm kijkt.

‘Vanmiddag hebben Tommy en ik muziek gemaakt. We gaan een single uitbrengen en het sowieso vaker doen. Zijn stem is zooo…’ 

Ik wil sexy zeggen, maar bijt op mijn lip terwijl ik mijn hand even langs Tommy’s schouder laat glijden. ‘Mooi.’

‘En ze is nu helemaal voor jou, als jij iets voor mij hebt,’ glimlacht Tommy vriendelijk, terwijl hij een stap dichterbij zet en mij zo zachtjes verder naar Liam toe duwt zodat ik tussen de twee mannen in kom te staan. 

‘Tuurlijk, man.’

Ze schudden elkaar de hand en eerst begrijp ik niet wat er gebeurt, maar dan besef ik dat Liam Tommy iets heeft gegeven wat hij nu in zijn broekzak stopt. 

‘Goed, tijd om iedereens oren te redden.’

Met een grijns loopt Tommy richting de muziekinstallatie en ik draai me naar Liam toe. 

‘Kom dansen.’

Hij glimlacht en drukt een kus op mijn wang. ‘Ik ben nog even bezig met een rondje, maar daarna wil ik dolgraag met je dansen.’

Knikkend laat ik hem los en ik druk nog een kus op zijn lippen, waarna ik me in mijn eentje naar de kleine dansvloer begeef. Meteen betrekken twee meiden die ik niet ken me in hun bewegingen en de tijd lijkt voorbij te vliegen, tot ik even later mijn band zoekend rond zie lopen. Sam heeft een stijlvolle zwarte jumpsuit aan en draagt zowaar pumps. Ik heb haar nog nooit pumps zien dragen. 

‘Sam!’ roep ik haar. Ze draait zich vragend om en roept dan ook Vince en Jordy, die me al snel in hun vizier krijgen. Het ziet ernaar uit dat Sam de enige is die zich op een feestje heeft gekleed. Ik trek ze alle drie de dansvloer op. Jordy pakt mijn handen lachend vast en draait rondjes met me, terwijl Sam grinnikend wat pasjes maakt en Vince meesleept. 

Jordy leunt naar voren om tegen me te praten. ‘Hoe was het met Tommy? Wat voor iemand is hij?’

‘Hij is leuk,’ knik ik enthousiast. ‘Wel… een beetje intens. We hebben gehuild, gelachen, gedanst, gezongen, geschreeuwd, gezwegen… Maar we hebben al een nummer geschreven en het is zo mooi. Ik kan niet wachten tot jullie het horen.’

Jordy duwt me weg en trekt me weer terug, waarna hij me een rondje laat draaien. ‘Wauw!’

‘Ja, echt goed. Ik hoop dat hij het concert met ons wil doen. Maar hij wilde jullie dus ook leren kennen.’

‘Dan moeten we ons zo maar even voorstellen,’ zegt Vince, waarna hij me ook een rondje laat draaien en me dan overdraagt op Sam, die me net als de jongens meeneemt in een kort dansje. We staan een lange tijd samen op de dansvloer en ik dans met Vince, met Sam en met Jordy tot ik niet meer kan. Mijn lichaam voelt wat zwaarder aan dan voorheen. Vince en Jordy staan nog bij mij, maar Sam is met een donkerblond meisje aan het dansen, dat ongetwijfeld een model is. 

 Vermoeid sleep ik ze alle drie mee naar het balkon, om een frisse neus te halen. Sam steekt meteen een sigaret op en Vince glimlacht naar me. Ik ben zo blij dat het niet ongemakkelijk is tussen ons. Of nou, dat het slechts een beetje ongemakkelijk is tussen ons.

‘Ik hou van feesten,’ concludeer ik, terwijl ik tegen de reling leun en even naar beneden kijk. ‘En van dansen. We moeten vaker dansen, eigenlijk.’

‘Dat lijkt me geen onredelijk verzoek,’ glimlacht Jordy, die me vastpakt en me met een paar pasjes over het balkon zwiept. Op dat moment verschijnt Tommy in de deuropening en met een glimlach leunt hij tegen het kozijn. Zoals hij daar staat, met alle dansende mensen op de achtergrond, zie ik hoe hij anders is dan de rest. Om hem heen hangt een donkere energie, terwijl de rest rondspringt als lichtjes. Ik vraag me af wat voor energie ik heb.

‘De band van Sophia Vonk,’ kondigt hij groots aan, terwijl hij zijn armen spreidt en vervolgens een rondje langs de drie bandleden doet om hun handen te schudden. ‘Wat een eer voor jullie.’

‘Absoluut,’ knikt Sam, met een knipoog naar mij. 

‘Sophia, als je het niet erg vindt… Ik zou ze graag even onder vier… acht ogen spreken. We zoeken je zo weer op, goed?’

‘O,’ zeg ik, terwijl ik mijn vrienden bestudeer, die stuk voor stuk nieuwsgierig naar Tommy kijken. ‘Natuurlijk.’

Ik zie mijn kans schoon en glip de gang op, waar ik voor de wc wacht tot deze vrij is. Als de deur uiteindelijk opengaat, komt een meisje strompelend naar buiten. Ik herken haar als Zoey, een van de modellen die dagelijks feesten geven in hun eigen huis. Om de een of andere reden vind ik het hilarisch dat ze nu op het feestje van iemand anders is en ik lach hardop.

‘Hé,’ zeg ik, als ze amper op haar benen kan staan. Met een brede glimlach kijkt ze naar me op, waarna ze iets in mijn hand stopt alsof ze me een geheim cadeautje geeft.

‘Ssst,’ grinnikt ze, waarna ze de woonkamer in strompelt en meteen opgevangen wordt door twee andere meiden. Fronsend kijk ik naar de spuit die ze me heeft gegeven en zodra ik in de wc ben, gooi ik het ding snel in de prullenbak. Het is niet de enige. Mijn wenkbrauwen schieten omhoog, maar dan vis ik een spiegel uit het badkamerkastje om twee lijntjes op te maken en besef me dat ik geen recht heb om te oordelen. Ik haal mijn neus op en kijk vervolgens in de spiegel, waarin ik mezelf zie glimlachen. Nadat ik nog snel mijn handen heb gewassen, verlaat ik de wc en laat een ander meisje naar binnen dat op de gang stond te wachten. Met hernieuwde energie loop ik terug naar het balkon, maar Vince komt me tegemoet lopen met zijn blik op onweer. 

‘Wat is er?’ vraag ik hem direct. 

Hij pakt mijn arm en trekt me mee richting de voordeur, gevolgd door Jordy en Sam, die ook niet blij kijken. Wat is er gebeurd?

‘We gaan, Sophia,’ zegt Jordy. ‘Ik raad je met klem aan niet met die gast samen te werken.’

Fronsend draai ik me om, om te zien waar Tommy is. ‘Wat, waarom?’

Hij staat op het balkon naar ons te kijken met een neutrale blik waar ik niets uit op kan maken. Vince heeft de deur al bijna open als ik mijn arm losruk uit zijn grip. Met ingehouden woede kijkt hij me aan, maar het is Sam die vertelt wat er gebeurd is. 

‘Hij probeerde ons te kapen. Bood ons dubbel zoveel geld om voor hem te komen spelen. Hij is niet je vriend, Sophia.’

Fronsend kijk ik in de drie beledigde gezichten voor me, terwijl ik logica probeer te zien in hun verhaal, maar dat lukt me pas als Tommy achter me verschijnt en lachend een arm om mijn schouder legt. 

‘Goedgekeurd, Sophia,’ glimlacht hij. Vince’ blik wordt haast agressief als hij kijkt naar de arm om mijn schouder en ik haast me om uit te leggen wat er gebeurt. 

‘Jongens, het is oké,’ zeg ik snel, terwijl ik probeer te bedenken hoe ik dit het beste uit kan leggen. ‘Tommy heeft een ding met authenticiteit. Hij wil niet samenwerken met mensen die alleen maar werken voor de aandacht of voor geld. Dit was blijkbaar zijn test om te kijken of jullie echt achter me stonden?’

Ik duw Tommy lachend opzij en hij knikt, waarna hij zijn arm ongestoord weer om me heen slaat. 

‘Sorry jongens, ik zou jullie nooit wegkapen bij Sophia. Zelfs een blinde kan zien dat jullie goed samenwerken en haar muziek naar een nog hoger niveau tillen. Daarnaast heb ik al een band waarmee ik vaak samenwerk.’

Sam sluit met een zucht de deur en draait zich terug naar ons. 

‘Dat is verknipt man,’ zegt Jordy, waarna hij in lachen uitbarst. ‘Ik vind het geweldig. Kom, drink een drankje met me!’

Jordy sleept Tommy terug het appartement in en Sam loopt achter ze aan, maar Vince blijft achter en kijkt me aan. Het onweer op zijn gezicht is nog niet verdwenen en ik wil hem aanraken om het te doen verdwijnen.

Vluchtig knijp ik in zijn bovenarm. ‘Hij bedoelt het goed.’

Vince snuift minachtend. ‘Ik houd niet van spelletjes.’

‘Het is echt een goede gast, ik beloof het. Kom.’

Het lukt me Vince weer mee te trekken en ik weet hem zelfs aan de alcohol te krijgen, waarna we de rest van de avond dansen alsof ons leven ervan afhangt. Alsof er geen morgen is. Alsof er niets bestaat buiten het hier en nu.

29

 

DreamsAndGoals: Ze is letterlijk niet alleen maar aan het zingen, ze vertelt een verhaal! Ik kan de pijn voelen. Het gevoel van eenzaamheid en het verlangen om geliefd te zijn. Zo’n krachtig nummer!

Met een bonkend hoofd en luidkloppend hart schrik ik de volgende ochtend wakker, maar meteen heb ik spijt van mijn snelle beweging en ik laat me weer achterover vallen. Met mijn hand op mijn hoofd hoop ik de pijn iets te verzachten, maar het werkt niet.

‘Hé, sorry, ik wilde je niet wakker maken.’

Ik schud mijn hoofd naar Liam, die net zijn spijkerbroek aantrekt, maar zuig dan een teug lucht naar binnen als mijn hoofd meteen harder begint te bonken.

‘Ik moet er vandoor, maar het was leuk.’

Voorzichtig kom ik weer omhoog, terwijl ik mijn kater even opzij zet om hem iets te vragen wat nu al een paar dagen door mijn hoofd speelt. 

‘Dat is toch wat dit is, Liam? Leuk? Vrijblijvend?’

Liam glimlacht en komt naast me op bed zetten, waarna hij een kusje op mijn neus drukt. 

‘Het laatste wat jij nu moet willen doen is je binden aan één iemand, dat begrijp ik maar al te goed. Je leert een hele nieuwe wereld kennen, nieuwe mensen… daar hoort een beetje experimenteren bij.’

Ik knikt, blij dat hij begrijpt waar ik heen wilde. 

‘We hebben het leuk samen, we blijven het leuk houden samen tot een van ons het niet meer leuk vindt. Geen verwachtingen, geen toekomstplannen. Dus als je me zat bent, hoor ik het wel.’

‘Reken er maar niet op,’ grom ik, terwijl ik hem naar me toe trek voor een snelle maar diepe kus. Mijn handen glijden over zijn bovenlichaam en ik sabbel op zijn onderlip in de hoop dat hij vergeet waar hij heen moet.

‘Verdomme, kon ik maar blijven,’ gromt hij, maar hij schuift van me af en staat hoofdschuddend op. Hij gebaart naar het nachtkastje. ‘Hier, drink wat water en neem paracetamol.’ 

Als hij zijn shirt heeft aangetrokken buigt hij nog een laatste keer naar me toe voor een kus en dan is hij weg. 

Mijn god, deze kater. De ruimte draait langzaam om me heen en mijn hoofd staat op ontploffen, dus doe ik snel wat Liam zei en vervolgens trek ik het dekbed weer over me heen. Deze dag hoeft wat mij betreft nog lang niet te beginnen.

 

Vince: Sophia. 

Vince: Nog steeds niet wakker?

Vince: Je bent wel in het hotel toch? Waarom doe je niet open?

 

In de verte hoor ik een irritante melodie en ik knijp mijn ogen stevig dicht, niet bereid het daglicht te trotseren. Maar als het gerinkel niet ophoudt, reik ik naar het nachtkastje voor mijn telefoon en ik neem op zonder te kijken, wetend dat het alleen Marcus of Vince kan zijn. 

‘Hm, wat?’

Opgelucht haalt Vince adem. ‘O, gelukkig. Waar ben je?’

‘In bed, hoezo?’

Het is even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ik stond net voor je deur, maar je deed niet open.’

Sloom draai ik me om en ik kijk naar de deur alsof Vince erachter staat. ‘Ik sliep, hoorde je niet.’

‘Is alles goed?’

Met een lichte zucht kruip ik nog verder weg onder mijn dekbed. ‘Weet je nog die kater die je laatst had? Mijne is erger.’

‘Onmogelijk.’

Ik frons. ‘Echt. Hoe lang heb ik nog?’

‘Twee uur, max. Dan moet je opstaan om je klaar te maken voor vanavond.’

‘Kut.’

Ik weet niet hoe, maar ik hoor dat Vince glimlacht. ‘Sterkte.’

‘Tot straks.’

 

Kreunend stap ik in de auto, waar de geur van iets dat sowieso gefrituurd is me tegemoet komt. 

‘Je moet iets eten, en een vette hap is precies wat jij nodig hebt,’ stelt Jordy, die me een papieren zak overhandigt. Hij legt een bemoedigende hand op mijn schouder en knijpt er even in, waarna ik de deur dichttrek. 

Een voor een stop ik de patatjes in mijn mond, gevolgd door een kaassouflé, terwijl de anderen honderduit praten over avonturen van gisteravond. Blijkbaar heeft Jordy een model gescoord en hebben Vince en Sam daar genoeg foto’s van gemaakt om het zich voor altijd te herinneren. Ik richt me op de bomen die we passeren en neem elke minuut een slokje water in een poging de kater te verhelpen. 

Het is dat ik geen cocaïne heb, want als ik het wel zou heben, ben ik vrij zeker van het feit dat ik het nu genomen had… En dat is een beetje eng, maar vertelt me ook meteen hoe verslavend het is. Die eerste minuten voelde ik me echt onoverwinnelijk en dat is precies het gevoel dat ik nu ook nodig heb, maar ik schud het verlangen van me af en neem nog een slokje water. 

‘Hebben jullie paracetamol bij je?’ 

Jordy steekt me twee tabletjes toe en ik spoel ze meteen weg met water. 

‘Je hebt nog even, zegt Sam geruststellend van achter het stuur. ‘Het trekt zo vast weg.’

De auto wordt gevuld door stilte en ik kijk even naar de auto achter ons, waar Marcus druk aan het bellen is om mijn toekomst te regelen. 

‘Sophia, ik weet dat je je niet goed voelt, maar ik wilde je vertellen dat ik van Jo heb gehoord. Alles is goed met hem,’ zegt Sam, waarna ze me kort aankijkt in de achteruitkijkspiegel.

Opgelucht leg ik mijn hand op haar schouder. Ik had haar er gisteravond naar willen vragen, maar ze had het zo naar haar zin dat ik de goede sfeer niet wilde verpesten. 

‘Wat fijn, Sam. O, wat een opluchting. Echt goed om te horen. Wat is er met hem gebeurd?’

‘Dat is een lang verhaal en we zijn er bijna. Maar help me eraan herinneren dat ik het je binnenkort vertel.’

 

Voor het optreden leidt Marcus het nichtje van Liam rond en praat ze wat met de bandleden. Ik voel me onbeleefd, maar kan haar er nu echt niet bij hebben dus sluit ik me op in mijn eigen kleedkamer. Uiteindelijk verschijn ik vlak voordat ik op moet kort in haar filmpje en tijdens het zingen kom ik langzaam weer een beetje tot leven. Terwijl ik achter het gordijn wacht tot de hevige emoties weg zijn, voel ik Vince achter me staan en als ik me uiteindelijk omdraai, kijkt hij me vragend aan en ik knik. Het gaat. 

Hij loopt naar zijn kleedkamer en ik naar de mijne, waar ik de deur met een zucht achter me sluit. Nadat ik me heb omgedraaid kijk ik recht in het gezicht van Tommy. 

‘Hé!’ zeg ik verrast. ‘Wat doe jij nou hier?’

‘Ik wilde je live zien, Marcus heeft me binnengelaten. Je was geweldig, Vonkje.’

Hij duwt me zachtjes tegen de deur aan en kust me, waarna hij zijn handen langs mijn schouders naar beneden laat glijden om uiteindelijk mijn heupen tegen de deur te duwen. Ik voel dat hij meer wil en met het beetje adrenaline dat ik over heb van het optreden heb ik genoeg energie om ook eindelijk gehoor te geven aan de passie tussen ons. 

‘We gaan het doen, die concerten,’ fluistert Tommy, waarna hij me weer kust. ‘Over twee maanden staan wij samen op het podium in de Ziggo Dome. Maar eerst gaan we ons nummer opnemen, een videoclip maken en nog veel meer liedjes schrijven.’

Hij duwt zijn heupen tegen de mijne en ik sla mijn armen om zijn nek om hem beter te kunnen zoenen. Als hij me daarna vragend aankijkt, duw ik hem als antwoord op de bank en trek m’n ondergoed uit onder mijn jurkje. Terwijl hij zijn broek naar beneden werkt, vist hij een condoom uit de broekzak. 

De seks met Tommy is explosief. De chemie tussen ons zorgt ervoor dat we allebei razendsnel ons hoogtepunt hebben bereikt, waarna we samen op de bank blijven hangen. Ik lig half op zijn schoot, met zijn armen om me heen. 

‘Ik ben blij dat je bent gekomen.’

Hij lacht om de dubbelzinnigheid van mijn uitspraak en ik kom een stukje van hem los zodat ik hem kan aankijken. Met een frons zoek ik zijn ogen. 

‘Tommy, ik had vandaag een kater als nooit tevoren en snak naar cocaïne.’

‘Jep, dat doet het met je,’ lacht hij. ‘Drugs zijn verslavend. Je bent slim. Ik ging ervan uit dat je dat wist.’

‘Ja,’ knik ik, te koppig om toe te geven dat ik de effecten ontzettend had onderschat. 

Tommy kijkt me onderzoekend aan en legt zijn handen dan op mijn wangen. ‘Cocaïne is niet echt een party drug,’ vertelt hij. ‘Als je het gebruikt, doe het dan vlak voor je iets moet doen waar je een extra boost voor nodig hebt. En als je binnenkort wilt feesten, heb ik dingen die daar veel beter voor zijn. En minder verslavend. Win-win.’

Hij drukt een kus op mijn lippen en ik kus hem dankbaar terug, maar we worden onderbroken door geklop op de deur. 

‘Moment!’ Ik vis mijn slip van de grond en trek het aan, terwijl Tommy zijn broek ophijst en rechtop gaat staan. Marcus stapt naar binnen met zijn telefoon in zijn handen en kijkt glimlachend naar ons beiden. 

‘Hij heeft het je al verteld? De concerten gaan door. Nu moeten we alleen nog een voorprogramma kiezen. En jullie moeten een fotoshoot doen samen, dat plannen we snel.’

‘En studiotijd,’ helpt Tommy hem herinneren. ‘Bel m’n manager even, die kent mijn agenda door en door.’

‘Ga ik doen. O jongens, dit wordt zo mooi! Gaan jullie zo mee terug naar het hotel?’

Vragend kijk ik Tommy aan en hij knikt. ‘Eerst even pissen, kom zo.’

Marcus loopt voor me uit de gang op en ik volg hem, maar stop bij de kleedkamer van de band. De deur staat op een kier en ik hoor Vince’ stem, en dat van een vrouw. Even kan ik haar niet plaatsen en mijn nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat ik nog wat langer luister. Ze klinkt vriendelijk en vrolijk, iets wat voelt als mijn tegenpool.

‘Dus voorheen kon hij niet zelf rijden omdat hij altijd onder invloed was en nu is z’n rijbewijs ingenomen en breng je hem alsnog overal naartoe.’

‘Jep, ik ben de veredelde chauffeur,’ lacht de vrouw, wiens stem ik door haar woorden herken als Jessie, de zus van Tommy.  

‘Waarom huur je er niemand voor in?’

‘Het is niet eerlijk van me, want ik klaag, maar ik kies er zelf voor. Ik wil er zijn als hij op pad gaat, ik wil voor hem klaarstaan. Hij is m’n broer… ik hou van hem. Maar het valt me af en toe zwaar. Hij…’

Ik klop op de deur omdat ik niet lang luistervink wil spelen en steek mijn hoofd om de hoek. Jordy en Sam zijn nergens te bekennen. Vince kijkt vragend op en even flitst het door me heen hoe goed zijn lippen op de mijne voelden. 

‘Hoi, Jessie.’

‘Sophia,’ glimlacht ze, vriendelijk en beleefd zoals altijd. 

‘We gaan zo richting het hotel. Tommy rijdt met ons mee.’ Dat laatste voeg ik eraan toe vanwege wat ik zojuist heb gehoord en als ze beiden knikken, sluit ik de deur en wacht ik tot Tommy klaar is. 

30

 

Bloempje123: Ben benieuwd naar haar! Kan iemand haar interviewen plz?

 

Met een glimlach zit ik naast Marcus in de auto. Sinds een paar dagen heb ik aan aantal telefoonnummers toegevoegd aan de lijst van mensen die me kunnen bellen zonder eerst via Marcus te moeten, maar dat zorgde pas later voor de realisatie dat ze me ook kunnen appen. 

Tommy: Ik ga een liedje over je schrijven. Raad eens hoe ik het ga noemen?

Sophia: Er zijn nogal veel opties met mijn naam. Als de vonk overslaat. Een kleine vonk, een grote vlam. De vonk waardoor ik verdronk. 

Sophia: O, of gewoon: Sophia.

Tommy: Wat ben jij voor creatieve godin?

Sophia: Precies, creatieve godin, nog een optie.

Tommy: Ik dacht eigenlijk aan Spark.

Sophia: Ik ben benieuwd naar het liedje.

Tommy: Wanneer zie ik je weer? Ik wil niets anders doen dan muziek met je maken, dame.

Sophia: Eerlijk? Geen idee. Check bij Marcus 😉

 

‘Dit is echt veelbelovend, Sophia,’ begint Marcus. ‘Als dit goed gaat, is er een kans dat je nog veel meer modelklussen kunt binnenslepen.’

Mijn ogen glijden van de weg voor ons, naar mijn oom achter het stuur.

‘Ik zal m’n best doen?’ reageer ik aarzelend, omdat ik niet weet hoe ik een fotoshoot goed moet doen. 

‘Luister gewoon naar de instructies van de fotograaf en de creatieve director. Ik heb zoveel vertrouwen in je. En ik ben er om te helpen als je vragen hebt of er iets onduidelijk is.’

Ik glimlach hoofdschuddend. Volgens mij is Marcus nerveuzer dan ik. Op dat moment krijgt hij een berichtje en ik vraag me af of het Tommy is. Het voelt vreemd om zo gewild te zijn. Niet alleen door onbekende partijen die alleen maar eurotekens zien, maar ook door mannen. Voorheen hield ik me altijd zo op de achtergrond dat het een wonder was als ik mannelijke aandacht kreeg, maar nu ik verplicht naar de voorgrond treed lijkt dat totaal geen probleem meer te zijn.

De auto komt tot stilstand en ik stap direct uit. We staan op een prachtig landgoed ergens in de provincie Utrecht, waar de fotoshoot plaats zal vinden. Het is voor een nieuwe campagne van Dior en ik moet mezelf haast knijpen als ik bedenk dat mijn foto straks onder andere op posters bij bushokjes komt te hangen. 

‘Daar ben je, Sophia. Perfect op tijd.’ Een man die ik nog nooit eerder heb gezien komt op me aflopen en schudt mijn hand. 

‘Rainer,’ zegt hij. Terwijl ik mijn naam zeg en bedenk dat dat onnodig was, raak ik afgeleid door de lange zwarte dreadlocks die aan zijn hoofd bevestigd zitten. Ze komen tot halverwege zijn rug en zitten vastgebonden met een zwarte band. 

‘Je haar is fantastisch,’ gooi ik eruit. 

Met een brede glimlach neemt hij het compliment in ontvangst. ‘Marcus, ook goed om jou te zien. Snel kom erin. Het begint weer koud te worden. Binnenkort ga ik weer voor een paar maanden naar Suriname, het weer hier in de winter is niet uit te houden.’

‘Gelijk heb je,’ lacht Marcus amicaal. ‘Rainer is de creative director,’ fluistert hij als de man een hoek omloopt waar wij nog niet zijn. Snel knik ik ten teken dat ik het heb gehoord, maar ondertussen kijk ik mijn ogen uit. Het gebouw dat we betreden is enorm. De plafonds bevinden zich meters boven me en de zwartwit geblokte vloer doet klassiek aan. Als we een hoek omgaan verschijnt er een enorme kroonluchter en ik ben benieuwd wat ze in gedachten hebben voor de fotoshoot. Er zijn in ieder geval meer dan genoeg mogelijkheden.

We komen uit in een grote ruimte waar meubels staan die me doen denken aan de koninklijke vertrekken die ik weleens op tv of in een museum heb gezien. Mijn blik wordt naar het groepje mensen getrokken. Rosa herken ik meteen en als haar gesprekspartner zich omdraait knipper ik een paar keer met mijn ogen.

‘O, Liam is er ook?’

Marcus zat alweer op zijn telefoon en kijkt nu op. ‘Ja, wie denk je dat deze klus voor je heeft geregeld?’

Fronsend draai ik me naar Marcus toe. ‘Jij,’ lach ik.

Hij glimlacht. ‘Dit keer niet.’ Hij staat stil voor een bank aan de zijkant van de ruimte en gebaart dat hij daar plaatsneemt. Ik loop achter Rainer aan naar de rest. 

‘Sophia!’ Rosa doet een uitbundig dansje als ze me ziet en komt dan op me afrennen om me te omhelzen. ‘Meid, ik ben zo blij dat we de kans krijgen dit te doen. Ik ga je fantastisch op de foto zetten.’

‘Ja, leuk om samen te werken,’ glimlach ik. Mijn blik glijdt naar Liam die me ook komt omhelzen. Hoe kom ik ineens aan al deze vrienden?

‘Je mag één keer raden wie het mannelijke model is in deze fotoshoot,’ grijnst hij. Even doe ik alsof ik nadenkend rondkijk. Marcus zit op de bank, Rainer is in gesprek met twee vrouwen en ondertussen zijn twee mannen een aantal lampen aan het opstellen. 

‘Grappig.’ Liam rolt lachend met zijn ogen en drukt een vlugge kus op mijn wang. ‘Kom.’

‘Tot straks!’ Rosa zwaait kort en loopt dan naar de plek waar van alles klaargezet wordt. Ze pakt de camera uit het statief en begint wat testfoto’s te maken. 

Liam leidt me naar Rainer en de twee vrouwen. Ik kom er al snel achter dat zij verantwoordelijk zijn voor mijn uiterlijk vandaag en een paar minuten later zit ik in een andere ruimte voor een enorme mobiele kaptafel. De dames gaan meteen aan de slag. Mijn haar wordt in de krul gezet terwijl er een goede laag foundation op mijn gezicht belandt. Ik sluit mijn ogen en laat het allemaal over me heenkomen. In mijn hoofd ontstaan een paar melodieën die ik eigenlijk zou willen opslaan in mijn telefoon, maar ik houd me in en laat me mooi maken. 

‘Je hebt echt prachtig vol haar,’ merkt de vrouw achter me op. ‘Het is veel, maar ook dik. Wat bof jij!’

‘Dankjewel.’

Ze kijkt even om zich heen en buigt zich dan naar voren. ‘Ik moet het toch even zeggen, wat kan jij zingen, meid. Mijn dochters zijn grote fans.’

‘Als ik iets voor ze kan tekenen, moet je het maar zeggen,’ glimlach ik in de spiegel. Ze knikt enthousiast en gaat dan weer verder met haar krultang.

Het is ruim een uur later als ik opsta uit de stoel en voor het eerst naar mezelf kijk in de spiegel. Even sta ik verrast stil, want hoewel ik de afgelopen tijd wel vaker ben omgetoverd tot iemand anders, is dit het andere uiterste. Doorgaans wordt mijn pijn uitgedrukt in mijn kleding, make-up en haar. Alles zwart, alles donker en duister. Maar nu zie ik er uit als… Het enige woord dat in me opkomt is elegant. Mijn haar zit prachtig opgestoken, mijn make-up is duidelijk aanwezig, maar subtiel en zacht. Als mijn oog valt op de jurk glimlach ik. Het is een wit jurkje met een zwierige rok, maar het ziet eruit alsof het door de versnipperaar is gehaald. 

Als ik van mezelf in de spiegel naar het jurkje kijk, snap ik meteen wat het idee is van deze fotoshoot. Ondanks alles wat ik in dit jurkje heb meegemaakt, zie ik er nog steeds zo uit. Ik knipper de tranen snel weg om te voorkomen dat mijn make-up nu al bijgewerkt moet worden en stap achter het kamerscherm om me om te kleden.

Het laatste detail zijn de prachtige pumps die voor me klaarstaan en daarop loop ik naar de set, waar iedereen al op me lijkt te wachten.

‘Sorry, ben ik te laat?’ vraag ik aan Rainer.

‘Sophia Vonk, je bent precies op tijd! En je ziet er fantastisch uit. Hoe zit het jurkje?’

‘Eh…’ Ik glimlach flauwtjes. ‘Het is kapot, maar dat zal wel zo horen hè?’

‘Grapjas.’ Rainer plukt mijn hand uit de lucht en leidt me naar de hoek waar de eerste foto’s gemaakt zullen worden. Liam staat al klaar. Hij draagt een strak pak en zijn haar is gestyled alsof hij een hele nette en beschaafde man is. Gezien mijn ervaring met hem in de slaapkamer, weet ik dat het een onjuiste representatie van hem is, maar die woorden slik ik in. 

‘Oké, we zijn klaar voor jullie,’ zegt Rosa. Ze gebaart dat we in het shot mogen lopen, maar ik heb geen idee wat ik moet doen. Aarzelend loop ik naar Liam toe. Hij pakt mijn hand en gaat met me voor de camera staan, maar kijkt dan naar Rainer voor instructies. Die geeft hij. Eerst wil hij neutrale blikken, dan zwoele blikken. Eerst staan we ver bij elkaar vandaan, dan weer dichtbij. De pose waarin ik met mijn rug naar Liam toe sta en hij zijn handen om mijn middel slaat alsof hij me van achteren grijpt is mijn favoriet. Ik hef mijn arm als vanzelf omhoog om zijn nek vast te pakken en Rosa begint me meteen aan te moedigen om dat vast te houden. 

Er volgen nog een heleboel andere poses en ik ben ontzettend dankbaar dat ik dit mag doen met iemand op wie ik al zo goed ingespeeld ben. Liam is een expert in mij laten acteren en Rosa is een expert in het vastleggen van de micro-expressies die Liam bij me uitlokt. 

In totaal schieten we op drie locaties, verspreid door het gebouw. Waar we in het begin nog vrij passief poseerden, verandert dat halverwege naar meer actievere shots waarbij ik voor Liam weg moet rennen terwijl hij mij probeert tegen te houden, of waarbij Liam me op moet tillen alsof hij me eindelijk gevonden heeft. Bij één pose staat hij zo dreigend boven me uit te torenen dat het me amper moeite kost om mijn angst te veinzen.

Er volgen nog enkele foto’s van ons alleen, en dan nemen Rosa en Rainer een moment om de foto’s bekijken en te zien of ze alles hebben wat er nodig is.

Ik nip van het flesje water dat voor me klaarstond en trek Liam tegen me aan. ‘Wil je me nooit meer zo eng aankijken?’

‘Akkoord,’ zegt hij meteen. Hij buigt naar voren om me te kussen, maar ik draai mijn hoofd direct weg. ‘Lippenstift!’

Met een zachte grom neemt hij weer afstand en drukt dan een kusje in mijn haren. 

‘Dankjewel hiervoor, Liam. Het is een leuke middag en ik weet dat Marcus superblij is met deze kans.’

‘Geen probleem, meisje.’

‘Het voelt een beetje raar dat Marcus je destijds alleen uitkoos om je netwerk,’ mompel ik schuldbewust. ‘Maar ik ben er wel blij om dat jij het was.’

‘Ach.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo werkt dat nou eenmaal. En door die oom van jou heb ik jou leren kennen, dus ik vind het helemaal prima.’

Hij kijkt me aan alsof hij me nog steeds wil kussen en ik glimlach hoofdschuddend. Uiteindelijk roepen Rosa en Rainer ons naar ze toe om een paar foto’s te laten zien en ik kan haast niet geloven dat wij het zijn. De manier waarop we vastgelegd zijn voelt onherkenbaar – zo sensueel en wild tegelijk. 

‘Godver, die kwetsbaarheid van jou is echt sexy met een hoofdletter S, Sophia.’ Liam legt zijn handen op mijn heupen en komt achter me staan terwijl we samen naar het kleine scherm turen. 

‘Eens,’ knikt Rainer met een knipoog naar mij. ‘Je had gelijk, Liam. Sophia was een hele goede keus voor deze campagne.’

We bladeren nog een tijdje door de foto’s maar al snel blijkt dat de shoot erop zit. De foto’s zijn goed.

Als ik even later in de opmaakruimte sta om me om te kleden, vergezelt Rosa me. 

‘Meid, dat was een geweldige shoot. Je bent echt heel fotogeniek. En volgens mij was het maar goed dat we Liam erbij hadden of niet? Hij hoefde soms maar een paar dingen te zeggen en je had weer een compleet andere uitdrukking op je gezicht.’

Terwijl ze praat ploft ze op de bank in de hoek. Ze leunt even opzij om haar telefoon uit haar kontzak te vissen en legt hem naast zich neer. 

‘Ik was ook blij dat Liam er was. Hij weet zoveel nieuwe kanten bij me naar voren te halen, geen idee hoe hij het doet.’

‘Charme, waarschijnlijk,’ lacht Rosa met samengeknepen ogen. ‘Vertel eens, hoe zit het nou tussen jullie?’

Ik schop mijn schoenen uit en voel me even instabiel op mijn eigen blote voeten. Terwijl ik me ontdoe van al mijn kleding en het verruil voor mijn eigen kloffie, vertel ik Rosa over Liam, van begin tot eind. Hoe ik me meteen tot hem aangetrokken voelde tijdens de opnames voor mijn videoclip, hoe we daarna samen gingen eten en elkaar sindsdien regelmatig zien. 

‘Liam is gewoon heel… luchtig. Wat niet wil zeggen dat hij geen inhoud heeft, want dat is het niet. Maar hij weet het leven leuk te maken en dat heb ik soms nodig.’

‘Maar het is oké dat hij niets serieus wil?’ vraagt Rosa geïnteresseerd. Ik rits mijn vest dicht en plof dan naast haar op de bank. 

‘Ja,’ knik ik zonder aarzeling. ‘Als ik ergens niet aan toe ben is het wel iets serieus.’

Even kijkt Rosa me zwijgend aan, maar dan knikt ze. ‘Ja, het is niet niks.’

Op dat moment trilt de bank en ik realiseer me dat het komt door haar telefoon, die tussen ons in ligt. Duncans naam verschijnt op het scherm en ik verwacht dat ze op gaat nemen, maar zonder pardon drukt ze het gesprek weg. 

Mijn nieuwsgierigheid neemt de overhand. ‘Problemen?’

Rosa rolt met haar ogen en slaat haar benen over elkaar. Ze opent haar mond om antwoord te geven, maar slaakt dan een stille zucht. ‘Ach…’

Vragend blijf ik haar aankijken en ze lijkt te beseffen dat ik het antwoord echt wil horen. Er is iets met Duncan, maar ik kan m’n vinger er niet op plaatsen.

‘Duncan is… een unieke smaak,’ lacht Rosa, maar haar lach heeft iets verdrietigs. ‘Het is niet de meest emotioneel intelligente man, wat hem zo goed maakt in z’n werk, denk ik.’

‘Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?’

‘Op een fotoset van één van z’n artiesten. En daarna zag ik hem opeens op elk feestje, zoals je opeens overal Twingo’s ziet rijden als je er eenmaal op let.’

Ik knik van herkenning.

‘Het was eerst niet meer dan een paar nachten samen, maar het werd al snel steeds meer en vaker. Inmiddels zit ik alweer een paar jaar aan hem vast.’

‘En is dat nog steeds wat jij wilt?’

Ze haalt haar schouders op en staat met een zwierige beweging op van de bank. Ik volg haar voorbeeld. 

‘Ik vind het wel even prima zo,’ zegt ze. Het spreekt niet van heel veel liefde of enthousiasme. Een deel van me wil haar vragen waarom ze nog bij hem is, maar een ander deel roept dat het te vroeg is in onze vriendschap voor zo’n intieme vraag. Ik besluit één van Vince’ veelgebruikte zinnen in te zetten.

‘Laat het me weten als dat verandert.’

30

 

Bloempje123: Ben benieuwd naar haar! Kan iemand haar interviewen plz?

 

Met een glimlach zit ik naast Marcus in de auto. Sinds een paar dagen heb ik aan aantal telefoonnummers toegevoegd aan de lijst van mensen die me kunnen bellen zonder eerst via Marcus te moeten, maar dat zorgde pas later voor de realisatie dat ze me ook kunnen appen. 

Tommy: Ik ga een liedje over je schrijven. Raad eens hoe ik het ga noemen?

Sophia: Er zijn nogal veel opties met mijn naam. Als de vonk overslaat. Een kleine vonk, een grote vlam. De vonk waardoor ik verdronk. 

Sophia: O, of gewoon: Sophia.

Tommy: Wat ben jij voor creatieve godin?

Sophia: Precies, creatieve godin, nog een optie.

Tommy: Ik dacht eigenlijk aan Spark.

Sophia: Ik ben benieuwd naar het liedje.

Tommy: Wanneer zie ik je weer? Ik wil niets anders doen dan muziek met je maken, dame.

Sophia: Eerlijk? Geen idee. Check bij Marcus 😉

 

‘Dit is echt veelbelovend, Sophia,’ begint Marcus. ‘Als dit goed gaat, is er een kans dat je nog veel meer modelklussen kunt binnenslepen.’

Mijn ogen glijden van de weg voor ons, naar mijn oom achter het stuur.

‘Ik zal m’n best doen?’ reageer ik aarzelend, omdat ik niet weet hoe ik een fotoshoot goed moet doen. 

‘Luister gewoon naar de instructies van de fotograaf en de creatieve director. Ik heb zoveel vertrouwen in je. En ik ben er om te helpen als je vragen hebt of er iets onduidelijk is.’

Ik glimlach hoofdschuddend. Volgens mij is Marcus nerveuzer dan ik. Op dat moment krijgt hij een berichtje en ik vraag me af of het Tommy is. Het voelt vreemd om zo gewild te zijn. Niet alleen door onbekende partijen die alleen maar eurotekens zien, maar ook door mannen. Voorheen hield ik me altijd zo op de achtergrond dat het een wonder was als ik mannelijke aandacht kreeg, maar nu ik verplicht naar de voorgrond treed lijkt dat totaal geen probleem meer te zijn.

De auto komt tot stilstand en ik stap direct uit. We staan op een prachtig landgoed ergens in de provincie Utrecht, waar de fotoshoot plaats zal vinden. Het is voor een nieuwe campagne van Dior en ik moet mezelf haast knijpen als ik bedenk dat mijn foto straks onder andere op posters bij bushokjes komt te hangen. 

‘Daar ben je, Sophia. Perfect op tijd.’ Een man die ik nog nooit eerder heb gezien komt op me aflopen en schudt mijn hand. 

‘Rainer,’ zegt hij. Terwijl ik mijn naam zeg en bedenk dat dat onnodig was, raak ik afgeleid door de lange zwarte dreadlocks die aan zijn hoofd bevestigd zitten. Ze komen tot halverwege zijn rug en zitten vastgebonden met een zwarte band. 

‘Je haar is fantastisch,’ gooi ik eruit. 

Met een brede glimlach neemt hij het compliment in ontvangst. ‘Marcus, ook goed om jou te zien. Snel kom erin. Het begint weer koud te worden. Binnenkort ga ik weer voor een paar maanden naar Suriname, het weer hier in de winter is niet uit te houden.’

‘Gelijk heb je,’ lacht Marcus amicaal. ‘Rainer is de creative director,’ fluistert hij als de man een hoek omloopt waar wij nog niet zijn. Snel knik ik ten teken dat ik het heb gehoord, maar ondertussen kijk ik mijn ogen uit. Het gebouw dat we betreden is enorm. De plafonds bevinden zich meters boven me en de zwartwit geblokte vloer doet klassiek aan. Als we een hoek omgaan verschijnt er een enorme kroonluchter en ik ben benieuwd wat ze in gedachten hebben voor de fotoshoot. Er zijn in ieder geval meer dan genoeg mogelijkheden.

We komen uit in een grote ruimte waar meubels staan die me doen denken aan de koninklijke vertrekken die ik weleens op tv of in een museum heb gezien. Mijn blik wordt naar het groepje mensen getrokken. Rosa herken ik meteen en als haar gesprekspartner zich omdraait knipper ik een paar keer met mijn ogen.

‘O, Liam is er ook?’

Marcus zat alweer op zijn telefoon en kijkt nu op. ‘Ja, wie denk je dat deze klus voor je heeft geregeld?’

Fronsend draai ik me naar Marcus toe. ‘Jij,’ lach ik.

Hij glimlacht. ‘Dit keer niet.’ Hij staat stil voor een bank aan de zijkant van de ruimte en gebaart dat hij daar plaatsneemt. Ik loop achter Rainer aan naar de rest. 

‘Sophia!’ Rosa doet een uitbundig dansje als ze me ziet en komt dan op me afrennen om me te omhelzen. ‘Meid, ik ben zo blij dat we de kans krijgen dit te doen. Ik ga je fantastisch op de foto zetten.’

‘Ja, leuk om samen te werken,’ glimlach ik. Mijn blik glijdt naar Liam die me ook komt omhelzen. Hoe kom ik ineens aan al deze vrienden?

‘Je mag één keer raden wie het mannelijke model is in deze fotoshoot,’ grijnst hij. Even doe ik alsof ik nadenkend rondkijk. Marcus zit op de bank, Rainer is in gesprek met twee vrouwen en ondertussen zijn twee mannen een aantal lampen aan het opstellen. 

‘Grappig.’ Liam rolt lachend met zijn ogen en drukt een vlugge kus op mijn wang. ‘Kom.’

‘Tot straks!’ Rosa zwaait kort en loopt dan naar de plek waar van alles klaargezet wordt. Ze pakt de camera uit het statief en begint wat testfoto’s te maken. 

Liam leidt me naar Rainer en de twee vrouwen. Ik kom er al snel achter dat zij verantwoordelijk zijn voor mijn uiterlijk vandaag en een paar minuten later zit ik in een andere ruimte voor een enorme mobiele kaptafel. De dames gaan meteen aan de slag. Mijn haar wordt in de krul gezet terwijl er een goede laag foundation op mijn gezicht belandt. Ik sluit mijn ogen en laat het allemaal over me heenkomen. In mijn hoofd ontstaan een paar melodieën die ik eigenlijk zou willen opslaan in mijn telefoon, maar ik houd me in en laat me mooi maken. 

‘Je hebt echt prachtig vol haar,’ merkt de vrouw achter me op. ‘Het is veel, maar ook dik. Wat bof jij!’

‘Dankjewel.’

Ze kijkt even om zich heen en buigt zich dan naar voren. ‘Ik moet het toch even zeggen, wat kan jij zingen, meid. Mijn dochters zijn grote fans.’

‘Als ik iets voor ze kan tekenen, moet je het maar zeggen,’ glimlach ik in de spiegel. Ze knikt enthousiast en gaat dan weer verder met haar krultang.

Het is ruim een uur later als ik opsta uit de stoel en voor het eerst naar mezelf kijk in de spiegel. Even sta ik verrast stil, want hoewel ik de afgelopen tijd wel vaker ben omgetoverd tot iemand anders, is dit het andere uiterste. Doorgaans wordt mijn pijn uitgedrukt in mijn kleding, make-up en haar. Alles zwart, alles donker en duister. Maar nu zie ik er uit als… Het enige woord dat in me opkomt is elegant. Mijn haar zit prachtig opgestoken, mijn make-up is duidelijk aanwezig, maar subtiel en zacht. Als mijn oog valt op de jurk glimlach ik. Het is een wit jurkje met een zwierige rok, maar het ziet eruit alsof het door de versnipperaar is gehaald. 

Als ik van mezelf in de spiegel naar het jurkje kijk, snap ik meteen wat het idee is van deze fotoshoot. Ondanks alles wat ik in dit jurkje heb meegemaakt, zie ik er nog steeds zo uit. Ik knipper de tranen snel weg om te voorkomen dat mijn make-up nu al bijgewerkt moet worden en stap achter het kamerscherm om me om te kleden.

Het laatste detail zijn de prachtige pumps die voor me klaarstaan en daarop loop ik naar de set, waar iedereen al op me lijkt te wachten.

‘Sorry, ben ik te laat?’ vraag ik aan Rainer.

‘Sophia Vonk, je bent precies op tijd! En je ziet er fantastisch uit. Hoe zit het jurkje?’

‘Eh…’ Ik glimlach flauwtjes. ‘Het is kapot, maar dat zal wel zo horen hè?’

‘Grapjas.’ Rainer plukt mijn hand uit de lucht en leidt me naar de hoek waar de eerste foto’s gemaakt zullen worden. Liam staat al klaar. Hij draagt een strak pak en zijn haar is gestyled alsof hij een hele nette en beschaafde man is. Gezien mijn ervaring met hem in de slaapkamer, weet ik dat het een onjuiste representatie van hem is, maar die woorden slik ik in. 

‘Oké, we zijn klaar voor jullie,’ zegt Rosa. Ze gebaart dat we in het shot mogen lopen, maar ik heb geen idee wat ik moet doen. Aarzelend loop ik naar Liam toe. Hij pakt mijn hand en gaat met me voor de camera staan, maar kijkt dan naar Rainer voor instructies. Die geeft hij. Eerst wil hij neutrale blikken, dan zwoele blikken. Eerst staan we ver bij elkaar vandaan, dan weer dichtbij. De pose waarin ik met mijn rug naar Liam toe sta en hij zijn handen om mijn middel slaat alsof hij me van achteren grijpt is mijn favoriet. Ik hef mijn arm als vanzelf omhoog om zijn nek vast te pakken en Rosa begint me meteen aan te moedigen om dat vast te houden. 

Er volgen nog een heleboel andere poses en ik ben ontzettend dankbaar dat ik dit mag doen met iemand op wie ik al zo goed ingespeeld ben. Liam is een expert in mij laten acteren en Rosa is een expert in het vastleggen van de micro-expressies die Liam bij me uitlokt. 

In totaal schieten we op drie locaties, verspreid door het gebouw. Waar we in het begin nog vrij passief poseerden, verandert dat halverwege naar meer actievere shots waarbij ik voor Liam weg moet rennen terwijl hij mij probeert tegen te houden, of waarbij Liam me op moet tillen alsof hij me eindelijk gevonden heeft. Bij één pose staat hij zo dreigend boven me uit te torenen dat het me amper moeite kost om mijn angst te veinzen.

Er volgen nog enkele foto’s van ons alleen, en dan nemen Rosa en Rainer een moment om de foto’s bekijken en te zien of ze alles hebben wat er nodig is.

Ik nip van het flesje water dat voor me klaarstond en trek Liam tegen me aan. ‘Wil je me nooit meer zo eng aankijken?’

‘Akkoord,’ zegt hij meteen. Hij buigt naar voren om me te kussen, maar ik draai mijn hoofd direct weg. ‘Lippenstift!’

Met een zachte grom neemt hij weer afstand en drukt dan een kusje in mijn haren. 

‘Dankjewel hiervoor, Liam. Het is een leuke middag en ik weet dat Marcus superblij is met deze kans.’

‘Geen probleem, meisje.’

‘Het voelt een beetje raar dat Marcus je destijds alleen uitkoos om je netwerk,’ mompel ik schuldbewust. ‘Maar ik ben er wel blij om dat jij het was.’

‘Ach.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo werkt dat nou eenmaal. En door die oom van jou heb ik jou leren kennen, dus ik vind het helemaal prima.’

Hij kijkt me aan alsof hij me nog steeds wil kussen en ik glimlach hoofdschuddend. Uiteindelijk roepen Rosa en Rainer ons naar ze toe om een paar foto’s te laten zien en ik kan haast niet geloven dat wij het zijn. De manier waarop we vastgelegd zijn voelt onherkenbaar – zo sensueel en wild tegelijk. 

‘Godver, die kwetsbaarheid van jou is echt sexy met een hoofdletter S, Sophia.’ Liam legt zijn handen op mijn heupen en komt achter me staan terwijl we samen naar het kleine scherm turen. 

‘Eens,’ knikt Rainer met een knipoog naar mij. ‘Je had gelijk, Liam. Sophia was een hele goede keus voor deze campagne.’

We bladeren nog een tijdje door de foto’s maar al snel blijkt dat de shoot erop zit. De foto’s zijn goed.

Als ik even later in de opmaakruimte sta om me om te kleden, vergezelt Rosa me. 

‘Meid, dat was een geweldige shoot. Je bent echt heel fotogeniek. En volgens mij was het maar goed dat we Liam erbij hadden of niet? Hij hoefde soms maar een paar dingen te zeggen en je had weer een compleet andere uitdrukking op je gezicht.’

Terwijl ze praat ploft ze op de bank in de hoek. Ze leunt even opzij om haar telefoon uit haar kontzak te vissen en legt hem naast zich neer. 

‘Ik was ook blij dat Liam er was. Hij weet zoveel nieuwe kanten bij me naar voren te halen, geen idee hoe hij het doet.’

‘Charme, waarschijnlijk,’ lacht Rosa met samengeknepen ogen. ‘Vertel eens, hoe zit het nou tussen jullie?’

Ik schop mijn schoenen uit en voel me even instabiel op mijn eigen blote voeten. Terwijl ik me ontdoe van al mijn kleding en het verruil voor mijn eigen kloffie, vertel ik Rosa over Liam, van begin tot eind. Hoe ik me meteen tot hem aangetrokken voelde tijdens de opnames voor mijn videoclip, hoe we daarna samen gingen eten en elkaar sindsdien regelmatig zien. 

‘Liam is gewoon heel… luchtig. Wat niet wil zeggen dat hij geen inhoud heeft, want dat is het niet. Maar hij weet het leven leuk te maken en dat heb ik soms nodig.’

‘Maar het is oké dat hij niets serieus wil?’ vraagt Rosa geïnteresseerd. Ik rits mijn vest dicht en plof dan naast haar op de bank. 

‘Ja,’ knik ik zonder aarzeling. ‘Als ik ergens niet aan toe ben is het wel iets serieus.’

Even kijkt Rosa me zwijgend aan, maar dan knikt ze. ‘Ja, het is niet niks.’

Op dat moment trilt de bank en ik realiseer me dat het komt door haar telefoon, die tussen ons in ligt. Duncans naam verschijnt op het scherm en ik verwacht dat ze op gaat nemen, maar zonder pardon drukt ze het gesprek weg. 

Mijn nieuwsgierigheid neemt de overhand. ‘Problemen?’

Rosa rolt met haar ogen en slaat haar benen over elkaar. Ze opent haar mond om antwoord te geven, maar slaakt dan een stille zucht. ‘Ach…’

Vragend blijf ik haar aankijken en ze lijkt te beseffen dat ik het antwoord echt wil horen. Er is iets met Duncan, maar ik kan m’n vinger er niet op plaatsen.

‘Duncan is… een unieke smaak,’ lacht Rosa, maar haar lach heeft iets verdrietigs. ‘Het is niet de meest emotioneel intelligente man, wat hem zo goed maakt in z’n werk, denk ik.’

‘Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?’

‘Op een fotoset van één van z’n artiesten. En daarna zag ik hem opeens op elk feestje, zoals je opeens overal Twingo’s ziet rijden als je er eenmaal op let.’

Ik knik van herkenning.

‘Het was eerst niet meer dan een paar nachten samen, maar het werd al snel steeds meer en vaker. Inmiddels zit ik alweer een paar jaar aan hem vast.’

‘En is dat nog steeds wat jij wilt?’

Ze haalt haar schouders op en staat met een zwierige beweging op van de bank. Ik volg haar voorbeeld. 

‘Ik vind het wel even prima zo,’ zegt ze. Het spreekt niet van heel veel liefde of enthousiasme. Een deel van me wil haar vragen waarom ze nog bij hem is, maar een ander deel roept dat het te vroeg is in onze vriendschap voor zo’n intieme vraag. Ik besluit één van Vince’ veelgebruikte zinnen in te zetten.

‘Laat het me weten als dat verandert.’

31

 

RelightMyfire: Ben niet het fangirl type, maar van Sophia Vonk ben ik fan.

 

In de weken die volgen blijf ik het druk hebben. Als iemand me zou vragen wat ik allemaal doe op een dag, kan ik het niet opnoemen. Maar ik weet wel dat ik steeds onderweg ben. We hebben het laatste concert in deze reeks achter de rug, wat betekent dat het budget voor de hotelovernachtingen voor de band stopt. Ik zal ze een paar weken een stuk minder zien. Ze zitten weer gewoon in hun eigen huis, maar ik voel me er niet klaar voor om fulltime in Eliana’s huis te wonen. Marcus heeft ingestemd met een langere periode waarin ik van de suite in Amsterdam gebruik kan maken en het stemt me gerust dat ik daar een plek heb voor mezelf. 

Ondertussen krijg ik een paar mediatrainingen waarin ik leer om te gaan met de pers. Het gaat me niet gemakkelijk af en is de grootste uitdaging tot nu toe. Soms heb ik de neiging stil te vallen, soms wil ik liever gewoon één van mijn liedjes neuriën als antwoord op de vraag. Mijn trainer zei met niet zoveel woorden dat ik dat maar beter kon laten op tv als ik wilde dat mensen me normaal vonden. Het voelt vreemd om vragen over mijn eigen leven te beantwoorden. Niet alleen omdat ik ervan overtuigd ben dat daarin niets gebeurt dat ik nou graag wil delen met het grote publiek, maar ook omdat ik los wil staan van mijn muziek.

Helaas is dat niet hoe het werkt in de wereld, want het is juist het verhaal achter mijn muziek dat ervoor zorgt dat mensen het willen luisteren. 

Na dit weekend heb ik mijn eerste interview en ik blijf proberen er niet aan te denken, maar ik ben doodzenuwachtig. Dit weekend heb ik in ieder geval even adempauze. Het is vrijdag en bijna half negen als ik de tv aanzet en mijn telefoon pak. 

Sophia: Vrienden kijken samen naar de finale van The Voice.

Nog geen twee seconden later wordt er op mijn deur geklopt en ik spring op om open te doen. 

‘Ik stuurde je net een bericht,’ glimlach ik om het toeval dat geen toeval is. 

Vince houdt een fles cola en een zak Doritos omhoog. ‘Was nog even naar de supermarkt voor versnaperingen.’

Ik gooi de deur wagenwijd open zodat hij binnen kan komen en neem de zak chips en fles cola van hem over zodat hij zijn jas uit kan doen. We ploffen samen op de bank, ik aan het ene uiteinde en Vince aan de andere kant, met onze benen naast elkaar in het midden. Hij deed precies wat hij zei die avond dat we toegaven aan ons verlangen. We zijn vrienden. En dat betekent niet dat ik niet regelmatig denk aan dat moment en het betekent ook niet dat de aantrekkingskracht weg is, maar wel dat het ons lukt het niet tussen onze vriendschap te laten komen.

‘Ik ben echt voor die jongen met de bril,’ vertel ik hem. 

‘Ja, hij is goed,’ knikt Vince. De eerste klanken van het programma klinken door de ruimte als Vince de zak chips opentrekt en in stilte kijken we naar het scherm. Het is pas in de eerste reclame dat we weer een gesprek beginnen. 

‘Dus, de eerste tour zit erop. Hoe zie je de komende weken voor je?’ vraagt Vince, die voor ons allebei wat cola inschenkt. 

‘Nog steeds druk. Ik ben bloednerveus voor maandag, dan heb ik m’n eerste interview. Daarna zullen er nog veel volgen, vaak gecombineerd met optredens op tv. Ik moet met Tommy de single opnemen, een clip maken… O en er komt nog wat extra modellenwerk aan ook.’

‘Rustiger voor ons, drukker voor jou, klinkt het.’

Ik knik en stop nadenkend een chipje in mijn mond. ‘Maar goed druk. Ik vind het niet erg, geloof ik.’

‘Nog niet,’ grapt Vince, maar de waarschuwing schemert door in zijn toon. 

Ik haal mijn schouders op en verander van onderwerp. ‘Heb jij plannen voor de komende periode? Dingen op de planning waar ik nog niet van weet?’

Vince kucht even. ‘Ik heb dit weekend afgesproken met Jessie, eigenlijk. Aardige chick.’

Zwijgend kijk ik naar de hamsters van de Albert Heijn reclame terwijl ik dat nieuws op me in laat werken. Ja, er is jaloezie. Er is een sterk verlangen om Vince te claimen als de mijne. Er is verdriet omdat ik dat niet kan. En er is schaamte voor die gevoelens, voor de manier waarop we al met elkaar verbonden zijn. 

‘Leuk,’ weet ik uit te brengen. 

Ik ben degene die nee heeft gezegd. Geen niet nu, maar een nee. Wat makkelijk opgevat kan worden als een nooit, dus Vince staat volledig in z’n recht als hij met iemand iets wil beginnen. En niet alleen om wat ik heb gezegd, maar ook om wat ik doe. Namelijk Liam en Tommy. Tegelijk. Of ja, niet tegelijk tegelijk. 

God, ik ben een puinhoop.

‘En met de band zijn we bezig wat nummers te schrijven, dus daar zullen we veel tijd aan besteden nu we een inkomen hebben en een tijdje geen stress over bijbaantjes.’

‘Wat goed, Vince. Echt. Als jullie een achtergrondzangeres nodig hebben, hoor ik het wel.’

‘Alsof we jouw talent zouden verspillen aan de achtergrondgeluiden,’ lacht Vince hoofdschuddend. Hij laat zijn blik door de hotelkamer glijden en kijkt me weer aan. ‘Zeg, ga je eigenlijk weer naar huis? Of blijf je hier?’

‘Ik blijf nog een tijdje. Het voelt als een ander leven, wat ik nu heb. En het huis van Eliana? Dat past daar niet in. En ik pas daar niet in. Niet nu. Niet meer.’

‘Maar het kan wel. Je kunt die levens combineren. Het is niet het een of het ander.’

‘Nee. Maar het is wel makkelijker.’

Hij fronst. ‘Ga je er soms nog heen?’

‘Niet echt, nee.’

Vince zwijgt en als het programma weer begint, richten we onze aandacht daarop, maar er zijn zoveel onuitgesproken woorden dat zwijgen bijna moeilijker is dan spreken. 

 

We vallen op de bank in slaap voordat de uitslag überhaupt bekend is. Het waren een paar vermoeiende weken en met die reden breng ik de zaterdag voornamelijk door in bed. Met muziek, met mijn notitieboekje, met mezelf. Ik denk terug aan de afgelopen tijd, aan alles wat er gebeurd is en geef het een plekje. Althans, dat probeer ik.

Het is zondagmiddag als ik mijn nervositeit voor maandag niet meer onder controle heb en wanhopig bel ik Tommy, maar als ik drie keer zijn voicemail krijg weet ik dat ik niets aan hem ga hebben. Dankbaar dat ik weet van wie hij zijn narcotica krijgt, bel ik Liam. 

‘Daar ben je,’ zegt hij als hij opneemt. ‘Ik was bijna bang dat je me zat was.’

‘Absoluut niet, maar ik heb even wat rust genomen.’

‘Ook heel belangrijk,’ stemt Liam in. ‘Kom je naar Casa Modela? Feestje vanavond.’

‘Hoe verrassend,’ lach ik, terwijl ik opsta uit bed en probeer te bedenken hoe ik dit het beste ter sprake kan brengen. Ik ga voor direct. 

‘Liam, ik heb cocaïne nodig en jij verkoopt het.’

Hij is even stil maar begint dan zachtjes te lachen. ‘En ik maar denken dat ik subtiel was.’

‘Je gaf het Tommy waar ik bij stond.’

‘Maar in een handdruk. Zo subtiel,’ grapt hij.

‘Het was allemaal heel stoer. Kun je me helpen, of niet?’

Hij aarzelt geen seconde. ‘Natuurlijk kan ik je helpen. Ik herhaal: Casa Modela. Feestje vanavond.’

‘Ik zie je daar.’

‘O en Sophia? Dit keer ga je het bubbelbad in.’

 

De taxi zet me af op de oprit die vol staat met auto’s. Ik ben van mening dat niemand die daarbinnen aan het feesten is zou moeten rijden, maar hou mezelf voor dat het mijn zaken niet zijn en negeer de alarmbellen in mijn hoofd. Binnen ga ik meteen op zoek naar Liam, maar hij is nergens te bekennen, dus begin ik de avond met een potje pool met Zoey, die al zo ver heen is dat winnen van haar zelfs voor een kind van zes geen uitdaging zou zijn. Vanavond houd ik het bij alcohol en als ik mijn eerste beker leeg heb, zie ik Liam binnenlopen. 

Hij is zo’n charmeur dat ik glimlachend toekijk hoe hij de ronde doet. En nu ik weet waarom hij altijd iedereen persoonlijk begroet, valt het me op. Hij schudt handen met de mannen, omhelst de vrouwen en stopt dingen in hun handtassen. Ik vraag me af hoe ze hem betalen, maken ze het geld allemaal over? 

‘Wat leuk dat ik nu onderdeel ben geworden van je rondje,’ glimlach ik als hij me komt omhelzen. 

‘Ja, maar wel de laatste stop. Dat is een goed teken.’ Hij pakt mijn hand en trekt me mee richting de hal, waar hij me eerst op een gepaste manier begroet. Met zijn lippen op de mijne adem ik zijn geur diep in en zucht het uit als zijn handen over mijn lichaam glijden. Als we beiden buiten adem zijn, neemt hij wat afstand en houdt een klein zakje omhoog, gevuld met het witte poeder waar ik naar op zoek ben. 

‘Ik wist niet dat je aan de coke was, meisje,’ zegt hij, vraagt hij. Ik haal mijn schouders op en pak het zakje uit zijn handen, waarna ik de kastdeur open en het alvast in mijn jaszak stop. 

‘Ik ben niet “aan de coke”,’ verduidelijk ik. ‘Maar morgen… Ik moet een interview doen, Liam. En ik praat niet graag. Dus ik heb hulp nodig.’

Hij knikt begripvol en trekt me weer naar zich toe. Zonder nog iets te zeggen trekt hij mijn jurk over mijn hoofd en kijkt dan tevreden naar de bikini die ik aan heb getrokken. Met mijn hand in de zijne neemt hij me mee naar de tuin, waar we ons een half uur vermaken als vissen in het water. We staan in het water op onze handen, we gooien balletjes over en vechten om een luchtbed. Het is leuk. Gewoon simpel amusement. Terwijl we op de rand zitten met onze voeten in het water vertelt hij me dat hij bijna klaar is met de soap en weer start met een film. Ik vertel hem dat ik volgende week de single met Tommy opneem. 

Als Liam naar binnen is om iets te drinken voor ons te halen staar ik naar de haast onzichtbare sterren in de hemel en denk met een glimlach terug naar de dronken avond in het park, toen ik de jongens ervan probeerde te overtuigen dat er meer sterren zouden moeten zijn. 

‘Sophia.’

Ik kijk opzij en zie Duncan in een simpele zwarte zwembroek naast me staan. 

‘Er is plek in de jacuzzi, kom.’

Hij steekt zijn hand naar me uit en ik pak hem aan om me omhoog te laten helpen. De jacuzzi is nieuw voor me, maar zodra mijn voet in het water glijdt, vermoed ik dat het een nieuwe favoriet wordt. De bubbels masseren mijn rug en benen. Het contrast tussen het warme water en de frisse buitenlucht is heerlijk. Met een diepe zucht ontspan ik mijn lichaam.

‘Hoi Sophia,’ glimlacht Rosa als ze bij ons komt zitten, waarna ze mijn wangen kust. ‘Hoe is het meid?’

‘Goed. De tour zit erop,’ vertel ik, met een schuin oog op Duncan die besluit dat zijn plaats precies tussen ons in is. Wankelend laat hij zich in het water zakken en Rosa werpt me een veelbetekenende blik toe. 

‘En volgende week neem ik een nummer op met Tommy Bosman,’ vertel ik haar. 

‘Wat gaaf!’ kirt ze. ‘Hij is echt goed. Verrassende switch heeft ‘ie gemaakt, hè?’

‘Ja, over een paar maanden doen we een drietal concerten samen. Ziggo Dome,’ knik ik en ik laat de trots die ik voel doorschemeren in mijn stem. 

Duncan kijkt opeens op van het bubbelende water en glimlacht naar me. ‘Toe maar weer. Heeft Marcus mooi voor je geregeld.’

‘Hij is een goede manager,’ poch ik met een glimlach die arroganter is dan ik van mezelf gewend ben. Duncan haalt dingen bij me naar boven die ik niet herken, dus wend ik mijn blik af, maar dan glijdt zijn hand opeens over mijn bovenbeen. Als ik een stukje op wil schuiven verstevigt zijn grip, maar op dat moment klimt Liam de jacuzzi in en wurmt zich tussen mij en Duncan in. Met een opgeluchte zucht neem ik het drankje dat hij meebracht aan, maar als mijn blik op Rosa valt zie ik dat haar gezicht op onweer staat. Op dat moment richt Duncan zijn avances op haar, waar ze horen, maar als hij haar probeert te zoenen wendt Rosa zich van hem af en stapt uit de jacuzzi, om vervolgens zonder iets te zeggen weg te lopen. 

Duncan lacht luid, maar gaat haar wel achterna. 

‘Die twee hebben altijd ruzie.’ Liam haalt zijn schouders op en drukt een kusje op mijn wang. 

Ik weet niet waarom, maar ik blijf achter met een naar gevoel. Iets aan Duncan zorgt ervoor dat mijn lichaam zegt dat ik alert moet zijn en dus verontschuldig ik me door te zeggen dat ik naar de wc moet. Pruilend blijft Liam alleen achter in het bubbelbad, maar ik verzeker hem ervan dat ik zo terug ben. Ik droog mezelf vluchtig af en loop dan naar binnen, waar ik Rosa en Duncan net de trap op zie lopen. 

Boven is vast ook een wc, dus met de wetenschap dat mijn excuus geldig blijft, loop ik de trap op. Ik zie nog net hoe hij Rosa’s pols vastpakt en haar een kamer in duwt. Zodra de kamerdeur gesloten is, klinkt er gedempt geschreeuw en met een bonzend hart loop ik ernaar toe. Nog steeds gaan ze hard tekeer, maar dan opeens is het doodstil. Mijn hand ligt al op de deurklink als ik opschrik van een stem achter me. 

‘Wat zoek je?’

Marina, één van de bewoners van deze feesttent, kijkt me aan vanuit een andere deuropening. Ik probeer in een seconde in te schatten of de waarheid beter werkt, of ik het moet doen met een leugen. Ik kies voor het eerste. 

‘Rosa en Duncan gingen hier naar binnen; het zag er niet gezellig uit.’

‘Ach,’ lacht Marina, waarna ze naar me toekomt en haar arm om mijn schouder slaat. ‘Die twee zijn altijd aan het vechten en ze lossen het ook altijd weer op. Geef ze maar wat privacy.’ 

Ik laat me door haar naar de trap leiden, maar voordat ik naar beneden loop, draai ik me om. 

‘Jij kent ze al lang, toch? Wat… Wat vind je van Duncan?’

Haar glimlach heeft iets kleinerends, maar ze geeft antwoord op mijn vraag. ‘Ik ken Duncan al heel lang en hij is een apart figuur, maar niets wat Rosa niet aankan. Maak je geen zorgen, schat.’

Ik knik en vertrouw erop dat Marina weet waar ze het over heeft. Met iets van opluchting loop ik terug naar beneden, maar ik neem me ook voor Rosa er toch nog eens goed naar te vragen als ik haar weer zie. 

Even later glijd ik weer bij Liam in het bubbelbad en met een uitgebreide vrijsessie word ik er ontvangen. Ik glimlach bij het besef dat ik onderdeel geworden ben van de vrijende stelletjes die hier altijd overal te zien zijn. Dat had ik niet verwacht toen ik hier voor het eerst naar binnen liep.

Vroeger dan ik in eerste instantie voor ogen had ga ik naar huis en Liam loopt met me mee naar de hal, waar we wachten op de taxi die ik gebeld heb. 

‘Wat is je rekeningnummer?’ vraag ik hem, terwijl ik mijn jas aantrek en op mijn binnenzak klop. 

‘Oef…’ Hij kijkt me moeilijk aan. 

‘Wat?’

Hij komt dichterbij en ademt diep in, terwijl hij zijn gezicht vlak naast de mijne brengt. ‘Ik accepteer alleen betaling in natura…’

Lachend duw ik hem weg. ‘Nee, ik ga je hier geld voor geven. Wat is de prijs?’

‘Een goede pijpbeurt,’ gromt hij, waarna hij me kust. Liam is niet nuchter meer en grijnzend ga ik mee in zijn avances. 

‘Deal. Maar niet nu,’ reageer ik, als ik in mijn ooghoeken een taxi de oprit op zie rijden. 

‘Maar binnenkort? Mijn god, ik kan niet wachten.’

Ik knik en tik op zijn neus. ‘Tot die tijd heb je een videootje van me, toch?’ 

Verlekkerd knikt hij en na een laatste kus loop ik de oprit af. 

32

 

Coldplayfan_2001: Nieuwe abonnee!

 

Vince: Succes, Sophia. Je kunt dit.

Mijn scherm licht op door het berichtje van Vince, precies op het moment dat ik de twee lijntjes opsnuif. Meteen ben ik het met hem eens. Ik kan dit. Ik weet wat ze kunnen vragen, wat ik kan antwoorden en waar een antwoord aan moet voldoen als ze iets vragen waar ik geen antwoord op weet. Het doel: promotie van mijn single met Tommy en de drie concerten. Ik kijk naar mezelf in de spiegel en loop de toiletten uit met een opgeheven hoofd. 

De lampen zijn feller dan op de podia waarop ik op heb getreden, maar als ik eenmaal aangekondigd ben, loopt ik met een hervonden zelfverzekerdheid de spotlights in. Een viertal camera’s zijn op me gericht. Aan tafel zit Aaron van Baren, een van de eerste presentators die ik ontmoette en een van de weinigen die me aansprak alsof ik een mens was, en geen geldkoe. Toen ik besloot interviews te doen, stond ik erop dat hij de eerste kreeg en met een vriendelijke glimlach ontvangt hij me. 

‘Sophia Vonk, heel Nederland heeft het over je. Het is nu een paar maanden geleden dat een tragische gebeurtenis jouw leven voor altijd veranderde, toen een groep terroristen jou van je moeder beroofde. Kun je ons vertellen wat er door je heen ging toen je in de kerk dat prachtige zelfgeschreven nummer deelde met de rest van Nederland?’

Aarzelend neem ik een slok van het glas dat voor me staat en het water glijdt verkoelend door mijn slokdarm. Een tip van de mediatrainer: geef jezelf tijd om na te denken door de vraag te herhalen of een slok water te nemen. Aaron kijkt me bemoedigend aan en ik negeer de camera’s en de mensen erachter om me volledig op Aaron te richten. Dat zeiden ze ook in de trainingen. Je vertelt hem gewoon je verhaal. Niet denken aan de honderdduizenden mensen die meeluisteren.

Ik slik. ‘Ja, dat kan ik je vertellen, Aaron. Als ik ergens diepe gevoelens over heb, moet ik er een liedje van maken. Ik kan niet anders… het is een lichte obsessie,’ glimlach ik zonder humor. ‘Dus toen ik Eliana – mijn adoptiemoeder – verloor, heb ik avonden doorgebracht met mijn gitaar en mijn notitieboekje. Het enige wat ik wilde op dat moment in de kerk was met haar delen wat ik haar nog wilde zeggen.’

Hij knikt meelevend en ik vraag me af of hij nu ook in het gesprek zit, of zich nog wel bewust is van zijn omgeving. 

‘Ik ben nooit goed geweest met woorden, vandaar dat het zo lang heeft geduurd voordat ik mezelf op deze manier wilde blootstellen aan de media… en dat is de reden dat ik die dag besloot niet achter de katheder te gaan staan, maar te zingen wat in mijn hart zat.’

‘En hoe,’ zegt Aaron. ‘De zaal was onder de indruk, maar Nederland nog meer. Binnen een dag ging je viral. Mensen zien je als een baken van hoop, een symbool tegen terrorisme. Wat vind je daarvan?’

Een symbool tegen terrorisme? Misschien moet ik toch vaker lezen wat mensen online over me zeggen, want deze titel heeft Marcus niet met me gedeeld. 

Ik herpak mezelf meteen. ‘Ik vind het fijn dat mensen hoop putten uit mijn muziek, dat het de kracht heeft anderen te raken. Maar ik heb dit nooit gedaan om een symbool te zijn, of om überhaupt bekend te worden. Als ik die dag niet gefilmd was, hadden jullie nog steeds nooit van me gehoord. Klassieke introvert hiero,’ glimlach ik, dit keer met een korte blik op één van de camera’s. Ik leef nog. Ik kan dit.

‘Want hoe ging het verder? Wat is er gebeurd tussen de dag waarop Nederland je voor het eerst leerde kennen en vandaag, nu er een heel album van je te koop is?’

‘Een album, én binnenkort een single,’ glimlach ik. Wauw, ik ben zo trots op mezelf. ‘Maar daarover vertel ik je zo wel meer. Mijn oom, Marcus, is al zijn hele leven een workaholic en werkt als artiestenmanager. Een van de dingen die hij doet om om te gaan met dit verlies, is zich op zijn werk storten. Hij bood aan de pers voor me te managen, want dat was in die eerste dagen nogal overweldigend. Uiteindelijk keken we verder dan onze pijn en zagen we de kansen. Het was in feite de ultieme gelegenheid om mijn hersenspinsels te delen met de wereld, hoe moeilijk ook. Ze hadden mijn YouTubekanaal toen overigens al gevonden en er was vraag naar een studioversie van de nummers. Daarna was er vraag naar een videoclip, naar een optreden, naar… interviews.’

Ik glimlach naar hem en gebaar naar de ruimte waarin we zitten. 

‘Vraag en aanbod,’ knikt Aaron. ‘Nu je probeert te voldoen aan al die vraag, lukt het een beetje om voor jezelf te zorgen?’

Zijn vraag raakt me en ik neem de tijd om te antwoorden door weer een slokje water te nemen. Want het is moeilijk voor jezelf te zorgen als iedereen van alles van je wil. In de lijstjes met tips voor self care op alle blogs van millennials wordt doorgaans geen cocaïne genoemd…

‘Ik heb plezier in wat ik doe,’ draai ik om de vraag heen. ‘We zijn net klaar met een concertreeks en staan over twee maanden drie dagen in de Ziggo Dome, waarvoor ik samenwerk met Tommy Bosman. We duiken deze week de studio in om een single op te nemen. Ik werk hard, maar er is genoeg tijd voor rust en zo lang Nederland mij wil horen zingen, zal ik proberen ze te geven wat ze willen.’

‘Fantastisch, Sophia, goed om te horen. Ik ben blij dat je vandaag de tijd nam om ons dit allereerste interview te geven. Ga niet weg mensen, want na de reclame horen jullie hier voor het eerst een nieuw nummer van Sophia Vonk.’

Hij glimlacht breed in de camera en leunt dan naar me toe om mijn hand te schudden. 

‘Dit is het moment waarop de muziek eronder gemonteerd wordt en we moeten praten alsof we al jaren vrienden zijn.’

‘Dankjewel voor het interview.’

‘Viel het mee? Ik weet dat het niet makkelijk is om zo openbaar over je persoonlijke leven te praten.’

‘Het viel mee,’ knik ik. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of ik zo’n interview ooit op eigen kracht zou kunnen doen. 

 

Vince: Je deed het geweldig. Zo welbespraakt en normaal. 

Sophia: Dankjewel. Tot morgen. 

 

De volgende dag is studiodag. We hebben een paar uur om het nummer van Tommy en mij op te nemen. Als ik bedenk hoe snel we klaar waren met het hele album, zou dat toch ruim voldoende moeten zijn. De jongens hebben de muziek al ingestudeerd en als ik aankom in de studio word ik op de gang meteen omhelsd door Saskia. 

‘Meid, wat ben ik trots op je. Wat doe je het goed. En nu alweer terug in de studio,’ glimlacht ze. ‘Ik ben heel blij om je te zien.’ Haar warmte raakt me meteen en ik loop met haar mee naar de muziekruimte. 

‘En niet voor het laatst,’ vertel ik haar, alsof ze het niet al weet. ‘We gaan vanaf komende week het tweede album opnemen, zodat we het vlak na de concerten kunnen uitbrengen.’

‘Ik kan niet wachten, Sophia. Je ziet er goed uit. De rest is er al, ze zitten in de ruimte hiernaast.’

Als ik de deur opengooi ben ik even bang dat Sam en Tommy ruzie aan het maken zijn, want ze kijken elkaar fel aan en stemmen worden verheven, maar dan glimlacht Vince naar me en hij rolt met zijn ogen. 

‘Chick, echt. Heb je het nummer wel gehoord? Californication is goed, maar Under the bridge? Ongekend.’

Sam schudt hevig haar hoofd en zet een stap dichterbij Tommy. ‘Ik ben het niet met je oneens. Under the bridge heeft z’n charme, maar Californication is een meesterwerk. Een hit. De hele wereld kent het.’

‘De hele wereld kent Under the bridge ook,’ merkt Jordy schouderophalend op. 

‘Kunnen we de conclusie trekken dat we allemaal fan zijn van The Red Hot Chili Peppers?’ opper ik, waarna ik de aandacht van de groep heb. 

‘Sophia,’ glimlacht Tommy, die zonder gene naar me toeloopt en me kust. Meteen vliegt mijn gezicht in vuur en vlam, want hoewel ik geen problemen heb met zijn lippen op de mijne, ben ik me te bewust van Vince die nog geen meter verderop zit. 

‘Wat een warm welkom,’ lacht Jordy, die Vince amicaal op zijn schouder klopt en gebaart dat ze naar de studioruimte gaan. Als Tommy en ik alleen zijn kus ik hem terug zoals ik net wilde doen. 

Destruction leads to a very rough road, but it also breeds creation.’

Vragend kijk ik naar Tommy, die me aankijkt alsof hij me een jaar niet heeft gezien. 

‘Californication,’ glimlacht hij. ‘Kom, we gaan een hit opnemen. Je interview was fantastisch trouwens.’

Een kwartier later is alles klaar om te starten. De band begint met een instrumentaal gedeelte, waarna Tommy zijn warme stem in mag zetten. Vol bewondering kijk ik toe hoe hij onze geschreven woorden tot leven brengt. Het nummer is minder intens voor me dan alles wat ik voorheen zelf heb geschreven, dus ben ik minder emotioneel dan tijdens de vorige opnamesessies. Maar dit nummer gaat over geluk en is voor een groot deel voortgekomen uit opwinding tussen Tommy en mij, dus het is logisch dat hij toenadering zoekt tijdens het zingen, tijdens de opnames. Ik probeer de aanwezigheid van de rest – van Vince – te negeren, maar neem toch regelmatig afstand van Tommy. Als Saskia uiteindelijk aangeeft dat ze alles heeft wat ze nodig heeft, trek ik Tommy nog net niet de ruimte uit. 

‘Dit nummer gaat de wereld over, Sophia. Ik voel het.’

33

 

Cybergirl1991: Wat leuk om eindelijk de persoon achter de muziek te leren kennen! Meer!!!

 

De afgelopen weken heb ik veel stappen gezet. Naast tientallen interviews en een aantal modelklussen treed ik af en toe kleinschalig op met Tommy en hebben we een paar schrijfsessies gehad. Ondertussen heb ik een groot deel van mijn tweede album opgenomen met de band en heb ik ook een aantal nieuwe nummers geschreven.

Nog steeds ben ik vaak aanwezig op de vele feesten die de Randstad rijk is en nu de toon is gezet en ik akkoord ben gegaan met interviews, kan ik helemaal nergens meer heen zonder herkend te worden. Iedereen weet wie ik ben, overal waar ik kom. Mijn video met Tommy is direct viraal gegaan en ik heb nog een paar nieuwe nummers op YouTube gezet. 

‘Je doet het zo goed met die interviews,’ merkt Marcus op. We zijn onderweg naar huis na een tweetal radio-interviews en een fotoshoot. ‘Eerst was je zo verlegen, maar nu… Je vertelt ze precies wat je moet vertellen. Ik ben zo trots op je.’

Als een boer met kiespijn glimlach ik. Mijn sociale angst is er niet beter op geworden en ik ben niet opeens goed in interviews. Marcus zou minder trots zijn als hij weet hoe ik die interviews doorsta. Ik keur mijn cocaïnegebruik zelf niet eens goed, laat staan dat hij me zou toejuichen, maar ik kan het niet zonder. Een paar keer heb ik het geprobeerd, maar ik had zoveel zenuwen dat ik vlak voor het interview een toilet in ben gerend om alsnog een lijntje te doen. Ik regel het via Liam of via Tommy en kwam er recent achter dat ook Marina verkoopt, waardoor geen van de drie weet hoeveel ik het daadwerkelijk gebruik. 

Maar ík weet het. Ik zal blijven proberen het zonder te doen en wacht op de dag dat het me op wonderbaarlijke wijze lukt. 

‘Sophia… ik wilde eigenlijk niets zeggen,’ begint Marcus, terwijl hij invoegt op de snelweg. Hij kijkt me vluchtig aan en richt zich dan weer op de weg. ‘Maar je hebt het recht om het te weten en ik wil niet tegen je moeten liegen.’

Fronsend kijk ik naar mijn oom, die met een moeilijk gezicht het verkeer voor hem in de gaten houdt. 

‘Je vader heeft contact met me opgenomen.’

Ik weet niet wat ik moet zeggen, dus zeg ik niets. Die man is een vreemde voor me. Ik heb hem niet meer gezien sinds ik zes jaar oud was en bij Eliana kwam wonen, nadat de rechtbank haar de voogdij had toegewezen. Na de dood van mijn moeder heb ik een jaar lang bij mijn vader gewoond, tot er genoeg meldingen waren gedaan bij de kinderbescherming dat ze me er weg konden halen. En nu zoekt hij contact?

‘Hij wil je leren kennen,’ gaat Marcus verder. ‘Ik heb nee gezegd, maar het is jouw keuze. Als je hem wel wilt spreken, wil ik er graag bij zijn, want… Nou ja, vanwege jullie verleden. ‘Maar denk erover na. Denk erover na en laat me weten wat je wilt doen, oké? Maar onthoud dat er helemaal niets mis is met dit verzoek afwijzen.’

Ik knik, maar heb moeite het nieuws een plek te geven. Hoe kan ik nou beslissen of ik een wildvreemde wil ontmoeten, alleen omdat we bloed delen? Meteen flitsen mijn gedachten terug naar herinneringen uit mijn jeugd, maar daar wil ik nu helemaal niet over nadenken. Ik duw het beeld weg van mezelf als klein meisje, me verstoppend in een kast.

Ik weet precies wat me kan afleiden. 

Een half uur later stopt Marcus de auto voor Tommy’s huis en ik zwaai vluchtig als ik ben uitgestapt. Met de sleutel die hij me een paar weken terug heeft gegeven open ik de voordeur en loop naar de woonkamer, waar Tommy altijd te vinden is. Als ik de deur open zie ik dat hij met een koptelefoon achter zijn enorme beeldscherm zit. Hij is aan het mixen. Fijn. Dat kan nog uren duren en in de tussentijd kan ik hem met geen mogelijkheid uit zijn concentratie halen. 

Ik heb het vaak genoeg geprobeerd. Afleiding met drank, drugs, humor, seks… niets werkt. Als die man eenmaal in de flow zit, blijft hij erin tot hij klaar is of doodop. Dus plof ik met een glas drank op de bank en staar voor me uit. 

Wie is mijn vader? Wat doet hij? Hoe ziet zijn leven eruit? Vroeger was hij werkloos en ik weet dat hij een baan had als accountant toen mijn moeder hem ontmoette. Ik ken hem alleen als de boze man die me altijd zei dat ik mijn mond moest houden. De man die de muziek letterlijk uit me sloeg, hoe gelukkig het me ook maakte om te zingen.

Ik vis een notitieboekje uit mijn tas in een poging iets te doen met alle emoties die door mijn lichaam razen en begin te krabbelen. Altijd was hij bezig met andere dingen, zei me dat ik stil moest zijn. Soms mocht ik een liedje voor hem zingen, maar ik durfde nooit omdat ik verder altijd stil moest zijn. Was dit een valstrik? Ik herinner me avonden met meer mensen in onze woonkamer dan ik kon tellen, ik herinner me weken waarin ik hem niet zag en elke avond zonder eten naar bed ging. Mijn schouders beginnen te schokken en ik schuif het notitieboekje aan de kant om het verdriet toe te laten. 

Ik weet niet of hij me hoort of dat hij klaar is, maar een paar minuten later kruipt Tommy bij me op de bank en hij plaatst mijn hoofd voorzichtig op zijn schoot, terwijl hij met zijn vingers door mijn haren strijkt. Het voelt fijn: comfortabel en geborgen, precies de gevoelens die ik miste als kind. 

Als ik bijna in slaap val, zet Tommy me rechtop. Hij verdwijnt naar de dranktafel en komt terug met een boek waarop vier lijntjes liggen.

‘Tommy,’ pruil ik. ‘Ik wil geen energie. Heb je geen benzo?’

Hoewel het gebruik van cocaïne regelmatig is geworden, ben ik niet gestopt met verder experimenteren. Als tiener had ik niet verwacht dat ik zou opgroeien als iemand die hier interesse in zou hebben, maar opeens ben ik toch op dit punt beland. Tommy heeft een oplossing voor elke gemoedstoestand en elk energieniveau… Ook al is er altijd een stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik ervan af moet blijven, meestal is de behoefte aan wat het me kan bieden op dat moment groter.

‘Het is geen coke,’ zegt Tommy.

‘Wat is het dan?’

Hij kijkt me met een glimlach aan en doet zijn twee lijntjes, waarna hij zijn neus ophaalt en grijnst. ‘Vertrouw je me?’

Ik knik, ook al denk ik dat ik dat beter niet kan doen. Hij kan elk moment omslaan. Tommy is niet betrouwbaar. Hij is wispelturig en heeft meer buien dan een kind van vier, maar toch vertrouw ik hem. Ik neem het rietje van hem aan en snuif de resterende lijntjes op, waarna Tommy het boek weglegt en mijn hand pakt. Samen gaan we op de grond liggen en hij kijkt me zijdelings aan.

‘We gaan op reis.’

Ik weet niet wat dat betekent. Het enige wat ik tot nu toe gesnoven heb is cocaïne en speed, maar dit voelt niet zoals die twee drugs. Dit voelt… Ik weet niet hoe het voelt. Vreemd. Langzaam maar zeker voel ik het licht uitgaan. Ik weet dat ik Tommy’s hand vastheb, maar het voelt niet als mijn hand. Mijn lichaam voelt niet eens als mijn lichaam. 

Plotseling staat Tommy op en is hij weg, laat hij me alleen. Ik durf niet omhoog te komen, maar uiteindelijk ga ik in kleermakerszit zitten. Ik denk tenminste dat het kleermakerszit is. Door het raam zie ik Tommy buiten in het gras liggen en ik sta op. Op de een of andere manier lig ik een seconde later weer op de grond, maar als ik uiteindelijk rechtop sta, weet ik niet wat ik moet doen. Alles is anders. De muur is niet meer blauw, maar roze. Ik zie de lucht in de ruimte. Ik ruik de kleuren. Ik hoor de geuren.

Mijn hele lichaam voelt zwaar, maar toch weet ik de deur van de woonkamer te openen. Mijn benen brengen me naar de keuken, maar als ik daar ben draait de ruimte opeens negentig graden en sta ik op de muur. Ik zet nog een stap, maar val op de grond. 

‘Sophia, wat doe je?’

Vince? Waarom is Vince hier? Ik stel me voor dat ik hem hallucineer en strek glimlachend mijn armen omhoog. Hij pakt me vast en trekt me omhoog, maar zodra hij me loslaat wankel ik weer. 

‘Is papa er ook?’

De vraag verbaast me, maar toch kijk ik zoekend rond. Als ik Vince tevoorschijn kan toveren, lukt dat misschien ook met mijn vader. Misschien kan hij me vertellen of ik hem weer wil zien. 

‘Wat heb je genomen?’

Ik haal mijn schouders op en richt me op de schoonheid van Vince’ gezicht. Met mijn handen strijk ik over zijn jukbeenderen en ik druk een kusje op zijn wang, waarna ik hem stevig omhels. 

‘Waar is Tommy?’

‘In het gras.’

‘Jessie!’ 

Met mijn handen bedek ik mijn oren. ‘Au.’

Ik draai me van hem weg, maar val meteen weer op de grond. Kruipend vervolg ik mijn reis en hoewel ik op weg ben naar buiten om bij Tommy te gaan liggen, eindig ik voor het raam in de woonkamer met mijn handen op het glas. Hoe zou ik daar kunnen komen?

‘Tommy-y,’ zeur ik. De ruimte draait en uit het niets voel ik me misselijk. 

Een vrouwenstem dringt mijn oren binnen. ‘Nee, ik laat hem in het gras liggen. Blijkbaar is dat waar hij wil zijn en er kan hem daar niets gebeuren.’

‘Ik wil ook naar het gras,’ zeg ik zachtjes. 

‘Jessie, het is koud buiten.’

‘Een longontsteking weerhoudt hem nergens van, geloof me. Ik ga naar boven, zie je zo.’

De boeken in de kasten worden uit het niets allemaal vloeibaar en ze druipen op de grond. Zo snel ik kan kruip ik erop af om de kennis te redden. Het mag niet allemaal verloren gaan, dat is zonde. Zo zonde. 

‘Sophia.’

‘Zo zonde.’

‘Sophia.’

‘We moeten de kennis redden, Vincent.’

Hij is even stil terwijl ik met mijn vingers de vloeibare boeken probeer op te scheppen, maar dan komt hij naast me zitten en pakt mijn handen in de zijne.

‘Waar is je vader?’

‘Hij is hier en drinkt de kennis,’ knik ik, overtuigd van mijn eigen woorden. ‘Hij drinkt altijd.’ Ik stel me voor dat hij binnenkomt en met een half rietje van de grond drinkt. Ik weet niet hoe hij er nu uitziet, dus hij is een schim. Een donkere schim.

Ik heb geen idee hoelang de trip duurt, maar op een gegeven moment staat Tommy grijnzend in de deuropening en hij zet een keyboard voor me neer. Ik verlies mezelf in de muziek die ik maak en zwaai als Vince ons weer alleen laat. De rest van de avond breng ik door met een notitieboek en het keyboard, maar als ik de volgende ochtend wakker word op de hardhouten vloer in de woonkamer, kan ik niets van wat ik geschreven heb lezen. Ik weet niet eens hoe ik keyboard moet spelen…

Tommy ligt op de bank en snurkt licht. 

Welke dag is het? Verward zoek ik mijn telefoon om te kijken of ik ergens moet zijn, maar het is nog vroeg. Ik zie een berichtje van Marcus waarin hij zegt dat hij me om één uur op komt halen als ik niets heb laten horen. Ik weet dat hij mijn gps volgt, dus ik reageer verder niet en sta wankelend op van de grond om in de keuken wat water te halen

Daar kom ik erachter dat Vince geen hallucinatie was en ik rol met mijn ogen om mijn eigen gedachtegang. Hij date met Jessie, dus het was niet vreemd dat hij hier was. Wel steekt het dat hij hier de volgende ochtend nog steeds is, maar ik heb het recht niet daar iets over te voelen.

‘Je had niet bij me moeten blijven, je had naar Jessie moeten gaan,’ zeg ik bestraffend, terwijl ik een glas vul met water en een grote slok neem.

Vince zucht haast onhoorbaar. ‘Dat weet ik.’

Zonder er nog meer woorden aan vuil te maken sluit ik mezelf op in de badkamer om de slaap van mezelf af te spoelen en weer toonbaar te worden. Met mijn haren in een rommelige knot en een shirt van Tommy aan loop ik terug naar de keuken, dit keer om iets te eten. Vince is verdwenen, maar Jessie kijkt me aan met haar iconische vriendelijkheid en vraagt of ik koffie wil. 

‘Graag.’

Mijn vingers trommelen onrustig op de eettafel als ik plaatsneem. Ik ben zowel onrustig als moe en sta weer op om iets te eten te pakken. 

Jessie gebaart naar het brood en de kaas op de snijplank voor zich. ‘Ik maak tosti’s. Wil je ook?’

‘O, heerlijk. Dankjewel.’

Ze plaatst twee tosti’s in het ijzer en komt dan bij me aan tafel zitten met twee koppen koffie. 

‘Waar is Vince?’

‘Onder de douche.’

Ik knik en glimlach naar Jessie, maar haar blik is veranderd. Ze kijkt niet meer vriendelijk, zoals altijd; ze kijkt bezorgd. Ik leg mijn hand vlak op de tafel om het getik van mijn eigen vingers tegen te gaan. 

‘Sophia, ik wil je… waarschuwen. Voor Tommy. Ik weet dat hij je leuk vindt, maar wees alsjeblieft voorzichtig. Laat je niet meeslepen in zijn wereld.’

‘Er is niets mis met Tommy,’ verdedig ik hem, hoewel we beiden weten dat hij geen gezonde man is. 

‘Hij is ooit gediagnosticeerd met meerdere stoornissen en nu is hij een wandelende apotheek, dus wie weet wat er precies mis is met hem,’ zucht ze hoofdschuddend. Dat verbaast me, want naast zijn gulzige drugs- en alcoholgebruik wist ik niet dat er meer speelde. Ik had het moeten weten, dat wel. Er speelt altijd meer. 

‘Maar het lijkt altijd goed met hem te gaan,’ zeg ik, want hoewel ik altijd voel dat er iets is, heb ik nog nooit iets echt vreemds gezien. 

‘Dat is omdat hij thuisblijft als het niet goed gaat. Omdat jij de boel niet hoeft op te ruimen als hij ligt te kotsen en omdat jij hem niet onder een koude douche hoeft te zetten als hij laveloos is.’

Jessie staat op om het tosti-ijzer om te draaien en staart uit het raam. Het is duidelijk dat ze nog niet uitgesproken is, dus ik nip van mijn koffie en wacht. 

‘Hij wacht op de dood,’ fluistert ze. Er trekt een koude rilling door de keuken. ‘Hij zei weleens dat hij eruit wil stappen op een epische manier, zoals alle grote sterren. Het maakt hem niets uit wat er met hem gebeurt of met de mensen om hem heen, hij wil stoppen. Sinds hij jou kent heeft hij het er minder over en dat doet me zo goed, maar dat mag niet ten koste gaan van jouw leven of jouw gezondheid.’ Ze kijkt me zijdeling aan. ‘Fysiek of mentaal.’

‘Ik kan voor mezelf zorgen,’ verzeker ik haar. Ze kijkt me strak aan en ik weet dat ze me doorziet. Jessie heeft jarenlange ervaring met iemand als Tommy, ik kan met geen mogelijkheid tegen haar liegen. Ze herkent de symptomen. Elke vezel van mijn lichaam wil bewegen, maar ik blijf doodstil zitten om haar het tegendeel te bewijzen. 

‘Vraag op tijd om hulp, alsjeblieft. Doe dat voor de mensen die van je houden. Want er is een grens en als je die over bent…’

Ze schudt haar hoofd en met meer kracht dan nodig is schept ze de tosti op een bord en zet hem voor me neer. Dan is ze weg. 

Alsof het zo moest zijn is de sfeer in de woonkamer veranderd als ik het eten op heb en weer bij Tommy ben. Hij is wakker, maar blijft doodstil op de bank liggen. Iets in me zegt dat hij huilt, maar ik baseer het nergens op. Wil het universum een punt maken? 

Hij ligt met z’n rug naar me toe en ik ga aan zijn voeteneind zitten. Zachtjes doch dwingend duwt hij me met zijn onderbenen weg en ik kijk verbaasd op hem neer. 

‘Ga weg.’

‘Tommy.’ Ik leg mijn hand op zijn schouder en knijp er zachtjes in. ‘Ik ben er niet alleen om lol mee te hebben en muziek te maken. Ik kan je andere kant ook aan.’ Ik weet niet of dat de waarheid is, maar ik wil dat het de waarheid is.

Hij bedekt zijn hoofd met zijn armen, maar ik zie dat hij hem schudt. 

‘Niet jij. Ik wil niet dat jij me zo ziet, Sophia, alsjeblieft.’

Het doet pijn, wat hij zegt, maar ik besef ook dat ik de uitzondering ben omdat hij me idealiseert. Hij denkt dat ik zijn muze ben, dat ik op het juiste moment in zijn leven ben gekomen om hem verder te helpen met zijn muziek. We hebben lol samen en we inspireren elkaar, maar er is geen ruimte voor iets echts tussen ons. 

Dus bel ik Marcus en vraag of hij me komt ophalen. 

34

 

Frannie_01: Die meid is zo sterk! Dat ze daar op het podium zichzelf zo blootgeeft… Ik zou het niet durven.

 

Vince: Ben je al weg?

Sophia: Ja, zit in de auto. 

Vince: Vertel me eens over je vader. 

Sophia: Wat wil je weten?

Vince: Waarom je gisteren opeens over hem begon. Je hebt nog nooit met een woord over hem gerept.

Sophia: Ik heb hem maar een jaar gekend, dus er is niet veel te vertellen.

Vince: Dat is niet waar, dat weet je zelf ook. 

Sophia: Hij heeft uit het niets contact opgenomen met Marcus en wil me zien… Ik weet niet, ik vind de timing vreemd en ik herinner me hem niet als een vriendelijke man. 

Vince: Dus je wilt hem niet zien?

Sophia: Nee… eigenlijk niet. Maar dat besef ik pas op dit moment. 

Vince: Wil je me vertellen over hem? Over wat je je herinnert?

Sophia: Sorry, ik moet gaan. 

Vince: Je mag ook gewoon nee zeggen, Sophia. 

 

Met een zucht stop ik mijn telefoon weg en draai me naar Marcus toe, die kort opkijkt van de weg als hij voelt dat ik iets wil zeggen.

‘Ik wil hem niet zien. Houd hem alsjeblieft bij me vandaan.’

Ik hoef hem niet te vertellen over wie ik het heb. Hij knikt zakelijk en ik weet dat hij er nooit weer over zal beginnen. 

Die nacht heb ik voor het eerst in lange tijd een nachtmerrie. 

 

Liam is aanwezig op de meeste feesten, maar dit is de eerste keer dat hij er eentje geeft. Als ik bij hem aankom wil ik zin hebben in dansen, in praten en in drinken, maar ik ben alleen maar moe. Vanaf het moment dat ik binnenkom voel ik weerstand. Marina biedt me een pilletje aan, maar ik sla haar aanbod af en plof op de bank, waar een groepje mannen ongegeneerd porno aan het kijken is. Ik negeer ze en sluit mijn ogen, maar onrust neemt me over en mijn been wipt ongecontroleerd heen en weer. Misschien had ik Marina’s aanbod niet af moeten slaan.

‘Sophia.’ De gastheer pakt mijn handen vast en trekt me van de bank af, terwijl hij een wegwuivend gebaar maakt naar wat er gekeken wordt in zijn woonkamer. Met een glimlach strijkt Liam een lok haar uit mijn gezicht. ‘Wil je hier zijn of wil je slapen?’

‘Ik ben zo moe.’ Mijn stem klinkt zeurderiger dan ik wil, maar het is waar. Ik ben moe. Het voelt alsof ik al nachten een paar uur heb gemist en dat me nu inhaalt. 

Liam kijkt me serieus aan. ‘Waarom slaap je niet?’

Onschuldig haal ik mijn schouders op. 

‘Kom.’ Hij pakt mijn hand en leidt me naar het rustige gedeelte van zijn appartement, door een lange gang naar zijn slaapkamer. 

‘Ik wou dat ik meer tijd voor je had, meisje, dan gaf ik je een massage en een goeie beurt, maar je moet het even hiermee doen.’

‘Ik wou dat ik leuk was voor je feest,’ zucht ik. Hij schudt zijn hoofd en komt naast me zitten.

‘Niet alles is altijd leuk. Het is goed dat je aangeeft wat je nodig hebt. Schaam je daar nooit voor, oké?’

Ik knik. 

Hij vist een pilletje uit zijn nachtkastje en ik neem het gedwee van hem aan. Met zijn sterke hand aait hij over mijn haren en hij drukt een kus op mijn voorhoofd. 

‘Slaap lekker, meisje.’

 

Ik word wakker van een klap. Of een knal. Van een luid geluid. Ik zie meteen wat de oorzaak is: de lamp van het bureau is op de grond gevallen. Mijn ogen worden echter naar beweging in de hoek van de kamer getrokken en ik zie iemand op een stoel zitten, met daarvoor twee mensen op de grond. Wat?

Even denk ik dat ik droom, maar dan knip ik het nachtlampje aan en drie paar ogen kijken naar me. De donkere en geïnteresseerde ogen van Duncan, de indringende grijze ogen van Marina en de onnozele groene ogen van Zoey. Mijn hoofd bevat niets dan watten nu ik wakker word uit mijn roes, maar ik neem de situatie in me op en het begint langzaam maar zeker tot me door te dringen wat hier gebeurt. Duncans broek hangt op zijn enkels en Zoey’s hoofd zweeft naast zijn kruis, terwijl Marina haar hand net terugtrekt. Haar gezicht staat op onweer als ik haar aankijk, maar Duncan glimlacht breed. 

‘Kom erbij, Sophia.’

Fronsend kijk ik hem aan, terwijl de meiden zich verslagen op de vloer laten zakken. ‘Waar is Rosa?’ 

Hij komt met een simpel antwoord. ‘Niet hier.’

Zonder het oogcontact te onderbreken kom ik omhoog en langzaam maar zeker verdwijnt zijn grijns. Het wordt vervangen door een serieuze blik, als hij met een zucht opstaat.

‘Opdonderen.’

Ik denk dat hij het tegen mij heeft, maar voor ik nog iets kan zeggen zijn Zoey en Marina de kamer uit en meteen sta ik op van het bed. Op z’n gemak trekt Duncan zijn broek omhoog en hij ritst hem dicht. Dan komt hij naar mij toe lopen. 

‘Niet dichterbij,’ waarschuw ik. Het kost me moeite deze grens aan te geven, maar zijn uitstraling maakt me bang. Opeens besef ik dat hij me doet denken aan mijn vader en een rilling trekt door mijn lichaam. 

‘Geen woord tegen Rosa,’ zegt hij kalm. 

‘Waarom doe je dit?’

‘Je begrijpt er niets van, Sophia Vonk. Rosa en ik hebben een overeenkomst, daar heb je je niet mee te bemoeien. We weten allebei wat we aan elkaar hebben.’

‘Als ze dit niet erg vindt, waarom mag ik het haar dan niet vertellen?’

Hij glimlacht, maar we weten allebei dat het niet uit beleefdheid is. Het is het soort glimlach dat apen vertonen in gevaarlijke situaties. Om intimiderend over te komen. Het werkt.

‘Omdat ik je dan weet te vinden.’

Ik probeer de staarwedstrijd te winnen, maar kan niet anders dan mijn blik als eerste afwenden en als hij de ruimte verlaat en de deur achter zich dichttrekt, draai ik hem direct op slot. Die man werkt me op de zenuwen.

 

De ochtend na het feest moet ik op tijd in het hotel zijn, want de dag begint met een ontbijtbespreking met de band. We gaan het hebben over de setlijst voor de concerten en daarna heb ik een fotoshoot. Ik kus een slapende Liam gedag – die ik midden in de nacht naar binnen heb gelaten nadat hij blijkbaar vijf minuten op de deur had geklopt – maar had gewild dat ik tijd had om met hem naar bed te gaan. Het voelt als weken geleden dat we echt van elkaar hebben kunnen genieten. Ik kan me niet eens herinneren wat de laatste keer was. 

Eenmaal in het hotel neem ik een snelle douche en ik trek een hemdje en joggingbroek aan. Precies op tijd ben ik klaar, want iemand klopt ritmisch op de deur, precies op het moment dat ik op de bank ga zitten. Ik trek de deur open en omhels mijn bandleden één voor één. Ik zie ze nog steeds regelmatig, maar veel minder vaak dan tijdens de tour. Ik mis ze.

‘Heb je al roomservice besteld?’ vraagt Jordy. Hij laat zich rondkijkend op de grond zakken. ‘Dit is wel een ontbijtvergadering hè, dus ik verwacht ontbijt.’

‘Ik ook,’ knikt Sam, die met vermoeide ogen op de bank naast me komt zitten. ‘Heb nog niet gegeten.’

‘Marcus regelt alles.’

Vince naast Jordy ploft op de grond. ‘Zoals altijd.’

Als Marcus er eindelijk is neemt hij plaats op de stoel en komt meteen ter zake. Mijn ene been trek ik onder me op de bank en met de andere wip ik op en neer, terwijl Marcus het plan voor het concert doorneemt. 

‘Het wordt groter, natuurlijk. Veel groter. Dat betekent dat het geluid anders zal zijn. Het podium is groter, dus Sophia, je zult meer moeten bewegen. Lopen, dansen, wat je maar wilt, als je de ruimte maar gebruikt.’ Marcus noemt een lijst van nummers op waarvan hij vindt dat we ze sowieso moeten spelen en ik luister, maar ben tegelijkertijd afwezig en denk aan Rosa. Ik moet haar vertellen wat ik gisteren zag. De man met wie ze is flirt niet alleen met andere vrouwen, maar laat zich door hen aftrekken. Laat ze op hun knieën zakken en aan zijn lul zuigen. Ze moet het weten. 

Duncan kan me niets maken, wat hij ook zegt. Marcus is goed in zijn werk en hoe meer ik zie van Duncan, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat hij weinig goeds kan betekenen voor zijn cliënten. Ergens jaagt hij me angst aan, maar wat kan hij nou echt doen?

De heerlijkheden worden even later gebracht, maar ik begin met een kop koffie. Mijn been houd ik stil zodat ik niet knoei, maar met mijn wijsvinger tik ik ritmisch op het kopje. Deze melodie zit al twee dagen in mijn hoofd, waarom heb ik het nog niet opgeschreven?

‘Sophia?’

‘Hm, wat?’

Iedereen kijkt me aan, maar Vince kijkt naar mijn kopje. Naar mijn tikkende vinger. Ik voel mijn wangen gloeien en stop met bewegen. 

‘Wat wil je eten?’

‘O, ik neem zo wel,’ wuif ik het weg. 

Jordy prikt pestend in mijn been en geeft me een croissantje. ‘Meid, je moet eten. Kijk naar jezelf, er is niets van over. Volgens mij ben je kilo’s afgevallen in de afgelopen maanden.’ 

Weer die blik van Vince. 

Om ze allemaal tegen te spreken neem ik een grote hap van de croissant, maar het smaakt me niet. ‘Wanneer is dat interview? Morgenavond?’ 

Ik zie voor me hoe Vince met Jessie over mij heeft gepraat. Hoe ze hem vertelde dat ik steeds meer op haar broer begon te lijken en hem precies uitlegde waar hij op moest letten. Met al mijn concentratie weerhoud ik mijn vinger ervan om weer te beginnen met tikken.

Marcus knikt. ‘Ja, morgenavond is het interview. Donderdag nog een opnamedag in de studio en dan hebben jullie allemaal een hele week vrij.’

‘Ik kan niet wachten. Er wacht een enorme lijst aan Netflix-series op me die ik nodig moet bingen. Ik kan toch niet constant zoveel achterlopen?’ merkt Jordy op. 

Ik glimlach, maar mijn blik valt weer op Vince, die nog steeds met een frons naar mijn kopje kijkt.

35

 

Musicxwasxmyxfirstxlove: Als je dit leest, wens ik je een mooie dag! Sophia, love you!

 

‘Jullie moeten over vijf minuten op, dus als je een plaspauze nodig hebt of nog iets wilt drinken, doe het nu,’ instrueert Marcus, waarna hij wegloopt om met de producent van het programma te praten. Vince glimlacht naar me en op zijn gezicht zie ik geen greintje nervositeit. Jordy wipt een beetje heen en weer van zijn ene been op het andere, terwijl Sam haast ongeïnteresseerd om zich heen kijkt. Waarom is dit voor hen zo makkelijk? 

Vandaag treden we op voor een livestream op YouTube. Er is een dag georganiseerd, gevuld met optredens en liefdadigheid, om geld in te zamelen voor een goed doel waar ik me amper in verdiept heb. We doen eerst een kort interview en daarna spelen we met z’n allen een nummer. Het is de eerste keer dat de hele band mee is en ook zij geïnterviewd worden. Hoewel de focus vandaag niet alleen op mij zal liggen, doet dat niets om mijn zenuwen te verminderen. 

We staan al een tijdje samen te wachten tot ze aan ons toe zijn en het angstzweet breekt me uit bij de gedachte dat ik dat interview nuchter moet doen. Als mijn hand ook nog eens licht begint te trillen loop ik zonder iets te zeggen weg en duik vliegensvlug het toilet in. Tegenwoordig bewaar ik vaak een klein zakje in mijn bh. Precies voor dit soort noodgevallen. Ik ben er niet trots op en zou ieder ander erom veroordelen, maar inmiddels is de behoefte soms te groot om nog door logica weggerationaliseerd te worden. 

Zonder de moeite te nemen mooie lijntjes te maken vis ik met mijn nagel wat poeder uit het zakje en snuif het op. Links. Rechts. Ik haal mijn neus nog een keer op en kijk in de spiegel om mezelf ervan te verzekeren dat er geen sporen meer te zien zijn. Met een zucht besef ik dat ik hier goed in ben geworden, en het is ook niet iets waar ik trots op ben. 

De restanten stop ik snel weg, ik was mijn handen en open de deur. Mijn hart slaat twee slagen over als ik recht in Vince’ ogen kijk. Hij stond vlak naast de wc. Hij moet het weten. Hij heeft me gehoord, hij hield me in de gaten. Zijn blik is niet eens geschokt, meer waarschuwend. Alsof hij het al die tijd al geweten heeft.

‘Sophia,’ begint hij. 

Ik schud mijn hoofd. ‘Het is live, we kunnen ze niet laten wachten.’

Vlug passeer ik hem en net als ik weer aankom bij de groep, worden we naar voren geroepen. Jordy is altijd al de meest extraverte geweest van ons vier en ik ben hem dankbaar dat hij de vragen beantwoordt die gericht zijn aan de band, want Sam houdt helemaal niet van de aandacht en Vince is met zijn hoofd inmiddels heel ergens anders.

‘Hoe is het om met Sophia samen te mogen werken? Ze is voor velen een groot mysterie, ondanks het feit dat ze de laatste tijd afstand heeft gedaan van haar imago als het meisje dat zingt, maar niet spreekt.’ Met een grijns kijkt hij mij aan en ik glimlach alsof ik hem heel grappig vind, maar ik heb die bijnaam altijd belachelijk gevonden.

‘Eerlijk?’ Jordy leunt een stukje naar de interviewer toe. ‘Het is ontzettend inspirerend. Ze is een ware artiest en werkt keihard. De manier waarop haar muziek soms tot stand komt… Het is duizelingwekkend, maar een fantastisch avontuur.’

Met een grijns kijkt hij me aan en ik glimlach terug. Ondertussen doe ik mijn uiterste best Vince niet aan te kijken. De vragen die aan mij gericht zijn beantwoord ik met een vastgeplakte glimlach en als we eenmaal moeten optreden, missen we geen noot. Na een korte buiging, maken we aanstalten om te vertrekken.

‘Sophia Vonk en haar band, dames en heren!’

Een luid applaus begeleidt ons vertrek en als we eenmaal backstage zijn, pakt Vince direct mijn pols en trekt me mee de kleedkamer in, waar hij de deur op slot draait. Ik struikel nog net niet naar binnen en draai me onmiddellijk naar hem om. De ernst op zijn gezicht bezorgt me op dit moment meer zenuwen dan de interviewer van net.

‘Hé!’ Jordy bonkt op de deur. 

‘Geef ons even,’ roept Vince over zijn schouder.

We luisteren hoe hij wegloopt en ik kijk Vince afwachtend aan. Mijn armen vliegen over elkaar en hoewel ik het normaal al moeilijk genoeg vind om met hem in één ruimte te zijn, voel ik me nu al helemaal in een hoek gedreven. 

Zijn blik glijdt over mijn lichaam en blijft hangen op mijn over elkaar geslagen armen. ‘Hoe lang is het al gaande?’

‘Hoe lang is wat al gaande?’

Hij kijkt me fel aan. ‘Ontken het niet, Sophia.’

‘Ik ontken niets, Vince, ik stel je een vraag.’

Hij haalt diep adem en zet een stap naar me toe. ‘Hoe lang zijn drugs al onderdeel van je routine?’

Ik zucht en ijsbeer hoofdschuddend heen en weer. Als hij de vraag ook maar een beetje anders had gesteld, had ik er misschien omheen kunnen praten. Er gaan duizenden gedachten tegelijk door mijn hoofd en ik wil zoveel verschillende antwoorden geven. Mijn eerste instinct is om in de verdediging te schieten, maar dan kijk ik hem aan. Op zijn gezicht is geen greintje boosheid of oordeel te zien, maar enkel bezorgdheid. 

Met een zucht draai ik me naar hem toe en laat mijn armen langs mijn lichaam hangen. ‘Sinds ik interviews doe.’

‘Jezus,’ zucht Vince. ‘Dat is al meer dan een maand.’

‘Ik kan het niet zonder, Vince,’ leg ik uit. Opeens voel ik een wanhopig verlangen om het hem te laten begrijpen. ‘Telkens weer probeer ik het en iedere keer krijg ik bijna een paniekaanval bij de gedachte aan nuchter voor die camera’s verschijnen.’

‘Maar je deed het zo goed… Dit is waarom?’

Met een zucht laat ik me op de bank zakken. ‘Dit is waarom.’

‘Ik dacht met die mediatraining en…’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik had het moeten zien.’

Ik haal mijn schouders op. ‘Er viel niets te zien.’

Zwijgend komt Vince naast me op de bank zitten en hij slaat een arm om me heen, maar ik heb te veel energie om hier nu stil te zitten, dus sta ik weer op. 

‘Oké,’ zegt Vince, meteen klaar voor fase plan van aanpak. Hij slaat zijn handen tegen elkaar en ik kijk met opgetrokken wenkbrauwen op hem neer. ‘Je stopt gewoon. Meteen. Je hebt bijna twee weken geen interviews, straks een week vrij.’ 

Hij knikt, overtuigd van zijn woorden. ‘Kom tot rust, Sophia. Slaap veel, eet gezond, beweeg.’

Ik knik, want het klinkt als een goed plan. ‘Ja. Ja, dat kan ik best. Ik stop gewoon. En ik doe nog meer mediatraining.’

Vince knikt en ik knik enthousiast met hem mee, maar dat vloeit al snel weg. We dragen inmiddels beide een frons.

‘Kijk of het lukt,’ oppert hij dan realistisch. ‘En houd me op de hoogte. Laat het weten als het niet gaat, als je de behoefte voelt. Betrek me erbij, oké? Ik wil je helpen.’

‘Oké.’

Even zwijgen we, maar dan kijkt hij vragend naar me op. ‘Heb je nog over?’

Ik knik en zonder aarzelen vis ik het zakje uit mijn bh, wat ik snel aan hem overhandig, alsof het een bom is die elk moment kan ontploffen. ‘Ik stop. Echt.’

‘Ik geloof in je.’

 

Die avond probeer ik Vince’ advies meteen op te volgen, want in plaats van het zoveelste fastfoodgerecht koop ik een salade met gegrilde groente. De taxichauffeur is mijn enige vermaak als ik achterin de auto vlug de vitaminen naar binnen werk. Ik laat het gesprek met Vince nogmaals de revue passeren. Aan de ene kant schaam ik me kapot en had ik nooit betrapt willen worden, maar aan de andere kant… Misschien wilde ik het juist wel. Misschien heb ik iemand nodig die me beschermt tegen mezelf en het me vertelt als wat ik doe eigenlijk niet kan. Ik ben vastberaden me te houden aan mijn belofte aan Vince. Drugs zijn geen onderdeel van mijn langetermijnplan. 

‘We zijn er.’

Met een glimlach gebaart de chauffeur naar het huis waarvoor we stilstaan. Ik prop snel de laatste blaadjes sla in mijn mond en sluit dan het plastic bakje. 

‘Zal ik dat voor u weggooien?’

‘O.’ Verrast kijk ik op. ‘Graag.’

Met een knikje pakt de man het bakje van me aan en na een simpele groet stap ik uit de auto. De frisse lucht adem ik diep in en meteen word ik herinnerd aan de vermoeidheid die volgt op een paar lijntjes. De kou veroorzaakt een rilling en met vlugge stappen loop ik over het grindpad naar de voordeur. Als ik op de bel druk, klinkt er van achter de voordeur een klassiek ding-dong geluid. 

Rosa heeft een brede glimlach op haar gezicht als ze de deur opentrekt. ‘Sophia!’

‘Hé.’ Na een korte omhelzing sluit ze de deur achter me en gebaart naar de hal waarin we staan. 

‘Nou, hier woon ik,’ grinnikt ze. ‘Of ja, dit is de hal, maar ik kan je even snel de rest laten zien?’

‘Graag!’ Vlug trek ik mijn jas uit en als deze eenmaal op de kapstok hangt, leidt Rosa me als eerste naar boven. 

‘Leuk zeg, dat je dit voorstelde,’ glimlacht ze over haar schouder als we op de overloop uitkomen. 

Persoonlijk had ik het leuker gevonden als ik haar niet hoefde te vertellen dat haar vriend in z’n vrije tijd seksuele handelingen verricht met twee modellen, maar aan de andere kant had ik dan deze stap richting vriendschap misschien überhaupt niet gezet. 

Betekent dit dat ik Duncan erkentelijk moet zijn? 

Vlug schud ik de gedachte van me af en volg Rosa in haar rondleiding door het huis. Ze gebaart zwierig naar de ruimtes of spullen waar ze over vertelt en het is een half uur later als we eindelijk neerstrijken in de woonkamer met een glas wijn. Haar huis is stijlvol, maar daardoor niet minder gezellig. De muren en oppervlaktes zijn gevuld met souvenirs van verre reizen en hoewel ik het al vermoedde aan de hand van haar kledingstijl, bevestigt haar huis dat geel, oranje en rood haar favoriete kleuren zijn. De woning ademt haar essentie, zoals ook het geval was in Eliana’s huis, maar hier en daar zie ik misplaatste voorwerpen. 

‘Woon je hier eigenlijk alleen?’

Ze nipt van haar rode wijn. ’Nee, technisch gesproken woont Duncan hier ook,’ lacht ze hoofdschuddend. ‘Maar hij is bijna nooit thuis. Altijd aan het werk of aan het netwerken op evenementen en feestjes. Hij slaapt ook vaak in een van de logeerkamers bij de meiden, als het te laat wordt. Dat heb ik liever dan dat hij me midden in de nacht wakker maakt als hij thuiskomt.’

Mijn maag keert zich nog net niet om bij die woorden. Dit zou een goed moment zijn om te vertellen wat ik wil vertellen, maar ik mis mijn kans en Rosa praat door. 

‘Een jaar geleden ben ik wat minder gaan werken en nu vind ik het heerlijk om veel thuis te zijn. Het is echt mijn plekje, weet je wel? Als ik thuiskom na een lange dag of van een reis en ik trek die voordeur open… Puur geluk.’

Ze glimlacht breed en ik doe met haar mee, maar realiseer me dat ik niet weet wat ze bedoelt. Althans, ik begrijp het, maar ik heb het nooit ervaren. Eliana’s huis was Eliana’s huis en nu spendeer ik liever tijd in de zielloze kamers van hotels dan in de warme woning die zij heeft gecreëerd. Misschien moet ik streven naar het vinden van een eigen huis; het lijkt Rosa gelukkig te maken. 

‘Heb jij van die dingen?’ vraagt ze me dan.

‘Wat voor dingen?’

‘Dingen die je gelukkig maken.’

Ik open mijn mond, maar ze heft meteen haar hand. 

‘En je mag geen muziek zeggen. Dat is al duidelijk,’ knipoogt ze. 

Mijn mond valt weer dicht en ik denk na als we beiden een slokje wijn nemen. Terwijl ik probeer te bedenken wat me gelukkig maakt duikt Vince steeds op in mijn gedachten en ik duw hem opzij om andere hobby’s bij langs te gaan, maar dan schud ik mijn hoofd.

‘Muziek is het wel zo’n beetje,’ lach ik hoofdschuddend. ‘Maar dat vult m’n leven goed op, dus dat is perfect.’

‘Ja, ik zie allemaal dingen voorbij komen over jou en Tommy Bosman.’ Rosa zit in een fauteuil en slaat haar benen over de leuning, om vervolgens wat onderuit te zakken. Ik volg haar voorbeeld door mijn schoenen uit te trekken en mijn voeten onder me op de bank te schuiven. 

‘Hij is heel getalenteerd,’ merk ik op. ’Of het nou zang is, gitaar, keyboard of elektronische muziek, van alles weet hij wat. We hebben al een aantal nummers geschreven samen.’

‘Meid, je hebt het er maar druk mee.’ Rosa heft haar glas in een proostend gebaar. 

Ik frons. ‘Noem je me nou een slet?’ 

Ze proest haar wijn nog net niet uit. ’Wat? Nee! Ben je gek?’ Dan komt ze weer overeind en leunt naar me toe. ‘Hoezo, ga je met hem naar bed?’

Ik bijt op mijn lip. ‘Ik geloof niet dat we het ooit gered hebben om te wachten tot er een bed in de buurt was, eigenlijk.’

‘Sophia!’ roept Rosa berispend, maar meteen daarna giechelt ze en ik doe met haar mee.

‘Hij is wel heel knap,’ merkt ze op. ‘Net als Liam. Zie je hem nog weleens?’

‘Af en toe,’ knik ik. ‘Maar ik heb het druk gehad.’

‘Precies, dat zei ik!’ Rosa laat zich met een wijds gebaar weer achterover zakken. ‘Ga je vrijdag naar de meiden? Ik twijfel nog.’

Ik haal mijn schouders op. ‘Misschien.’ 

Even aarzel ik, maar dan pak ik mijn kans. Met beide handen pak ik de steel van het wijnglas vast en draai het glas rond. ‘Altijd als ik daar ben, is Duncan er ook. Hij houdt wel van die feestjes, of niet?’

‘Ja, je zou het niet denken als je naar die serieuze kop van hem kijkt, maar hij vindt het leuk,’ knikt Rosa. 

‘Het lijkt erop dat je hem heel vrij laat,’ observeer ik voorzichtig. Opeens komt het in me op dat de twee wellicht een of andere open relatie hebben. Is ze gewoon op de hoogte van zijn buitenrelationele praktijken? 

‘Eerlijk? Ik ben een klassieke introvert. Ik vind het heerlijk om alleen te zijn, daarom ben ik ook samen met een klassieke extravert. In de tijd dat hij de deur uit is heb ik het rijk voor mezelf, zodat ik weer opgeladen ben als ik hem wel zie. Onze relatie is verre van perfect, maar het werkt voor ons.’

Ik knik nadenkend en slik de brok in mijn keel door. Zeg ik het? Zeg ik het niet? Moet ik me hier wel mee bemoeien? Wat als ik mijn contact met Rosa verpest door me te mengen in iets dat duidelijk iets tussen haar en Duncan is? 

Aan de andere kant krijg ik zo de kriebels van haar vriend, dat ik me allereerst niet kan indenken dat ze echt liefde voor hem voelt, maar ook voel ik de neiging haar te beschermen.

‘Ik zag hem,’ gooi ik eruit. ‘Met twee van de modellen. Ze eh… waren seksueel bezig.’

Als bevroren omklem ik mijn wijnglas terwijl ik naar Rosa staar. Haar lach is verdwenen en even zit ze net zo stil als ik, maar dan belandt haar glas op het bijzettafeltje en wrijft ze haar handen af aan de brede pijpen van haar broek. 

‘O.’

‘Ik sliep bij Liam, hij gaf een feestje,’ vertel ik, ook al weet ik niet of ze meer wil horen. ‘En ik werd wakker omdat ze binnenkwamen… Ik weet niet, misschien was het onschuldig, maar…’

Ondertussen lijken Rosa’s handen niet te weten wat ze met zichzelf aanmoeten want ze zit even aan haar haren, dan aan haar gouden kettinkje en als ze opstaat, zwijg ik.

‘Bedankt dat je het hebt verteld, Sophia. Echt.’

‘Natuurlijk,’ fluister ik. Mijn spiegelneuronen zorgen ervoor dat ik ook opsta en ik zet het wijnglas voor me op de tafel. ‘Ik wist niet zeker of…’

‘En ik vond het heel leuk dat je er was,’ gaat Rosa verder. Alsof dit het natuurlijke verloop van ons gesprek is, wandelt ze naar de hal. Vlug trek ik mijn schoenen weer aan.

Shit. Nu ben ik de boodschapper, en we weten allemaal wat daarmee gebeurt. Ik volg haar naar de hal en pak mijn jas met een frons van de kapstok, maar draai me dan naar haar toe. 

‘Rosa, het spijt me. Misschien had ik…’

Ze schudt haar hoofd met een te brede glimlach en trekt de voordeur open. ‘Misschien kunnen we het binnenkort nog eens over doen.’

‘Dat lijkt me leuk,’ zeg ik snel. Vlug voeg ik eraan toe: ‘En ik ben er voor je als je wilt praten.’

Op dat moment valt de deur voor mijn neus in het slot en even sta ik perplex op de deurmat. Ik kan haar reactie niet plaatsen. Is ze boos op mij, of op Duncan? Misschien wilde ze er gewoon niet met me over praten… 

Terwijl ik mijn jas aantrek, schud ik wat spanning uit mijn lijf en met een zucht draai ik weg van het huis. Het ging me de laatste tijd zo makkelijk af om vrienden te maken, maar blijkbaar is het moeilijker om ze te houden.

Sophie: Groente gegeten en nu lig ik al in bed! 

Vince: Trots.

36

 

Lookat_thatbook: Deze meid is the real deal. Wat een stem, wat een kwetsbaarheid. Ik hoop dat ze gelukkig is. 

 

De warmte komt me tegemoet als ik Marcus passeer in de deuropening. Meteen dringen de drukke geluiden van het restaurant door in mijn bewustzijn. Bestek dat borden raakt, het geroezemoes van mensen die hun binnenstem gebruiken om een gesprek te voeren, sfeervolle muziek op de achtergrond. 

‘Marcus,’ glimlacht de gastvrouw. Ik stap opzij zodat hij haar kan begroeten met een handdruk en zonder te aarzelen leidt ze ons verder het restaurant in. Liam loopt direct achter me, wat ik voel aan zijn hand op mijn onderrug. We worden gevolgd door Vince en Jessie, waarvan ik eerder al zag dat ze hand in hand liepen, en Jordy, Sam en Saskia. Het was Marcus’ idee om ons harde werken te belonen met een etentje, dus zitten we even later met z’n alleen aan een langwerpige tafel. 

Ik zit bij Sam en Liam aan de ene kant van de tafel, Jordy, Saskia en Marcus nemen plaats in het midden en Jessie en Vince zitten aan het andere uiteinde. Als ik hem aankijk, glimlacht hij alsof hij me voor de vierde keer vandaag wil vragen hoe het gaat. Ik zou voor de vierde keer zeggen dat het goed gaat, terwijl ik de neiging om elke ledemaat onophoudelijk te bewegen zou onderdrukken.

Al snel wordt de tafel gevuld met flessen wijn en voorgerechten om te delen. Sam schenkt voor Liam en mij in waarna we met z’n drieën proosten, maar dan schraapt Marcus zijn keel en staat hij op van zijn stoel. 

‘Vanmiddag hebben we de laatste nummers van het tweede album vastgelegd en hoewel we nog even zullen moeten wachten op de release ervan, wil ik jullie alvast feliciteren met deze enorme prestatie. Het is ongeëvenaard en ik ben retetrots op jullie!’

Marcus heft zijn glas en iedereen volgt zijn voorbeeld. 

‘Proost!’ roepen we in koor. 

‘En Saskia,’ begint Jordy. ‘Jij ontzettend bedankt voor je harde werk. Het is een genot om met je te mogen werken, vrouw.’

Saskia geeft Jordy een speelse duw en heft haar glas nogmaals, waarna we allemaal nog een slokje wijn nemen. Na Jordy’s woorden breekt het gezelschap weer op in kleine gespreksgroepjes waarin de menukaart wordt geanalyseerd om te bepalen wat we nemen. 

Liam leunt achterover en slaat daarbij een arm om mijn stoel. ‘Leuk dat Marcus me uitnodigde,’ zegt hij. ‘De kok hier kan echt heerlijk koken.’

Ik klop even op zijn bovenbeen en laat mijn hand er dan liggen terwijl ik de gerechten één voor één bij langs ga om te bepalen of ik het wil eten. 

‘Komt Tommy?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Hij kon niet.’

Nadat de bediening onze bestelling heeft opgenomen, laat ik mijn blik over het gezelschap gaan. Sam en Jordy vragen Saskia van alles over haar werk, Vince en Jessie hebben samen hun eigen gesprek en Marcus zit geheel onverwachts op zijn telefoon. Net op dat moment vult de serveester van eerder zijn glas bij met rode wijn. Het is duidelijk dat ze zo naar voren leunt om zijn aandacht te trekken, maar Marcus kijkt niet op of om. Ik vraag me af of hij wel eens dates heeft.

‘Gisteren op de set was het echt een drama,’ vertelt Liam me. ‘Als we vanavond wat gaan drinken met de cast ga ik die regisseur eens uithoren over wat er nou precies misging, want iedereen had er de pest in.’

Liam praat veel en ik besef dat ik dat fijn vind aan hem. Als hij praat, hoef ik het niet. Maar hij doet het op zo’n manier dat ik weet dat hij zou luisteren als ik wel iets wil zeggen. Ik knik en stel af en toe een vraag, maar verder geniet ik van het geluid van zijn stem. Het spreekt altijd met een bepaalde melodie en vertelt zijn verhalen met zoveel verve dat het van mij oneindig lang mag duren. 

Af en toe flitsen mijn ogen over de tafel, naar Vince en Jessie. Ik weet dat ze elkaar nu al een paar weken regelmatig zien, maar ik heb geen idee hoe serieus het is. Ernaar vragen durf ik niet, dus probeer ik te observeren. Vaak zie ik ze niet samen, maar toen Marcus me vertelde dat hij Liam al had gebeld, vroeg Vince of het oké was als hij iemand uitnodigde. Ik kan alleen niet beoordelen of dat was om afleiding te hebben van Vince en mij, of omdat hij zo dol op haar is dat hij zich niet kan voorstellen een etentje bij te wonen zonder haar gezelschap.

Halverwege het hoofdgerecht legt Marcus zijn telefoon eindelijk op tafel en pikt mijn gesprekspartner in, dus draai ik me om naar Sam. 

‘Lekker?’

Met volle mond knikt ze goedkeurend. 

‘Dat van mij ook,’ reageer ik op haar non-verbale wedervraag. ‘Hoe is het met je broertje? Hoor je nog weleens wat van hem?’

Nadat ze haar hap heeft doorgeslikt neemt ze een slok wijn, en dan legt ze haar bestek neer. ‘Amper. Hij wil geen advies van z’n grote zus die precies hetzelfde heeft doorgemaakt als hij.’

Even knik ik begripvol, maar dan leg ik ook mijn bestek neer en draai me verder naar haar toe. ‘En wat is dat precies?’

Ik wilde Sam de ruimte geven me zelf te vertellen wat er gaande was met Jo toen hij vermist was, maar toen ze erop terug kwam was dat alleen om te zeggen dat het nu in orde was. De details weet ik nog steeds niet, maar ik ben toch nieuwsgierig. 

Ze glimlacht, maar het heeft iets droevigs. ‘In het kort… Drugshandel.’

Vlug kijk ik om naar Liam om te zien of hij heeft gehoord wat ze zei, maar hij is diep in gesprek met Marcus. Sam trekt m’n aandacht weer als ze verder praat. 

‘Het is niet alleen de drugshandel, maar de collega’s die je opdoet bij zo’n carrièrekeuze,’ zucht ze. Ze gaat zachter praten. ‘Ik heb het een tijdje gedaan, maar de gasten die de boel runnen zijn echt eng. Het werd me veel te gevaarlijk en hoewel het even duurde voordat het lukte, uiteindelijk ben ik eruit gestapt. Kostte me wel een jaar in de bak.’

Ik probeer de schok van mijn gezicht te houden, maar aan Sams gezicht zie ik dat het me niet helemaal lukt. Ze heeft in de gevangenis gezeten? Vanaf dag één komt ze over als een stoere chick, maar dat leek me meer een imago. Het was duidelijk dat haar leven pieken en dalen heeft gekend, maar dit…

‘Sorry,’ stamel ik.

‘Geeft niet, het is nogal wat om over iemand te leren,’ glimlacht ze. 

Vlug schud ik mijn hoofd. ‘Nee, ik bedoel… Dat ik er niet eerder naar gevraagd heb. Ik ken je al maanden en ontdek dit nu pas? Ik…’

Een korte zucht ontsnapt aan me en ik wrijf even over het stukje huid tussen mijn wenkbrauwen. Wat ben ik ontzettend egoïstisch geweest. ‘Het is niet altijd makkelijk voor me om me uit te drukken in woorden zonder melodie, dus meestal probeer ik het niet eens. Maar het spijt me dat we nooit eerder een goed gesprek hebben gevoerd, dat ligt volledig aan mij.’

Sam legt haar hand op de mijne en de zachte blik in haar ogen stelt me wat gerust. ‘Hé, Sophia, je hebt ook wel iets anders aan je hoofd gehad. Je leven is compleet veranderd en je bent omringd door tientallen nieuwe mensen. Ik begrijp dat je ons niet meteen allemaal omdoopt tot je beste vrienden.’

‘Maar je betekent veel voor me,’ zeg ik. ‘Jij, Jordy en Vince… Jullie zijn mijn band.’ In mijn hoofd betekent het woord band in deze context familie en Sam lijkt dat op mijn gezicht te kunnen lezen, want ze omhelst me. 

‘Ik sta echt versteld van je, Sophia,’ fluistert ze. ‘Ook als we misschien niet altijd diepe gesprekken voeren, ik beschouw je als een goede vriendin.’

Haar woorden raken me en voordat ik haar loslaat, knipper ik vluchtig de tranen weg. Op dat moment staat Liam op van zijn stoel. Hij heft een vinger in de lucht terwijl hij zijn telefoon naar zijn oor brengt en wegloopt. Ik zie mijn kans schoon.

‘Sam, wat bedoel je precies als je zegt dat de handelaars eng zijn? Dat het gevaarlijk was?’

Ze haalt haar schouders op. ‘Er gaat veel geld in om, dus er is veel concurrentie om dé distributeur te worden. Degene waar iedereen altijd heen gaat. Maar het zijn vooral de gasten die dicht op de bron zitten, want die zijn vaak niet alleen maar bezig met wat narcotica.’

Hoe ver zit Liam van de bron af? Ik open mijn mond om weer een vraag te stellen, maar op dat moment loopt ook Jordy weg met zijn telefoon aan zijn oor en Vince fluit hem lachend na. 

‘Is het z’n model?’ vraagt Sam. 

Vince leunt achterover in zijn stoel en knikt. 

Ik beweeg mijn handen door de lucht. ’Wacht, wat? Heeft Jordy een vriendin?’

‘Het is nog niet officieel, maar…’ glimlacht Sam schouderophalend. 

‘We waren gisteren op dubbeldate en het zag er vrij serieus uit,’ merkt Vince op. Onze ogen ontmoeten elkaar en meteen voel ik me warm worden. Hij heeft nog altijd zoveel invloed op me. Ik merk dat ik niet als eerste weg kan kijken, maar als Jessie het woord neemt en Vince naar haar kijkt, dwing ik mijn ogen een stukje op te schuiven en op haar te focussen. Ze kijkt me aan met zo’n felle blik dat ik niet eens hoor wat ze zegt. Shit, weet ze van Vince en mij?

‘Schat, ik moet er vandoor.’ Liams hand belandt op mijn schouder en ik zie mijn kans schoon om me even van het gezelschap aan tafel weg te draaien. 

‘Oké,’ knik ik. ‘Veel plezier met je collega’s.’

Hij drukt een kus op mijn wang en omhelst me dan kort. ‘Heb je nog iets nodig, meisje?’

De manier waarop hij het vraagt klinkt zo onschuldig, maar we weten allebei dat hij het heeft over drugs. Voordat ik in de verleiding kan komen, schud ik mijn hoofd. 

‘Nee, ik minder even.’

Hij knikt en nadat hij een groet naar iedereen aan tafel heeft geroepen, loopt hij het restaurant uit. 

Waarom zei ik minderen, en niet stoppen?

37

 

Yomama: Lekker dan, je moeders dood gebruiken voor je vijf minuten in de spotlight. Walgelijk!

 

De volgende dag weet ik waarom. Stoppen is makkelijker gezegd dan gedaan. Door de lichte ontwenningsverschijnselen ben ik me steeds meer bewust van de ernst van de situatie en ik wil die afhankelijkheid helemaal niet. Ik wil alles zelf kunnen. Af en toe wat drugs voor de lol, prima, maar ik haat het dat ik het nodig lijk te hebben. 

Overdag hang ik wat rond in mijn hotelkamer, waar ik uitgebreid badder en vervolgens muziek luister. Om iets te doen met de rusteloze energie in mijn lichaam dans ik wat rond, maar al snel beland ik weer op bed. 

 

Vince: Hoe gaat het? Nog steeds oké?

Sophia: Ik voel me onrustig, maar verder oké. 

Vince: Wil je een eindje wandelen?

Sophia: Niet nu, maar misschien kom ik er volgende week op terug. 

Vince: Laat maar weten.

Sophia: Bedankt dat je niets hebt gezegd tegen Jordy en Sam.

Vince: Natuurlijk.

Sophia: En bedankt dat je gisteren in de studio steeds water voor me haalde en me de frisse lucht in dwong toen ik dat nodig had.

Vince: Je hoeft me niet steeds te bedanken, ik ben allang blij dat je me er nu bij betrekt. Je hoeft het me maar te vragen en ik ben er voor je.

Sophia: Het helpt me ontzettend om dat te weten.

Sophia: Hé Vince, wil je vanavond mee naar een feestje bij de modellen?

Vince: Weet je dat wel zeker?

Sophia: Ik wil kijken of Rosa er is, ik moet heel nodig met haar praten. En als er niemand is met een camera en een microfoon die me vragen wil stellen, zou het goed moeten komen.

Vince: Is het goed als ik Jessie meeneem? We hebben plannen.

Sophia: Tuurlijk.

 

Mijn lichaam komt tot leven als ik die avond met Vince en Jessie het huis betreed. Het is precies de afleiding die ik nodig heb en daarmee bedoel ik niet zozeer het feestje, maar vooral Liam. We hebben elkaar regelmatig gezien, maar toch geen tijd gehad voor… Ja, voor seks, eigenlijk. 

Hoewel ik wel een keer drugs heb geprobeerd op een feestje, is dat niet de situatie die zorgt dat ik het echt nodig heb. Ik vroeg Jordy en Sam ook om mee te gaan, maar ze besloten hun vrije week voor de tv te beginnen. 

Jessie, Vince en ik zijn al een paar minuten binnen als we in de tuin belanden terwijl Liam een of andere cocktail voor me aan het mixen is. Ik zie Rosa nog nergens en besef dat ze nog twijfelde of ze wel zou gaan vanavond, maar toch acht ik de kans groot en blijf ik oplettend rondkijken. 

‘Ik heb al een week niets van Tommy gehoord, hoe gaat het met hem?’ vraag ik Jessie, terwijl Liam me een drankje overhandigt en een kus op mijn wang drukt. Ik glijd even met mijn hand over zijn rug en voel hoe hij een stapje dichterbij doet. 

‘Hij zit in een of andere mixfase,’ wuift Jessie het weg. ‘Is niet weg te slepen achter die laptop, je weet hoe het gaat.’

Ik knik en neem een slokje van de beker terwijl ik weer rondkijk. Alle gebruikelijke mensen zijn er en dat ik meer dan de helft herken en zelfs bij naam zou kunnen noemen geeft me het gevoel dat ik bij deze groep hoor. Met de meesten heb ik niet langer dan vijf minuten gesproken, maar hun gezichten zouden me bekend voorkomen als ik ze ergens anders tegenkwam. 

Jessie glimlacht naar me en kijkt even vluchtig naar Liam. ‘Hij zal je wel bellen als hij er weer uit is, want ik weet dat hij je mist.’

‘Iedereen mist Sophia!’ roept Liam uit. ‘En ook ik heb je te lang niet gezien. Kom je even mee, meisje?’ Hij pakt me bij mijn hand en trekt me zonder aarzelen weg bij Vince en Jessie. Ik drink onderweg snel mijn beker leeg en zet hem binnen op een tafel, terwijl ik Liams arm vastpak en me laat meevoeren naar de gang. 

Eenmaal daar trekt hij me meteen naar het hoekje onder de trap. 

‘Ah, heb jij mij ook gemist?’

Hij omhelst me stevig en drukt zijn lippen op de mijne. ‘Jongedame, we hebben al weken geen seks gehad. Ik ben bijna in staat je hier ter plekke te nemen.’

Ik giechel als een schoolmeisje. ‘Nou, doe dat maar niet. Ik vind een bed toch wel comfortabel.’

‘We gaan samen naar huis vannacht?’ vraagt Liam en door de manier waarop maakt mijn hart een sprongetje. Het heeft iets intiems, zoals hij nu tegen me praat. Ik merk dat ik gevleid ben dat hij me zo mist en ik heb zin om de avond met hem te eindigen. Na een bevestigend knikje trek ik zijn lippen nog een keer naar me toe, maar ik weet dat Liam zijn rondje af moet maken. Het gesprek met Sam speelt nog af en toe door mijn hoofd. Misschien kan ik hem gewoon een keer vragen van wie hij zijn drugs koopt en of hij weet wie daarvan de verkoper is. Hoe dicht zit hij bij de bron die volgens Sam zo gevaarlijk is?

Net als we de menigte weer in willen lopen komt Marina naar ons toe. 

‘Ah, Marientje, ik heb je voorraad in de auto,’ zegt Liam. 

Interessant, dus hij levert haar voorraad. Én hij levert aan Tommy. Ik kan mijn nieuwsgierigheid opeens maar moeilijk in bedwang houden. Aan wie levert hij nog meer?

‘Ben zo terug,’ zegt hij tegen mij, waarna ze samen de voordeur uitlopen. 

Ik draai me om naar de woonkamer, maar opeens begint de ruimte om me heen te bewegen. Mijn hand grijpt de deurpost voor stabiliteit en ik ga de menigte weer in, maar er is iets veranderd in de laatste paar minuten. De muziek klinkt verder weg en de mensen voelen dichterbij. Ik hoor mijn hartslag kloppen in mijn slaap en knijp mijn ogen even dicht, terwijl ik met moeite mijn ademhaling onder controle houd. 

Frisse lucht, dat is wat ik nodig heb. Ik passeer de mensen die shotjes doen, de mensen die dansen, de mensen die poolen en de mensen die aan het zoenen zijn in de jacuzzi. Eenmaal buiten ga ik op een ligstoel zitten en wacht met geduld dat niet van mij is tot de wereld weer recht staat. 

‘Sophia?’

Ik kreun zachtjes en pak mijn hoofd vast, maar alles blijft draaien. 

Een irritante vrouwenstem dringt door tot in mijn schedel. ‘Ik zei het toch?’

‘Verdomme,’ gromt Vince, waarna hij mijn kin ruw vastpakt en me dwingt op te kijken. Ik knijp mijn ogen dicht tegen het felle licht van de terraslampen. 

‘Je hebt me beloofd dat je met me zou komen praten voordat je iets doms deed. Je hebt het me nog geen halve week geleden beloofd, Sophia. Waarom doe je dit?’

Meteen wil ik hem zeggen dat het me spijt, maar dan frons ik. Tenminste, ik denk dat ik frons. Wat doe ik eigenlijk? Waarom is Vince boos op me?

Zijn hand pakt de mijne en hij trekt me omhoog. ‘We gaan. Nu.’

De stoeptegels zweven onder mijn voeten door en hoofden van mensen vliegen me voorbij, als Vince me veel te snel vooruit trekt. Om iets van stabiliteit terug te krijgen, grijp ik naar een deurpost op het moment dat hij me naar binnen wil trekken.

‘Wat heb je genomen, Sophia?’ Ik probeer hem aan te kijken, want ik hoor het aan zijn stem; ik heb Vince pijn gedaan. Maar hoe? Het laatste dat ik wil is Vince pijn doen.

‘Niets,’ fluister ik. Praten is moeilijk. Ik ben opeens zo moe. Misschien moet ik gewoon naar bed? Ik kan Rosa later spreken, ze is hier toch nog niet. En ik moet duidelijk even liggen.

‘Ze liegt tegen je, Vince,’ hoor ik Jessie zuchten, maar het lukt me niet om op haar te focussen. ‘Ik heb het zo vaak gezien bij m’n broer. Ik zit naast hem terwijl hij lijntjes doet en twee minuten later ontkent hij het. Dit is wat ze doen. Ze moet haar eigen fouten maken. Als ze niet mee wil komen, dan niet, maar ik kan dit niet aanzien.’

Ik reik mijn hand naar ze uit ten teken dat ik wel mee wil komen en hij pakt me vast, maar zodra hij dat doet wil hij me weer de menigte in trekken en dat beangstigt me, dus houd ik het kozijn stevig vast. 

‘Ze is niet klaar om te gaan.’ Jessie weer. 

Nee, ik ben eigenlijk inderdaad niet klaar om te gaan. Ik wil hier blijven, precies hier, op deze plek, tot de wereld stopt met draaien en ik weer het gevoel heb er onderdeel van uit te maken. Vince’ vingers glijden uit de mijne. Langs het raam zak ik naar beneden tot ik op mijn knieën zit en ik verberg mijn gezicht in mijn handen. De drukte is zo ver weg. Ik weet niet meer of er mensen tegen mij praten of niet, dus ik negeer alles en iedereen. 

Uit het niets licht de duisternis even op en is er een kort helder moment, waarin ik besef wat er met me gebeurt. Het duurt een paar seconden en in die paar seconden weet ik met mijn telefoon een berichtje te typen, maar dan vliegt het besef net zo snel weer het raam uit en vraag ik me af wat ik hier doe. Het is pas als ik met zachte hand omhoog geholpen word dat ik opgelucht ademhaal en mijn armen om hem heen sla. Ik weet niet of het Vince is, of toch Liam, maar dat maakt op dat moment ook niet uit.

‘Gaan we naar huis?’

‘Ja.’

Ik glimlach. Fijn.

 

Sophia: Ik hb dez drugs nie genomen. 

38

 

Doodstil blijf ik liggen met mijn ogen gesloten en mijn vuist gevouwen om het dons in het dekbed. Ik durf niet op te staan. Er is iets gebeurd. Ik weet het zodra ik wakker word, dus doe ik mijn best weer in slaap te komen zodat ik deze realiteit niet onder ogen hoef te komen. 

Een stekende hoofdpijn zorgt er echter voor dat opnieuw in slaap vallen onmogelijk is geworden en de zonnestralen die de kamer binnendringen vertellen me dat het voor normale mensen nu tijd is om op te staan. Voorzichtig knipper ik met mijn ogen. 

Ik herken de slaapkamer niet. Elke vezel in mijn lichaam wil in deze bevroren houding blijven liggen, maar tegelijkertijd wil ik zo hard wegrennen als ik maar kan. Ik wil zo snel zijn dat ik terug in de tijd kan rennen. Mijn lichaamsdelen voelen zwaarder dan ze zijn en als ik me beweeg voel ik de pijn. 

Nee.

Met tranen in mijn ogen kom ik omhoog, terwijl ik de steken probeer te negeren. Heb ik dit gewild? Ben ik gisteravond zo van de wereld geweest dat ik hiermee akkoord ben gegaan? De herinneringen tuimelen rond in mijn hoofd, maar ik krijg er geen grip op. Ik vis mijn jurkje van de grond en trek hem over mijn hoofd zonder op zoek te gaan naar ondergoed en ik graai in de rondte in de hoop mijn telefoon en pasjesportemonnee te vinden. Ze liggen op de hoek van het bed en ik trek het naar me toe. Waar zijn mijn schoenen? Nee, maakt niet uit. Ik wil naar huis.

Als ik mijn telefoon hef zie ik de blauwe plekken en ik bekijk mijn ledematen beter. Ze zitten overal, de een donkerder dan de ander. Op mijn benen, mijn armen… Maar ik voel ze niet? De pijn is niets vergeleken bij wat er binnen in me gebeurt. Ik wend mijn blik snel af en richt me op het dringende doel: hier weggaan. 

Op trillende benen loop ik de slaapkamer uit en ik herken het nu. Ik ben nog steeds in Casa Modela. Het huis is doodstil en ik vraag me af of ik de enige ben hier, maar besluit het niet uit te zoeken. Zo snel als ik kan loop ik de trap af en de voordeur uit. De zon doet me fysiek pijn, maar ik trotseer het en loop naar de straat. Als dit Amerika was, kwamen er nu minstens tien taxi’s voorbij rijden, maar dat is het niet, dus bel ik er een. Zodra ik mijn telefoon aanzet stromen er berichtjes en meldingen binnen, maar ik google een taxibedrijf en commandeer ze zo snel mogelijk naar mijn locatie te komen met de belofte de ritprijs te verdubbelen. Het duurt slechts drie minuten voordat ik op de zachte lederen bekleding van de taxi zit.

Nietsziend staar ik uit het raam en heel bewust probeer ik aan iets anders te denken. Eliana… Nee, nee, verkeerde onderwerp. Mijn vader wilde me zien… Nee! Denk aan iets positiefs. Het liedje dat ik met Tommy schreef komt naar boven borrelen en in mijn hoofd zing ik het tot de auto tot stilstand komt voor het hotel. Ik haal de pinpas door het apparaat van de chauffeur en stap uit zonder nog iets te zeggen.  

In de lift doe ik mijn best alles nog steeds binnen te houden. Nog even en dan ben ik er, dan kan ik stilstaan en me laten inhalen door de realiteit. Zodra mijn blote voeten de donkerrode vloerbedekking van mijn verdieping raken, zie ik hem zitten. Liam, naast mijn deur. 

Als ik naast hem sta, kijkt hij glimlachend naar me op. ‘We zouden toch samen zijn vannacht?’

Ik ben zo in de war. Met wie was ik dan? 

Met licht trillende handen vis ik de keycard uit mijn portemonnee en open de deur. Liam loopt achter me aan mijn hotelkamer in. Zodra de deur achter hem dichtvalt, pakt hij me vast en drukt een kus op mijn lippen. Zijn tong dringt naar binnen en zijn handen betasten me overal. Het voelt zo verkeerd. 

‘Nee,’ fluister ik. Heb ik dat vannacht ook gezegd? Heb ik het willen zeggen? Heb ik het kúnnen zeggen? 

‘Nee?’ Liam lacht hoofdschuddend en loopt vooruit mijn kamer in, zodat ik achteruit moet lopen. Speels drukt hij een kusje op mijn neus. ‘Nee? Heb je geen zin? We hebben elkaar al zo lang niet aangeraakt. Ik mis je, meisje. Je hebt het beloofd.’

‘Liam,’ protesteer ik, maar hij kust me weer. Als zijn hand afglijdt naar mijn kruis bijt ik in volle paniek op zijn lip. 

Geschrokken deinst hij achteruit en zijn hand gaat naar zijn bebloede lip. ‘Godverdomme. Wat is je probleem?’

Het lijkt alsof hij opeens wakker wordt, want hij is scherp en alert als hij me dit keer bekijkt. Mijn handen trillen en nemen mijn hele lichaam mee in de handeling. Ik wil schreeuwen. Huilen. Slaan. Schoppen. Douchen. Ik wil alles tegelijk, maar bovenal wil ik dichtklappen. Mijn eigen boek met een klap dichtslaan en stoppen met lezen. Of beter: de pagina’s eruit scheuren.

‘Sophia? Sophia, rustig. Adem in en uit, meer hoef je niet te doen. Sophia!’

Mijn zicht wordt wazig en ik reik naar de muur. Ik hoor Liam praten, maar begrijp helemaal niet wat hij zegt en duw zijn handen ruw van me af. 

‘Sophia, meisje, laat me je helpen. Kom, kom zitten.’

Opnieuw moet ik zijn handen van me afslaan en dit keer heb ik mijn punt gemaakt want hij heft ze in de lucht, probeert ze aan me te laten zien. Alsof ik een dier ben dat ervan overtuigd moet worden dat de mens me niets zal doen. 

‘Sophia, probeer te kalmeren, je bent aan het hyperventileren.’

Ik heb het niet eens door. Het voelt alsof ik mijn eigen lichaam heb verlaten. Ik heb geen enkele controle over mijn handelingen als ik over mijn gezicht wrijf en de tranen voel. Ik ben zo ver heen dat ik niet eens merk dat ik huil. Een hysterisch schamper lachje vult de ruimte. Dit kan ik helemaal niet aan. 

Wat is er in Godsnaam met me gebeurd?

Het wordt licht in mijn hoofd en ik reik met één hand naar Liam. ‘Geef me iets, alsjeblieft,’ smeek ik hem. Het komt er hortend en stotend uit. Mijn stem voelt niet als de mijne. Ik ben hees en mijn keel voelt opgezwollen, alsof ik mijn tranen al de hele dag inhoud.

‘Ik…’ stamelt Liam hoofdschuddend, nog steeds met zijn handen in de lucht. De blik op zijn gezicht doet me denken aan mijn eigen paniek. ‘Ik heb niets goeds. Alleen troep.’

‘Ik krijg geen adem,’ piep ik, terwijl ik mijn hand tegen de muur druk om mezelf rechtop te houden. Zodra ik een stap achteruit zet, valt de tafellamp op de grond. ‘Ik krijg… geen…’

Met wanhoop in mijn ogen kijk ik naar hem op en hij wil naar me toekomen, maar bedenkt zich. Hij trekt zijn jas uit en wroet razendsnel door de zakken, rommelt wat. 

‘Ik wil dit niet doen, Sophia. Dit is geen oplossing.’

‘Maar ik krijg geen adem,’ hijg ik. Waarom wil hij me niet helpen? Ik meen het. Mijn longen vullen zich niet meer met lucht, alsof er geen zuurstof meer over is in de hele kamer. Op de hele wereld. Terwijl mijn knieën het tapijt raken, pak ik zijn hand. Hij trekt hem direct los, alsof ik hem stoor bij een belangrijke taak. Wat is hij aan het doen?

Zijn handen pakken mijn onderarm vast en opeens verdwijnt alles. Ik adem diep in en zak op de uitademing in elkaar op de grond. Ik weet dat ik zit, maar ik ben er zekerder van dat ik vlieg. Mijn hoofd draait opzij en ik zie nog net hoe hij een naald uit mijn arm trekt. Zat die er al? De ruimte kantelt en net op tijd vangt Liam mijn hoofd, zodat deze niet tegen de grond klapt.

‘Wat is er verdomme gebeurd?’ vloekt Liam, waarna hij opstaat en tegen de tafel schopt. Het ding kantelt met een luid gebonk en op dat moment gaat de hoteldeur open. Ik kijk door m’n wimpers naar het tafereel alsof het op tv is en ik op het randje van slaap balanceer. Een wolkje ondersteunt me terwijl ik vlieg, op het moment dat Sam en Vince de kamer binnenkomen. 

‘Shit. Dit is niet wat het lijkt, ik zweer het,’ roept Liam, maar het is al te laat, want Sam heeft hem vast bij zijn keel en duwt hem tegen de muur. Wat is zij sterk.

‘Sophia?’ Vince pakt mijn wangen vast en ik duw zonder kracht tegen zijn armen. 

‘Raak me niet aan.’

Ondertussen raast Sam tegen Liam. Ik probeer mijn arm te heffen om ze te stoppen, maar het lukt niet. Niets lukt. Ik geef maar gewoon op. Het is eigenlijk een heerlijk gevoel om alleen maar te zijn. Geen zorgen, geen verantwoordelijkheid. Ik hoef enkel en alleen te vliegen. Zoals een vlinder. Of een vogel. Maar ik denk meer zoals een vlinder. Fladderend.

‘Wat heb je met haar gedaan?’ Vince. 

‘Ik snap hoe dit lijkt, maar jullie zien de situatie verkeerd,’ roept Liam. ‘Ze had een paniekaanval, ze kreeg geen adem. Ik moest iets doen, man, ik had haar nog nooit zo gezien. Ik wist niet wat ik anders kon doen.’

Of nee, misschien toch meer als een vogel. Zwevend op een luchtgolf. 

‘Wat heb je gedaan?’ vraagt Sam. Haar normaal zo kalme houding is volledig verdwenen terwijl haar hand nog steeds om Liams keel gevouwen is.

‘Ik… godver, ik heb haar wat bruin gegeven. Niet veel, ik zweer het. Net genoeg om haar te laten ontspannen, om te zorgen dat ze weer kon ademhalen.’

Ja. Het is meer zwevend.

‘Oprotten,’ gromt Vince. Nu pas zie ik dat terwijl Sam Liam vasthoudt, ze ook Vince op afstand probeert te houden. ‘Nu.’

‘Verdomme, jullie focussen je op de verkeerde informatie. Ze was overstuur, ze had een paniekaanval. Ik probeerde haar te helpen.Ze smeekte me om haar iets te geven.’

‘Heroïne is geen oplossing, klootzak!’

Vince trekt Sam aan de kant en duwt Liam hardhandig de kamer uit, waarna hij de deur met een klap dichtslaat. Ondertussen zakt Sam naast me op de grond en ze tilt mijn pols op. Het is alsof ze me met die simpele handeling uit de lucht plukt.

‘Nee, raak me niet aan,’ fluister ik. 

‘Ik laat je zo los, Soof, maar ik wil even je hartslag voelen.’

Mijn andere hand grijpt uit protest in het niets en vindt Vince’ knie. De spijkerstof voelt gek onder mijn vingers, dus schraap ik er met mijn nagels een paar keer overheen en glimlach. 

‘Sam… Haar benen. Shit, haar armen. Ze zit onder de…’

Er heerst een korte stilte, maar dan doorbreekt Sam het. ‘Ik zie het.’

‘Wat de fuck is er vannacht gebeurd?’ 

 

Vince: WAAR BEN JE???

Vince: Sophia, bel me terug! 

Vince: Bel me!!! Alsjeblieft!

Vince: Het spijt me. Het spijt me. Het spijt me. Het spijt me. 

39

 

Nienxxx: Als ik klaar ben met school, ga ik ook zulke mooie liedjes zingen.

 

Ik ben wakker en ik slaap. Dan ben ik weer wakker. En dan slaap ik weer. Soms voelt het alsof ik tegelijk wakker ben en slaap. Heerlijke dromen zorgen ervoor dat ik geen zorgen heb en in de verte hoor ik stemmen praten alsof ik zorgen zou moeten hebben. Waarover, ook alweer? 

‘Er is iets gebeurd, Sam. Godverdomme, ik had haar nooit achter moeten laten. Ik zag dat ze high was, ik zag dat ze kwetsbaar was, maar ik dacht… En Jessie zei… Nee, het maakt niet uit wat ik dacht of wat zij zei, ik had haar nooit achter mogen laten. Godverdomme!’

Er klinkt een luide knal.

‘Waarom deed je het?’ vraagt Sam. Er zit geen oordeel in haar stem, slechts nieuwsgierigheid. ‘Ik bedoel… je geeft om haar, je ziet dat het niet goed gaat. Waarom ging je toch weg?’

Ik slaap. 

Ik ben wakker. Ze houden maar niet op met praten.

‘Dus wat weten we nu?’ 

‘Gisteravond verdween ze een paar minuten met Liam. Toen ik haar buiten vond was ze… onder invloed. Ik ging weg, Jessie en ik gingen naar haar huis. Mijn telefoon stond op stil, vanochtend zie ik haar bericht dus kom ik als een razende hierheen in de hoop dat ze gewoon in haar bed ligt. Dan staat Liam over haar heen gebogen, met een naald heroïne naast zich op de grond en mijn meisje half bewusteloos.’ Het is even stil. ‘Kan ze ons eigenlijk horen?’

‘Ja, maar het komt niet aan. Ze weet het straks waarschijnlijk niet eens meer.’

Stilte. Ik kras weer met mijn nagel over de spijkerstof en sluit met een glimlach mijn ogen. Wat is dit fijn. Als een warm bad, maar beter, want het is niet nat. 

Hardop lach ik. Dat rijmt. 

Ze zijn even stil, maar dan slaakt Sam een diepe zucht. ‘Hij had bloed op zijn lip…’ 

‘Wat?’

‘Liam. Hij had bloed op zijn lip, alsof ze… alsof iemand zich verzet had. En die lamp lag op de grond. De tafel op de kop…’

‘Godverdomme. Maar hij… hij vindt haar leuk. Ze vindt hem ook leuk, waarom zou hij…?’

‘Het verklaart de blauwe plekken niet,’ geeft Sam toe.

‘Denk je dat ze het ons gaat vertellen?’ 

Een korte stilte waarin ik opsta en dans. Althans, in mijn hoofd. 

‘Misschien aan jou.’

Iemand pakt mijn hand, maar ik trek hem terug. 

‘Raak me niet aan.’

 

De waas trekt langzaam op, maar dat wil ik helemaal niet. Het is net zoals wanneer ik ’s ochtends in bed lig voor ik moet opstaan om een interview te geven en mijn zenuwen me haast verlammen. Mijn nagel krast een laatste keer over de spijkerbroek, maar nu voelt het opeens normaal, niet bijzonder. Ik open mijn ogen. De kamer draait rustige rondjes om me heen, maar zoals een draaimolen, niet als een zweefmolen. Het is te doen. Mijn lichaam blijft kalm terwijl mijn geest langzaam weer in paniek begint te raken. 

‘Rustig ademhalen.’ De kalmte in Sams stem heeft meteen effect en ik doe wat ze zegt. Ik adem in. Dan uit. Dan weer in. Dan uit. Het hapert, maar ik krijg genoeg zuurstof binnen. Ik probeer omhoog te komen, maar zak meteen weer terug. 

‘Blijf maar even liggen, er is geen enkele haast.’

‘Wil je water?’ vraagt Vince. ‘Of een koud washandje? Ik maak een washandje nat.’ 

Zijn voetstappen verlaten ons.

‘Je hebt ons laten schrikken, Sophia,’ zegt Sam als Vince weg is. Ik knijp mijn ogen dicht om de tranen tegen te gaan, maar er ontsnapt één uit mijn ooghoek. 

‘We zijn er voor je,’ fluistert ze, vlak voor er een koud washandje op mijn voorhoofd belandt. Water drinken klinkt eigenlijk heerlijk, dus probeer ik opnieuw omhoog te komen, maar alles draait nog steeds. Na even zit ik rechtop en meteen word ik overspoeld door een golf misselijkheid. Uit het niets is mijn hele lichaam bedekt door een dun laagje zweet.

Net als ik denk dat ik het niet binnen kan houden verschijnt er een emmer voor mijn neus en ik ga ervoor. Ik weet dat de hand op mijn rug bedoeld is als steun, maar zodra het me aanraakt protesteer ik. Ik ga voor een kalme en rationele “nee”, maar het komt eruit als een hese schreeuw en wordt gevolgd door nog een braakneiging. 

‘Ik wil alleen zijn,’ jammer ik in de emmer, als de ergste misselijkheid wegtrekt. Iemand geeft me een papieren doekje en ik veeg m’n mond af, waarna ik het in de emmer gooi. 

O nee, het is de prullenbak.

‘Dat is begrijpelijk, maar we gaan je nu niet alleen laten,’ zegt Sam kalm, waarna ze de emmer overneemt en naar de badkamer loopt. Ik doe mijn ogen dicht om Vince buiten te sluiten. Zijn schuldgevoel hangt in de kamer en zijn bezorgdheid drukt op me als een zwaar gewicht. Met mijn rug tegen de muur trek ik mijn benen naar me toe en ik zuig lucht naar binnen als ik de pijn weer voel. 

‘Het spijt me zo, Sophia. Ik zag je bericht te laat, mijn telefoon stond op stil en lag nog in de auto.’ Vince’ hand raakt mijn arm opnieuw aan, maar ik trek hem weg en hij grijpt met beide handen zijn haren vast. 

‘Het is zo moeilijk om je niet aan te raken. Ik wil er voor je zijn, laat me je helpen, alsjeblieft.’

‘Ik wil alleen zijn.’

‘Sam denkt niet dat dat een goed idee is. Zij heeft hier ervaring mee, Sophia. Je moet haar vertrouwen, ze weet wat ze doet.’

Ik laat me weer op de grond zakken en kruip in foetushouding tegen de muur aan. Ik wil hier niet zijn, ik wil nergens zijn. 

Ik wil dat het allemaal gewoon stopt. Nu.

‘Misschien wil je even douchen? Of in bad? Ik kan ook iets te eten bestellen,’ zegt Vince. 

‘Ik wil maar één ding,’ zeg ik hoofdschuddend, terwijl ik me afzet tegen de muur en omhoog probeer te komen. Het lukt me op mijn benen te gaan staan, maar zodra ik verticaal ben, draait de kamer om me heen en is onder opeens boven. Vince en Sam reiken allebei naar me alsof ik elk moment weer onderuit kan gaan. Ik zet een koppige stap, maar verlies inderdaad mijn evenwicht. 

‘Haar hoofd!’ waarschuwt Sam, die mijn arm vastgrijpt. Vince pakt mijn hoofd om te voorkomen dat deze in aanraking komt met de muur en langzaam laten ze me weer op de grond zakken. 

Ik wil huilen.

‘Misschien voel je je beter als je nog even slaapt,’ oppert Vince, die mijn hoofd optilt zonder mijn protesten nogmaals te dulden. Hij schuift er een kussentje onder. 

‘Waarom mag ik niet alleen zijn?’

‘Om zoveel redenen,’ legt Sam uit. ‘Allereerst ben je aan het herstellen van wie weet welke en hoeveel drugs. Dat is gevaarlijk, we weten niet hoe je reageert, of alles in orde is. Daarnaast heb je iets meegemaakt, waarvan we nog niet kunnen voorspellen wat dat met je doet, behalve dat het genoeg was om een paniekaanval te starten, waardoor je smeekte om meer drugs. En tot slot omdat dit hét moment is waarop een afhankelijkheid zou kunnen beginnen en daar gaan we je voor behoeden door je te laten zien dat je geen drugs nodig hebt om dit te verwerken.’ Ze is een paar seconden stil. ‘Je hebt iets veel beters, namelijk mensen die om je geven.’

Heeft Vince haar verteld over de cocaïne? De behoefte aan drugs is nog nooit zo sterk geweest en is de voornaamste reden dat ik wil dat ze weggaan. Daar schaam ik me nu voor, want Sam heeft gelijk. Ik moet mijn vrienden gebruiken om hier bovenop te komen, niet nog meer scheikunde. 

Het gaat me niet makkelijk af, maar ik reik omhoog en pak Vince’ hand, die ik vervolgens op mijn hoofd plaats. Hij haalt opgelucht adem en weet meteen wat hij voor me kan doen. Langzaam en teder strijkt hij door mijn lokken, aait mijn hoofdhuid en masseert mijn slapen. Het ontspant me iets en na een paar minuten door te brengen met zijn aanraking, in combinatie met de stilte, zak ik weer weg. 

 

Wanneer ik mijn ogen opnieuw open, streelt Vince nog steeds mijn haren, alsof hij al uren bezig is. Of misschien sliep ik slechts een paar minuten. Ik zie Sam nergens, maar weet dat ze niet ver kan zijn. Mijn beweging vertelt Vince dat ik wakker ben en zonder hulp ga ik rechtop zitten. 

‘Daar ben je,’ glimlacht hij. Ik voel me helder als ik hem aankijk en dat ziet hij, maar ik wil me alleen maar verstoppen.

‘Ik ga in bad,’ vertel ik hem. Het voelt alsof er duizenden mieren over mijn huid kruipen en nu ik weer in beweging ben, is de pijn terug. De pijn die niet te missen is en waarvan ik weet wat het is, ook al weet ik niets meer van de avond ervoor. 

‘Wil je hulp? Sam is er nog steeds.’

Ik schud mijn hoofd en met moeite sta ik een paar seconden later rechtop. Vince staat voor me en ik zie dat hij me wil omhelzen, maar aarzelt. Langzaam hef ik mijn hand en schud mijn hoofd. 

‘Luister, Sam had iets voor je gehaald.’ Vince loopt naar de tafel en overhandigt me een doosje. 

‘Je hoeft niet te vertellen of je het neemt of niet. Je hoeft ook niet zeker te weten of je het nodig hebt of niet, maar als je ook maar een beetje twijfelt… Neem het dan.’

Ik pak de morning after pill van hem aan en loop zonder iets te zeggen naar de badkamer, want er is geen twijfel mogelijk. 

Ik heb het nodig. 

 

Vince: Ik ben er, ik ga nergens heen. 

Vince: Was het Liam?

Vince: Kun je me vertellen wat er gebeurd is?

Vince: Je hoeft je nergens voor te schamen. Het is beter als je het deelt, Sophia, echt waar. Als je dit binnenhoudt krijgt het macht over je en die macht wil je niet weggeven. 

Vince: Laat ons je helpen.

40

 

Tijgertje8: Wat een talent.

 

Twee dagen lang doe ik niets anders dan in bed liggen. Het is alsof ik mezelf met een schakelaar heb uitgezet. Af en toe drink ik wat water en een paar keer sleep ik mezelf naar het toilet, maar verder functioneer ik niet. De tv blijft uit, mijn telefoon ligt onaangeraakt op het nachtkastje en ik luister zelfs geen muziek. Ik denk niet na en laat de gebeurtenissen niet de revue passeren. Het enige wat ik doe is slapen en naar het plafond staren. 

Mijn bandleden lijken ervoor te zorgen dat er altijd iemand in de buurt is, want zo af en toe hoor ik beweging of zelfs gepraat in het zitgedeelte van mijn kamer, alsof ze letterlijk de wacht houden. Er verschijnt weleens wat te eten voor mijn deur, waar ik nooit meer dan twee happen van neem Verder heb ik in het slaapgedeelte de privacy om te bedenken hoe ik mezelf uit deze put trek. 

Nog steeds herinner ik me niets en ik ben er niet uit of dat een vloek of een zegen is. Ik weet alleen dat ik me machteloos voel. Nog machtelozer dan toen ik hoorde dat Eliana dood was en ik geen afscheid had kunnen nemen. Als ze er nu nog was, dan had ze… Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat ze had gedaan, maar het was beter geweest. Alles was beter toen ze er nog was. 

Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en reik naar mijn telefoon. Het scherm is het eerste licht dat mijn ogen in twee dagen moeten verwerken, dus knijp ik mijn oogleden samen om eraan te wennen. Alle berichten en meldingen sluit ik zonder ernaar te kijken, om vervolgens op zoek te gaan naar het filmpje op mijn YouTubekanaal waarin ik één van de liedjes voor haar zing. 

Eigenlijk kijk ik mijn eigen video’s bijna nooit terug. Het is iets wat ik upload op het moment dat ik het ervaar, en daarna is het niet meer van mij. Inmiddels ben ik niet meer de enige met toegang tot mijn kanaal, want naast mijn thuisvideo’s staan ook de videoclips erop, en een aantal compilaties van mijn concertoptredens en interviews. Al snel vind ik de video en met een frons aanschouw ik mezelf. 

Ik zing over haar positieve energie, haar eeuwige optimisme en haar onvoorwaardelijke steun. Iedere dag deed ze wel iets waardoor ik wist dat ik er mocht zijn, waardoor er een glimlach op mijn gezicht verscheen en waardoor ik me geliefd voelde. Het hebben van iemand als Eliana in mijn leven vulde me met een soort trots dat zelfs mijn succes in de muziekwereld niet kan evenaren. 

De traan die over mijn gezicht rolt veeg ik af aan mijn hoofdkussen. Een tik op het scherm is genoeg om het liedje te herhalen en terwijl ik luister, doe ik iets wat ik nooit eerder heb gedaan. 

Ik scroll naar beneden. 

Het is de eerste keer dat ik van de mensen zelf hoor wat ze vinden van mijn muziek… en van mij. Marcus vertelt me weleens wat over dingen die geplaatst zijn en anderen roepen vage samenvattingen als “iedereen vindt je geweldig”. Maar dit… 

Mensen zijn echt vol lof. Ze noemen me moedig, mooi, getalenteerd… En ze noemen me sterk. Ik klik naar een andere video en lees daar ook berichten. De opmerkingen bevatten niet alleen complimenten naar mij toe, maar ook hele verhalen over waarom de muziek ze raakt. Sommige mensen delen hun moeilijkheden en er wordt met liefde op gereageerd door andere fans. Hier en daar staat een negatieve opmerking van iemand, maar ik negeer het en focus me enkel en alleen op de positieve woorden, zoals Eliana zou doen. 

Ze noemen me sterk.

Opnieuw veeg ik een traan weg en met een zucht sla ik het dekbed van mijn lichaam. Dan rol ik op mijn zij en ga rechtop zitten. Ik bén sterk. Te sterk om me te laten tegenhouden. De hele dag in bed liggen past niet bij een sterk persoon. Een sterk persoon gaat door. 

Als ik even later onder de douche sta weet ik dat het niet zo makkelijk gaat zijn als ik mezelf nu voorhoud en breekt er weer een lading pijn door mijn kortdurende positieve gedachten, die zich langzaam vermengt met de waterdruppels op mijn lichaam. Zodra ik mijn hele lichaam onder handen heb genomen zak ik uitgeput op de badrand om ervoor te zorgen dat de badkamer stopt met draaien. Ik breng wat druk aan op de brug van mijn neus in de hoop dat het me helpt en als ik mijn ogen open, ben ik klaar om me af te drogen. 

Zodra ik het zitgedeelte in loop, springt Jordy op van de bank. ‘Hé. Hoe voel je je? Wat goed, je hebt gedoucht. Wil je wat eten?’

Blijkbaar heeft hij op dat moment dienst. Ik vraag me af wat ze proberen te bereiken. Is dit allemaal alleen omdat ze willen voorkomen dat er nog meer drugs in mijn lichaam belandt?

Ook al voel ik geen greintje honger, toch knik ik. Waarschijnlijk geeft het Jordy een goed gevoel als hij kan helpen en ergens weet ik dat ik moet eten.

‘Je bent eh… erg populair. Het is niet makkelijk iedereen bij je vandaan te houden,’ glimlacht Jordy, terwijl hij zijn tas opent en er een papieren zakje uithaalt. ‘We hebben Marcus niets verteld… dat is aan jou. Hij weet alleen dat je je niet goed voelde de afgelopen dagen en tijd nodig had om bij te komen. Je hebt verder niets gemist, we hadden toch vrij.’

Ik pak de zak van hem aan en kijk erin. ‘Hm hm.’ Ik ga naast hem op de bank zitten en zet mijn tanden in het broodje, maar na één hap moet ik al wachten tot het misselijke gevoel voorbij is. Het is lief dat ze ervoor hebben gezorgd dat ik rust kreeg, besluit ik. 

‘Verder was Liam hier… een paar keer. En Jessie wil je graag spreken. O en Tommy vroeg naar je. Maar dat is allemaal niet belangrijk, richt je gewoon op jezelf,’ ratelt Jordy. Hij kijkt me even onderzoekend aan en ik doe m’n best nog een paar happen te nemen van het broodje dat hij voor me gekocht had. Al snel leg ik de helft op tafel en leun met gesloten ogen achterover. 

‘Bedankt, Jordy,’ zucht ik. Mijn ogen vallen nog net niet dicht en op een diepe inademing ga ik rechtop zitten zodat ik hem kan aankijken. ‘Ik wil door, maar er is nu niets om me af te leiden.’

Hij glimlacht tevreden, alsof hij er eigenhandig voor heeft gezorgd dat ik me beter voel. ‘Nou, dat kunnen we vast wel regelen. Wat wil je doen?’

‘Iets.’

Zijn ogen beginnen te twinkelen. ‘We kunnen naar de dierentuin.’

Met een verbaasde glimlach kijk ik hem aan. ‘De dierentuin. Willekeurig, maar… waarom niet?’

‘Ja?’

‘Ja, laten we naar de dierentuin gaan,’ herhaal ik semi-vragend. Ik kan me niet eens herinneren wanneer ik voor het laatst naar de dierentuin ben geweest en het is in ieder geval even iets heel anders.

‘Cool, ik bel Sam en Vince om hierheen te komen.’

Hoofdschuddend leg ik mijn hand op de zijne om te voorkomen dat hij zijn telefoon pakt. ‘Zullen we met z’n tweeën?’

Meteen kijkt hij me aan met lichte verwarring in zijn ogen. Misschien is het een gekke vraag. Hoewel ik Jordy nu al een tijd ken en goed met hem kan opschieten, hebben we weinig een op een contact gehad. Maar hij is vrij en zorgeloos… Het is precies wat ik op dit moment nodig heb.

‘Ik kan het niet uitleggen, maar ik heb jou nu nodig… Niet hen.’

Jordy kan een gevleide glimlach niet onderdrukken en knikt dan. ‘Oké, let’s go. Maar als we Amsterdam doorkruizen op weg naar Artis, doen we het zoals het hoort.’

‘En hoe is dat?’

‘Op de fiets.’

 

Ik trek mijn capuchon nog verder over mijn voorhoofd, omdat ik het gevoel heb dat iedereen naar me kijkt. Mijn handen vouwen zich in elkaar in de buidel van mijn trui, terwijl ik met Jordy voor een enorme giraf sta. Het beest nipt aan een van de laatste blaadjes aan de boom en loopt weg als het beseft dat er verder niets te halen valt. Een lichte bries die warmer is dan zou moeten voor deze tijd van het jaar speelt met de donkere lokken die onder mijn capuchon uitsteken. 

‘Ik was vroeger zo gek op de dierentuin.’

‘Vroeger?’

Jordy kijkt me schouderophalend aan. ‘Oké, nog steeds.’

Het abonnement waarmee hij zo naar binnen kon lopen vertelde me dat al. 

‘Ik heb er goede herinneringen aan. Ging hier altijd heen met mijn ouders voordat ze gescheiden waren en nu kom ik er graag om na te denken. Ben al een tijdje niet geweest, eigenlijk.’

‘Druk met al je groupies? Of nee, wat hoorde ik? Een vriendin?’

‘Het is niet slecht voor mijn reputatie om elke avond met je op een podium te mogen staan, nee,’ lacht Jordy. ‘Alleen een beetje irritant dat ze je altijd willen ontmoeten.’

‘Bedankt dat je ze uit m’n buurt houdt.’

Knikkend slaat hij een arm om me heen. ‘Ik wil m’n baan graag houden.’

Met diepe teugen haal ik adem en verzet me niet tegen het gewicht van zijn arm, als hij me nog dichter tegen zich aantrekt. Zonder er verder nog aandacht aan te schenken laat hij me net zo snel weer los en loopt verder. 

‘En ja, ik heb één vrij vaste scharrel inmiddels. Maar ik weet niet of het wat wordt.’

‘Met wie je op dates gaat,’ werp ik tegen. Hij haalt zijn schouders op, maar ik zie de glimlach die hij probeert te verbergen door opzij te kijken.

‘Kom, we gaan naar de apen,’ zegt hij dan opeens. ‘Daar zijn we minstens een uur zoet.’

Terwijl ik achter hem aan sjok, snuif ik de frisse lucht naar binnen alsof het cocaïne is. Nu er een paar dagen zijn verstreken voel ik de behoefte iets minder, maar nog steeds lijkt het de oplossing voor al mijn problemen. Als het niet een hele rits nieuwe problemen zou veroorzaken, had ik waarschijnlijk een manier gevonden om eraan te komen. 

Vince’ woorden dansen opeens door mijn hoofd; dat ik hem om hulp moest vragen als ik de behoefte voelde. Hij wilde me zo graag helpen en dat werd automatisch wat ik van hem ging verwachten. Waarom was hij er niet voor me? Ik knipper tranen weg als Jordy stilstaat voor een picknicktafel en plaatsneemt. Drommen met kinderen lopen ons voorbij, op weg naar de apen die vanaf hier goed te zien zijn. Ik herschik mijn capuchon nogmaals terwijl ik ook ga zitten. 

‘Sophia, mag ik je iets vragen?’

Zijn toon is opeens serieus, dus terwijl ik observeer hoe een aap een koprol maakt, knik ik. 

‘Waarom zijn jij en Vince niet samen?’ Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik Jordy aan. Van alle vragen die hij kan stellen, is dit de laatste die ik verwacht had. 

‘Ik bedoel,’ stamelt hij. ‘Jullie vinden elkaar meer dan leuk en je kunt het vast goed vinden met die Liam, maar je kijkt niet naar hem zoals je naar Vince kijkt. Ik begrijp niet waarom jullie niet gewoon samen zijn en Vince geeft nooit antwoord als ik ernaar vraag.’

Met een zucht richt ik me weer tot de speelse apen en bijt op mijn lip om het antwoord uit te stellen. ‘Waarom niet?’

‘Ja, dat is mijn vraag.’

‘Nee, ik bedoel, waarom geeft Vince er geen antwoord op?’

‘O,’ lacht Jordy. Hij krabt op zijn achterhoofd en leunt dan weer met zijn ellebogen op de picknicktafel. ‘Kom op, je kent hem. Hij is nogal op zichzelf… Nu heb ik tegenwoordig wel wat methodes om antwoorden te ontfutselen, maar hier krijg ik geen grip op. Ik weet alleen vrij zeker dat het niet Vince is die de boot afhoudt.’

Ik wil Jordy’s vraag het liefst meteen vergeten, maar toch denk ik erover na. Waarom niet? Er zijn zoveel antwoorden op die vraag en zoveel dingen die tussen ons in staan – nu meer dan ooit. Maar ik besluit Jordy een versie van de waarheid te geven.

‘Omdat ik Vince alleen de beste versie van mezelf wil geven,’ antwoord ik met mijn ogen op de spelende aap. ‘En zij is nu ver te zoeken.’

Hoofdschuddend pakt Jordy mijn hand vast, waardoor ik hem toch weer aankijk. ‘Ik weet vrij zeker dat Vince dolgelukkig zou zijn met elke versie van je.’

Was dat maar de waarheid… De traan die ontsnapt wrijf ik weg met de hand die ik terugtrek en ik sta op, klaar om te gaan. 

41

 

Jackmore97: Dat filmpje in die kerk was leuk, maar kom op, die meid heeft de uitstraling van een slappe vaatdoek.

 

Op het moment dat ik de deur van het gele huis achter me dicht laat vallen en in de hal sta, valt er een doodse stilte. Meteen voel ik dat waar het huis eerst Eliana’s ziel bevatte, het nu slechts een leegstaand pand is. Die gedachte zorgt er meteen voor dat ik moet huilen en met een snik zet ik mijn tas op de grond, om me op de bank te storten, niet van plan er binnenkort af te komen.

Het kostte niet veel moeite Jordy te overtuigen me hierheen te laten gaan. Ik weet dat ze me graag een beetje in de gaten houden, maar het enige wat ik op dit moment wil is een weekje isolement. Vanaf het moment dat ik met Marcus besloot iets te maken van de media-aandacht, heb ik geen seconde stilgestaan en ik ben moe.

Ik ben gewoon heel moe. 

Vanuit mijn positie op de bank gris ik de afstandsbediening van de tafel voor me en navigeer naar Netflix. De eerste de beste film op de kijklijst van Eliana en mij zet ik aan, en de rest van de dag en avond staar ik als een zombie naar het scherm. Het is prima afleiding en langzaam maar zeker ga ik zelfs rechtop zitten om het scherm beter te kunnen zien. De vierde film die ik kijk is Age of Adeline en iets in de houding van Michiel Huisman doet me denken aan Liam. Met een frons herinner ik me hoe hij mijn hotelkamer binnenkwam en me nog net niet aanviel met zijn lust. De film voor me loopt door, maar ik zie het niet meer. In plaats daarvan kijk ik naar de herinneringen die zich op mijn netvlies afspelen. Liam dealt in drugs en was er die avond. Inmiddels heb ik achterhaald dat het enige drankje dat ik die avond dronk niet alleen drank bevatte. Het drankje dat Liam me gaf. 

Met de muis van m’n handen duw ik tegen mijn ogen, want meer dan het drinken van dat drankje en de korte vrijsessie met Liam in de gang herinner ik me niet van het feestje. Meer wil ik me ook niet herinneren. Het verwart me om aan Liam te twijfelen, want al die maanden heb ik het zo leuk met hem gehad. Daarnaast heeft hij geen enkele reden om m’n eigen denken weg te halen, want iedere keer dat hij me wilde was ik een gewillige partij. Tenzij hij hier een of andere kick uit haalt…

Met een rilling sta ik op van de bank en in de keuken trek ik de koelkast en wat kastjes open om te concluderen dat een leegstaand huis niet op magische wijze verse boodschappen bevat. In het donker van de keuken bestel ik Indiaas waar ik bijna een hele week van zou kunnen eten. Het is een automatisme als ik van boven naar beneden veeg. Een aantal gemiste berichten verschijnen op mijn scherm en ik tik ze één voor één weg zonder ze te lezen. Jordy zou Marcus laten weten waar ik ben en dat ik een week tijd nodig heb en voor de rest doet niemand ertoe. 

Niets doet ertoe. 

Drie kwartier later gaat de bel en de bezorger herkent me, maar verbergt het goed. Ik geef hem tien euro fooi omdat ik tegenwoordig nog net niet zwem in het geld en met een dankbare glimlach vertrekt hij weer. In de keuken schep ik nog geen tiende van het eten op een bord en werk een paar happen weg. De film loopt nog steeds door, maar ik heb nu zoveel stukken gemist, dat ik het niet meer volg. Het is voor mijn doen vroeg als ik uiteindelijk de trap oploop, langs de foto’s die ik daar een paar jaar terug samen met Eliana heb opgehangen. Foto’s van hoogtepunten uit mijn leven. Een foto waarop ik met een brede grijns naast Kelly Clarkson sta, van die keer dat we toegang tot een meet & greet wonnen. Een foto waarop zowel Eliana als ik met onze handen op onze buik naar de camera lachen… Die dag was het ons gelukt om alle desserts bij ons favoriete Italiaanse restaurant te nuttigen, maar we moesten er wel de pizza voor laten staan. Mogelijk heb ik die avond overgegeven. 

Ik blijf staan bij de laatste foto die ik zie voordat ik de overloop bereik. Het is de klassieke foto waarop ik sta te zwaaien met mijn net behaalde middelbareschooldiploma en Eliana me zo stevig omhelst dat ik me kan herinneren dat ik tegen haar zei dat ik geen adem meer kreeg. De blik op haar gezicht is zo trots…

Een minuut later lig ik op het kleine eenpersoonsbed in mijn zolderkamer met een hoofd vol herinneringen en een hart vol pijn. 

 

De volgende dag stel ik het zo lang uit om op te staan dat m’n rug pijn doet van het lange liggen. Nu zullen de dagen hiervoor daar ook niet bij geholpen hebben en ergens weet ik dat ik in beweging moet komen om m’n spieren weer los te maken, maar het enige wat ik doe is me verplaatsen naar de bank om nog meer films te kijken. Dit is wat mensen doen tegenwoordig, toch?

Het is pas aan het eind van de middag dat ik weer rusteloos word en nadat ik een paar happen biryani naar binnen heb gewerkt, slenter ik door de kamer. Misschien moet ik haar spullen inpakken. Misschien is dit huis niet meer van ons en is het gek dat ik nog niets heb veranderd sinds haar dood.

Misschien moet ik het verkopen.

Ik haal een rol vuilniszakken uit de keukenlade en been naar boven, naar haar slaapkamer. De dekens zijn teruggeslagen alsof ze haar bed vanochtend verlaten heeft en hier is haar geur nog meer aanwezig dan in de rest van het huis. Zonder te aarzelen trek ik de kast open en trek er willekeurige kleding uit om in de vuilniszak te proppen. Dit zal ze allemaal niet meer nodig hebben. Kleding die ze jaren gedragen heeft is opeens nutteloos geworden. Ze zou willen dat anderen er nu plezier van hadden, want zo iemand was Eliana. 

Als de eerste vuilniszak vol zit, sla ik een tweede open. Pas als ik zes vuilniszakken gevuld heb is alle kleding uit de kast verdwenen. Onderin staan andere spullen, zoals schoenen, een yogamatje, een paar dozen. Inmiddels zijn mijn handelingen sneller en ruwer geworden, dus als ik één van de dozen uit de kast trek, valt de deksel eraf. Wat er tevoorschijn komt zijn niet de winteraccessoires die ik verwacht had, maar een stapel notitieboekjes. Mijn handen laten de doos los alsof het me brandt en ik sta minstens een minuut naar de vondst te staren voordat ik er iets mee doe. Dan zak ik op de grond en pak het eerste boekje op.

Ik wist niet dat Eliana een dagboek bijhield, maar het bewijs heb ik in mijn handen. Ze schreef niet veel, elk boekje beslaat ongeveer twee jaar. Misschien was ze meer een hoogtepuntboekschrijver. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, een simpele, zwarte buitenkant waar ze met een zilveren pen haar naam en de jaartallen op heeft geschreven. In mijn hand begint het boekje te trillen, want hoe erg ik haar privacy ook wil respecteren, nog veel liever wil ik lezen wat ze geschreven heeft. Ik wil elk woord dat ik in haar leven gemist heb tot me nemen. Met opgetrokken knieën leun ik tegen haar boxspring aan en sla het meest recente boekje open. 

 

Vandaag is Sophia afgestudeerd. Hoewel ze zo hard riep dat ze geen feestje wilde, spartelde ze niet tegen toen ik aan kwam zetten met de enorme chocoladetaart. Ze zag er zo schattig uit in haar feestmutsje, ook al probeerde ze hem elke vijf minuten af te zetten. 

Toen ik haar als klein meisje in huis nam wist ik dat ze zich zou ontwikkelen tot een sterke vrouw, maar dagelijks overtreft ze al m’n verwachtingen. Ze is slim, grappig, lief… O en zó getalenteerd. Ik moedig haar met een glimlach aan als ze weer eens aankomt met een saaie vacature voor een kantoorbaan, maar stiekem wacht ik op het moment dat ze inziet dat ze muzikant is en nooit iets anders met haar leven zal kunnen doen dat meer voldoening geeft dan dat. De klanken die soms uit haar slaapkamer komen… Ze zingt maar zelden voor mij en altijd alleen als ik heel lang aandring – of jarig ben – maar ze heeft een gave. Het enige wat ik ooit voor haar heb gewild is dat ze fijn opgroeide, zeker na wat ze in haar jeugd heeft doorstaan. Mijn geluk komt voort uit haar geluk, dus misschien is het alleen maar egoïstisch dat ik wil dat ze gaat zingen voor anderen. Ik zie het op de video’s waarvan ze denkt dat niemand weet… Zingen maakt haar gelukkig. 

En dat maakt mij gelukkig.

 

Ik moet stoppen met lezen als de pagina’s nat worden en leg het boekje naast me neer. Ze wist het? Ze heeft mijn video’s gezien? Altijd heb ik me geliefd gevoeld omdat Eliana me door en door kende, maar zelfs ik wist niet hoe goed. In deze paar pagina’s doorgrondt ze me op een manier waarop ik mezelf nooit heb kunnen doorgronden. Vlug veeg ik de tranen weg om verder terug te lezen. Al snel kom ik tot de conclusie dat meer dan de helft van haar hoogtepunten over mij gaan. Marcus komt af en toe aan bod, of haar vriendengroepje, en heel af en toe haar werk. Maar het grootste deel is een ode aan mijn leven. 

De avond valt als ik het laatste boekje aan de kant schuif, waarin ze uiteenzet hoe ik eraan toe was toen ik bij haar kwam wonen. Ik sprak amper en was totaal in mezelf gekeerd. Ze omschrijft dat ik alleen opklaarde als ze muziek opzette en het voelt met elk woord dat ik lees alsof ze me binnenstebuiten keert. 

Ik sla mijn armen om mijn knieën heen en verstop mijn gezicht voor de ziel van Eliana die om me heen zweeft. Mijn schouders schokken en ik rol me op tot en balletje dat vergeten op de grond ligt. 

Dan gaat de bel en meteen stop ik met huilen. Mijn ogen worden groot en ik kijk naar de deur van de slaapkamer alsof er elk moment iemand naar binnen kan lopen. Iets in me weet honderd procent zeker dat het Vince is die voor de deur staat. Ik weet niet of ik hem kan voelen, of dat ik rationeel gezien weet dat hij een van de weinigen is die weet waar dit huis staat, ik weet alleen dat ik niet met hem wil praten. Ik wrijf onder mijn ogen en sla mijn armen om mijn eigen romp heen in een poging mijn gebroken hart bij elkaar te houden, terwijl ik de herhalingen van de deurbel negeer. 

Die avond slaap ik in Eliana’s bed.

42

 

Loe_Koe11: Ik probeer gewoon m’n scriptie te schrijven, maar ben beland in een Sophia Vonk internet wormhole. Ik blijf haar video’s maar herhalen! Anyone else?

 

Op een diepe inademing trek ik de voordeur open en als ik de frisse lucht in stap, beeld ik me in dat ik alle pijn, verdriet, rouw en boosheid opsluit in het vrolijke gele huis, in de hoop dat het het voor me verwerkt. Mijn hand blijft nog even op het hout van de voordeur rusten nadat ik de boel op slot heb gedraaid en ik neem afscheid van het huis. Ik kan hier niet zijn zonder overspoeld te worden door de herinneringen aan een liefde die er niet meer is, dus besluit ik niet terug te komen. 

Ik gooi mijn tas over mijn schouder en been dan naar de auto die voor me klaarstaat. De chauffeur stapt uit om mijn tas in de kofferbak te leggen en ik neem plaats op de achterbank, waar Marcus opkijkt van zijn telefoon als hij me hoort instappen. 

‘Daar is ze,’ glimlacht hij. ‘Hoe is het, meissie?’

Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden, dus haal ik mijn schouders op en klik mijn gordel vast. 

‘Ik wil het huis verkopen,’ kondig ik aan. 

Marcus’ wenkbrauwen vliegen omhoog en hij stopt zijn telefoon zowaar helemaal weg. ‘Je wilt… Dit huis?’ Hij wijst naar het gele gebouw waar we op dat moment bij wegrijden en ik knik. 

‘Weet je het zeker? Denk er anders eerst nog even over na, je kunt dit besluit altijd nog nemen…’

‘Ik wil het verkopen,’ herhaal ik. Marcus knikt nadenkend en pakt zijn telefoon weer, waarschijnlijk om dit op zijn ellendig lange to-dolijst te zetten. 

‘Hoe is het met jou?’ vraag ik dan. 

‘Goed, meissie. Goed.’

Ik knik, want had geen ander antwoord verwacht. Marcus is niet iemand die over zijn gevoelens praat en dat vind ik prima, want dat betekent dat ik het ook niet hoef. 

‘Wanneer wil je erdoorheen lopen?’ vraagt Marcus, knikkend naar zijn telefoon en de lijst met punten die hij met mij moet bespreken. Ik haal mijn schouders op en gebaar dat hij van wal moet steken. Ik ben blij dat Marcus van niets weet en z’n normale zelf is. Met mijn toestemming komt hij meteen in actie. Hij begint mijn agenda op te ratelen voor de komende week. Hij heeft het over fotoshoots, oefensessies met de band, een optreden aan het eind van de week. Ook heeft hij het over interviews en een verschijning bij een talkshow over anderhalve week.

Meteen spant elke spier in mijn lichaam zich aan en ik onderbreek Marcus als hij me vertelt over alle mensen die iets van me wilden in mijn afwezigheid. Hij praat verder, maar zijn woorden gaan langs me heen, omdat ik alleen maar kan denken aan het naderende interview.

‘Marcus, ik wil graag meer mediatraining,’ gooi ik eruit. ‘Zo snel mogelijk.’

Ook al leek Vince te denken dat ik mijn belofte aan hem niet serieus nam, dat doe ik wel. Ik wil het proberen zonder drugs, maar kan het niet alleen.

‘O? Waarom? Je doet het hartstikke goed.’

‘Wil je het gewoon plannen? Meerdere sessies.’

Fronsend kijkt hij me aan, maar als ik zijn blik ontwijk zie ik in mijn ooghoeken dat hij knikt. 

‘Zoals ik al zei heeft Duncan meerdere keren contact met me opgenomen. Hij eist zo’n beetje dat we Anouk Visser opnemen in het voorprogramma voor de Ziggo shows.’

Als ik Marcus aankijk zie ik dat hij gekscherend met zijn ogen rolt. Haar stijl past totaal niet bij die van Tommy en mij, dus ik ben blij als Marcus zegt dat hij het verzoek al heeft afgewezen. 

‘Morgenmiddag heb je eerst repetitie met de band, daarna een afspraak met Tommy om de details van jullie show door te spreken…’

Marcus praat verder, maar ik hoor hem weer niet. Mijn agenda heeft me nooit veel kunnen schelen en ook nu laat ik het komende week wel weer over me heen komen. Pas als we in de lift naar mijn kamer staan, lijkt Marcus uitgepraat over de plannen en updates. Ook al heb ik de afgelopen week ontzettend veel geslapen, weer voel ik me moe. Ik strijk met mijn vingers door mijn haren en haal er een paar klitten uit. Marcus tilt mijn tas op als we de gang op lopen en meteen staat mijn hart stil. 

‘O, helemaal vergeten,’ zegt Marcus dan. ‘Liam vroeg wanneer je weer terug zou zijn.’

Zijdelings kijk ik naar Marcus, want met Liam die op drie meter afstand opspringt van de grond is die informatie overbodig geworden. 

‘Dankjewel, Marcus,’ glimlach ik stroef. Ik neem de tas van hem over. ‘Ik zie je morgen.’

Hij knikt discreet en  stapt terug de lift in, waarna ik doorloop naar mijn hotelkamerdeur.

Liam. 

Ook al heb ik geen idee hoe ik hem onder ogen kan komen, ik weet wel dat het moet. De hele week heb ik hem genegeerd, maar hij moet geschrokken zijn van wat hij aantrof die ochtend. Van mij. En hij kan het niet zijn geweest. Het is onmogelijk. Liam heeft niets gedaan om me te doen denken dat ik hem niet kan vertrouwen.

Een stemmetje in mijn hoofd herinnert me aan zijn bijverdiensten als dealer en de beker vol gif die hij me gaf.

We zwijgen als ik de deur open en naar binnen loop. Liam wacht niet op mijn uitnodiging en sluit de deur achter zich als we allebei binnen zijn. Hij blijft staan waar hij de kamer binnenkwam, op een veilige afstand van mij. Ik laat mijn tas op de grond ploffen en draai me naar hem om.

‘Hé, Liam.’

‘Dag meisje,’ glimlacht hij met een zucht. Nonchalant leunt hij tegen de muur, maar aan hoe hij zijn kaken op elkaar klemt zie ik dat hij gespannen is. ‘Hoe gaat het met je?’

Ik haat die vraag – nu meer dan ooit. Dus haal ik mijn schouders op en ga op de bank zitten, terwijl ik naar hem gebaar dat hij naast me moet komen zitten. Zijn aarzeling is zichtbaar op zowel zijn gezicht als in zijn houding, maar dan beent hij met een paar passen naar me toe. 

‘Ik kan niet ophouden met aan je denken,’ gooit hij er dan uit. ‘Aan… toen. En het spijt me zo, Sophia. Dat ik me aan je opdrong en niet luisterde toen je zei dat ik moest stoppen. En de heroïne…’ 

Hij grijpt met beide handen zijn haren, terwijl hij hoofdschuddend voorover leunt. ‘Jezus, dat had ik niet moeten doen. Dat had ik echt niet moeten doen. Ik was nog half dronken toen ik… nee, dat doet er niet toe. Het spijt me, Sophia. Het spijt me echt heel erg.’

Ik heb een paar seconden nodig om de tranen weg te vegen en de brok door te slikken. Hij lijkt zo oprecht, hoe kan ik aan hem twijfelen? Zonder mezelf de kans te geven te lang te aarzelen, gooi ik mijn verdenkingen op tafel. 

‘Het moet in het drankje hebben gezeten dat jij me gaf.’

Een paar seconden lang staart hij me aan alsof hij me niet eens ziet, verzonken in gedachten of herinneringen. Of op zoek naar een manier om het te ontkennen, fluistert het stemmetje. Dan valt zijn mond open en hoofdschuddend draait hij zijn lichaam nog verder naar me toe. 

‘Het enige wat ik me herinner is dat ik m’n rondje deed en in de keuken wat te drinken ging halen voor ons. Ik praatte met Marina en Zoey, toen met twee acteurs die ik ken van de soap, heb nog wat verkocht aan twee modellen, en toen… Toen ging ik naar buiten. Het kan zijn dat ik onderweg afgeleid raakte, maar…’ Hij fronst hoofdschuddend. ‘Ik heb geen idee hoe of door wie er iets in het drankje gestopt zou kunnen zijn. En hoe kunnen ze weten dat het voor jou zou zijn? Weet je zeker dat…’

‘Ik weet het zeker,’ kap ik hem af. De blik op zijn gezicht is niet te veinzen, waardoor ik zwaar begin te twijfelen aan de theorie van het stemmetje in mijn hoofd. Liam zou dit niet doen, hij heeft er geen enkele reden toe en is altijd open geweest naar me. Aan zijn gezicht zie ik dat een hardnekkig schuldgevoel zich in hem vastbijt, en het laatste wat ik wil is dat Liam zich zo voelt, dus probeer ik de woorden te vinden die dat wegnemen. 

‘Ik weet ook niet hoe het kan,’ frons ik. ‘Maar ik vergeef je. Toen je ’s ochtends binnenkwam wist je het niet en de heroïne… Misschien ben ik je zelfs dankbaar. Ik weet niet wat ik had gedaan als je me niets had gegeven. Het was… blinde paniek.’

Zijn ogen verzachten en zijn hand reikt naar de mijne, maar toch is er iets in me dat ervoor zorgt dat ik terugtrek. 

‘Het spijt me wat er gebeurd is,’ fluistert hij, alsof hij het weet. Hij heeft een week gehad om erover na te denken en hij is intelligent genoeg om het te raden. Misschien heeft hij zelfs nog gepraat met Vince of Sam, hoewel die woedend op hem waren toen hij hier was.

‘Luister, wat we hadden was fijn.’ Ik sta op van de bank en negeer Liams frons als ik twee stappen opzij zet. ‘En we hebben afgesproken dat we ermee zouden stoppen als het dat niet meer zou zijn.. Ik heb even eh… ruimte nodig, oké? Ik wil niet meer.’

Het is doodstil in de kamer terwijl hij mijn woorden op zich in laat werken. Als ik hem aankijk zie ik dat hij er tegenin wil gaan en ik begrijp het, want hij heeft er niets mee te maken en het is niet eerlijk dat ik hem hiervoor straf.

Maar iemand moet boeten.

‘Dat hebben we inderdaad afgesproken,’ zegt hij zachtjes. Ook hij komt omhoog en ik voel dat hij oogcontact probeert te zoeken. 

‘Oké, mooi,’ knik ik. Ik word niet vaak zakelijk, maar voel mezelf overgenomen worden door een ander deel van mezelf. Een koel deel. 

Ik loop naar de deur. ‘Bedankt dat je langskwam. We zien elkaar vast snel.’

Liam knikt en blijft voor me stilstaan in de open deur. Mijn ogen worden naar die van hem toegetrokken en ik slaak een zachte zucht bij het zien van de pijn daar. We waren zo vrijblijvend als het maar kon, waarom zie ik pijn?

‘Dit voelt niet goed, Sophia. Mag ik je in ieder geval omhelzen?’

Eigenlijk wil ik nee zeggen, maar ik wil hem ook het afscheid niet ontnemen, dus knik ik. Zijn armen glijden om mijn middel en zijn hoofd rust op mijn schouder. De lichaamswarmte van Liam omringt mijn eigen warmte en ik slaak een zachte zucht omdat het goed voelt. Het voelt zoals het altijd voelde met Liam. 

Maar hij respecteert mijn keuze en vijf seconden later staar ik naar een dichte deur.

 

Nu de week voorbij is, ben ik er weer bovenop. Althans, dat vertel ik mezelf en anderen. Ik betwijfel of iemand me gelooft, maar ze laten me met rust. Grotendeels heb ik goed voor mezelf gezorgd. Ik heb rust genomen en ben weggebleven bij de drugs. Ik heb onverwerkte pijn toegelaten en eruit gegooid door huilsessies die uren duurden. Één avond heb ik zo hard gehuild dat ik er schor van werd. 

Ik weet dat er mensen zijn die me steunen en dat ik bij hen terecht kan. Sam en Jordy zijn goede vrienden, Marcus is mijn familie en heeft niets gedaan om me aan zijn intenties te doen twijfelen, Vince is er voor me, of dat nu fysiek is of alleen mentaal. Maar tussen ons staat een onzichtbare barrière en ik geloof dat ik degene ben die hem daar neergezet heeft. 

 

Vince: Marcus zegt dat de repetitie morgen doorgaat? Ben je überhaupt klaar om weer aan het werk te gaan?

Sophia: Ja.

Vince: Is er iets dat ik kan doen?

Sophia: De eieren onder je voeten kapot gooien en normaal doen. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Dat het teruggaat naar hoe het was.

Vince: Jouw normaal is nooit normaal geweest, Sophia. Maar ik doe een poging. Laat je het me nog steeds weten als je… de behoefte voelt?

Vince: Sophia?

Sophia: Ja.

Vince: Oké.

 

Tommy: Sophia, chick. Zelfs ik ben nooit een hele week van de aardbodem verdwenen. Tenminste, niet dat ik me kan herinneren 😉 Vertel me dat je nog leeft. Alsjeblieft. We moeten nog een heleboel mooie muziek maken. 

Sophia: Ik leef nog. 

Tommy: Halleluja. Wanneer zie ik je?

Sophia: … Het drugsgebruik moet stoppen, Tommy.

Tommy: Van jou of van mij?

Sophia: Over jou heb ik niets te zeggen, maar ik moet stoppen. Ik ben alleen niet sterk genoeg om het zelf te doen, dus jij mag me niets meer geven.

Tommy: Geen probleem. Wanneer zie ik je?

Sophia: Morgenavond.

43

 

Doglover_44: Het is alsof ze in m’n ziel kijkt…

 

De reacties van alle vreemden online spelen nog steeds regelmatig door mijn hoofd. Hoe mooi ze de muziek vonden, hoe moedig ze mij vonden, hoe ze zichzelf en hun leven verteld hoorden in mijn woorden. Dat is waar ik het voor doe. Voor mezelf, maar voornamelijk voor anderen, voor de wereld. Ergens diep van binnen weet ik dat de wereld deze muziek nodig heeft en dat ik degene moet zijn die het ze brengt. Sommigen zouden het een roeping noemen, of een passie. Ik noem het onvermijdelijk. 

Eliana noemde het onvermijdelijk.

Jordy is aan het jongleren met de drumsticks van Sam als ik de repetitieruimte binnenkom, maar er valt één op de grond als hij me ziet. 

‘Hé.’ Ik pak de drumstick op en geef hem terug. Vince en Sam zitten op een fluweelachtige bank in de hoek van de ruimte.

‘Sophia,’ zegt Jordy, waarna hij de drumsticks aan Sam overhandigt. Dan pakt hij mijn hand en trekt me verder de ruimte in. ‘Wat vind jij van dit idee: Marcus gaf aan dat je met de Ziggo shows wat meer zou moeten bewegen, maar dansen voelt misschien een beetje onnatuurlijk aan. Wij zaten te denken, misschien kun je langs ons lopen en een soort van, bij ons zingen? Dan rocken wij lekker met je mee, ben je minder alleen op dat grote podium, en je zult heel wat stappen tussen ons moeten zetten.’

Glimlachend kijk ik hem aan en knik. ‘Dat klinkt heel goed.’

‘En we zaten ook te denken dat je “Samen alleen” akoestisch kon doen, met Vince. Dat geeft het toch echt een betere sfeer,’ voegt Sam toe, terwijl ze achter haar drumstel plaatsneemt. 

‘Stiekem wil Sam gewoon graag vier minuten pauze hoor,’ grijnst Jordy. Sam geeft hem een harde duw, waardoor hij even wankelt op zijn eigen benen. 

Ik ben blij dat ze doen zoals altijd. Op de een of andere manier was ik bang voor een ongemakkelijke sfeer, maar daar lijkt geen sprake van. 

Weer knik ik en voor het eerst kijk ik naar Vince, die op dat moment iets in de lucht gooit en weer vangt. Het is klein en rond en lijkt haast wel… een ei?

Precies op dat moment gooit hij het kapot tegen de muur, waar het eigeel langzaam naar beneden kruipt, terwijl de resten eierschalen op de grond vallen. Ik kijk van het ei, naar hem en weer terug, waarna ik met een kleine glimlach voor de microfoon ga staan. 

‘Laten we beginnen.’

Drie uur lang oefenen we alle nummers die we zullen spelen tijdens de concerten en het voelt goed om weer zo met muziek bezig te zijn. De hele week heb ik amper muziek geluisterd, laat staan het gemaakt. Maar nu ik mijn stembanden eindelijk weer gebruik voor iets anders dan gehuil en geschreeuw, weet ik dat ik dit voor altijd wil blijven doen. Elke week, elke dag… elk uur. Alleen als ik zing heb ik het gevoel dat ik leef. 

 

Het is al donker wanneer ik voor Tommy’s voordeur sta en in dit afgelegen gebied heerst een complete stilte. De voetstappen in de gang hoor ik al door de deur, dus ik ben voorbereid als de deur openzwaait. 

‘Vonk, daar ben je.’

‘Hé.’ Ik druk een vlugge kus op zijn lippen en wil hem passeren om naar de keuken te lopen, maar hij pakt mijn pols en trekt me speels terug. Achter me valt de deur weer dicht en Tommy komt vlak voor me staan. Zijn hoofd kantelt iets opzij en naar voren. 

Ik beantwoord zijn houding met een langere kus. Even ben ik bang voor wat het met me zal doen, maar het enige wat ik voel is genot. Tommy’s handen glijden over mijn heupen en zijn tong speelt met de mijne, maar dan kijkt hij me vanaf een paar centimeter afstand aan. 

‘Ik heb je zoveel muziek te laten horen.’

Hij pakt mijn hand vast en trekt me achter zich aan naar de woonkamer. Jessie zit aan de keukentafel en kijkt net op als we de hoek omgaan. Ze ziet eruit alsof ze iets wil zeggen, maar we zijn al verdwenen en ik wil haar woorden toch niet horen. In de woonkamer schenkt Tommy twee glazen drank in en we nemen plaats op de bank.

‘Hoe is het met je?’ vraag ik hem. Mijn hand glijdt over zijn schouder en ik voel de plotselinge neiging om hem te masseren. De laatste keer dat we elkaar zagen hadden we een of andere drug gedaan en wilde hij me de volgende ochtend niet zien omdat hij er vanaf kwam. Het lijkt wel een jaar geleden.

‘Prima.’ 

Als het met Tommy prima gaat, gaat het dat met mij ook. Ik zet mijn glas op tafel en gebaar dat hij met z’n rug naar mij toe moet gaan zitten, waarna ik achter hem plaatsneem en mijn vingers in zijn schouderbladen begin te duwen.

Meteen slaakt Tommy een hoorbare zucht en ook hij zet z’n glas weg. 

 ‘Je wilde me muziek laten horen?’

‘Hm hm.’

Hij laat zijn hoofd voorover zakken terwijl hij mijn massage als een mak lammetje in ontvangst neemt en een paar minuten lang laten we ons vergezellen door de stilte. Pas als mijn gekneed iets minder krachtig wordt en ik uiteindelijk moet stoppen uit angst dat m’n handen elk moment kunnen verkrampen, draait Tommy zich om. Hij kust me en staat dan op om z’n laptop te pakken. 

Ik drink het glas dat naast me staat leeg in de tijd dat hij zijn computer heeft losgekoppeld en terug komt lopen met de laptop. Zodra hij op de bank ploft schalt er muziek door de boxen. 

Het begint met een nummer van zijn dj album, maar opeens hoor ik mijn eigen stem erdoorheen komen. 

‘Het is een remix?’

Hij legt zijn vinger tegen zijn lippen en knikt. Met een glimlach sluit ik mijn ogen en terwijl ik luister naar de manier waarop hij mijn stem in het lied heeft verwerkt, komt Tommy met zijn hoofd op mijn schoot liggen. De muziek fascineert me. Het is een onverwachte combinatie, want hij heeft mijn stem gehaald uit het rustige deel van het liedje. Terwijl ik de woorden langzaam zing, dreunt zijn bas erdoorheen, alsof ik boven het geluid van de hele wereld uit probeer te komen. 

Ik durf pas weer te praten als het liedje afgelopen is. ’Kunnen we dit nummer aan de setlist toevoegen?’

‘Nee,’ zegt hij simpel.

‘Maar we hebben nog plek voor één nummer.’

‘Sophia…’ Met een frons komt hij overeind. ‘Je weet dat je het nummer van de kerk moet zingen hè?’

‘Wat?’ Meteen begint mijn hart te bonzen, want dat nummer is voor Eliana, niet voor het publiek. Het kostte me al zoveel moeite om het in te zingen voor het album, maar drie avonden achter elkaar voor zo’n groot publiek? Nee.

‘Marcus zou het met je bespreken. Dit is wat mensen willen, Vonk. Ze willen jou dat nummer horen zingen en bij zo’n grote show… We moeten ze geven wat ze willen.’

‘Maar…’

Zijn donkere ogen kijken me serieus aan en ik snap wat hij zegt. Het is anders dan de intieme concerten die ik tot nu toe heb gegeven. Dit wordt een show. Hier moeten we alles uit de kast halen en als we willen dat deze mensen al hun vrienden vertellen over het concert, moet ik dat nummer zingen. Toch voel ik me er totaal niet klaar voor en ben ik meteen bezig manieren te verzinnen om hier onderuit te komen.

Ik sta op het punt mijn gedachten met hem te delen, als er op de kamerdeur geklopt wordt. Meteen springt Tommy op en iets ruwer dan nodig is, trekt hij de deur open. ‘We zijn bezig.’

‘Dat weet ik, Tom, maar ik wil heel graag even met Sophia praten.’

Jessie’s ogen vinden de mijne en ik merk een groot verlangen om niet met haar te praten. Ik denk te weten wat ze wil zeggen. 

‘Het is al goed, Jessie,’ zeg ik daarom, ook al is het helemaal niet goed. Op dat moment vraag ik me af of ze Tommy heeft verteld wat ze weet, maar hij heeft er niets over gezegd en lijkt ook nu in de war door Jessie’s vastberadenheid. 

‘Mag ik je toch even spreken?’

O, fijn. Ze staat erop. Met een paar grote passen ben ik bij de deur en zonder uitleg aan Tommy loop ik met haar de gang op en trek de deur van de woonkamer achter me dicht. Ze leidt me helemaal tot aan de keuken en draait zich dan naar me om. 

‘Ik wilde zeggen dat het me spijt,’ valt ze met de deur in huis. ‘Je wilt niet weten hoe verantwoordelijk ik me heb gevoeld de afgelopen week en ik begrijp heel goed dat je boos bent en me niet wilt spreken, maar je moet weten dat ik… Dat het me echt heel erg spijt.’

‘Oké.’

Ze had duidelijk gehoopt op meer, want met een frons kijkt ze me aan. Maar ik wil niets hoeven doen met het schuldgevoel van anderen. Ik zou willen dat ik haar nu ter plekke kan vergeven en kan zeggen dat het niets uitmaakt dat ze Vince bij me weggetrokken heeft toen ik hem het meest nodig had, maar dat kan ik niet.

Ik neem het haar kwalijk.

‘Het is gewoon… Ik heb bepaalde ervaringen met Tommy en ik zie nu in dat ik die niet zomaar op anderen kan projecteren. Wat ik zei en deed was oneerlijk. Ik had niet moeten zeggen dat je loog toen je zei dat je niets had genomen en ik had…’

Ik onderbreek haar, omdat de strekking van haar verhaal bij de eerste woorden die ze uitsprak al duidelijk genoeg was. ‘Weet Tommy het?’

‘Wat? Nee.’ Snel schudt ze haar hoofd. ‘Nee, natuurlijk niet. Vince heeft me verteld wat hij denkt dat er gebeurd is, maar heeft me ook op het hart gedrukt om het voor me te houden. God, het is vreselijk. Hoe eh… Hoe gaat het met je?’

Dit keer ben ik degene die mijn hoofd schud. ‘Luister, Jessie, ik begrijp dat dit je van het hart moest, maar ik kan niet zoveel met jouw – jullie – schuldgevoel. Dus deel dit soort dingen vooral met Vince, maar ik wil er niets meer over horen.’

Ze knippert een paar keer en fronst dan. Even denk ik dat ze zo reageert omdat ze mijn reactie niet begrijpt, maar dan trekt ze haar mond weer open. 

‘Vince wil me niet meer zien. Heeft hij… dat niet verteld?’

Met opgetrokken wenkbrauwen schud ik mijn hoofd. Vince heeft hun contact verbroken? Waarom? Om mij…? Het moet wel om mij zijn, of om wat er gebeurd is. 

‘Ik snap wat je zegt,’ zucht Jessie dan. ‘Je hebt gelijk. Misschien… Je hebt vast genoeg mensen om je heen, maar mocht je ooit met iemand willen praten die wat verder van je af staat, dan ben ik er.’

Met een knikje draai ik me om in een poging weg te lopen van dit gesprek, maar ze houdt me staande met haar laatste woorden. 

‘Sophia, het spijt me echt heel erg.’

Ik hoor de tranen in haar stem, maar loop door zonder me om te draaien. 

In de woonkamer ga ik rechtstreeks naar de dranktafel en schenk m’n glas voller dan beschaafd is. Tommy kijkt me vanuit zijn ooghoeken aan, maar zegt niets tot ik weer naast hem op de bank zit. Hij klapt zijn laptop dicht en zet hem naast zich op de tafel. 

‘Laten we muziek schrijven, Vonk. Ik heb m’n muze gemist.’

‘Hm,’ knik ik. De vloeistof circuleert in mijn glas terwijl ik het in rondjes draai. Dan drink ik nogmaals het glas in één teug leeg en zet het naast me neer. Ergens begrijp ik waarom Vince en Jessie hun verontschuldigingen willen aanbieden, maar het voegt werkelijk niets toe aan mijn leven. Het spreekt voor zich dat wat er gebeurde niet hun intentie was en dat ze met me meeleven, het zouden monsters zijn als dat niet zo was. Maar we kunnen niet terug in de tijd. Het is gebeurd. 

Het enige wat ik wil is het uitwissen.

‘Ik heb jou gemist,’ zeg ik.

Hij trekt één mondhoek omhoog in een ondeugende grijns en leunt dan naar voren. Zijn lippen strijken zachtjes langs de mijne en hij leunt over me heen. Zodra zijn hand over mijn borst glijdt, verstart mijn lichaam.

Verdomme. Het leek zo goed te gaan. 

Tommy is receptiever dan ik hem had geschat, want meteen laat hij me los en kijkt me vragend aan. ‘Wat is er, Vonkje?’

Met mijn vingers strijk ik over zijn wang, waar lichte stoppels me kriebelen. ‘Ik wil het, maar kunnen we het rustig aan doen?’ fluister ik. 

Hij knikt alsof mijn verzoek totaal niet vreemd is en hij gebaart dat ik bij hem op schoot moet komen zitten. De manier waarop hij me aankijkt als onze gezichten dicht bij elkaar zijn zorgt ervoor dat ik bijna moet huilen. Zijn vingers strelen mijn haar en ik sluit mijn ogen; deels omdat het fijn voelt, deels om de tranen tegen te houden. 

‘We kunnen het doen zoals je het maar wilt doen, Sophia. En we doen niets wat jij niet wilt.’

Als zijn andere hand naar mijn zij gaat, richting de rand van mijn shirt, reageert mijn lichaam zoals het hoort. Dankbaar druk ik een kus op zijn lippen, waarna hij mijn heupen naar zich toe trekt en zijn handen over de huid onder mijn shirt laat glijden. 

Het voelt goed.

Godzijdank, het voelt nog steeds goed. 

44

 

Ikkuhhh94: Die stem! Dat uiterlijk! Die kracht en kwetsbaarheid. Watch out world, this girl is a triple treat (see what I did there).

 

Als ik wakker word lig ik nog steeds bij Tommy op de bank, in zijn armen. Gisteravond kwamen we niet toe aan schrijven; we hadden het te druk met elkaar. Er viel een gewicht van mijn schouders af toen hij bij me binnenkwam en me uiteindelijk naar mijn hoogtepunt hielp. Dit kan ik nog. Ik herinner me zo weinig van die avond, dat het blijkbaar niet in de weg zit? Mijn vingers glijden over Tommy’s bovenarm en mijn streling zorgt ervoor dat hij begint te ontwaken. Een gezonde spierpijn trekt mijn aandacht naar mijn onderlichaam en ik rek me volledig uit. 

We hielden het niet bij één keer.

Tommy is gepassioneerd in alles wat hij doet en dat maakt hem een geweldige minnaar. Ik druk een kusje op zijn borst en wil omhoog komen, maar hij spant zijn armen aan en houdt me vast. 

‘Waar denk jij heen te gaan?’

‘We hebben zo een fotoshoot,’ merk ik op. ‘Voor de tweede single.’

Hij gromt en bijt zachtjes in mijn schouder. ‘Zeg het af.’

‘Tommy,’ lach ik hoofdschuddend. 

‘Oké, oké. Maar blijf nog vijf minuten bij me liggen, Vonk. Je bent heerlijk zo.’

Meteen geef ik toe, want ik wil niets liever. Net als ik mijn ogen weer sluit duwt hij zijn heupen tegen me aan. Glimlachend draai ik me naar hem om als hij mijn bovenbeen heft, zo langzaam, alsof hij denkt dat ik het dan niet doorheb, ook al is het mijn eigen lichaamsdeel.

Hij ritselt achter me met een condoom en komt dan weer dichterbij. ‘Mag ik?’

‘Vijf minuten, zei je?’ 

Zijn lach is zacht en hees van de ochtend. ‘Ik kan het in ieder geval proberen.’

 

‘Ik haat werk in de ochtend. Ze zouden het moeten verbieden in onze industrie.’ Tommy zet zijn pet af en rolt het raampje van de auto naar beneden om frisse lucht binnen te laten. Zijn zonnebril beschermt zijn ogen tegen de subtiele stralen van de laaghangende zon. Het is inderdaad te vroeg. Mijn ogen flitsen naar Jessie, die geconcentreerd naar de weg kijkt terwijl ze ons naar de locatie van de fotoshoot brengt. 

Ik woel met mijn hand door Tommy’s haren. ‘Ze maken je op de set vast mooi.’

Hij lacht alsof hij dat helemaal niet nodig heeft. Tussen ons in op de grond staat een kleine koeltas. Tommy haalt twee flesjes water tevoorschijn, waarvan hij er een aan mij geeft. Uiteindelijk bleven we iets te lang op de bank hangen, waardoor er geen tijd meer was voor een uitgebreid ontbijt. Of überhaupt een ontbijt. Gulzig neem ik een slok en vanuit mijn ooghoek zie ik dat Tommy twee pillen uit een strip duwt, die hij met een ruime hoeveelheid water doorslikt. 

‘Weet je zeker dat je niet wilt?’

‘Ja,’ zeg ik meteen. Opnieuw kijk ik even naar Jessie, maar ze kijkt niet op of om. Nu ik zo lang niets genomen heb is de behoefte grotendeels weg, dus los van het interview dat we binnenkort samen hebben denk ik dat het moet lukken. Marcus heeft geregeld dat ik aan het eind van de week nog meer mediatraining krijg en dat moet genoeg zijn om me erdoorheen te loodsen.

‘Ik ben zenuwachtig voor ons interview volgende week,’ zeg ik hardop. 

Tommy slikt zijn mond leeg en draait dan de dop op zijn flesje. ‘Waarom?’

‘Ik vind het doodeng,’ beken ik fluisterend. ‘En ik heb nog geen enkel interview nuchter gedaan. Wel geprobeerd, echt waar. Maar iedere keer raakte ik zo in paniek…’

Zijn gezicht is neutraal en ik vraag me af of hij aan het kiezen is tussen me aanmoedigen om het gewoon onder invloed te doen, of om het nuchter te doorstaan. 

‘Laat mij het woord doen. Dan hoef je alleen maar in te springen wanneer dat nodig is, of wanneer je graag iets toe wilt voegen. We kunnen van tevoren bespreken wat je graag gezegd wilt hebben.’

Het kost me moeite om mijn kwetsbaarheid zo op tafel te leggen en om hulp te vragen, maar zijn woorden geven me nu al zoveel steun dat ik toch blij ben dat ik het heb gedaan. 

‘Dankjewel.’

Hij wuift het weg en zakt een stukje onderuit. ‘Maak me wakker als we er zijn.’

 

De fotoshoot is in een of andere loods aan de rand van Amsterdam. De ruimte is zo groot dat het me doet beseffen dat ieder mens op de aarde slechts zo’n klein deel is van het grote geheel. Als deze loods me al zo opslokt, wat gaat de wereld dan wel niet doen?

In het midden van de ruimte is een kleine setup voor het maken van de foto’s en met een aantal draagbare schermen zijn aparte ruimtes gecreëerd, waarvan ik vermoed dat we ons er kunnen omkleden. Marcus is al aanwezig en staat te praten met een vrouw, die ondertussen instructies geeft aan twee anderen die de boel aan het klaarzetten zijn. 

‘Rosa,’ fluister ik, als ze opeens opduikt van achter een van de schermen. Ze ziet me en glimlacht vluchtig, maar loopt naar het statief dat al klaar staat en plaatst haar camera in de houder. Meteen been ik naar haar toe. Sinds ik haar vertelde over Duncan hebben we niet meer gesproken en ik mis mijn contact met haar, ook al was het nog pril. 

‘Hé.’ Ze draait zich naar haar camera en kijkt door de zoeker, waarna ze aan de lens draait. Haar zwarte krullen vallen recalcitrant naar voren en ze haakt er een aantal achter haar oor, maar ze springen direct weer naar de vrijheid toe. Mijn blik wordt naar haar hals getrokken.

‘Rosa, hoe… Hoe is het met je? We hebben elkaar een tijd niet gesproken.’

Meteen voel ik me ongemakkelijk omdat ik haar direct opzocht. Misschien wil ze wel helemaal geen vrienden meer zijn. Maakte ze dat niet zo’n beetje duidelijk toen ze me uit haar huis zette? En nu kom ik als een verloren puppy naar haar toelopen… 

‘Het gaat prima,’ zegt Rosa. Ze recht haar rug en draait zich naar met toe. ‘Het gaat goed. Het spijt me dat we de vorige keer zo uit elkaar gingen.’

‘Het spijt mij ook,’ zeg ik. Meteen wil ik haar vragen naar wat ze gedaan heeft met mijn informatie, maar dit is niet de tijd of de plek om het daarover te hebben. Opnieuw flitsen mijn ogen naar haar hals. Zit daar nou een blauwe plek? 

Ze legt haar hand tegen mijn bovenarm. ‘En hoe is het met jou?’

Meteen wil ik de rollen weer omdraaien en het over haar hebben, want ik kan die vraag niet meer beantwoorden. 

‘Ik wist niet dat jij de fotoshoot zou doen,’ praat ik eroverheen. ‘Leuk.’

Ze glimlacht en bekijkt een paar hoeken van de ruimte. ‘Deze locatie is echt fantastisch. Ik ben hier voor het eerst, maar ze gebruiken het best vaak voor opnames en foto’s.’

Terwijl ze praat probeer ik weer zicht te krijgen op haar hals en als ik eindelijk beter kan kijken zie ik dat het geen blauwe plek is, maar een zuigzoen. Even wil ik haar ermee pesten, maar dan begin ik me af te vragen van wie het is. Zouden zij en Duncan nog samen zijn? Wat hebben mijn woorden teweeggebracht? 

‘En hoe is het met jou en…’

‘Sophia!’

Shit. Marcus komt naar me toe lopen met een vrouw en mijn kans om Rosa naar Duncan te vragen is verkeken. 

Al snel word ik naar één van de provisorische kamers geleid om me om te kleden en een half uur later zitten we midden in de fotoshoot. Tommy en ik wurmen ons in allerlei vreemde poses om tot een prachtig resultaat te komen. Ik twijfel er geen seconde aan dat Rosa weet wat ze doet, dus volg ik haar instructies nauwgezet op. Tommy is iets sneller afgeleid. Af en toe staat zijn blik op het oneindige en moet Rosa hem aansporen om in de camera te kijken. Alleen wanneer de instructies zijn dat we naar elkaar moeten kijken, weet hij ze opeens perfect op te volgen. 

‘Je bent mooi, Vonk.’

Hij zegt het alsof hij het voor het eerst ziet en ik trek één wenkbrauw omhoog. ‘Dat doet make-up met een persoon.’

‘Heel mooi zo! Sophia, wil jij nu op de stoel gaan zitten? Tommy, ga maar achter haar staan.’ Rosa kijkt naar ons van achter haar statief maar is duidelijk niet tevreden met wat ze ziet, want ze loopt naar ons toe en positioneert ons zoals ze in gedachten had. Ik zit achterstevoren op de stoel en laat mijn ellebogen nonchalant op de leuning voor me rusten. Tommy leunt over me heen. Zijn linkerhand ligt op mijn schouder en vanaf mijn rechterkant kijkt hij me aan. Als ik naar hem kijk, krijg ik een knipoog. Ondertussen rent Rosa terug naar haar camera alsof ze geen moment mag missen.

‘Kijk in de camera, Sophia?’

Uit het niets overvalt een beeld me dat ik me niet kan herinneren ooit eerder te hebben gezien. Als mijn ogen de lens weer vinden, ben ik niet meer in de loods, maar ergens anders. Ik weet niet waar. Achter de camera staat Marina. Het voelt als een déja vu, maar aangezien Marina als model altijd aan mijn kant van de camera staat, vermoed ik dat het eerder een droom is die terugkomt in mijn bewustzijn. 

Ze komt met de camera naar me toelopen en glimlacht. ‘Kijk in de camera, Sophia.’ 

Haar gezicht verstopt zich achter het toestel en alleen haar platinablonde haar is nog zichtbaar als een flits me nog net niet verblindt. 

‘Wauw.’

Rosa kijkt van haar camera naar mij en weer terug. ‘Dit is hem, denk ik.’

Even staart ze gefascineerd naar de foto die ze genomen heeft en ik ben benieuwd naar wat ze ziet op haar scherm. Tommy staat nog in precies dezelfde houding en terwijl hij naar mij keek, keek ik naar de camera. 

We blijven nog een paar minuten poseren, maar ik merk dat ik niet meer stil kan blijven zitten. Het begint allemaal te lang te duren en een onbekende onrust zorgt ervoor dat ik wil bewegen. Als Rosa zegt dat het erop zit, veer ik op uit de stoel. 

Tommy doet een stap achteruit en kijkt me vanaf een afstandje aan. ‘Wat doe je de rest van de dag?’ 

‘Repeteren met de band, net als jij.’

‘O ja.’

Op dat moment voegt Marcus zich bij ons, maar de grijns op Tommy’s gezicht vertelt me meteen waar hij zin in heeft. Ik heb ook zin. Maar Marcus gooit roet in het eten door ons aan te sporen weer een kledingwissel te doen zodat we kunnen vertrekken. 

Samen lopen we richting de schermen, maar dit is te dun en openbaar om stiekem te doen. 

’Vanavond?’ fluistert Tommy in mijn oor.

Met een knikje verdwijn ik achter het scherm en laat me een paar seconden op een stoel zakken voordat ik me begin om te kleden. Ik haal een paar keer diep adem en neem dan een grote slok van het flesje water dat voor me klaarstaat. Waarom voel ik me opeens zo… gespannen?

 

‘Nee, luister. Everlong is een klassieker. Dat nummer kent iedereen.’ Sam slaat haar armen over elkaar en kijkt hoofdschuddend naar Tommy terwijl hij argumenteert voor The Pretender. We zijn nog geen tien minuten met z’n allen in een ruimte of de twee barstten weer los in een discussie, dit keer over hits van de Foo Fighters. 

‘Net als The Pretender. De manier waarop ze na de brug overgaan op het refrein… Fantastisch! Het is groots. Ruig. Wild.’ Tommy maakt wilde armgebaren en mijn blik glijdt even naar Jordy, die onderuitgezakt op de bank zit en de discussie aanhoort. Vince verschuift wat instrumenten en meubels zodat de opstelling goed weergeeft hoe het eruitziet op het podium. 

‘Dát doen ze juist goed bij Everlong,’ merkt Sam op. ‘Niet alleen zit er een fantastisch stuk gitaar in, maar de drums in dat nummer zijn on point. Het is telkens een hé, hallo, wij zijn er ook en hebben een eigen leven!’

‘Typisch dat je je richt op de drums.’ Tommy loopt hoofdschuddend bij haar weg alsof drummers erom bekendstaan dat je niet met ze in gesprek kunt over welk liedje beter is. Ik glimlach even naar Sam en ze rolt met haar ogen, waarna ze Vince’ hand wegtikt bij haar drumstel en de boel zelf verzet. Als Vince een paar stappen achteruit doet kijkt hij me kort aan, maar botst daarbij bijna tegen Tommy op. 

‘Lopen doe je vooruit, Vince.’ Jordy staat met een grijns op en pakt zijn basgitaar uit de houder. ‘Gaan we nog muziek maken?’

We beginnen met de twee singles die Tommy en ik samen zullen zingen. Telkens als we de zelfgeschreven woorden zingen, word ik weer teruggetrokken naar het recente verleden waarin ik dit met hem op papier zette. Hij lijkt dat ook zo te ervaren, want meestal kan hij nog geen twee meter bij me vandaan blijven tijdens het zingen. Ik richt me op de muur voor ons, die in deze repetitieruimte het publiek moet voorstellen en Tommy komt naast me staan, pakt mijn hand vast. Met een onbekend gevoel van trots luister ik naar zijn uithaal. Met gesloten ogen zet hij zijn keel open om het geluid eruit te gooien en daarna verweef ik er liefjes een paar noten tussendoor om het een prachtig geheel te maken. 

Zodra Vince de laatste noot van het nummer heeft gespeeld, omhelst Tommy me. Niet op een vriendschappelijke manier, maar op een manier waardoor ik weet dat hij meer zou willen doen als we nu niet in een ruimte vol andere mensen waren. Hopelijk valt het de rest niet op, maar vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Vince en Jordy meteen een gesprek beginnen waarin ze elkaar feedback geven over het resultaat. 

‘Sophia, neem plaats.’ Tommy leidt me naar de bank. Vandaag is er vooral zodat hij kan oefenen met mijn band, want tijdens het concert zullen Vince, Jordy en Sam ook hem begeleiden. 

‘Zing voor me, Tommy,’ fluister ik. Met een grijns loopt hij achteruit, pakt de microfoon uit de houder en gebaart naar Vince dat hij de eerste noten aan mag slaan. Haast moeiteloos houdt hij de gitaar vast en beginnen zijn vingers over de hals van het instrument te dansen. Het valt me op dat zijn donkerblonde haar een stukje gegroeid is, alsof hij sinds we elkaar kennen niet één keer naar de kapper is geweest. Het staat hem goed. 

Op het moment dat Tommy begint te zingen vinden Vince’ ogen de mijne en meteen richt ik mijn blik op de zanger. Hij grijnst breed, maar dat verandert al snel in een frons als hij de donkere teksten die hij geschreven heeft moet zingen. Ik zie dat het hem raakt en weet precies hoe hij zich voelt. Het is onmogelijk niet opnieuw de emoties te voelen die gepaard gingen met het schrijven. Tijdens het derde of vierde liedje trek ik mijn benen op de bank en bij het zevende liedje ga ik languit liggen. De rest lijkt in een goede flow te zitten, maar als ze alle nummers gehad hebben, heerst er even een indringende stilte in de ruimte. Tommy is de eerste die beweegt. 

‘Bedankt jongens, en meid.’ Sam glimlacht als hij naar haar knikt en net als ik omhoog wil komen, loopt Tommy op me af. Zonder iets te zeggen komt hij tegen me aan liggen. Zijn arm slaat hij om mijn heupen en zijn hoofd plaatst hij op mijn borst. 

Tommy is niet iemand aan wie je ziet dat hij ook gevoelens heeft. Hij heeft in het openbaar twee standen: stoer of charmant. Maar ondertussen weet iedereen dat hij de drugs niet neemt omdat hij zo gelukkig is. De pijn die naar buiten wil uit zich in de grip die hij heeft op mijn heup. Ik leg een hand op zijn hoofd en kriebel even door zijn haren, terwijl de rest in begint te pakken. Blijkbaar zijn we klaar voor vandaag. 

Even dwaalt mijn blik door de ruimte en ik verwacht meteen Vince te zien, maar hij is er niet meer. Zijn spullen staan er nog wel. 

‘Je kan zo mooi zingen,’ fluister ik, terwijl ik Tommy’s hoofdhuid masseer. ‘Al het gevoel dat je probeert te verstoppen achter al die drugs klinkt erin door.’

Hij gromt zachtjes en ik glimlach, want ik weet dat hij niet wil dat mensen meer zien dan wat hij wil dat ze zien. 

‘Nu je het zegt…’ Hij springt omhoog alsof hij net niet rustig tegen me aan lag en vist iets uit zijn jaszak, dat twee tellen later een reis maakt door zijn slokdarm. 

‘Ga je mee naar een feestje vanavond?’

Vanuit mijn ooghoeken zie ik Sam naar ons kijken en ik kan de lichte frons op mijn gezicht niet op tijd voorkomen. ‘Bij de modellen?’ 

Ik geloof niet dat ik er klaar voor ben daar weer naar binnen te stappen. 

’Nee, een vriend van me. Tegenover dat Mexicaanse tentje.’

Even aarzel ik, want hoewel een beetje afleiding me misschien goed doet, merk ik ook een sterk verlangen me terug te trekken onder de warme deken van mijn bed in het hotel. 

‘Kom op,’ zegt Tommy, maar dan draait hij zich naar Jordy en Sam. ‘Jullie komen ook mee, toch?’

‘Naar een feestje?’ Jordy haalt zijn schouders op. ‘Sure. Sam?’

Ze schudde haar hoofd al voordat Jordy haar aankeek en tilt nu haar schoudertas over haar hoofd. ‘Ik kan niet, want ik heb een date.’

Met een grijns draait ze een rondje om Jordy en loopt dan zonder vragen van ons aan te horen de deur uit.  

45.

 

AsteroidGal: Als ze een keer blije liedjes gaat zingen, geef ik het een kans. Wat een deprimerend gedoe.

 

We laten de repetitieruimte achter zoals we hem gevonden hadden. Even werp ik een blik op mijn kleding om te beoordelen of ik me om moet kleden voordat ik naar een feestje kan en besluit dat dat zeker het geval is. Een douche zou ook niet verkeerd zijn. 

‘Eerst even langs mijn hotel?’ opper ik daarom. 

‘Kunnen we daar meteen wat eten,’ knikt Jordy. 

We zijn bijna de voordeur van het gebouw uit als Vince opduikt vanuit de toiletten. Jordy is de deur al door, maar ik sta stil en omdat ik Tommy’s hand vastheb, hij ook. 

‘Sophia,’ begint Vince. ‘Kan ik nog even met je praten?’

Zijn ogen zoeken de mijne en als ik hem aankijk weet ik even niet wat ik moet zeggen, omdat ik niet weet wat ik voel. Alles tussen Vince en mij is zo verwarrend geworden, dat ik me geen houding weet te geven als we met elkaar praten.

In de seconden dat ik stil ben, springt Tommy in. ‘We gaan naar een feestje, Vince. Ga mee.’

‘Jullie gaan naar een feestje?’ Zijn wenkbrauwen schieten omhoog en hij kijkt weer naar mij. 

Ik knik.

Vince’ ogen flitsen even naar Tommy en richten zich dan weer tot mij. ‘Nee, ik ga niet mee.’

Het geduld van Tommy lijkt op, want hij trekt me nog net niet de deur uit. ‘Oké. Later, gast.’

Met een naar gevoel in mijn buik loop ik met Tommy mee naar de auto van Jordy. 

‘App me anders nog even,’ roep ik over m’n schouder naar Vince, die in de deuropening van het gebouw leunt en wacht tot we weg zijn. Het knikje dat hij me geeft is opgelucht, alsof hij blij is dat ik toch nog met hem wil praten. 

Met een frons stap ik in de auto terwijl ik me afvraag of dat zo is.

 

We rijden naar het hotel, waar de heren veel meer eten bestellen dan we met z’n drieën op kunnen terwijl ik een douche neem en me in de badkamer klaarmaak. Veel moeite doe ik niet, maar een dun lijntje om mijn ogen geeft mijn gezicht iets meer leven. Ik trek een spijkerbroek aan met daarop een zwart shirt met lange mouwen. Simpel, maar helemaal mij. 

In het zitgedeelte van mijn hotelkamer zijn Jordy en Tommy een band aan het opbouwen door het kijken van filmpjes op YouTube. Vroeger kon ik me soms vele uren verliezen in al het goud dat YouTube te bieden heeft, maar sinds ik er zelf een trekpleister ben durf ik de app niet meer te openen. 

‘Dit is briljant, iedereens personage doet hier precies wat ze moeten doen.’

‘Ja, ik vind The Office hilarisch,’ grijnst Tommy. Hij kijkt op als ik me bij ze voeg en strekt een hand naar me uit. Zodra ik hem vastpakt trekt hij me op schoot en ik kijk naar een tafereel waar een aantal mensen op een kantoor reanimatietraining hebben. Op tafel lonkt een buffet me en terwijl ik de onaangeraakte salade oppak beginnen de mannen een nieuw filmpje. 

De uren die daarop volgen bestaan uit een hele rits filmpjes, veel te veel eten en een lege fles sterke drank. Het doet me goed om te zien dat Jordy en Tommy het zo goed met elkaar kunnen vinden. De twee lachen alsof ze oude vrienden zijn. Het is dat ik af en toe nog een beetje aandacht krijg, anders zou ik me haast overbodig beginnen te voelen. 

Als we eindelijk het appartement binnen stappen, sluit ik me meteen af voor de drukte. Vrij snel valt mijn blik op Rosa, die op het balkon staat te praten met Marina, Zoey, en Aaron, de presentator van een van de talkshows waar ik een paar keer te gast was. Ik geloof niet dat ik hem ooit eerder op één van deze feestjes heb gezien. 

‘O, hé, wat doet zij nou hier?’ Het gemompel van Jordy haalt me uit mijn gedachten en zonder nog iets te zeggen loopt hij bij ons weg. Ik volg hem met mijn ogen en zie dat hij eindigt bij Lucy, één van de drie modellen. Is dat met wie hij aan het daten is? 

Meteen wil ik hem bespioneren om erachter te komen, maar Tommy komt vlak voor me staan en eist al mijn aandacht op. Waar het opeens vandaan komt, weet ik niet. Maar zonder woorden vuil te maken leunt hij voorover en drukt zijn lippen op de mijne. Zijn handen glijden af naar beneden en rusten op mijn billen, waardoor hij me makkelijk dichter tegen zich aan kan trekken. Terwijl zijn tong naar binnen glijdt beroert hij al mijn zintuigen en verdwijnt iedereen om ons heen. Het geluid valt weg, het licht dimt en ik ruik en voel alleen nog maar Tommy. 

Een zachte kreun ontsnapt aan mijn keel als Tommy’s lippen de mijne in de steek laten en met een ondeugende grijns kijkt hij op me neer. 

‘Ik moet even scoren,’ fluistert hij. ‘Maar vanavond wil ik met jou op die dansvloer belanden, begrepen?’

‘Tot uw dienst.’

Hij tikt zachtjes tegen mijn neus en loopt me voorbij. Omdat ik nog steeds door hem gehypnotiseerd ben draai ik me om zodat ik hem na kan kijken. Meteen zie ik Liam staan aan de andere kant van de ruimte. Zijn blik is op mij gericht en hij knikt kort, waarna zijn ogen verschuiven naar Tommy, die recht op hem afloopt. De mannen praten even met elkaar, maar verplaatsen zich dan naar de hal. Of naar beneden, of naar buiten, ik kan ze in ieder geval niet meer zien. Op dat moment richt ik me weer op het balkon en kijk van een afstandje toe hoe Zoey, Marina en Rosa lachen om iets wat Aaron zegt, tot ik uit het niets het gevoel krijg in een andere ruimte te zijn. Twee vingers knijpen venijnig in mijn zij, terwijl een donker paar ogen me aankijkt. Zweetdruppels parelen op mijn voorhoofd als de temperatuur plots een paar graden lijkt te stijgen en hoofdschuddend probeer ik de beelden weg te duwen. Ook al is het ver weg, een angstige sensatie kruipt over elk deel van mijn huid en verwoed kijk ik om me heen. 

Heeft iemand het door? Is er iemand die me ziet? Maar iedereen is bezig met iets anders en niemand let op mij. De ogen duw ik uit mijn gedachten en mijn handen wrijven kort over mijn zij. Er is niets aan de hand. Er is helemaal niets aan de hand. 

Ik kom los van mijn plek in de ruimte en besluit dat ik vanavond absoluut afleiding nodig heb. Maar dit keer schenk ik mijn eigen drankjes in. Met een gevulde beker loop ik naar het balkon om me bij het groepje van Rosa te voegen. Het trillen van mijn hand negeer ik. 

‘Sophia!’ Zoey valt me zo enthousiast om de hals dat ik bijna drinken op de grond knoei, maar ik weet mijn hand nog net recht te houden.

‘Hoi.’ Ze strijkt met de rug van haar hand over mijn wang en glimlacht. Haar pupillen zijn enorm, zelfs voor het donkere balkon waarop we staan. 

‘Ik ben zo blij dat je er bent,’ zegt Rosa dan. ‘Als ik je niet had gezien, ging ik je morgen bellen. Ik moet je iets laten zien.’

Terwijl Marina Zoey naar zich toetrekt en de twee beginnen te dansen op de muziek die door de openstaande balkondeuren makkelijk te horen is, omhels ik Rosa kort. Aaron knikt me vriendelijk toe, alsof hij nog steeds in zijn rol als gastheer van een talkshow zit. 

‘Wat moet je me laten zien?’

Rosa is al druk op het scherm van haar telefoon aan het tikken. Ik kijk vluchtig naar binnen terwijl ik een slokje neem uit mijn beker. Voor de ingang staan een aantal mensen te dansen en daarnaast leunt Duncan tegen een muur. Opnieuw is hij de enige met een glas, terwijl de rest rondloopt met plastic bekers. Als zijn blik op mij valt, heft hij zijn glas met een knikje. Ik doe hetzelfde, maar wend dan meteen mijn blik af. 

‘Oké, ik heb het gevonden. Ben je er klaar voor?’

Rosa houdt haar telefoon met grote ogen en op elkaar geperste lippen tegen haar borst. Ik heb geen idee waar ze hiermee naartoe wil, dus haal ik mijn schouders op. 

‘Ik denk het?’ 

‘Kijk!’ Ze duwt haar telefoon nog net niet in mijn gezicht en mijn ogen hebben een seconde nodig om scherp te stellen, maar dan zie ik dat ze me een foto laat zien van mij en Tommy. Het is genomen tijdens de shoot en ik herinner me haar reactie toen ze hem had gemaakt. Zonder te aarzelen neemt ze de beker van me over zodat ik de telefoon met twee handen vast kan pakken om in te zoomen. 

De blikvanger op deze foto ben ik. Om me heen is een verlaten ruimte en naast me staat Tommy verliefd te kijken, maar mijn ogen kijken mij aan, kijken in de camera. De blik in mijn ogen is moeilijk te omschrijven. Het is verdriet, schrik, ingehouden woede, vermoeidheid… Maar het is nog zoveel meer dan die paar emoties. Of misschien projecteer ik. 

‘Wauw,’ zegt Aaron, die over mijn schouder meekijkt. ‘Je kijkt zo… intens.’

Rosa knikt heftig. ’Echt hè?’

‘Alsof je je iets pijnlijks herinnert.’

‘Precies!’

Ik probeer me te bedenken wat er op dat moment door me heen ging, maar ik heb geen idee. Misschien kijk ik altijd zo, want er zijn genoeg pijnlijke herinneringen om terug te duwen naar het diepe. 

‘Sophia, ik vroeg me af…’ Rosa neemt de telefoon weer van me over en ik pak mijn drankje terug. ‘Ik wil deze foto heel graag insturen voor een expositie die binnenkort plaatsvindt. Maar ik wil natuurlijk jouw toestemming.’

Meteen knik ik. Hoewel ik geen idee heb wat het inhoudt en de foto ontzettend persoonlijk voelt, wil ik Rosa graag helpen. Daarnaast gooi ik m’n ziel toch al dagelijks in het publiek, dus wat is één foto meer of minder. 

‘Het is een prachtige foto, Sophia.’ Aaron heft zijn lege glas in de lucht en verdwijnt dan naar binnen. Op dat moment valt het me op dat Marina en Zoey ook al verdwenen zijn, waardoor Rosa en ik alleen overblijven op het balkon. Perfect. Vlug kijk ik naar binnen, waar mijn ogen meteen die van Duncan vinden. Er trekt een rilling door mijn lichaam en ik keer hem de rug toe. 

‘Wat is er nu tussen jou en Duncan?’ Ik gooi de vraag eruit voordat ik er verder over kan nadenken. Rosa stopt net haar telefoon in een zakje van de lange, zwierige jurk die ze draagt. 

Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt ze me aan. ‘Wat bedoel je?’

‘Zijn jullie nog samen?’

Ze knikt alsof er geen reden zou zijn voor een ander antwoord. 

‘En wat ik je vertelde? Dat deed iets met je, Rosa. Ik zag het.’ Ze trekt me verder bij de ingang vandaan, ook al kan niemand ons horen. 

‘Duncan en ik hebben een hele… dynamische relatie.’ Ze zegt het op een kalmerende toon, alsof dit de volwassen oplossing is voor een probleem waar kinderen niets van begrijpen. 

‘Dus?’

‘Dus… Luister, het verloopt niet altijd even soepel.’ Ze haalt haar schouders op. ‘Duncan is een unieke man en heeft een aantal behoeftes waar ik hem niet mee kan helpen. Het is… moeilijk uit te leggen.’

Ik wil dat ze het probeert, dus blijf ik haar zwijgend aankijken. 

‘Hij heeft meer nodig dan ik hem kan bieden, dat kwam al vrij vroeg in onze relatie aan bod. Dus we hebben een soort… open relatie.’

Ik kan er mijn vinger niet op leggen, maar er klopt iets niet. De manier waarop ze reageerde toen ik het haar vertelde was niet de reactie van een vrouw die dondersgoed weet wat haar vriend uitspookt en ook nu strookt haar lichaamshouding niet met haar woorden. Haar ogen flitsen van mij naar de ingang en ze heeft haar grote bos krullen al twee keer opnieuw herschikt. 

Aan de ene kant wil ik doorvragen tot ze toegeeft dat er iets aan de hand is, maar aan de andere kant wil ik niet opnieuw de reactie van vorige keer uitlokken. 

Rustig leg ik mijn hand tegen haar bovenarm. ‘Als je maar weet dat ik er voor je ben als je wilt praten.’

Ze glimlacht flauwtjes. ‘Oké.’

46

 

Shehergay: Maareh… Met wie date ze nou? Waarom wordt daar nooit iets over gezegd?

 

Die avond dans ik veel. Ik dans met Tommy, met Jordy, met Rosa, met Lucy, met Aaron, en een tijdje alleen. Het voelt goed dat ik nog steeds los kan gaan op een beetje alcohol en goede muziek – en soms slechte muziek. Er heerst een ongedwongen sfeer en hoewel de meerderheid van de aanwezigen onder invloed is van meer dan alleen alcohol, heb ik niet het gevoel iets te missen. 

Met een glimlach zwaai ik naar Jordy als hij Lucy aan de hand meetrekt richting de uitgang. De twee draaiden de hele avond om elkaar heen alsof ze allebei meer willen, maar het niet durven toe te geven. Ik hef mijn duim als Lucy net wegkijkt en Jordy grijnst breed. 

Langzaam maar zeker begin ik moe te worden en besluit een frisse neus te halen op het balkon. Tommy danst vrolijk verder. Inmiddels zit hij zo in zijn eigen bubbel dat hij mij absoluut niet meer nodig heeft om hem te vermaken. 

Zodra ik de balkondeur open, adem ik een wietlucht in waar je bijna high van zou worden. Vlug sluit ik hem weer en kijk naar de slome grijnzen van de mensen die buiten staan te roken. Misschien ga ik wel even naar beneden dan. Ondertussen brandt mijn telefoon in mijn broekzak. Al de hele avond houd ik mezelf voor dat ik niet nieuwsgierig ben naar de woorden van Vince die mogelijk in mijn berichtencentrum beland zijn. Hij zou me appen. Als ik zo alleen beneden ben, kan ik het lezen. 

‘Ik ben zo terug,’ zeg ik tegen Rosa als ze me de dansvloer op probeert te trekken. Ik gebaar naar de lift en schouderophalend danst ze verder met Marina. Haar grijze ogen richten zich even tot mij en meteen wordt de behoefte aan frisse lucht nog groter. Ik druk op het knopje van de lift. Niet één keer, maar minstens vijf. De schuifdeuren gaan open en ik stap naar binnen. Net als ik mijn telefoon uit mijn broekzak wil pakken omdat ik denk dat ik eindelijk even alleen ben, glipt er iemand bij. 

Meteen voelt de lift drie keer kleiner aan. Elk haartje op mijn lichaam staat overeind en mijn instinct roept dat ik in de hoek van de lift moet duiken om mezelf te beschermen. De lift komt langzaam in beweging en ik probeer mijn snelle hartslag ervan te overtuigen dat er helemaal niets aan de hand is, maar als Duncan een stap naar voren doet en met de noodknop zorgt dat de lift tot stilstand komt, heb ik geen enkel argument om mezelf te overtuigen. 

Ik wil hem vragen wat hij doet, maar merk dat ik zelfs dat niet doe en mijn brein vraagt me wanneer ik zo bang ben geworden voor Duncan. 

Mijn lichaam weet het echter al. 

Duncan draait zich naar me om. Hij lacht als een wolf en ik ril als een geschoren schaap in de winter. Zijn ogen glijden van mijn gezicht naar mijn voeten en weer terug. 

‘Je herinnert je niets, hè?’

Het kost me moeite om Duncan aan te blijven kijken, want nu hij zo dichtbij is, weet ik het. Ik herinner me zijn ogen en zijn onvriendelijke aanrakingen, maar bovenal zijn geur. Te dure aftershave die ervoor moet zorgen dat niemand de echte Duncan kan ruiken. 

Zijn schaterlach vult de ruimte en ik duw mijn lichaam tegen de muur. Waar is mijn stem?

‘Sophia Vonk. Van de een op de andere dag een cultuursensatie.’

Mijn hart bonst in mijn keel en ik wend mijn blik af, maar alles aan Duncan zorgt ervoor dat ik hem meteen weer aankijk, alsof mijn lichaam denkt dat het verkeerd af zal lopen als ik dat niet doe, als ik hem niet in de gaten houd. 

‘Ik hoop dat het je niet te veel pijn deed, allemaal.’ Duncan leunt met een bezorgde frons naar voren, maar vervangt de nepheid dan door een oprechte grijns. ‘Maar ik wilde dat je het je zou herinneren. En op het moment zelf leek je het wel leuk te vinden. De grens tussen pijn en plezier is natuurlijk erg dun.’

Ik druk mijn trillende handen tegen de muur achter me en voel al het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Een golf misselijkheid overspoelt me.

‘Waarom?’ Mijn stem is niet meer dan een fluistering, maar aangezien we een paar verdiepingen verwijderd zijn van de muziek boven, ben ik prima te verstaan.

‘Je bent een fucking heilig boontje, Sophia Vonk. Geen strafblad, geen gênant verleden… Alleen een vergeten vader die niets waard is…’

Wacht, wat?

‘Als er geen geheimen te vinden zijn, moet ik ze creëren.’

‘Maar waarom?’ vraag ik weer. Mijn hoofd tolt. Wat kan hij mogelijk voor reden hebben om dit te doen? Wat wil hij van me? Denkt hij nou echt dat ik hem nu ooit nog als manager zou willen? Of is dat niet waar hij op uit is?

‘Waarom? Allereerst omdat je ervoor gaat zorgen dat Anouk in je voorprogramma komt voor de Ziggo shows. Wellicht vraag ik je in de toekomst nog eens om een gunst hier of een vriendendienst daar.’

Ik heb steeds meer moeite met ademen. Het is alsof de lift razendsnel omhoog schiet tot we sferen bereiken waarin zuurstof een schaarste is. Hij heeft dit gedaan omdat… Om me te chanteren?

’Ten tweede,’ praat hij rustig verder. ‘Omdat je Rosa dingen hebt verteld die ze niet hoorde te weten, terwijl ik je nog zó had gezegd die informatie voor je te houden… Je veroorzaakt problemen tussen ons, Sophia.’

Hij plaatst zijn hand naast me tegen de muur. ‘En ik dacht dat ik duidelijk had gemaakt dat je mij niet als je vijand wilt.’

Ik duik onder zijn arm door en zet twee stappen om aan de andere kant van de lift te staan. Duncan doet geen poging naar me toe te komen, maar blijft op zijn plek voor de knoppen die de lift bedienen staan. Hij heeft de situatie onder controle. Ik ben precies waar hij me hebben wil, de enige die reden heeft tot paniek ben ik.

Met tranen in mijn ogen die ik niet tegen kan houden, kijk ik naar hem op. ‘Je hebt me… Terwijl ik niet… Waarom zou ik…?’

Het is onmogelijk zinnen te formuleren als mijn brein alleen maar kan denken aan alles wat er die avond is geprobeerd. Is gedaan. Aan wat Duncan heeft gedaan. Alsof het eindelijk het lusje heeft gevonden en nu de hele bal garen kan uitrollen. 

Maar Duncan begrijpt wat ik hem vraag. ’O, ben ik dat vergeten te zeggen? Omdat je niet wilt dat je naaktfoto’s het licht zien, natuurlijk.’ 

Uit het niets verschijnt zijn telefoon voor mijn gezicht en mijn ogen worden groot. Dit is niet alleen een naaktfoto, dit is… Ik zit op mijn knieën en word vanachter door iemand vastgehouden. Met halfopen ogen kijk ik in de camera, maar het gezicht van de man is niet zichtbaar. Wat wel zichtbaar is, is dat hij… Dat zijn… Dat hij in me zit.

Ik moet oprecht mijn best doen mijn maaginhoud binnen te houden. Met een hand voor mijn mond wend ik me van Duncan af en draai me naar de hoek van de lift. Hij heeft foto’s van me gemaakt? Van óns? Ik slik het braaksel terug en sluit mijn ogen, maar als ik zijn lichaam tegen mijn rug voel, draai ik me razendsnel om. 

Meteen pakken zijn lange vingers mijn kin vast en met zijn lichaam zet hij me klem tegen de muur. Mijn trillende handen zijn nutteloos en ik kan tegen zijn romp duwen wat ik wil, er zit geen enkele beweging in de man. 

‘Maak je geen zorgen, Sophia. Je staat overal prachtig op. Het werd pas wat ruiger toen de camera verdwenen was. We hadden genoeg tijd.’

Opeens zie ik weer een flits van Marina die een camera op me richt en om de een of andere reden schokt dat me het meest. Was Marina erbij? Heeft zij hem geholpen dit met me te doen? Hoe kan een andere vrouw zoiets over haar hart verkrijgen?

In een plotseling golf van kracht duw ik Duncan ver genoeg van me af om langs hem te glippen en ik druk met een luide klap op de knop die de lift weer in beweging brengt. Ik verwacht dat Duncan elk moment kan aanvallen, maar hij blijft gewoon staan waar hij staat, alsof er geen vuiltje aan de lucht is, terwijl mijn hemel veranderd is in een donkergrijs wolkendek. Uit de hel. 

De lift schuift verder naar beneden en ik staar naar de deuren in afwachting van het moment waarop ze opengaan. Zodra dat gebeurt ben ik weg. Ik heb frisse lucht nodig. Ik heb een emmer nodig.

‘Luister goed naar me, Sophia.’ Duncan doet geen enkele moeite zijn stem te verheffen, hij praat alsof we het hebben over het weer. ‘Je zorgt ervoor dat Anouk erbij is. Als ik aan het eind van de week geen belletje heb ontvangen van je oompje, gaan die beelden het internet op. Állemaal.’ 

Op dat moment kondigt de lift aan dat we op de begane grond zijn en zodra de deuren openen, sprint ik langs Duncan. Ik loop voorbij alle mensen die beneden stonden te wachten op een lift waarvan ze dachten dat ‘ie defect was. Vluchtig kijk ik over mijn schouder, maar Duncan stapt niet uit. Mensen stappen bij hem in de lift en hij kijkt me nog steeds aan als de deuren weer sluiten en ons zo van elkaar scheiden. 

Terwijl de duisternis buiten me omhelst ben ik terug in de nacht die ik vergeten was. Geen enkele herinnering blijft lang weg, hoe hard je het ook wegduwt. Ik voel zijn handen overal op me – hij raakte me aan, kneep me, behandelde me als een pop waar hij mee kon doen wat hij wilde. De drugs zorgde ervoor dat ik dat ook was.

Met trillende handen houd ik me vast aan de muur om overeind te blijven. Verschillende kanten van mezelf verscheuren me. Ik wil terug naar binnen om Duncan toe te schreeuwen dat hij naar de hel moet lopen. Ik wil wegkruipen in een hoekje en huilen. Ik wil een notitieboekje in mijn handen hebben om deze storm aan emoties vast te leggen in een melodie. 

Maar bovenal wil ik dat dit niet gebeurt, wil ik dit niet voelen en wil ik hier niet zijn. 

Zijn tong in mijn nek. Zijn handen op mijn billen. Zijn… Zijn… In me…

Zonder aankondiging werkt alle alcohol en zelfs het avondeten zich een weg naar buiten. Ik druk mezelf tegen de muur in de hoop dat niemand me hier in de schaduwen ziet. Met intense samentrekkingen weigert mijn lichaam nog energie te besteden aan voedselvertering; het is te druk bezig de klap op te vangen.  

De herinnering aan Duncan die tegen me aanstond in de lift vermengt zich met de herinnering aan die avond. Hij heeft alles van me gezien, me overal aangeraakt. Ik stond daar en keek in de camera van Marina. De flits betekende dat ze een foto van me maakte. 

Een nieuwe herinnering komt naar boven borrelen, waarbij ik op mijn buik op het bed lig, mijn heupen in de lucht en iemand – Duncan – achter me. In me.

‘Kijk in de camera, Sophia.’

Met mijn hand op mijn buik kokhals ik opnieuw, maar er is niets meer om over te geven. Ik zet een paar stappen om me te distantiëren van mijn eigen braaksel en duw mijn bezwete voorhoofd tegen de bakstenen, terwijl mijn schouders beginnen te schokken. Bah. 

Bah, bah, bah.

‘Sophia.’

Opeens verschijnt Liam naast me. Hij raakt mijn schouderblad aan en meteen trek ik me terug, keer me van hem af. Met de muis van mijn handen duw ik tegen mijn ogen in een poging de herinneringen zo te wissen. Mijn handen zijn vochtig als ik ze weer wegtrek. 

’Sophia, wat is er gebeurd?’

Hij reikt opnieuw naar me, maar ik schud mijn hoofd en begin te lopen. ‘Ik moet weg.’

Liam zet een paar grote stappen zodat hij naast me loopt. ’Waarheen?’

‘Weet ik niet.’

‘Oké, meisje. Kom.’ Hij gaat voor me staan op de hoek van de straat en leidt me een zijweg in. 

Ik kijk van hem naar de straat, maar alles is wazig. Omdat hij voor me staat ben ik gedwongen stil te staan en bijna struikel ik over mijn eigen enkel. 

‘Mijn auto staat een paar meter verderop. Ik breng je naar huis.’

Naar huis. Eliana’s vrolijke, gele huis, of het onpersoonlijke hotel waar ik mijn nestje heb gemaakt? Lig ik daar straks in bed met niets anders dan alle herinneringen die aandacht opeisen in mijn brein? Ik knipper wat tranen weg en laat mijn blik over Liam gaan. Zijn broekzakken zien er plat uit, maar misschien in zijn jaszak…

Sowieso in zijn appartement. 

‘Nee,’ zeg ik daarom. ‘Jouw huis.’

 

Vince: Hoe gaat het nou echt met je, Sophia?

Als eerste een nieuw hoofdstuk lezen?

Kom bij de Facebookgroep, waar ik iedere week minstens drie nieuwe hoofdstukken plaats!

Hieronder kun je reacties plaatsen. Ik vind het héél leuk als je dat doet, maar plaats alsjeblieft geen spoilers! 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vier + zeventien =